Het is van toepassing op masonry:

Wat zijn de verantwoordelijkheden van een vakleerkracht lichamelijke opvoeding?

Laatst geupdate op
25 Sep 2026
om
14:13

De verantwoordelijkheid van de vakleerkracht

Als vakleerkracht ben je verantwoordelijk voor het veilig en verantwoord gebruiken van de beschikbare sport- en spelmaterialen tijdens je lessen. Dat betekent onder andere dat je leerlingen duidelijke instructies geeft, voldoende toezicht houdt en activiteiten afstemt op hun niveau en mogelijkheden. Daar hoort ook bij dat je alert bent op zichtbare gebreken aan toestellen en materialen.

Denk bijvoorbeeld aan:

• een scheur in het springdoek van een minitrampoline;

• een beschadigde turnmat;

• een loszittend onderdeel;

• een afwijking aan een bevestiging van een ringstel;

• een toestel dat tijdens gebruik anders reageert dan normaal;

• zichtbare slijtage die mogelijk gevolgen heeft voor veilig gebruik.

Zie je iets waarvan je vermoedt dat het toestel niet meer veilig gebruikt kan worden? Dan gebruik je het niet en meld je het gebrek volgens de afspraken binnen de organisatie. Een klimrek gebruiken met een afkeursticker is dus echt een risico, ook voor jezelf. Het is extra belangrijk om gebreken te melden, ook voor je eigen veiligheid. Het is goed dat de leerkracht weet waar hij dit soort meldingen kwijt kan. Hier moet een protocol voor zijn.

Moet je als vakleerkracht toestellen inspecteren?

Hierbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen alert zijn op gebreken en het professioneel inspecteren van sporttoestellen.

Van een vakleerkracht mag worden verwacht dat je vóór en tijdens het gebruik alert bent op zichtbare afwijkingen. Je kent de materialen, werkt er regelmatig mee en merkt daardoor vaak snel wanneer iets niet in orde lijkt.

Dat maakt je echter nog geen technisch inspecteur.

Een professionele inspectie is een systematische beoordeling van de technische staat en veiligheid van de inventaris. Daarvoor is specifieke deskundigheid nodig. Als vakleerkracht hoef je zo'n technische inspectie dus niet zelf uit te voeren. Je verantwoordelijkheid ligt vooral bij signaleren, veilig handelen en melden.

Wat doe je als je een gebrek ontdekt?

Stel: tijdens het klaarzetten van de gymles zie je dat het springdoek van een minitrampoline gescheurd is. Je besluit de minitrampoline toch te gebruiken omdat de scheur nog klein lijkt. Dat is niet verstandig.

Wanneer je een gebrek constateert dat gevolgen kan hebben voor de veiligheid, hoort het toestel niet gebruikt te worden totdat duidelijk is dat veilig gebruik weer mogelijk is.

Een goede werkwijze is daarom:

1. Stop het gebruik

Gebruik een toestel niet wanneer je twijfelt aan de veiligheid.

2. Voorkom dat anderen het gebruiken

Zorg ervoor dat duidelijk is dat het materiaal buiten gebruik is. Afhankelijk van de afspraken binnen de accommodatie kan het bijvoorbeeld apart worden gezet of gemarkeerd.

3. Meld het gebrek

Geef de constatering door via de afgesproken meldprocedure.

4. Laat de beoordeling aan de juiste deskundige over

Ga niet zelf repareren of bepalen dat een technisch gebrek geen probleem vormt wanneer dit buiten je deskundigheid valt.

5. Gebruik het toestel pas weer wanneer het is vrijgegeven

Na reparatie of beoordeling moet duidelijk zijn dat het toestel weer veilig gebruikt kan worden.

Veilig gebruik gaat verder dan de staat van het toestel

Een technisch goedgekeurd toestel betekent niet automatisch dat iedere activiteit veilig is. Als vakleerkracht bepaal je hoe het materiaal tijdens de les wordt ingezet.

Een kast, trampoline of ringenstel kan technisch volledig in orde zijn, terwijl de gekozen oefening niet past bij het niveau van een leerling. Andersom kan een activiteit op zichzelf verantwoord zijn, terwijl de opstelling onvoldoende veilig is[JZ2.1], doordat bijvoorbeeld toestellen op een bepaalde manier worden gebruikt waar ze niet voor bedoeld zijn.

Je professionele verantwoordelijkheid zit daarom ook in de manier waarop je de les organiseert. Denk aan goede instructies, voldoende toezicht, een passende opbouw van oefeningen en het treffen van maatregelen wanneer een activiteit daarom vraagt.

Veilig betekent niet: ieder risico voorkomen

Bewegingsonderwijs draait juist om ontdekken, proberen en grenzen verleggen. Daarbij zijn risico's niet volledig uit te sluiten, dat hoeft ook niet het uitgangspunt te zijn. Als vakleerkracht maak je voortdurend een professionele afweging: welke uitdaging past bij deze leerling en welke maatregelen zijn nodig om die uitdaging verantwoord aan te bieden?

Het doel is dus niet om iedere mogelijkheid op vallen of mislukken uit de gymles te halen. Een leerling mag worden uitgedaagd. Het gaat erom dat risico's bewust worden afgewogen en dat onnodige of onverantwoorde risico's worden voorkomen.

Signaleren, handelen en melden

De verantwoordelijkheid voor de technische staat van een complete sportinventaris ligt niet automatisch bij de vakleerkracht. Structurele inspecties, onderhoud en reparaties moeten organisatorisch goed geregeld zijn.

Maar als dagelijkse gebruiker van de gymzaal speel je wel een belangrijke rol. Jij ziet en gebruikt de toestellen regelmatig en kunt daardoor een van de eersten zijn die merkt dat iets niet meer in orde is.

De kern van je verantwoordelijkheid is daarom helder: gebruik materialen verantwoord, wees alert op gebreken, handel wanneer je iets constateert en meld het bij de verantwoordelijke persoon of organisatie.

Zo draag je als vakleerkracht bij aan een gymzaal waarin leerlingen veilig én met voldoende uitdaging kunnen bewegen.

Was dit artikel interessant en wil je meer weten?

Nijha algemeen

Nijha algemeen
Nijha handjes huisstijl groen
Heb je een vraag?
Stel je vraag gerust!