Tips & Tricks
Wij delen graag onze tips en tricks zodat jij meer mensen met plezier in beweging kan krijgen.
Artikelen
Een beweegvriendelijk schoolplein
Het schoolplein kan zowel tijdens als buiten schooltijd ingezet worden als een ruimte waar gespeeld, geleerd en geleefd wordt. Het is een visitekaartje van de school. Een aantrekkelijk plein draagt bij aan een positieve eerste indruk. Een plein vol spelende kinderen en bruisend van activiteit is het ideale uithangbord voor een school die zich wil profileren op de thema’s gezondheid en bewegen. Maar, niet elke school kan op elk moment bepalen dat het schoolplein een complete make-over krijgt. Hoe maak je dan je schoolplein makkelijk beweegvriendelijker?
Groene vingers
Door een kleine toevoeging van wat groen aan je schoolplein geef je het al een extra dimensie. Op ieder schoolplein hebben bomen, bloemen en planten educatieve en recreatieve waarde. Natuurlijke elementen stimuleren creativiteit en geven een nieuwe dimensie aan spelen. Bosjes zijn een ideale schuilplaats tijdens verstoppertje en heuvels zijn een natuurlijke speelaanleiding om vanaf te rollen of glijden. Ook op educatief vlak zijn bomen, bloemen en planten van toegevoegde waarde. Met groen op het plein zien en beleven leerlingen het groeien en bloeien van planten, het verkleuren van bladeren en zoemen van insecten van dichtbij.
Sport- en spelmateriaal
Sterk sport- en spelmateriaal voor je schoolplein kan een simpele en snelle toevoeging zijn om meer beweging te stimuleren. Kinderen zijn ontzettend creatief en bedenken altijd wel een manier om te kunnen spelen. Met een bal, een touw, werp- en mikspelen en andere materialen geef je ze de juiste handvatten om te gaan spelen.
Markering
Met wat belijning maak je eenvoudig hinkelvakken, sprintbanen, mixcirkels en parcours.
Gebruik wat er al staat, maar dan anders.
Een muurtje kan een mikdoel worden, tegels kunnen als springvakken dienen en een stoeprand als balanceerbalk. Zo haal je nog meer uit de bestaande elementen op het plein.
Gebruik regen als speelaanleiding.
Markeringen met Regenspray kunnen juist bij regen nieuwe opdrachten zichtbaar maken. Zo maak je van de regen juist een reden om te bewegen.
Tips voor ouders en verzorgers over risicovol spelen
Risicovol spelen: dat klinkt gevaarlijk. Maar dat is het niet! Het gaat hier namelijk niet over onaanvaardbare risico’s, zoals risico op (blijvend) letsel of uitstekende schroeven op een speelplek. Het gaat hier over de vrijheid die kinderen krijgen om te spelen. Om risico te nemen en daarvan te leren. Volgens VeiligheidNL is het versterken van kinderen, door ze risicovol te laten spelen juist belangrijk in preventie tegen ernstig letsel of een ongeval. Blauwe plekken en kleerscheuren horen hierbij. Sterker nog, die zijn heel belangrijk. Goed gespeeld zeggen we dan!
Wat nu?
Oké, wat nu? Hoe help ik mijn kind met risicovol spelen? VeiligheidNL geeft je de handvatten die je nodig hebt:
1. Speelwaarde: Begin positief! Wat zijn de voordelen van het spel? Wat missen kinderen als ze zonder risico spelen?
2. Het kind zelf: Kan het kind de risico’s overzien? Geef het kind zoveel mogelijk ruimte en bied alleen ondersteuning waar nodig.
3. De situatie: Is de omgeving en het materiaal geschikt, zodat kinderen kunnen experimenteren?
4. Het mogelijke gevolg: Wat is het ergste dat kan gebeuren? Is er kans op ernstig letsel?
Bekijk de video van VeiligheidNL over het Letselpreventiemodel
Zo zet je bewegend leren in
Tafels leren, spellen en jaartallen uit je hoofd leren: veel kinderen doen liever een potje voetbal op het schoolplein. Gelukkig is Bewegend Leren in opkomst: dat combineert het beste uit beide werelden. Kinderen zijn lekker fysiek actief, en doen in tussen kennis op over bijvoorbeeld taal en rekenen. Hoe dat werkt voor jouw klas? In dit artikel geven we je een aantal tips.
Bij Bewegend Leren gebruik je bewegen als middel om kinderen iets te leren. De gedachte daarbij is dat kinderen lesstof sneller opnemen, omdat ze erbij bewegen.
Bewegend leren en rekenen
Rekenvaardigheden zijn bij uitstek geschikt om op een bewegende manier aan te leren. We geven je wat inspiratie:
- Tafels leren: Zet pionnen met cijfers neer en kies een tafel uit (bijvoorbeeld de tafel van 4). Laat kinderen met een voetbal mikken op een willekeurig getal. En noem de vermenigvuldiging van dat getal met de tafel van 4.
- Meten met tweetallen: Zet een streep op de vloer. Eén kind zet met 2 voeten af en springt zo ver mogelijk. Een ander kind heeft de rolmaat en meet de afstand. Hoeveel centimeter is er gesprongen? Wie van de twee springt het verst? Of wie landt met de hakken het dichtst bij 75 cm?
- Optellen en aftrekken: Rol met 2 dobbelstenen waarop getallen zichtbaar zijn. Wat is de optelsom van de 2 worpen? Trek het laagste getal van het hoogste getal af. Maak zoveel kikkersprongen als de uitkomst.

Bewegend leren voor geschiedenis en aardrijkskunde
Misschien minder voor de hand liggend, maar ook vakken als geschiedenis en aardrijkskunde kun je kinderen prima bewegenderwijs aanleren. Zo doe je dat bijvoorbeeld:
- Aardrijkskunde: Hang kaartjes op met afbeeldingen van de continenten. Hang ze een beetje hoog. Stop afbeeldingen van dieren in de Move Cube dobbelsteen. Laat kinderen rollen met de dobbelsteen. Bij welk continent past dat dier? Kinderen tikken al springend het kaartje van het juiste continent aan.
- Geschiedenis: Hang kaartjes met jaartallen aan het plafond. Maak kaartjes met vragen. Welk getal komt het dichtst bij de Middeleeuwen? Wanneer viel de Berlijnse muur? Wanneer stopte de 2e wereldoorlog? Laat de kinderen springen naar jhet juiste jaartal.
Bewegend leren en taal
Ook taal kun je kinderen al bewegend aanbieden. Hoe dan? Bekijk onderstaande voorbeelden:
- Spellen: Hang kaartjes op met alle letters. Hang ze een beetje hoog. Bedenk een woord. Laat kinderen springend de letters aantikken in de juiste volgorde. Voorbeeld: b-u-s.
- Spellingscategoriën: Leg kaartjes op de grond met ‘ng’ en ‘nk’. Noem woorden met die klank. Kinderen moeten zo snel mogelijk achter het kaartje gaan staan met de juiste spelling.
- Engels leren: Hang antwoordkaartjes aan het plafond met Yes en No. Stel kinderen vragen in het Engels. Laat hen al springend het juiste antwoordkaartje aantikken.
Nethoogtes voor badminton, basketbal en volleybal
Spelregels en reglementen van competitiesporten lijken vaak helder. Toch ontstaat regelmatig discussie over de toepassing in de praktijk. Voor welk competitieniveau gelden welke regels, hoe zit het met maatvoering en wanneer moeten spelinstallaties aangepast worden na een regelwijziging? In dit artikel vertellen we je alles over de nethoogten en regels rond sportinstallaties voor badminton, basketbal en volleybal.
Badminton
De nethoogte bij badminton is nog wel eens een punt van discussie. Toch zijn de regels heel duidelijk.
- De bovenkant van het net moet in het midden van de baan 1.524 m en bij de zijlijnen voor dubbelspel 1.55 m boven de vloer hangen. Er mag geen ruimte zitten tussen de zijkant van het net en de palen. Zo nodig moet het net over de gehele zijkant aan de palen worden gebonden.
- Bij zitbadminton is de paalhoogte 1.20 m. De nethoogte is 1.176 m in het midden van de baan en bij de zijlijnen voor dubbelspel 1.20 m.
- Voor rolstoelbadminton is de paalhoogte 1.40 m en de nethoogte 1.372 m respectievelijk 1.40 m.
Basketbal
- Het basketbalveld heeft een afmeting van (l x b) 28 x 15 m, gemeten vanaf de binnenzijde van de grenslijnen.
- Nationale bonden hebben de bevoegdheid om voor hun competities, bestaande speelvelden met minimum afmetingen van (l x b) 26 x 14 m goed te keuren. Het bord mag voorzien zijn van een klapring/dunkring maar dat is geen verplichting.
- Mini basketbal (voor kinderen tot 12 jaar) wordt op eenzelfde veld gespeeld als senioren basketbal. De ringhoogte is echter 2.60m en de bordmaat is 0.9 x 1.20 m. Het bord mag van (hard) hout of doorzichtig materiaal zijn.
Volleybal: zaalhoogte
Is een zaal die 7 meter hoog geschikt voor wedstrijdvolleybal? De regels zijn daarin zeer helder. Het gaat niet om de hoogte van de zaal, maar om de obstakelvrije hoogte boven het speelveld: “De vrije speelruimte is de ruimte boven het speelterrein, die vrij van enig obstakel is. Zij moet - gemeten vanaf de vloer - ten minste 7 m hoog zijn.” De voorgeschreven vrije hoogte geldt zowel voor het speelveld, als voor de minimaal verplichte vrije zone om het veld.
Volleybal: wedstrijdnetten
Met ingang van seizoen 2018 – 2019 gelden de volgende eisen. Bij regiowedstrijden zijn wedstrijdnetten met houten stokken toegestaan. Bij tweede-, eerste- en topdivisie zijn houten stokken niet toegestaan. Als er gekozen wordt voor een versteviging van de zijband, dan moet deze van buigzaam materiaal/glasfiber zijn.
Volleybal: nethoogte
- De nethoogte bij herenvolleybal is 2,43 m
- De nethoogte bij damesvolleybal is 2,24 m
- Bij circulatie-minivolleybal wordt meestal een nethoogte aangehouden van 2 m
Overige nethoogtes vind je op de site van de volleybalbond.
Volleybal: de scheidsrechter
Mag een scheidsrechter ook zitten? Of moet hij of zij staan? De regels zeggen het volgende: "De eerste scheidsrechter vervult zijn taken zittend, of staand op een stoel / platform die / dat bij één van de uiteinden van het net is geplaatst. De ooghoogte moet ongeveer 50 cm boven de bovenkant van het net zijn."
Richtlijnen buitenruimte
De buitenruimte bij kinderopvangcentra en BSO’s krijgt steeds meer aandacht. Waar jarenlang de nadruk lag op de binnenruimte is het nu tijd voor een uitdagende buitenruimte. Welke eisen zijn er aan buitenruimtes en waar moet je op letten bij het ontwerp en de inrichting.
De Wet Kinderopvang schrijft voor dat per kind er minimaal 3 vierkante meter per kind buitenruimte beschikbaar moet zijn. 99% van de kinderopvangcentra voldoet aan deze norm. Voor BSO-kinderen is dit echter veel te weinig. En zelfs voor jonge kinderen is 3 vierkante meter erg krap. Een onderzoek heeft uitgewezen dat 8 vierkante meter buitenruimte een BSO-kind voldoende ruimte om te bewegen geeft.
Buiten bewegen is gezond!
Buiten zijn is goed voor kinderen. En helemaal als ze dan ook nog in beweging zijn. De buitenruimte bij de opvang vraagt dus niet alleen een bepaalde afmeting, maar moet ook uitdagen tot bewegen. Een aantrekkelijk, overzichtelijk plein is hierbij een pré. Een plein waar zowel het jonge kind (0-4) als de BSO-kinderen (4-12) met plezier kunnen bewegen. De buitenruimte dient ook geschikt te zijn voor vrij spelen en (naschoolse) activiteiten, met of zonder sport- en spelmateriaal. En denk ook aan ruimte voor rustmomenten en lekker chillen.
Buitenruimte vraagt om andere insteek
Een buitenruimte van een kinderopvang vraagt op sommige vlakken om een andere insteek dan een plein dat alleen voor een basisschool bestemd is. Waarom? BSO-kinderen zijn soms wel 1,5 tot 2 uur buiten aan het spelen. Het plein moet geschikt zijn voor naschoolse activiteiten en het leeftijdsverschil tussen kinderen die op één plein spelen is veel groter dan op een schoolplein. Deze en andere facetten vragen om een andere inrichting van het plein bij een kinderopvang/BSO.
Bewegend leren in de klas
Triiiiing! Half negen ‘s ochtend, de schoolbel is gegaan en alle leerlingen zitten netjes op hun billen, in de kring of aan hun tafel. De rust keert terug in de klas en het leerproces kan beginnen. Toch? Klinkt voorgaande jou ideaal in de oren? Of probeer jij ‘zittend leren’ te beperken?
De meeste leerkrachten zijn intussen wel bekend met ‘Bewegend leren’. Veel scholen experimenteren er al mee. Ook doen wetenschappers volop onderzoek naar de voordelen van deze aanpak. Maar wat is nou precies de gedachte achter Bewegend Leren, waar kun je allemaal aan denken? En hoe kun jij het zelf in de klas toepassen? Dat zetten we in dit artikel voor je op een rij.
Wat is Bewegend Leren?
Op en rondom de school zijn kinderen al volop fysiek actief: van gymles, tot speelkwartier, tot beweegbreaks. Bewegend Leren is anders, omdat je het bewegen echt in het leerproces inzet. En dan bedoelen we niet dat ze leren sporten, maar juist vaardigheden als spellen, vermenigvuldigen en geschiedenis. De gedachte daarbij is dat kinderen lesstof al bewegend sneller opnemen.
Hoe gebruik je Bewegend Leren in de klas?
De meeste leerkrachten zetten bewegen in de klas op twee manieren in:
Je kunt het pure leren afwisselen met korte beweegpauzes. Dus even springen, rennen, of dansen tussendoor, om de concentratie te verhogen en daarna weer fris aan de slag te gaan.
Je kunt kinderen ook iets leren op een bewegende manier. Denk aan hinkelend optellen, taalspelletjes in estafettevorm, of tafels automatiseren tijdens het stuiten van een bal.
Voorbeelden van Bewegend Leren uit het basisonderwijs
We geven je graag wat voorbeelden van Bewegend Leren die jij meteen in jouw klas kunt gebruiken.
Meten met tweetallen: Zet een streep op de vloer. Eén kind zet met 2 voeten af en springt zo ver mogelijk. Een ander kind heeft de rolmaat en meet de afstand. Hoeveel centimeter is er gesprongen? Wie van de twee springt het verst? Of wie landt met de hakken het dichtst bij 75 cm?
Aardrijkskunde: Hang kaartjes op met afbeeldingen van de continenten. Hang ze een beetje hoog. Stop afbeeldingen van dieren in de Move Cube dobbelsteen. Laat kinderen rollen met de dobbelsteen. Bij welk continent past dat dier? Kinderen tikken al springend het kaartje van het juiste continent aan.
Engels leren: Hang antwoordkaartjes aan het plafond met Yes en No. Stel kinderen vragen in het Engels. Laat hen al springend het juiste antwoordkaartje aantikken.
Bekijk nog veel meer speltips in ons Inspiratieboek Bewegend Leren.
Zo kun je beginnen met Bewegend Leren
Om op jouw school te starten met Bewegend Leren heb je twee dingen nodig: inspiratie en de juiste materialen om jouw lessen ook echt actiever te maken. Nijha helpt je met beide. Bekijk een voorbeeld van compleet Bewegend Leren spelpakketten die je kunt inzetten.
De voordelen van Bewegend Leren
Tot slot is nog belangrijk om te zeggen: Bewegend Leren is een vakgebied in ontwikkeling. Er is nog geen keihard bewijs dat kinderen er echt beter van gaan leren. We weten nu eenmaal nog niet precies hoe het brein van kinderen werkt en hoe bewegen en leren samenhangen. Intussen wordt in de praktijk al flink geëxperimenteerd. Wat weten we al wel?
Bewegen is goed voor de gezondheid. Daar is zelfs een beweegrichtlijn voor ontwikkeld: 1 uur per dag is het minimum. Iets wat niet alle kinderen halen.
Leerkrachten ervaren dat veel kinderen bewegen ‘nodig’ hebben. Zij geven aan dat het inzetten van beweging positief werkt voor de concentratie in de klas.
Kinderen hebben een betere aandacht in de klas, als zij op een schooldag twee keer bewegen dan wanneer zij één keer bewegen of de hele ochtend stilzitten.
Kinderen zijn enthousiast over extra bewegen op school.
En niet onbelangrijk: ook ouders vinden het steeds belangrijker dat de school van hun kinderen voldoende beweegactiviteiten aanbiedt.
Welk type basketbalinstallatie past bij jouw sporthal?
Voldoen aan de norm
In de eerste plaats geldt dat alle sportinstallaties moeten voldoen aan spelregels en normen zoals die zijn vastgesteld door de commissie binnensportaccommodatie van NOC*NSF. Die regels schrijven bijvoorbeeld voor dat er voldoende uitloopruimte moet zijn rondom het speelveld. Ook zijn er bijvoorbeeld normen voor de ruimte tussen het bord en de toren. Deze regels zorgen ervoor dat met name de verrijdbare basketbaltorens vaak enorme constructies worden. Dat is nodig, om de toren tijdens wedstrijden in balans te houden. De torens hebben namelijk een zwaar contragewicht om de krachten van een dunkende speler die aan de ring hangt op te vangen.
Afweging 1: ambitieniveau
Als jouw vereniging op internationaal niveau speelt is de keuze eenvoudig: in dat geval is een verplaatsbare wedstrijdtoren verplicht. Speelt de vereniging in jouw hal niet op dat niveau en heeft de vereniging ook die ambitie niet, dan zijn er een aantal alternatieven. Je kunt kiezen voor een verplaatsbare toren met een kleinere afstand tussen het bord en de toren, voor een plafondinstallatie, of zelfs voor een installatie op de muur.
Afweging 2: bouwkundige voorzieningen
Afhankelijk van jouw keuze moeten bouwkundige voorzieningen aangebracht worden in de sporthal. Voor een plafondinstallatie moet de staalconstructie van de hal wellicht versterkt worden. Of als de vrije zaalhoogte beperkt is, moet er een koof (uitbouw) komen, waarin de installatie in ingeklapte stand weggewerkt wordt. Die koof garandeert de obstakelvrije hoogte tijdens het uitoefenen van ándere sporten in de hal. Voor een verrijdbare basketbaltoren heb je een grondvoorziening nodig, waaraan de toren verankerd wordt.
Afweging 3: de berging
De verrijdbare basketbaltoren is omvangrijk en vraagt veel bergruimte. Eén wedstrijdtoren vraagt een bergruimte van (b x h x d) 184 x 194 x 487 cm. Zeker in hallen waarin veel verenigingen sporten, is de toestelberging vaak overvol. Deze torens vormen dan enorme obstakels. Als jouw hal een kleine toestelberging heeft, kan een plafondinstallatie dus een goed alternatief zijn.
Afweging 4: ergonomie
Vanuit ergonomisch perspectief geniet een plafondinstallatie de voorkeur. Met behulp van een eenvoudig bedieningspaneel aan de wand, kun je met een druk op de knop alles in- en uitklappen. De verrijdbare wedstrijdtorens zijn overigens bedieningsvriendelijk gemaakt, om ze eenvoudig door de zaal te kunnen rijden.
Tot slot
De keuze voor een basketbaltoren of een plafondinstallatie is dus van meerdere factoren afhankelijk. Goed om te weten is dat beide varianten uit het assortiment van Nijha voldoen aan de gestelde normen.
5 tips inrichting sporthal
Tip 1: leg het ambitieniveau vast
De centrale vraag is: hoe en door wie wordt jouw accommodatie de komende jaren gebruikt? Als je dit helder hebt, kun je veel nauwkeuriger bepalen welke inrichting je nodig hebt. Kijk daarbij bij voorkeur ook 10 tot 15 jaar vooruit. Stel je zelf de volgende vragen: Blijft het onderwijsgebruik gelijk? Verwachten we nieuwe sporten en verenigingen in de accommodatie? Hoe ziet de exploitatie er nu uit en welke (extra) verhuurkansen liggen er in de nabije toekomst? Welke materiaalbehoefte hoort daarbij? De keuze die je nú maakt voor de plek van vaste sporttoestellen, hijsunits voor ringen en touwen, klimrekken en van volleybalpotten – bepalen immers voor de komende 15 tot 20 jaar hoe er in jouw sporthal gesport wordt.
Tip 2: de basisinventarislijst is géén goede basis voor een offerte
De KVLO (vakvereniging van vakleerkrachten LO) heeft basisinventarislijsten gemaakt voor onderwijsgebruik door primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Vaak verwijzen de eigenaren van een sporthal naar deze lijsten, als basis voor een offerte. Onze ervaring leert dat dit een enorme variatie in offertes oplevert, omdat deze inventarislijsten ervan uitgaan dat scholen keuzes maken uit de geboden opties. Door de lijst klakkeloos op te sturen, gaat een inrichter die keuzen maken. Het is beter om dit zelf te doen, door samen met gebruikers een inrichtingsplan op te stellen. Dat levert uiteindelijk een wensenlijst op, die als uitgangspunt dient voor het opvragen van offertes. Zo kun je de offertes van verschillende inrichters veel beter met elkaar vergelijken. En als er op toestelniveau vernieuwingen zijn, dan geeft Nijha dit als alternatief weer.
Tip 3: betrek de gekozen inrichter al vroeg bij het project
De keuze voor een bepaalde sporttechnische inrichting, heeft consequenties voor bouwkundige voorzieningen. Het aantal gewenste volleybalvelden bepaalt bijvoorbeeld hoeveel grondvoorzieningen voor de volleybalpalen er nodig zijn. En de gewenste locatie van plafond-units, heeft invloed op de plek van de verlichting in de zaal. Daarom is het belangrijk om Nijha als inrichter al te betrekken in de fase waarin de architect het voorlopig ontwerp maakt. Dan kun je aanpassingen nog eenvoudig doorvoeren. Met de technische tekeningen van de inrichter, kan een constructeur tijdig het benodigde staalwerk doorrekenen. Als het definitief ontwerp klaar is, zijn wijzigingen tijdrovend en kostbaar en werken ze verstorend op het inrichtingsproces.
Tip 4: maak een inrichtingsplan
Als je jouw ambitieniveau hebt bepaald, kun je al snel een grove inrichtingswens en materialenlijst gymzaal opstellen. Dat hoeft niet per se tot op detailniveau – dat kun je ook later doen. Als het maar duidelijk is wie er gebruikmaken van de zaal en wat de primaire wensen van de gebruikers zijn. Als jij bijvoorbeeld weet dat er wedstrijdvolleybal op een bepaald niveau gespeeld gaat worden, op een specifiek aantal velden: dan kan weet Nijha – of een andere inrichter – hoeveel palen, grondpotten en netten je daarvoor nodig hebt. Hetzelfde geldt voor een gymzaal bank, dikke mat gymzaal of kast gymzaal. Weten welke gymtoestellen je moet kopen is dus belangrijk, maar welk gymzaal materiaal je precies kiest, kun je ook later beslissen.
Tip 5: laat inrichters hun visie en offerte toelichten
Vaak worden offertes na binnenkomst besproken en vergeleken in een projectgroep van de opdrachtgever. Op basis daarvan maakt de opdrachtgever een keuze voor een inrichter. Omdat de aanbiedingen tekstueel en inhoudelijk verschillen, is het voor niet-ingewijden vaak lastig de onderlinge verschillen goed te duiden. Ook wordt uit een offerte lang niet altijd duidelijk vanuit welke visie de inrichter bepaalde keuzen maakt. Ons advies: laat aanbieders hun voorstel toelichten, zodat duidelijk wordt waarom welke keuzen gemaakt zijn. Je krijgt veel kwalitatieve informatie, op basis waarvan je vervolgens een gedegen keuze maakt.
Hoe maak je een punchballon dicht
De punchballon is gemaakt van stevig latex en kan in de meeste gevallen vaker gebruikt worden. Veel gebruikers knopen de ballon na het opblazen dicht. En dat is jammer omdat de knoop vaak lastig los te krijgen is. Door de stop van de ballon op te rollen en in de ballon te stoppen is meermalig gebruik veel eenvoudiger. Hoe het werkt:
- Pak de stop bij het uiteinde en rol deze op tot de verdikking
- Draai de opgerolde stop verticaal en druk deze in de verdikking
- Druk de opgerolde stop in de ballon. Deze gaat nu dwars staan en sluit de opening af
Na gebruik kan de stop weer uit de ballon gehaald worden waarna deze weer leegloopt.

Niet opblazen maar pompen
Als de ballon opgeblazen wordt, komt er vocht in de ballon. Bij het opbergen van de lege ballon, plakt de binnenkant aan elkaar. De kans is groot dat deze dan bij een volgende keer opblazen knapt. Beter is om de ballon op te pompen met een dubbel werkende pomp. Dat gaat ook nog eens sneller dan opblazen.
Ballonhoes biedt extra bescherming
Wordt de ballon ingezet bij spelactiviteiten als bouncebal, dan kan het wenselijk zijn om de ballon extra te beschermen of om da ballon iets steviger te maken waardoor deze zicht meer als een bal gedraagt. Dat maakt het spel wat sneller dan dat de ballon zonder hoes gebruikt wordt. Bovendien stuit de ballon goed als deze voorzien is van een hoes. Het werkt simpel: druk de ballon door de opening in de ballonhoes waarbij de stop uit de hoes steekt. Pomp de ballon op totdat de hoes strak staat. Rol de stop op en stop deze tussen de hoes en de ballon. Zo blijft de lucht goed in de ballon. Er zijn 2 maten hoezen:
- Hoes met een diameter van 24 cm - Maakt de ballon sneller
- Hoes met een diameter van 33 cm - Laat de ballon langer zweven
Lesmethodes bewegingsonderwijs in de gymzaal
Er zijn diverse werkboeken en methoden beschikbaar voor het bewegingsonderwijs. Die kunnen je helpen bij de planning van de lessen. Als je bijvoorbeeld geen uitgewerkt vakwerkplan bewegingsonderwijs hebt, kan één van onderstaande methoden uitkomst bieden. Zonder uitputtend te zijn, volgt hieronder een overzicht voor het basis-, voortgezet en speciaal onderwijs.
Bewegen Samen Regelen
- Voor elke groep dezelfde lesopbouw.
- De kinderen werken zelfstandig met behulp van leskaarten.
- Voldoende leertijd en herhaling.
- Bestel hier de methode Bewegen Samen Regelen.
Basisdocument bewegingsonderwijs
- De 12 leerlijnen rond overeenkomstige bewegingsproblemen.
- Naast de methodische / didactische aspecten van de diverse leerlijnen, beschrijft deze methode ook de tussendoelen voor de verschillende leeftijdsgroepen.
- Bestel hier het Basisdocument bewegingsonderwijs.
Methode Basislessen bewegingsonderwijs 2
- Voor elke groep zijn 21 basislessen beschreven bestaande uit tik-, jagerbal-, trefbal-, lijn-, doel- en stoeispelen.
- Uitgangspunt bij de basislessen is het spelen in kleine groepen. Elk kind krijgt zodoende de mogelijkheid alle aspecten van het spel te doorleven: aanvallen en verdedigen, tikker zijn en 'af' zijn, winnen en verliezen, enzovoort.
- Bestel hier de methode Basislessen bewegingsonderwijs 2
De lesbrieven
- Een praktisch vakwerkplan voor bewegingsonderwijs aan groep 3 tot en met 8.
- De losbladige methode is samengesteld op basis van de twaalf leerlijnen.
- Bestel hier de Lesbrieven vakwerkplan BO 3 t/m 8.
Basisdocument bewegingsonderwijs ZML
- 12 leerlijnen uitgewerkt in 29 bewegingsthema’s.
- Speciale aandacht voor leerlingen met geringe bewegingsmogelijkheden en leerlingen in een rolstoel.
- Bestel hier het Basisdocument bewegingsonderwijs ZML
Lessenplan Online
- Praktische methode die zich naast de traditionele technische lijn, onderscheidt door nieuwe beweegvormen en differentieel leren.
- Sterke focus op het visuele, veel ondersteunend videomateriaal.
- Naast een lesmethode rond 13 leerlijnen bevat deze methode een uitgebreide spellendatabase, waaruit zelf honderden extra spellen kunnen worden ingevoegd.
- Bestel hier de Basis Lesmethode of Kleutergym van Lessenplan
Boek Basisdocument VO
- Een compleet beweegprogramma voor de onderbouw van het VO.
- De 22 leer- en ontwikkellijnen komen aan bod met duidelijke link naar de praktijk.
- De leerlijnen zijn geordend naar vier sleutels in de bewegingscultuur: bewegen beleven, bewegen verbeteren, bewegen regelen en gezond bewegen.
- In aantal extra thema’s worden populaire beweegvormen uitgediept, zoals golf, klimmen, mountainbiken en skaten.
- Bestel hier het Boek Basisdocument VO.
