Bewegen in de wijk

8 Trends bij gemeenten voor bewegen in de wijk

Heerhugowaard Annie van Hattemtuin_5
Heerhugowaard Annie van Hattemtuin_5

De rollen van gemeenten en inwoners veranderen. Gemeenten proberen inwoners van verschillende generaties en culturen met elkaar in contact te brengen én te activeren. Inwoners nemen vaker zélf het initiatief voor leefbaarheidsprojecten in hun buurt. Wat gebeurt er zoal op dit vlak? Wat betekent dat als je samenwerkt met gemeenten? En wat betekent dit voor bewegen in de wijk?

1. Nieuwe taken

Sinds de ‘transities in het sociale domein’ zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg, de participatiewet en de wmo. Samengevat betekent dit dat de gemeente – en niet meer het rijk – voortaan zorgt voor kwetsbare burgers. Vaak hebben (sociale) wijkteams de rol om te bekijken welke zorg en ondersteuning nodig is. In wijken met veel mensen die een steuntje in de rug nodig hebben, zijn oplossingen die mensen uitdagen tot bewegen en met elkaar in contact brengen éxtra hard nodig.

2. Nieuwe wetten

Eén van de wetten die de komende jaren veel impact gaat hebben in gemeenten, is de Omgevingswet. Daarmee bundelt de overheid 26 bestaande wetten voor milieu, infrastructuur, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet geeft gezondheid een hogere prioriteit bij het inrichten van de openbare ruimte. Gemeenten kunnen eigen gezondheidsambities uitwerken via een lokale omgevingsvisie. Denk bijvoorbeeld aan het realiseren van goede fiets- en wandelverbindingen, groene ruimte voor bewegen en voldoende sport- en speelruimte. Lees hier meer over de Omgevingswet.

3. Sportakkoord en Preventieakkoord

In 2018 sloot minister Bruins samen met vertegenwoordigers van de sport, gemeenten en andere organisaties het eerste nationale Sportakkoord. Dat is erop gericht om sport zo leuk en toegankelijk mogelijk te maken voor álle Nederlanders. Lees hier meer over het Sportakkoord. Daarnaast sloot de overheid een Preventieakkoord. Dat is naast het terugdringen van roken en alcoholgebruik, vooral gericht op het aanpakken van overgewicht. Bij dat laatste is laagdrempelig beweegaanbod in de eigen buurt heel belangrijk. Beide akkoorden bieden kansen voor de wijk: zo kunnen gemeenten een sportformateur aanstellen die samen met lokale partijen – zoals sport- en wijkverenigingen - kijkt wat er nodig is om mensen in beweging te krijgen. 

4. Nieuwe rollen en samenwerking

Door bovenstaande veranderingen, ontstaan nieuwe functies zoals de wijkregisseur, gebiedsregisseur, buurtsportcoaches, beleidsmaker sociaal domein, enzovoorts. Inwoners zijn bovendien niet meer alleen afnemer van beleid maar ook vormgever van beleid en initiatiefnemer van verandering. Gemeenten bieden daar ook steeds meer ruimte voor, vanuit het besef dat ze niet alles alleen kunnen doen. De wijkregisseur is het middelpunt in de wijkaanpak. Hij of zij gaat samen met wijkbewoners, partners in de stad en collega’s op zoek naar kansen en mogelijkheden om de leefbaarheid in de wijk te verbeteren. Inwoners, wijkplatforms en buurtverenigingen spelen allemaal een rol. De nieuwe manier om samen te werken in de wijk heet ‘integrale samenwerking’. Hier vind je een overzicht van tools voor integraal werken in de wijk. 

5. Urban Sports

Traditionele sporten bij een vereniging verliezen terrein en urban sports breiden zich uit. Bij urban sports laat je vaardigheden zien in de bebouwde omgeving. Denk aan het springen van gebouw tot gebouw. De sporten hebben een stoer karakter en zijn vooral populair bij jongeren. Iedereen kent intussen wel skaten, freerunning, straatvoetbal en -basketbal. Maar ook minder bekendere varianten krijgen steeds vaker een plek in de wijken en parken van Nederland: zoals calisthenics, obstacle run, Ninja Warrior en slacklinen. 

6. Click & Play

Een uitdaging voor gemeenten: bij speelplekken in de wijk verandert de behoefte van de kinderen mee als ze opgroeien. Maar als kinderen zijn uitgespeeld op de schommel en de wip, zijn de toestellen vaak nog niet afgeschreven. De Click & Play productlijn bestaat uit bouwstenen met verschillende functies, waarmee je een speelplek flexibel kunt inrichten. De functies zijn schommelen, glijden en draaien. Op elke bouwsteen kun je verschillende soorten toestellen plaatsen. En gemeenten bepalen zelf hoeveel bouwstenen zij op hun speelplek neerleggen. Hiermee kun je toestellen eenvoudig rouleren door de wijk als de kinderen wat ouder worden, of er juist veel jonge gezinnen bijkomen. 

7. Beweegroutes

In veel gemeenten ontstaan zogeheten ‘beweegroutes’. Dat zijn herkenbare uitgestippelde routes door de wijken. Onderweg komen inwoners diverse speeltoestellen, fitnestoestellen en/of andere beweegvormen tegen, om kracht, conditie en balans te trainen. Zorginstellingen kunnen de routes gebruiken om met hun senioren op pad te gaan. Scholen kunnen de routes gebruiken voor gymlessen buiten.

8. Beweegaanleidingen in bestaande structuren 

Je hoeft niet altijd een speeltuin of beweegroute in te richten om kinderen uit te dagen om meer te bewegen. Steeds meer gemeenten denken vanuit de materialen die al beschikbaar zijn – of plekken die toch al heringericht worden – en creëren daar een speelaanleiding. Denk aan hinkelpaden op weg, het omtoveren van een zebrapad tot een tijgeroversteek, een doolhof in een park, extra brede stoepen en veilige fietspaden, of stapstenen in een watergang.

Meer weten over bewegen in de wijk?