21 x 12 of 22 x 14 meter?

Aanbevolen afmetingen gymzaal

Kaatsheuvel 6
Kaatsheuvel 6

Een veelgehoorde vraag: In onze gemeente mogen we een nieuwe gymzaal bouwen. We denken aan een zaal van 21 x 12 meter. Nu horen we dat de KVLO een afmeting van 22 x 14 meter aanbeveelt. Maken die paar meter extra in de praktijk zoveel verschil?

 

Argumenten vóór grotere gymzalen

Een paar meter extra is een verschil van dag en nacht. In eerste plaats, de gymzalen van vroeger zijn gebaseerd op een hoeveelheid vierkante meter ruimte per leerling. De lesgroepen zijn sinds die tijd veel groter geworden. Vanuit dat oogpunt is iedere extra meter er één. Maar ook het veranderende bewegingsonderwijs in de afgelopen decennia vraagt om een zaal met grotere afmetingen, in de lengterichting maar zeker in de breedte. Welke argumenten liggen hieraan ten grondslag?

Grotere groepen

De projectgroep Normen van de KVLO heeft een aantal jaren geleden een advies uitgebracht om de minimale zaalafmeting te wijzigingen van 21 x 12 meter naar 22 x 14 meter. Er zijn hiervoor een aantal belangrijke argumenten aangedragen. Zo zijn de groepen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs groter geworden, waardoor er meer “beweegruimte” nodig is. Om effectief en gevarieerd les te kunnen geven maar ook om een veilige gymles te kunnen bieden en ongevallen te voorkomen. Daarnaast zijn er vakinhoudelijk belangrijke beweegredenen om niet voor een 12 meter maar voor een 14 meter brede gymzaal te kiezen.

In meerdere situaties lesgeven

Het belangrijkste vakinhoudelijke argument is het lesgeven in meerdere situaties. Oftewel het aanbieden van drie of meer activiteiten gelijktijdig. Een wijze van lesgeven die alle hedendaagse bewegingsmethodes adviseren en iets wat vrijwel iedere vakleerkracht bewegingsonderwijs en groepsleerkracht in de praktijk ook doet. Deze manier van lesgeven vergroot de bewegingsintensiteit en leidt ertoe dat activiteiten vaak “in de breedte” worden gegeven. En die 2 meter extra is dan zeer gewenst om de activiteiten goed tot hun recht te laten komen.

Zwaaien over de breedte

Eén van de bekendste leerlijnen binnen bewegingsonderwijs is zwaaien. Groot nadeel van zwaaien is dat het veel ruimte inneemt over de lengte van een gymzaal, waardoor naast het zwaaien weinig ruimte overblijft voor andere activiteiten. Maar dit probleem is er niet met een 14 meter brede gymzaal. Er kan dan gezwaaid worden over de breedte van de zaal, waardoor de overige zaalruimte veel effectiever voor andere activiteiten kan worden gebruikt. Belangrijk hierbij is in een vroeg stadium, de ontwerpfase van een gymzaal, bij de architect aan te kaarten dat de wens er is te zwaaien over de breedte. In het ontwerp kan dan rekening worden gehouden met een juiste plaatsing van de draagbalken. De gemeente Arnhem heeft een aantal gymzalen op deze wijze ingericht en andere gemeenten hebben zich laten inspireren door dit “Arnhems model”.

Ook voor sportspelen

Ook voor sportspelen, zoals volleybal, badminton, basketbal, korfbal en voetbal biedt de 2 meter extra in de breedte en de meter in de lengte meerwaarde. In de gymles maar ook voor trainingen van sportverenigingen in de gymzalen. Sporten – basketbal, korfbal, voetbal, hockey- tijdens de gymles, waarbij het recht van aanval halen centraal staat, worden vaak in meerdere situaties naast elkaar aangeboden. De 2 meter extra zorgen letterlijk voor meer diepte in het spel zodat deze sportactiviteit beter tot z’n recht komt en de activiteit beter “loopt”. En bij netspelen over de breedte zoals volleybal en badminton is er meer ruimte achter de achterlijn, waardoor het bekende kort-lang spel –sparren- veel meer uitdaging krijgt. Bij trainingen van sportverenigingen in de avonduren is er meer uitloop buiten de speelbelijning, waardoor de training veiliger is en de kans op aanraking met de muur kleiner is.

 

Meer weten over de mogelijkheden?

Sportaccommodatie_Layer