VO Onderzoek: vaksecties LO minder positief dan schoolleiders

19-12-2018

Het Mulier Instituut heeft onderzoek gedaan onder schoolleiders en vaksecties LO naar de gesteldheid van de gymlessen op het voortgezet onderwijs. Er is gekeken naar de lessen, maar ook bijvoorbeeld naar de accommodaties. Een impressie van dit onderzoek vind je hieronder (Mulier Instituut). 

 

In deze 1-meting is in beeld gebracht hoe lichamelijke opvoeding en sport op scholen voor voortgezet onderwijs in 2018 zijn gerealiseerd. Onderwerpen die aan bod komen zijn de huidige lessituatie, werkwijze en kwaliteit, aanvullend aanbod voor lichamelijke opvoeding en sport en toekomstbeeld. Waar mogelijk zijn resultaten vergeleken met de 0-meting uit 2014. Voor de 1-meting hebben 250 schoolleiders en 361 sectieleiders lichamelijke opvoeding van verschillende schoollocaties een online vragenlijst ingevuld. Beide respondentgroepen zijn gewogen naar denominatie, regio en stedelijkheid. Leerdoelen, lestijd en middelen

· Het totaal aantal klokuren voor vmbo gl/tl is significant lager dan de minimumtabel. Nader onderzoek naar de achtergronden hiervan is zinnig.

 · In 2018 is het gemiddeld aantal minuten lichamelijke opvoeding per week over het algemeen gelijk aan 2014. Alleen in de eerste leerjaren van de havo en het vwo is significant minder lestijd ingeroosterd dan in 2014

 · Bijna alle schoolleiders beoordelen de lestijd voor lichamelijke opvoeding in zowel de onder als bovenbouw als voldoende of goed (89/87%). Sectieleiders beoordelen de lestijd significant minder tenminste als voldoende dan schoolleiders (57%/47%).

· Schoolleiders beoordelen de middelen voor lichamelijke opvoeding (accommodatie, sport- en spelmateriaal, budget voor sport- en spelmateriaal) significant vaker als goed dan sectieleiders lichamelijke opvoeding. Eén op de vijf sectieleiders beoordeelt de accommodatie en het budget als onvoldoende/slecht. Werkwijze en gerealiseerde kwaliteit

 · De kwaliteit van het vak lichamelijke opvoeding wordt door zowel schoolleiders (rapportcijfer 7,9) als sectieleiders lichamelijke opvoeding (rapportcijfer 7,6) met een ruime voldoende beoordeeld. Deze rapportcijfers zijn gelijk aan de rapportcijfers in 2014.

· De meeste sectieleiders lichamelijke opvoeding willen iets veranderen aan lichamelijke opvoeding op hun schoollocatie (80%), meestal willen zij meer lessen (62%). Schoolleiders willen meestal niets aan lichamelijke opvoeding veranderen (72%).

 · Voor zowel schoolleiders als sectieleiders lichamelijke opvoeding is het beschikken over onvoldoende financiële middelen de grootste belemmering om lichamelijke opvoeding te kunnen uitbreiden (respectievelijk 61% en 69%).

· Uit een aanvullende analyse op data uit de Leefstijlmonitor blijkt dat de meeste scholieren aangeven één of twee keer in de week lichamelijke opvoeding te krijgen (86%).

· Het grootste deel van de leerlingen geeft aan elke dag naar school (of werk/bijbaan) te fietsen (85%).
 

Tot slot

Over het algemeen is het beeld van lichamelijke opvoeding in het voortgezet onderwijs positief, en hebben weinig veranderingen ten opzichte van 2014 plaatsgevonden.

· De ingeroosterde lestijd blijft achter bij de normtabel in het vmbo tl/gl en is in de eerste leerjaren van de havo en het vwo significant afgenomen ten opzichte van 2014.

· Sectieleiders lichamelijke opvoeding zijn evenals in 2014 minder positief over de huidige stand van zaken dan schoolleiders. Dit kan samenhangen met een verschil in beoordelingsperspectief, maar ook wijzen op verschillen in visie. Voor de toekomst van het schoolbeleid op dit leergebied lijkt het van belang de afstand tussen beide groepen betrokkenen te verminderen.

 · Veel sectieleiders lichamelijke opvoeding geven aan motivatieproblemen te zien bij leerlingen. De motivatieproblemen nemen bij een groter deel van de scholen toe dan af. Het is zinnig om nader te onderzoeken waar de afnemende waardering van leerlingen voor het vak vandaan

 

Ga naar het volledige onderzoek van het Mulier Instituut

 

Naar boven
Stel uw vraag
Stel uw vraag