Voortgezet Onderwijs
Jongeren op het voortgezet onderwijs zijn een lastige doelgroep om in beweging te krijgen. Maar, ze willen wel bewegen. Met onze jarenlange ervaring in het voortgezet onderwijs delen we graag onze kennis.
Artikelen
Wanneer kies je voor een gymzaal of voor een sporthal?
Veel scholen staan op enig punt voor de beslissing: gaan we beweegonderwijs geven in een gymzaal, of in een sporthal? Beide mogelijkheden hebben hun voors en tegens. We zetten de afwegingen voor scholen op een rij.
Scholen hebben veel ruimte nodig voor gymlessen. Gebruikmaken van een grote sporthal lijkt dan een ideale oplossing. Je hebt daar immers vaak drie keer zoveel ruimte. Ook vanuit gemeenten – de eigenaren van veel grote sportaccommodaties – wordt dit vaak toegejuicht. Gemeenten die bijvoorbeeld overwegen een topsportaccommodatie neer te zetten, gaan er graag vanuit dat het onderwijs een bijdrage zal leveren aan het gebruik en dus ook aan de huur. Toch zijn (top)sporthallen niet bij voorbaat geschikt voor beweegonderwijs.
Vierkante versus kubieke meters
Onderwijs heeft baat bij vierkante meters om alle kinderen een plek te bieden. De sport vraagt daarentegen om kubieke meters. De internationale regels voor sporten vereisen steeds hogere hallen. Daarom komen er meer en meer topsporthallen met een hoogte van 9 meter en zelfs al 11 meter. Voor onderwijsgebruik - maar ook voor trainingen van de gemiddelde sportvereniging - volstaat een hoogte van 7 meter. Die 2 of 4 meter extra hoogte leveren het onderwijs geen meerwaarde op. Sterker nog, die extra hoogte levert problemen op als het gaat om bijvoorbeeld de zwaaitoestellen.
Eén hal versus variatie in ruimtes
Een topsporthal is veelal niet meer dan een hoge hal waarin topsportvoorzieningen als basketbaltorens en volleybal centercourts zijn aangebracht. En natuurlijk tribunes voor de toeschouwers. Voor het onderwijs is een topsporthal niet anders dan een accommodatie waar kwalitatief goede lessen bewegingsonderwijs gegeven moeten kunnen worden.
Bepaal op basis van het vakwerkplan LO welke behoefte jouw school heeft. Tip: weeg dit ook eens af samen met andere scholen in de gemeente. Misschien heb je behoefte aan één grote hal. Misschien passen 3 losse gymzalen beter bij de behoeften. Maar het kan ook dat je behoefte hebt aan één gymzaal, één spelzaal en één kleine fitnessruimte. Die verschillende ruimtes kun je uiteraard ook binnen één accommodatie onderbrengen waarbij je een bergruimte en inventaris deelt.
Bouwtechnische aanpassingen
Bewegingsonderwijs vraagt om de juiste onderwijs sportinventaris. En daarvoor zijn extra (bouwkundige) investeringen nodig als je hiervoor een topsporthal wilt gebruiken. Zoals:
- Het zwaaipunt voor ringenzwaaien moet verlaagd worden naar 5,5 meter voor onderwijsgebruik. Bij een zaalhoogte van 9 meter kan dat niet meer vanaf het plafond. Een extra tussenconstructie is dus nodig.
- Alle sporttoestellen zoals bijvoorbeeld klimrekken en basketbalinstallaties moeten ‘obstakelvrij’ gemonteerd worden. Ook daarvoor zijn extra bouwkundige voorzieningen nodig.
- Voor onderwijs heb je een grotere toestelberging nodig. Oppervlak en indeling moeten zo zijn dat onderwijsinventaris niet geblokkeerd wordt door grote sportinstallaties als verplaatsbare basketbaltorens. Deze extra vierkante meters moeten vroegtijdig bekend zijn.
Akoestiek
De akoestiek in topsporthallen laat nogal eens te wensen over als het gaat om onderwijsgebruik. Bij een volleybalwedstrijd op topniveau met een goed gevulde tribune is sprake van een heel andere akoestiek, dan in een 9 meter hoge hal waarin 30 kinderen basketballen. Veel docenten bewegingsonderwijs hebben gehoorbeschadigingen en stemproblemen. Uit onderzoek van de KVLO blijkt dat de slechte akoestiek in binnensportaccommodaties hier vaak de oorzaak van is. Alle reden om de normen voor akoestiek mee te nemen in je besluitvorming.
Stel jezelf ook de volgende vragen
Om een goede afweging te maken kun je daarnaast nog denken aan de volgende zaken:
- Bereikbaarheid: een topsporthal staat vaak aan de rand van de gemeente. Gaat vervoer van de leerlingen naar de gymles dan af van de effectieve beweegtijd?
- Financiën: als je voor een sporthal kiest, hoe zijn de exploitatiekosten verdeeld over alle gebruikers? In een gymzaal zijn de kosten voor inventaris en beheer vaak lager.
- Leerlingenprognose: wat heb je op middellange en lange termijn nodig aan ruimte?
- Avondopenstelling: als je kiest voor een eigen gymzaal, onderzoek dan ook een de mogelijkheden om deze ’s avonds te verhuren aan andere verenigingen.
- Daglicht en energie: sporthallen hebben meestal geen daglicht. En wat zijn de kosten voor de school voor kunstlicht (en warmte) bij sporthalgebruik?
Advies van een expert
Is jouw besluitvorming na het lezen van dit artikel eenvoudiger geworden? Of roept het juist meer vragen op? Aarzel niet om advies te vragen aan de experts van Nijha. Wij hebben jarenlange ervaring met zowel gymzalen als sporthallen. We werken veel samen met scholen, verenigingen en gemeenten en kunnen je helpen bij de juiste keuze voor de wensen en mogelijkheden van jouw school.
Dodgeball
Dodgeball of dodgebal is de internationale term voor trefbal. Dan zou je denken dat een dodgeball bal geschikt is voor trefbal, maar zo eenvoudig ligt het niet. Een dodgeball bal is in de loop van de tijd ook een algemene spelbal geworden die niet altijd geschikt is voor afgooispelen. Dus tijd om wat helderheid te scheppen.
Eigenschappen van een échte dodgeball bal
De officiële dodgeball bal heeft een diameter van 21,5 cm, weegt ca. 410 g en is gemaakt van rubber, foam of stof. Officiële wedstrijden van de World Dodgeball Federation worden gespeeld met een foambal omdat die minder doorknelt dan een rubber bal. Voor kinderen wordt een kleinere bal gebruikt met een diameter van ø 16 – ø 18 cm.
Het spel en het speelveld
Bij dodgeball spelen 2 teams tegen elkaar waarbij de spelers elkaar af moeten gooien. Het Elite speelveld heeft een afmeting van 17 x 7,6 meter met in het midden een neutrale zone van 3 meter (een worp moet ingezet worden van achter de 3 meter-lijn). Een bal mag wel gepakt worden binnen de 3 meter-lijn maar mag pas vanachter die lijn weer gespeeld worden.

Varianten van Dodgeball
Er zijn veel speelveldvarianten; met zij- en achtervakken om afgegooide spelers toch een rol te geven, met een achtervak waar één speler van de tegenstander staat, enz. Kies vooral het speelveld dat aansluit op de spelintentie en passend bij de spelers.
Meest gebruikte dogeball bal in Nederland
Binnen het voortgezet onderwijs zijn er 2 populaire dogeballen/trefballen; de foambal met olifantenhuid ø 21 cm of de Airball. Bij de basisschool wordt vaker een kleiner formaat ingezet omdat die beter hanteerbaar is en minder hard aankomt. Veel gebruikte ballen zijn daar de foambal met olifantenhuid ø 16 cm, de smoothball ø 16 cm of de dogeball junior. Welke keuze gemaakt wordt is afhankelijk van de groep, de vaardigheid, de kracht waarmee gegooid wordt en de beschikbare ruimte.

En de speciale dodgeballen dan?
Er zijn diverse ballen in omloop met de naam ‘dodgeball’. Die zijn echter niet allemaal geschikt voor trefbal omdat het meer algemene spelballen zijn die breed inzetbaar zijn bij werpen en vangen maar minder geschikt zijn voor afgooispelen. Ballen die wel geschikt zijn voor afgooispelen zijn de Trial dodgeballen. Deze zijn gemaakt van een zacht kunststof en in verschillende maten en gewichten verkrijgbaar:
- Dodgeball Trial Junior – geschikt voor basisonderwijs en spelvormen op een kleine ruimte, weegt slechts 210 gram
- Dodgeball Trial Senior – geschikt voor voortgezet onderwijs bij spelvormen met meerdere ballen. Bal weegt 250 gram
- Dodgeball Trial Pro – de meeste stevige uit de serie. Geschikt voor spelen in een hele gymzaal. Bal weeg 300 gram.
- Dodgeball Trial trefbal – met een diameter van 24 cm de grootste bal. Door de omvang en het gewicht van 240 gram niet de snelste bal, goed zichtbaar en met een verrassende vlucht; de bal wijkt bij een harde worp wat af van de rechte baan.
Heb je nog vragen? Stel die dan aan onze specialisten. Stuur een mail naar sportenspel@nijha.nl of bel naar (0573) 28 85 55 .
