Voortgezet Onderwijs
Jongeren op het voortgezet onderwijs zijn een lastige doelgroep om in beweging te krijgen. Maar, ze willen wel bewegen. Met onze jarenlange ervaring in het voortgezet onderwijs delen we graag onze kennis.
Artikelen
Veiligheid van sportinventaris voor onderwijsgebruik
De veiligheid van sportinventaris is een verantwoordelijkheid die gedeeld wordt door verschillende partijen. Als vakleerkracht lichamelijke opvoeding heb je dagelijks te maken met de praktische aspecten van deze verantwoordelijkheid. Erik Spiegelenberg, beweegspecialist bij Nijha, heeft een artikel in het LO magazine geschreven over dit onderwerp. Dit artikel biedt inzicht in de verantwoordelijkheden, technische eisen en praktische implicaties rondom de veiligheid van sportinventaris. Met als doel om de fysieke veiligheid van lesgever en leerling optimaal te borgen. Download hieronder het volledige artikel of lees door voor de samenvatting.
Inspectie en onderhoud
Regelmatige inspectie van sportinventaris is onderdeel van de algemene zorgplicht die voortvloeit uit het Burgerlijk Wetboek, de Arbowet en de Woningwet. Inspecties helpen ongevallen te voorkomen, beperken aansprakelijkheidsrisico’s en dragen bij aan een langere levensduur van toestellen. Inspectie en onderhoud kunnen worden opgenomen in de RI&E van de school.
Een inspectie is altijd een momentopname. Een toestel dat vandaag is goedgekeurd, kan door intensief gebruik of schade later alsnog onveilig worden. Daarom is naast periodieke professionele inspectie ook dagelijkse alertheid van gebruikers noodzakelijk.
Normen en wetgeving
Voor gym- en sporttoestellen worden NEN-EN-normen gehanteerd, zoals NEN-EN 913. Deze normen geven technische richtlijnen voor veiligheid, maar zijn niet wettelijk verplicht, tenzij hier expliciet naar wordt verwezen in wet- of regelgeving. Afwijkingen van de norm zijn mogelijk, mits kan worden aangetoond dat het veiligheidsniveau gelijkwaardig is.
Sinds december 2024 geldt daarnaast de Europese General Product Safety Regulation (GPSR). Deze wetgeving vereist dat producten veilig zijn bij normaal en voorzienbaar gebruik. NEN-EN-normen vormen hierbij een belangrijk technisch uitgangspunt, maar de beoordeling blijft contextafhankelijk.
Inspecteren versus keuren
Inspecteren en keuren zijn verschillende processen. Inspectie betreft het systematisch beoordelen van de staat en veiligheid van sportinventaris, met rapportage en adviezen. Keuren is wettelijk verplicht voor bepaalde speeltoestellen en elektrisch aangedreven toestellen en resulteert in een formeel goedkeuringscertificaat. Voor de meeste conventionele gymtoestellen geldt geen keuringsplicht, maar wel een inspectieverplichting vanuit de zorgplicht.
Verdeling van verantwoordelijkheden
De verantwoordelijkheden zijn duidelijk verdeeld:
De accommodatie-eigenaar (school of gemeente) is verantwoordelijk voor structureel onderhoud, professionele inspecties en tijdige vervanging van defect of afgeschreven materiaal.
De school als werkgever moet zorgen voor een veilige leer- en werkomgeving, inclusief duidelijke procedures voor het melden en opvolgen van gebreken.
De vakleerkracht lichamelijke opvoeding is verantwoordelijk voor veilig gebruik van de materialen, het uitvoeren van visuele controles en het melden van onveilige situaties. Defect materiaal wordt niet ingezet.
Aansprakelijkheid
Bij ongevallen wordt gekeken naar de staat van de inventaris, het onderhoud en inspectiebeleid en het gebruik van het materiaal. Nalatigheid in onderhoud of inspectie kan leiden tot aansprakelijkheid van de accommodatie-eigenaar of werkgever. Het blijven gebruiken van bekend ondeugdelijk materiaal kan, in uitzonderlijke gevallen, leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van de lesgever.
Conclusie
Veiligheid van sportinventaris is geen eenmalige handeling, maar een continu proces. Door heldere verantwoordelijkheden, regelmatige inspecties en alert handelen in de dagelijkse praktijk kan een veilige leeromgeving worden geborgd. Zo blijft bewegingsonderwijs niet alleen uitdagend en leerzaam, maar vooral ook veilig.
Inspectie en onderhoud van springkasten
De levensduur van je springkast wordt beïnvloed door meerdere factoren waar de normlijsten geen rekening mee houden. De normlijst gaat uit van het gemiddelde, maar jouw accommodatie kan daarvan afwijken. Springkasten worden vooral gebruikt door gymverenigingen en scholen. Hier worden groepen steeds groter en de situaties waarin de springkast wordt ingezet veranderen. De gebruiksfrequentie en gebruiksintensiteit neemt hierdoor toe. Hoe is dat bij jouw accommodatie? Het is belangrijk om hier inzicht in te krijgen. Dit heeft invloed op de levensduur van je springkast.
Meer dan een kast om over te springen
Naast een object om overheen te springen, wordt de kast ook ingezet in hindernisbanen, conditie circuits en als attribuut om banken aan te hangen. En een omgekeerde kastkop wordt gebruikt als opbergplek voor ballen. Een springkast wordt dus breed ingezet. Al deze gebruikstoepassingen kunnen naast een grote druk op de levensduur, ook tot hogere onderhoudskosten leiden.
Voorkomen van onderhoudskosten
- Het is belangrijk dat de wieltjes schoon zijn en worden gehouden. We zien vaak dat wieltjes niet meer goed werken door haren en overtallig stof. Hier kun je jezelf goed tegen verzetten door deze te controleren op vuil.
- Wanneer de springkast in de berging wordt geplaatst, moet deze altijd van het verrol af worden gehaald. Dit voorkomt constante leuning van de kast op het verrol.
- Het leerdek van de kast kan worden aangetast door het gebruik. Om beschadiging tegen te gaan zou het leerdek 1 á 2 keer per jaar moeten worden ingesmeerd met ledervet.
- Door slim te ontwerpen, beperken we de onderhoudskosten tot een minimum. De springkast van Nijha is voorzien van een ‘verende verrol’. Als kinderen tijdens het verplaatsen op de kast gaan zitten, dan zakt de kast op de grond. Zo voorkomen we overbelasting van de verrol en het onderste kastdeel. Daardoor heb je minder onderhoudskosten.
- De hoeken van onze springkasten zijn versterkt en voorzien van een beuken vormdeel. Dit voorkomt beschadiging van de hoekconstructie. Bovendien draagt het eraan bij dat de kast langer stabiel en onderhoudsvrij blijft.
Bewegen op het schoolplein in het voortgezet onderwijs
Tot en met groep 8 spelen kinderen van de basisschool nog volop met veel plezier op het schoolplein. Na de zomervakantie gaan ze naar de brugklas en dan is het spelen helemaal over. Wat is er in die zomervakantie gebeurd? Hoe zorg je dat leerlingen van de middelbare school meer bewegen tijdens pauzes en tussenuren?
Met het afsluiten van de basisschool en start op het voortgezet onderwijs veranderen kinderen. Van de oudsten op school zijn ze ineens weer de jongsten, de sociale setting is anders en de hormonen spelen op. Allemaal ingrediënten die invloed hebben op hoe kinderen zich gedragen op school. Opeens is het niet meer ‘chill’ om te schommelen, al zal elke middelbare scholier dat nog graag doen. Om ze te verleiden tot bewegen is meer nodig dan het plaatsen van een pannakooi, of tafeltennistafel. Wat brengt jongeren wél in beweging?
De ‘stenen’ praktijk
Waar het bij basisscholen heel gebruikelijk is om schoolpleinen beweegvriendelijk in te richten, is de buitenruimte bij het voortgezet onderwijs wat betreft bewegen jarenlang buiten beeld geweest. De buitenruimten rondom scholen voor voortgezet- en beroepsonderwijs zijn vaak stenig en de nadruk lag met name op ontmoeten. Vaak in de vorm van zit- en hangplekken. Opvallend, omdat we juist deze doelgroep aan het bewegen willen krijgen en houden. Gelukkig zien we een trend dat scholen voor voortgezet onderwijs - naast het bewegingsonderwijs en de sportkennismakingslessen - initiatieven nemen om jongeren meer in beweging te krijgen. Hoe pak je dat aan?
Vraag jongeren naar hun behoefte
Het is een open deur: maar haal actief wensen en ideeën op bij de leerlingen zelf. Dat levert de meest waardevolle input op om tot een succesvolle beweeg-actieve inrichting te komen. Betrek leerlingen uit meerdere leerjaren vanaf de eerste plannen. Laat ze meepraten, maar geef ze vooraf ook de kaders waarbinnen beweegactiviteiten plaats kunnen vinden (locatie, budget, ...). Ervaring leert dat leerlingen graag mee willen denken. Om hen te helpen bij het stellen van prioriteiten, kun je hen vragen om hun wensen en hun eisen in aparte lijstjes op te schreven. Voorkom dat begeleiders vanuit hun eigen perspectief gaan sturen.
Van visualisatie naar ontwerp
Abstract denken is best lastig voor leerlingen. Wat helpt om hun wensen vorm te geven, is hen een maquette of model te laten maken. Dat dwingt de jongeren om na te denken over proporties en functies in relatie tot de beschikbare locatie(s). Dit onderdeel zou onderdeel kunnen zijn van de lessen binnen de creatieve vakken.
Op basis van de wensen en ideeën die je ophaalt, kan een landschapsontwerper een vlekkenplan maken. Daarmee breng je de grove indeling van de locatie in beeld, inclusief verkeersstroken (fietsen, logistiek, enz.). Vervolgens ga je via een voorlopig ontwerp naar een definitief ontwerp.
Wat vraagt het van de school en docenten
Accepteer dat wat leerlingen graag willen, lang niet altijd past bij de ideeën die de school heeft bij de pleininrichting. Beoordeel de ideeën vooral op basis van de aangegeven kaders. Daarmee voelen leerlingen zich serieus genomen en zullen ze na de realisatie ook ‘staan’ voor de gekozen oplossing. En … ‘goed voorbeeld doet goed volgen’. Hoe gaaf is het om op het plein een buitenklas te realiseren, of om op vrijdagmiddag als docenten samen met de leerlingen actief te zijn? Van een sport-battle tot chillen in de hangmatten.
3 extra tips bij het proces van schoolpleininrichting
• Betrek al in een vroeg stadium een professional voor het ontwerp. Deze kan de wensen vertalen in een juiste zonering, zodat de verschillende pleinfuncties elkaar niet in de weg zitten en de invulling aansluit op de uitgangspunten en wensen.
• Bewegen is belangrijk maar neem in de plannen ook mee dat het plein prettig is om te verblijven en houd bij zitplekken ook rekening met mogelijkheden om buiten te studeren.
• Is extra financiering nodig, begin dan vroegtijdig met een aanvraag bij fondsen, de doorlooptijd kan aardig oplopen.
Best practices
Het Assink Lyceum in Neede doorliep bovenstaand traject. De inrichting is heel anders geworden dan op de meeste schoolpleinen aanwezig is. Maar: het doet recht aan de ideeën die naar voren kwamen tijdens de participatiesessies met leerlingen en docenten. Een mooi voorbeeld dat leerlingen uit het voortgezet onderwijs best nog willen bewegen op het schoolplein, maar dan wel op basis van wat hén boeit.
Het VMBO Helicon uit Kesteren heeft een Sport- en Fitnesstuin gerealiseerd bij de school. Met outdoor fitnesstoestellen, een pannaveld en interactief stoepranden. Leerlingen vinden het geweldig en zijn meer gaan bewegen in de buitenlucht.
Onderwijscentrum ’t Roessingh in Enschede, voor kinderen met een beperking, koos bewust voor een aangepast Cruyff Court met daaromheen beweegaanleidingen. Zo kunnen meerdere activiteiten naast elkaar plaatsvinden en is er ruimte voor differentiatie. Ook de omliggende wijk maakt er dankbaar gebruik van.
Onderwijscentrum ’t Roessingh in Enschede, voor kinderen met een beperking, koos bewust voor een aangepast Cruyff Court met daaromheen beweegaanleidingen. Zo kunnen meerdere activiteiten naast elkaar plaatsvinden en is er ruimte voor differentiatie. Ook de omliggende wijk maakt er dankbaar gebruik van.
Tips inspectie en onderhoud van matten
Matten worden intensief gebruikt in het bewegingsonderwijs, maar bijvoorbeeld ook door turnverenigingen. Wat zijn de afschrijftermijnen van die matten? Welk soort mat gaat het langst mee? En waarom mag je afgekeurde matten niet als reserve of voor éxtra veiligheid gebruiken?
Wat is de afschrijftermijn voor matten?
De basisinventarislijst van de KVLO geeft aan wat de gemiddelde afschrijftermijn is voor sportmateriaal: bijvoorbeeld 8 jaar. In de praktijk kan het zijn dat een mat al na 6 jaar wordt afgekeurd, ofwel is afgeschreven. Dat komt omdat het werkelijke gebruik altijd belangrijker is, dan het landelijke gemiddelde. Jouw matten worden intensiever gebruikt als naast basisonderwijs, ook voortgezet onderwijs er gebruik van maakt. Een turnvereniging gebruikt de matten intensiever dan een badmintonvereniging. Al deze factoren spelen mee om een goed beeld te krijgen van de juiste afschrijftermijn van de matten in jouw specifieke accommodatie.
Hoe maak ik een goede begroting voor het afschrijven van mijn matten?
Het goed inschatten van de afschrijftermijnen is belangrijk om tot een realistische exploitatiebegroting te komen. Als jouw matten door intensief gebruik geen 8 jaar, maar 6 jaar meegaan: dan heb je een gat in de begroting. Ons advies is om een meerjarenbegroting te maken voor de volledige inventaris van jouw accommodatie – gebaseerd op het daadwerkelijke gebruik in de praktijk. En als het gebruik van jouw accommodatie wijzigt omdat er andere verenigingen actief zijn, of nieuwe sporten (zoals freerunning) worden aangeboden: pas dan ook de afschrijftermijnen aan.
De ene mat is de andere niet
Een afschrijftermijn staat niet op zich. Het heeft een directe relatie met de kwaliteit van een product. Een kwalitatief goede mat, met juiste vulling en hoes, gaat langer mee dan een goedkoper alternatief. Het is dus belangrijk om bij de aanschaf al een goed beeld te hebben van het gebruik en daar de kwaliteit van sportinventaris op af te stemmen. Twee tips:
- Een goedkopere vulling op polyether basis is losser van samenstelling en geeft minder demping is dan bij een (duurdere) compacte vulling. Bij veelvuldig landen op dezelfde plek wordt de vulling zo dun wordt dat de mat tijdens de zaalinspectie sneller afgekeurd wordt.
- De wijze van opbergen heeft invloed op de levensduur. Het beste is de matten horizontaal op te bergen. Bij verticale berging (staand op een mattenwagen of hangend aan klittenband aan de muur) drukt de zwaartekracht op de lijmverbindingen van de polyether delen. Gevolg is dat de vulling ‘uitzakt’ en aan functionaliteit verliest.
Focus op investering of exploitatie
Zeker bij nieuwbouw of renovaties van sportaccommodaties worden nog wel eens een concessie gedaan aan de kwaliteit van de inventaris, omdat anders het beschikbare investeringsbudget overschreden wordt. Daarbij vergeten eigenaren vaak dat een goedkoper product wel binnen de investering past - maar korter meegaat. Een goedkopere mat, moet je eerder afschrijven. Ervaring leert dat dit extra druk geeft op de exploitatiebegroting en leidt tot ontevreden gebruikers. Vooraf meer investeren, betaalt zich later terug.
Gedifferentieerde huurbedragen?
Gebruik van sportinventaris door turnverenigingen draagt bij aan een versnelde afschrijving. Vraag is of turnverenigingen dan ook een andere huurprijs zouden moeten betalen voor een sportaccommodatie dan bijvoorbeeld een badmintonvereniging. Door een extra bijdrage in de huurprijs te verwerken voor versnelde afschrijving, blijft je in staat om beide verenigingen binnen te houden.
Mag ik afgekeurde matten gebruiken als extra zekerheid bij springactiviteiten?
Ons advies is om afgekeurde materialen uit de sportaccommodatie te verwijderen. Dat lijkt logisch, maar in de praktijk gaat het vaak anders. Hoe zit het met de risico’s en aansprakelijkheid?
- Als tijdens een inspectie de matten worden afgekeurd, dan wordt dit duidelijk aangegeven, zowel op het inspectierapport als op de matten. Gebruikers zien dus dat de matten zijn afgekeurd.
- Als je deze matten toch inzet, is er sprake van opzettelijk gebruik van afgekeurd materiaal. Bij een ongeval kan "nalatigheid in handelen" verweten worden.
- Ook bij het inzetten van een afgekeurde mat als extra zekerheid bij een springsituatie is sprake van nalatigheid in handelen.
Stel dat een sporter zich ernstig blesseert bij de uitloop na een sprong. Deze blessure ontstaat op een afgekeurde mat. Als de trainer aansprakelijk gesteld wordt, kijkt de verzekeraar naar de situatie waarin de blessure ontstond. Als blijkt dat er afgekeurd materiaal gebruikt is, komt de aansprakelijkheid snel bij de lesgever of trainer te liggen. Het feit dat de blessure waarschijnlijk veel erger zou zijn als die (afgekeurde) mat er niet gelegen zou hebben, is voor de verzekeraar niet relevant. Kortom: nóg een argument om tijdig te investeren in vervanging van de matten!
Afmetingen van de gymzaal
Een veelgehoorde vraag: In onze gemeente mogen we een nieuwe gymzaal bouwen. We denken aan een zaal met de maten 21 x 12 meter. Nu horen we dat de KVLO als afmetingen gymzaal 26 x 15,4 meter aanbeveelt. Maken die paar meter extra in de praktijk zoveel verschil?
Argumenten vóór grotere gymzalen
Een paar meter extra is een verschil van dag en nacht. In de eerste plaats, de gymzalen van vroeger zijn gebaseerd op een hoeveelheid vierkante meter ruimte per leerling. De lesgroepen zijn sinds die tijd veel groter geworden. Vanuit dat oogpunt is iedere extra meter er één. Maar ook het veranderende bewegingsonderwijs in de afgelopen decennia vraagt om een zaal met grotere afmetingen, in de lengterichting en in de breedte. Welke argumenten liggen hieraan ten grondslag?
Grotere groepen
De projectgroep Normen van de KVLO beveelt een afmeting van 26 x 15,4 meter aan voor een gymzaal. Er zijn hiervoor een aantal belangrijke argumenten aangedragen. Zo zijn de groepen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs groter geworden, waardoor er meer “beweegruimte” nodig is. Om effectief en gevarieerd les te kunnen geven, maar ook om een veilige gymles te kunnen bieden en ongevallen te voorkomen. Daarnaast zijn er vakinhoudelijk belangrijke beweegredenen om voor een grote zaal te kiezen. Dit geeft docenten de mogelijkheid om in 3 vakken les te geven.
In meerdere situaties lesgeven
Het belangrijkste vakinhoudelijke argument is het lesgeven in meerdere situaties. Oftewel het aanbieden van drie of meer activiteiten gelijktijdig. Een wijze van lesgeven die alle hedendaagse bewegingsmethodes adviseren en iets wat vrijwel iedere vakleerkracht bewegingsonderwijs en groepsleerkracht in de praktijk ook doet. Deze manier van lesgeven vergroot de bewegingsintensiteit en leidt ertoe dat activiteiten vaak “in de breedte” worden gegeven. En die extra meters zijn dan zeer gewenst om de activiteiten goed tot hun recht te laten komen.
Zwaaien over de breedte
Eén van de bekendste leerlijnen binnen bewegingsonderwijs is zwaaien. Groot nadeel van zwaaien is dat het veel ruimte inneemt over de lengte van een gymzaal, waardoor naast het zwaaien weinig ruimte overblijft voor andere activiteiten. Maar dit probleem is er niet met een 15,4 meter brede gymzaal. Er kan dan gezwaaid worden over de breedte van de zaal, waardoor de overige zaalruimte veel effectiever voor andere activiteiten kan worden gebruikt. Belangrijk hierbij is in een vroeg stadium, de ontwerpfase van een gymzaal, bij de architect aan te kaarten dat de wens er is te zwaaien over de breedte. In het ontwerp kan dan rekening worden gehouden met een juiste plaatsing van de draagbalken. De gemeente Arnhem heeft een aantal gymzalen op deze wijze ingericht en andere gemeenten hebben zich laten inspireren door dit “Arnhems model”.
Ook voor sportspelen
Ook voor sportspelen, zoals volleybal, badminton, basketbal, korfbal en voetbal bieden de extra meters meerwaarde. In de gymles, maar ook voor trainingen van sportverenigingen in de gymzalen. Sporten – basketbal, korfbal, voetbal, hockey- tijdens de gymles, waarbij het recht van aanval halen centraal staat, worden vaak in meerdere situaties naast elkaar aangeboden. De extra ruimte zorgt letterlijk voor meer diepte in het spel zodat deze sportactiviteit beter tot z’n recht komt en de activiteit beter “loopt”. En bij netspelen over de breedte zoals volleybal en badminton is er meer ruimte achter de achterlijn, waardoor het bekende kort-lang spel –sparren- veel meer uitdaging krijgt. Door de breedte van 15,4 meter kunnen er 3 badmintonvelden naast elkaar liggen. De lengte van 26 meter maakt het mogelijk om basketbal te spelen voor het bewegingsonderwijs. Bij trainingen van sportverenigingen in de avonduren is er meer uitloop buiten de speelbelijning, waardoor de training veiliger is en de kans op aanraking met de muur kleiner is.
Tips van de sportiefste scholen voor meer bewegen op de middelbare school
Zoek je inspiratie om de leerlingen op jouw school voor voortgezet (speciaal) onderwijs meer te laten bewegen? De vijf sportiefste scholen van Nederland delen hun visie, aanpak en tips.
Elk jaar organiseert de KVLO de verkiezing voor de Sportiefste School van Nederland. Vijf scholen worden genomineerd om hun buitengewoon goede of innovatieve sport- en beweegaanbod voor hun leerlingen. Voordat we de beste ideeën per school delen, laten we zien wat zij gemeen hebben in visie en aanpak.
Tip 1: een sterke visie
Alle scholen pakken het anders aan, maar hebben toch één ding gemeen: een sterke visie op sport en bewegen. Deze scholen ‘ademen’ bewegen. Niet alleen zijn hun basisgymlessen kwalitatief goed, ze organiseren ook veel extra aanbod - zelfs in de pauzes. De vaksectie trekt meestal de kar, maar wat deze scholen typeert is dat ook directie en andere docenten meer bewegen omarmen. Niet alleen voor de lol van meer uren sport, maar vanuit de visie dat veel bewegen goed is voor de héle ontwikkeling van een kind. Door meer uren fysiek actief te zijn, bouwen deze scholen doelbewust aan zelfvertrouwen, leerprestaties en motorische vaardigheden.
Tip 2: voor álle leerlingen
Op deze scholen is het extra beweegaanbod niet alleen voor de talentjes en hoog gemotiveerden. Alle leerlingen worden op hun eigen niveau gestimuleerd. Leerlingen die minder sportmined zijn, krijgen extra begeleiding bij hun motorische ontwikkeling. Leerlingen die sport niet van huis uit meekregen, krijgen een kans om hun talent te laten zien. En leerlingen in het speciaal onderwijs krijgen zélf de regie op wat zij kunnen. Met een inclusieve aanpak til je je beweegbeleid naar een hoger niveau dan alléén een sportklas.
Tip 3: gewoon DOEN
Tot slot zijn de winnaars echte doeners. Zij wachten niet af, maar stellen zelf een plan op. Ze maken daarin duidelijk wat de voordelen voor de héle school zijn en hoe álle leerlingen ervan profiteren. En ze begonnen klein, zodat bewegen steeds meer in het dna van alle collega’s komt. Maar de tip is vooral: begin gewoon!
Het Calandlyceum, Amsterdam
Deze Daltonschool voor vmbo tot en met gymnasium in het diverse Amsterdam-West heeft als slogan ‘Ontdek wat jij kunt bereiken’. De school biedt alle leerlingen kansen en brengt hen in aanraking met wat ze niet kennen. In de visie van het Calandlyceum is een gezonde leerling, een leerling die kan leren. Het gaat hier niet alleen om cognitief leren, maar ook om welzijn. Daarom zet de school niet krampachtig in op leerachterstanden wegwerken na corona. Maar investeert ze juist in leerlingen laten bewegen om ze weer goed in hun vel te krijgen. Op veel scholen zie je alleen de brugklassen nog bewegen in de pauzes, maar op het Calandlyceum gaat dat door tot en met het eindexamen.
- Alle leerlingen krijgen 4 uur gymles per week. En extra sportactiviteiten in de Daltonuren.
- Om de extra beweeglessen inclusiever te maken, start in 2021 de Sportacademy. Daar zijn ook leerlingen welkom die van thuis uit sporten niet meekregen, of waar geen geld is om lid te worden van een club. Zij maken kennis met verschillende sporten om te kijken waar hun talent ligt. En ze krijgen attitudelessen over doorzettingsvermogen en discipline.
- Vanuit de sportklassen is nauw contact met lokale sportverenigingen. En de school werkt samen met het naschoolse Topscore programma van de gemeente. Daar krijgen leerlingen voor wie sport niet vanzelfsprekend is, extra aandacht en leuke sportactiviteiten.
Onderwijscentrum De Twijn, Zwolle
Deze cluster 3 school heeft een sterk gevarieerde groep leerlingen, qua beperkingen, iq en motorische vaardigheden. Het doel van De Twijn is de leerlingen voorbereiden op een betekenisvolle plek in de samenleving. De leerlingen krijgen een beweegaanbod op maat, waarbij de school gelooft dat je groeit door succes te ervaren.
- De Twijn werkt ‘groepsdoorbroken’. Leerlingen uit dezelfde klas gymmen niet met elkaar, maar worden ingedeeld bij leerlingen met vergelijkbare vaardigheden. Er is een groep lopers, een groep elektrische rolstoelers en een groep handbewogen rolstoelers. Het aanbod wordt aangepast op de mogelijkheden van de groep.
- De leerlingen krijgen regie over hun eigen succes. Is een oefening te moeilijk? Dan bedenken ze zelf hoe ze hem kunnen aanpassen, zodat het wel lukt. De vakdocent geeft de autonomie om het zelf op te lossen en succes te ervaren.
- De Twijn werkt nauw samen met Special Heroes Nederland. Zij begeleiden leerlingen naar naschoolse sport bij een vereniging.
Basisinventarislijst gymzalen
Met deze lijst is het eenvoudig te zien welke toestellen en sport- en spelmaterialen er aanwezig moeten zijn in de zaal.
In 2000 heeft de KVLO de eerste basisinventarislijst voor het primair onderwijs ontwikkeld als opvolger van de LONDO lijst. In de afgelopen jaren is er veel veranderd in het bewegingsonderwijs, zowel op het gebied van lesorganisatie als op het vlak van inrichting en zaalafmetingen.
Als vervolg is er in maart 2018 een totaal vernieuwde nieuwe basisinventarislijst verschenen.
Uitgangspunten in 2000
De Basisinventarislijst is ontwikkeld op basis van de volgende uitgangspunten:
- de inventarislijst biedt voor elke visie op bewegen en vanuit de belangrijkste methoden mogelijkheden een gymzaal goed in te richten.
- de inventarislijst is toekomstgericht en zowel toepasbaar in huidige zalen (12 x 21 m) als in grotere afmetingen (14 x 22 m).
- de inventarislijst biedt ruimte om les te geven in 3 of 4 groepen, maar ook klassikaal of in stroomvorm.
Kortom: een breed toepasbare basisinventarislijst voor elke lesgever, gemeente of schoolbestuur.
Keuzevrijheid per zaal
Vroeger was er sprake van een standaardinrichting voor elke zaal voor het primair onderwijs. Tegenwoordig wordt de inrichting meer en meer bepaald door het vakwerkplan bewegingsonderwijs of de door de school gebruikte methode. Dat betekent maatwerk. Daarom zijn er in de inventarislijst diverse stelposten opgenomen. Zo kan voor de ene zaal een keuze gemaakt worden voor 2 landingsmatten terwijl in een andere zaal er extra kleine matten aangeschaft worden binnen het bedrag van de stelpost. De basisinventarislijst geeft dus een financieel kader. De inhoudelijke onderbouwing bepaalt de specifieke materiaalinvulling.
Meer materiaal nodig
Klassen worden steeds groter. Om kinderen zoveel mogelijk te laten bewegen, wordt er daarom veel in 3 of 4 groepen (vakken) gewerkt. Dat vraagt een andere en intensievere inzet van sportinventaris. Voorbeeld: bij een klassikale opstelling voldeden 6 kleine turnmatten maar bij het werken in groepen kom je al snel tekort, omdat er in 2 vakken matten nodig zijn. In de inventarislijst is er rekening gehouden met de huidige behoeftes aan materialen.
Hoe omgaan met nieuwe inventaris
In bestaande accommodaties tegenaan dat er onvoldoende inventaris is om optimaal uitvoering te geven aan het vakwerkplan. Er is te weinig materiaal om goed les te kunnen geven in 3 of 4 vakken. Dit gaat ten koste van de kwaliteit en/of bewegingsintensiteit tijdens de lessen. Een oplossing is om op basis van de lijst een inventarisatie te maken welke materialen ontbreken. De lijst geeft richtbedragen die prima gebruikt kunnen worden in een begroting. Zo is de lijst ook een prima hulpmiddel om een bestaande accommodatie op te waarderen.
Afschrijftermijnen
Om inventaris tijdig te kunnen vervangen, is inzicht in de levensduur belangrijk. In de basisinventarislijst zijn daarom ook gemiddelde afschrijftermijnen opgenomen en de daaraan gekoppelde jaarlijks te reserveren bedragen. Uiteraard blijft het belangrijk om deze gemiddelde termijnen te relateren aan uw specifieke situatie. Soms is het nodig een afschrijftermijn aan te passen als een toestel erg intensief gebruikt wordt.
Basisinventarislijst biedt kansen
Vakleerkrachten hebben een grote bijdrage geleverd aan de basisinventarislijst. Zo vertegenwoordigt de lijst een brede doelgroep die dagelijks gebruik maakt van de sportinventaris. Door ook nieuwe ontwikkelingen op te nemen en een grotere keuzevrijheid in te bouwen, biedt deze lijst alle kansen om accommodaties toekomstgericht in te richten.
De ideale trefbal
Wat de ideale trefbal is hangt af het soort trefbalspel, de spelersgroep en de ruimte waarin het spel gespeeld wordt. Kiezen voor 1 specifieke bal om altijd trefbal mee te spelen, is niet de beste oplossing. Het is beter om per situatie te bepalen welke bal het meest geschikt is. Hieronder een aantal tip om tot een afgewogen balkeuze te komen.
Basisonderwijs
De vaardigheid voor het werpen en vangen of afweren van een bal is nog beperkt in de middenbouw. Daarom wordt bij trefspelen eerder een keuze gemaakt voor jagerbal spelvormen dan voor trefbal. Bij trefballen in de bovenbouw kan het best gekozen worden voor zachte en lichte ballen omdat er nog wel eens ongecontroleerde worpen tussen zitten. Ballen met diameter tussen de 16 – 18 cm passen goed bij de vaardigheid. Geschikte ballen bovenbouw BO:
Beroepsonderwijs
Spelers zijn in staat (erg) hard te gooien maar gaan de uitdaging graag aan. Ze hebben het liefst een bal die goed vastpakt en niet.Geschikte ballen mbo/hbo:
Voortgezet onderwijs
In de onderbouw neemt de vaardigheid snel toe. Grote verschil met de bovenbouw van het basisonderwijs is dat de ballen wat groter kunnen zijn. In de bovenbouw neemt de kracht toe en wordt er, vooral door de jongens, harder gegooid.
Geschikte ballen onderbouw VO:
Geschikte ballen bovenbouw VO:
- Airball ø 18 cm
- Foambal ø 16 cm high bounce
- Foambal ø 21 cm medium bounce
- Dodgebal super soft
Deze bal kan bij hard gooien ‘dwarrelen’ wat een onvoorspelbaar effect in het spel brengt.

Speltype
Er zijn veel trefbalvormen. Hieronder een grove indeling met daarbij de meest geschikte ballen:
- Twee teams tegenover elkaar
Het is duidelijk wie de bal heeft, vrij voorspelbaar. Geschikte ballen zijn bijvoorbeeld de Butterflyball of foambal ø 21 cm. - Twee teams tegenover elkaar met vakken voor afgegooide spelers
Afgegooide spelers gaan in een vak achter en/of aan de zijkant van het veld van de tegenstander. Het spel is sneller en een bal kan uit onverwachte hoek komen. Geschikte ballen zijn o.a.de Super safe contactball en de Dodgebal junior. - Met of zonder afweren
Bij het ontwijken van ballen past een snelle bal, bij het afweren is een zachtere bal prettiger. Wel of niet overspelen/wel of niet lopen met de bal. Als er niet gelopen mag worden, dan moet de bal ook vanuit het achterveld te spelen zijn. Dat vraagt om een bal met wat meer gewicht of een wat kleiner formaat. Geschikte ballen zijn o.a. de Airball ø 18 cm en de Dodgebal Pro. - Een of meer ballen
Hoe meer ballen in het veld hoe zachter de ballen zouden moeten zijn. Spelers kunnen van dichtbij met een hard geworpen bal in aanraking komen. Geschikte ballen zijn o.a. de Super safe contactball en de Smoothball ø 21 cm.
Beschikbare ruimte
Hoe kleiner de ruimte, hoe zachter de bal. Omdat spelers vanaf korte afstand geraakt kunnen worden, is een zachte bal aan te bevelen. Door te kiezen voor een lichte bal, is de impact bij geraakt worden beperkt. Daarbij zal een hard gegooide luchtgevulde bal altijd harder overkomen (‘doorknellen’) dan een foambal. En hoe kleiner de bal, hoe harder ermee gegooid kan worden, dus voor een kleine ruimte is een lichte grote bal. Geschikte ballen kleine ruimte (bijv. 6 x 10 m (halve gymzaal)):
Geschikte ballen grote ruimte (bijv 12 x 21 m (hele gymzaal)):
Lesmethodes bewegingsonderwijs in de gymzaal
Er zijn diverse werkboeken en methoden beschikbaar voor het bewegingsonderwijs. Die kunnen je helpen bij de planning van de lessen. Als je bijvoorbeeld geen uitgewerkt vakwerkplan bewegingsonderwijs hebt, kan één van onderstaande methoden uitkomst bieden. Zonder uitputtend te zijn, volgt hieronder een overzicht voor het basis-, voortgezet en speciaal onderwijs.
Bewegen Samen Regelen
- Voor elke groep dezelfde lesopbouw.
- De kinderen werken zelfstandig met behulp van leskaarten.
- Voldoende leertijd en herhaling.
- Bestel hier de methode Bewegen Samen Regelen.
Basisdocument bewegingsonderwijs
- De 12 leerlijnen rond overeenkomstige bewegingsproblemen.
- Naast de methodische / didactische aspecten van de diverse leerlijnen, beschrijft deze methode ook de tussendoelen voor de verschillende leeftijdsgroepen.
- Bestel hier het Basisdocument bewegingsonderwijs.
Methode Basislessen bewegingsonderwijs 2
- Voor elke groep zijn 21 basislessen beschreven bestaande uit tik-, jagerbal-, trefbal-, lijn-, doel- en stoeispelen.
- Uitgangspunt bij de basislessen is het spelen in kleine groepen. Elk kind krijgt zodoende de mogelijkheid alle aspecten van het spel te doorleven: aanvallen en verdedigen, tikker zijn en 'af' zijn, winnen en verliezen, enzovoort.
- Bestel hier de methode Basislessen bewegingsonderwijs 2
De lesbrieven
- Een praktisch vakwerkplan voor bewegingsonderwijs aan groep 3 tot en met 8.
- De losbladige methode is samengesteld op basis van de twaalf leerlijnen.
- Bestel hier de Lesbrieven vakwerkplan BO 3 t/m 8.
Basisdocument bewegingsonderwijs ZML
- 12 leerlijnen uitgewerkt in 29 bewegingsthema’s.
- Speciale aandacht voor leerlingen met geringe bewegingsmogelijkheden en leerlingen in een rolstoel.
- Bestel hier het Basisdocument bewegingsonderwijs ZML
Lessenplan Online
- Praktische methode die zich naast de traditionele technische lijn, onderscheidt door nieuwe beweegvormen en differentieel leren.
- Sterke focus op het visuele, veel ondersteunend videomateriaal.
- Naast een lesmethode rond 13 leerlijnen bevat deze methode een uitgebreide spellendatabase, waaruit zelf honderden extra spellen kunnen worden ingevoegd.
- Bestel hier de Basis Lesmethode of Kleutergym van Lessenplan
Boek Basisdocument VO
- Een compleet beweegprogramma voor de onderbouw van het VO.
- De 22 leer- en ontwikkellijnen komen aan bod met duidelijke link naar de praktijk.
- De leerlijnen zijn geordend naar vier sleutels in de bewegingscultuur: bewegen beleven, bewegen verbeteren, bewegen regelen en gezond bewegen.
- In aantal extra thema’s worden populaire beweegvormen uitgediept, zoals golf, klimmen, mountainbiken en skaten.
- Bestel hier het Boek Basisdocument VO.
Lesmethode speciaal onderwijs
- Praktijkmap met 62 verschillende bewegingslessen die u direct in de klas of in de groep kunt gebruiken.
- De spelletjes zijn bedoeld voor leerlingen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking, maar ook goed bruikbaar bij kinderen met gedragsproblematiek.
- Deze map is ook een inspiratiebron voor reguliere kinderen op school. Het eigen lichaam 'leren kennen' en het lichaam als positief ervaren staan centraal.
- Bestel hier de methode Bewegingslessen voor kinderen met een beperking.
Onderhoudstips sport- en spelmateriaal
Dat materialen slijten, is een goed teken! Dat geeft namelijk aan dat er veel gebruikt van wordt gemaakt. Veel slijtages zijn te voorkomen of te herstellen. Hieronder tips over:
- Het repareren van een scheur in een skippybal;
- Het repareren van scheuren in een mat of leerdek;
- Het goed vastmaken van een ballonbal om geen lucht te verliezen.
Scheur in skippybal repareren
Bij skippyballen op harde ondergronden kan er zomaar een lek ontstaan als de bal op een scherp voorwerp komt. Door de luchtdruk in bal blijft het vaak niet bij een klein gaatje maar is het al snel een scheur. Als dit niet te groot is, dan kan die gerepareerd worden met Tear-Aid type B.
Oersterk
De gebruikte transparante folie is oersterk. De plek van de reparatie wordt dus geen zwakke plek. Omdat het folie dun en transparant is, valt het nauwelijks op en doet het geen afbreuk aan de gebruikseigenschappen.
Snel gebruiksklaar
Tear Aid is niet alleen sterk en rekbaar maar ook nog eens snel aan te brengen:
- Ontvet de ondergrond met het meegeleverde alcoholdoekje;
- Even laten drogen en reparatiepatch aanbrengen;
- Goed aandrukken en klaar;
- De bal is direct gebruiksklaar en heeft na 24 uur 100% hechting.
Twee soorten Tear Aid
- Type A is geschikt voor alle producten met uitzondering van PVC. Denk aan scheuren in luchtbedden, canvas matten, leerdek van springkast of zadel van eenwieler.
- Type B is voor vinyl producten zoals skippyballen, vinyl matten, springkussens, Gymnic ballen en trampolineranden.

Scheur in mat of leerdek repareren
Door veelvuldig gebruik of door aanraking met een scherp voorwerp kan er een scheur ontstaan in een canvas mathoes of een springkastdek. Om te voorkomen dat een klein gaatje een grote scheur wordt, is het raadzaam deze snel te behandelen. Als de scheur of het gat niet te groot is, dan kan die gerepareerd worden met Tear-Aid type A.
Snel gebruiksklaar
Tear Aid is niet alleen sterk en rekbaar maar ook nog eens snel aan te brengen:
- Ontvet de ondergrond met het meegeleverde alcoholdoekje
- Even laten drogen en reparatiepatch aanbrengen
- Goed aandrukken en klaar
- De mat of het leerdek is direct gebruiksklaar en heeft na 24 uur 100% hechting

Ballonbal verliest lucht door klein gaatje
De ballonbal wordt opgepompt met een dubbelwerkende pomp of opgeblazen via een rietje, daarna wordt er een stop in gedrukt. Als de bal direct na het opblazen of oppompen al lucht verliest kan dat 2 oorzaken hebben:
Er ontsnapt lucht bij het ventiel
Als de stop vaak in en uit de bal gaat, dan kan de ventielopening wat ruimer worden waardoor er langzaam lucht ontsnapt uit de opgepompte bal. Of dit het probleem is kun je snel zien als je wat water op het ventiel druppelt. Plakband als oplossing. Plakband is glad waardoor de stop nog steeds goed in de bal te drukken is. Gebruik geen (sport)tape, dat is te ruw en zal opstropen als de stop in de bal gedrukt wordt.
- Haal de stop uit de bal en doe plakband om het bovenste deel van de stop.
- Begin met 1 laag, als dat niet voldoende is, breng dan nog een volgende laag aan, net zolang tot er geen lucht meer ontsnapt.
Er zit een gaatje in de bal
- Houd de opgepompte bal onder water, aan de luchtbellen kun je zien waar het lek zit;
- Markeer de plek met een pen of stift;
- Maak de bal goed droog;
- Doe een heel klein beetje lucht in de bal (dit voorkomt dat bij het plakken de lijm ook plakt aan het tegenoverliggende materiaal);
- Doe een druppel PVC lijm op het gaat en laat het drogen.
Deze oplossing werkt alleen bij kleine gaatjes en soms is het nodig de procedure een paar keer te herhalen. Als een gat te groot is, kan Tear- Aid een oplossing zijn. Zie hiervoor het Tear Aid blog.
Plakband en lijm voor meer ballen een handige oplossing.
Naast de ballonbal kunnen bovenstaande oplossingen ook toegepast worden op de volgende ballen:
De plakband oplossing werkt wel bij onderstaande ballen, het lijmen van een gaatje niet.
