Zoeken
Artikelen
Richtlijnen buitenruimte
De buitenruimte bij kinderopvangcentra en BSO’s krijgt steeds meer aandacht. Waar jarenlang de nadruk lag op de binnenruimte is het nu tijd voor een uitdagende buitenruimte. Welke eisen zijn er aan buitenruimtes en waar moet je op letten bij het ontwerp en de inrichting.
De Wet Kinderopvang schrijft voor dat per kind er minimaal 3 vierkante meter per kind buitenruimte beschikbaar moet zijn. 99% van de kinderopvangcentra voldoet aan deze norm. Voor BSO-kinderen is dit echter veel te weinig. En zelfs voor jonge kinderen is 3 vierkante meter erg krap. Een onderzoek heeft uitgewezen dat 8 vierkante meter buitenruimte een BSO-kind voldoende ruimte om te bewegen geeft.
Buiten bewegen is gezond!
Buiten zijn is goed voor kinderen. En helemaal als ze dan ook nog in beweging zijn. De buitenruimte bij de opvang vraagt dus niet alleen een bepaalde afmeting, maar moet ook uitdagen tot bewegen. Een aantrekkelijk, overzichtelijk plein is hierbij een pré. Een plein waar zowel het jonge kind (0-4) als de BSO-kinderen (4-12) met plezier kunnen bewegen. De buitenruimte dient ook geschikt te zijn voor vrij spelen en (naschoolse) activiteiten, met of zonder sport- en spelmateriaal. En denk ook aan ruimte voor rustmomenten en lekker chillen.
Buitenruimte vraagt om andere insteek
Een buitenruimte van een kinderopvang vraagt op sommige vlakken om een andere insteek dan een plein dat alleen voor een basisschool bestemd is. Waarom? BSO-kinderen zijn soms wel 1,5 tot 2 uur buiten aan het spelen. Het plein moet geschikt zijn voor naschoolse activiteiten en het leeftijdsverschil tussen kinderen die op één plein spelen is veel groter dan op een schoolplein. Deze en andere facetten vragen om een andere inrichting van het plein bij een kinderopvang/BSO.
Bewegend leren in de klas
Triiiiing! Half negen ‘s ochtend, de schoolbel is gegaan en alle leerlingen zitten netjes op hun billen, in de kring of aan hun tafel. De rust keert terug in de klas en het leerproces kan beginnen. Toch? Klinkt voorgaande jou ideaal in de oren? Of probeer jij ‘zittend leren’ te beperken?
De meeste leerkrachten zijn intussen wel bekend met ‘Bewegend leren’. Veel scholen experimenteren er al mee. Ook doen wetenschappers volop onderzoek naar de voordelen van deze aanpak. Maar wat is nou precies de gedachte achter Bewegend Leren, waar kun je allemaal aan denken? En hoe kun jij het zelf in de klas toepassen? Dat zetten we in dit artikel voor je op een rij.
Wat is Bewegend Leren?
Op en rondom de school zijn kinderen al volop fysiek actief: van gymles, tot speelkwartier, tot beweegbreaks. Bewegend Leren is anders, omdat je het bewegen echt in het leerproces inzet. En dan bedoelen we niet dat ze leren sporten, maar juist vaardigheden als spellen, vermenigvuldigen en geschiedenis. De gedachte daarbij is dat kinderen lesstof al bewegend sneller opnemen.
Hoe gebruik je Bewegend Leren in de klas?
De meeste leerkrachten zetten bewegen in de klas op twee manieren in:
Je kunt het pure leren afwisselen met korte beweegpauzes. Dus even springen, rennen, of dansen tussendoor, om de concentratie te verhogen en daarna weer fris aan de slag te gaan.
Je kunt kinderen ook iets leren op een bewegende manier. Denk aan hinkelend optellen, taalspelletjes in estafettevorm, of tafels automatiseren tijdens het stuiten van een bal.
Voorbeelden van Bewegend Leren uit het basisonderwijs
We geven je graag wat voorbeelden van Bewegend Leren die jij meteen in jouw klas kunt gebruiken.
Meten met tweetallen: Zet een streep op de vloer. Eén kind zet met 2 voeten af en springt zo ver mogelijk. Een ander kind heeft de rolmaat en meet de afstand. Hoeveel centimeter is er gesprongen? Wie van de twee springt het verst? Of wie landt met de hakken het dichtst bij 75 cm?
Aardrijkskunde: Hang kaartjes op met afbeeldingen van de continenten. Hang ze een beetje hoog. Stop afbeeldingen van dieren in de Move Cube dobbelsteen. Laat kinderen rollen met de dobbelsteen. Bij welk continent past dat dier? Kinderen tikken al springend het kaartje van het juiste continent aan.
Engels leren: Hang antwoordkaartjes aan het plafond met Yes en No. Stel kinderen vragen in het Engels. Laat hen al springend het juiste antwoordkaartje aantikken.
Bekijk nog veel meer speltips in ons Inspiratieboek Bewegend Leren.
Zo kun je beginnen met Bewegend Leren
Om op jouw school te starten met Bewegend Leren heb je twee dingen nodig: inspiratie en de juiste materialen om jouw lessen ook echt actiever te maken. Nijha helpt je met beide. Bekijk een voorbeeld van compleet Bewegend Leren spelpakketten die je kunt inzetten.
De voordelen van Bewegend Leren
Tot slot is nog belangrijk om te zeggen: Bewegend Leren is een vakgebied in ontwikkeling. Er is nog geen keihard bewijs dat kinderen er echt beter van gaan leren. We weten nu eenmaal nog niet precies hoe het brein van kinderen werkt en hoe bewegen en leren samenhangen. Intussen wordt in de praktijk al flink geëxperimenteerd. Wat weten we al wel?
Bewegen is goed voor de gezondheid. Daar is zelfs een beweegrichtlijn voor ontwikkeld: 1 uur per dag is het minimum. Iets wat niet alle kinderen halen.
Leerkrachten ervaren dat veel kinderen bewegen ‘nodig’ hebben. Zij geven aan dat het inzetten van beweging positief werkt voor de concentratie in de klas.
Kinderen hebben een betere aandacht in de klas, als zij op een schooldag twee keer bewegen dan wanneer zij één keer bewegen of de hele ochtend stilzitten.
Kinderen zijn enthousiast over extra bewegen op school.
En niet onbelangrijk: ook ouders vinden het steeds belangrijker dat de school van hun kinderen voldoende beweegactiviteiten aanbiedt.
Kanjam
Een nieuwe hype is over komen waaien van de andere kant van de oceaan naar Nederland: KanJam. Een laagdrempelig frisbee spel waar mikken, teamwork, inspanning en ontspanning prachtig samenkomen in één uitdagend spel voor jong en oud. Nu al een ware hit binnen scholen, gemeenten, sportbedrijven en recreatieondernemers. Maak nu kennis met KanJam!
Wat is KanJam?
KanJam is een interactief frisbee spel dat in Amerika al veel gespeeld wordt en in korte tijd aan grote populariteit heeft gewonnen in Nederland. Bij KanJam is het doel om de frisbee in een soort ton (“Kan”) te werpen. Het spel wordt gespeeld met 2 tonnen die circa 15 meter uit elkaar staan. Je speelt in teams van twee waarbij je teamgenoot aan de overkant bij de andere “Kan” staat. De meeste punten krijg je als je de frisbee direct in de ton werpt. Maar ook voor het alleen raken van de ton met de frisbee krijg je punten. Ziet je medespeler bij een worp dat de frisbee de ton niet gaat raken? Dan mag je teammaat de frisbee een “tikkie” in de goede richting te geven. Of de frisbee in de ton te dunken (“Jam”). Zo kun je als team bij een mindere worp door samenspel toch punten scoren.

Waar wordt KanJam gespeeld?
KanJam kan altijd en overal gespeeld worden. Op een grasveld of plein in de wijk, op een speelweide, op het strand, op een buitensportaccommodatie, maar ook voor indoorgebruik is het zeer geschikt. Het spel staat binnen een mum van tijd klaar en je kan dus snel aan de slag. Concentratie, teamwork, goed mikken en de combi van inspanning en ontspanning maken van KanJam een aantrekkelijke spelvorm. Fysiek contact is uitgesloten, wat het spel geschikt maakt voor iedereen!
Ideaal voor gymles én daarbuiten!
KanJam is een laagdrempelige sportactiviteit die naadloos aansluit bij verschillende leerdoelen en domeinen van bewegingsonderwijs. Tel daarbij op de mogelijke binnen- en buitentoepassing en de populariteit van KanJam in de lichamelijke opvoeding les is verklaard. In de VS zetten al meer dan 1800 scholen KanJam in tijdens de gymlessen. Maar KanJam komt ook goed tot zijn recht buiten schooltijd. Als strandactiviteit, tijdens een sportactiviteit- of evenement in de wijk en natuurlijk op de camping. Eigenlijk mag KanJam als laagdrempelig frisbeespel niet ontbreken bij iedere organisatie die sport en bewegen hoog in het vaandel heeft staan.
Spelregels
KanJam wordt gespeeld met twee speciale gerecyclede tonnen die circa 15 meter uit elkaar staan. De KanJam regels zijn eenvoudig
- Bij beide tonnen staan 2 spelers, van ieder team 1
- Het team dat het eerst 21 punten bij elkaar heeft gescoord, heeft gewonnen
- Het team dat de frisbee in 1 keer in de ton werpt (via gleuf of via bovenkant), wint direct (instant win). Door middel van een zogenaamde Bucket (frisbee gaat via medespeler in de ton) kun je 3 punten scoren. Met een Deuce (frisbee komt tegen ton aan maar gaat er niet in, krijg je 2 punten. Een punt is te verdienen door via medespeler de ton te raken (dit heet een Dinger)
- Overigens moet je precies op 21 punten uitkomen. Met een 20-0 voorsprong is er dus nog niets beslist en blijft het nog spannend!
KanJam: de inhoud
Wij hebben twee KanJam pakketten in het assortiment. De KanJam set compleet bestaat uit één frisbee en twee duurzame, gebruiksvriendelijke tonnen. De ton is gemaakt van gerecycled materiaal. Bij aanschaf ontvangt u ook de speciale KanJam app om makkelijk scores bij te houden en een uitgebreide gebruikershandleiding.
Het meer uitgebreide pakket is de KanJam School set Basic. Dit pakket is speciaal ontwikkeld voor scholen en andere organisaties die meerdere KanJam spelvormen gelijktijdig wil uitvoeren. Het pakket bestaat uit 8 miktonnen en 6 frisbees. Dit pakket is ideaal voor gebruik in de gymles of als sportactiviteiten met groepen groter dan 4 personen.
Tips inspectie en onderhoud sportinventaris
Een vraag uit de praktijk: “Onze sportbegroting staat onder druk. Nu is het voorstel om de jaarlijkse inspectie van de sportinventaris in onze sportaccommodaties op te schuiven en deze voortaan slechts één keer per twee jaar uit te laten voeren. Mag dat?”
Dit zegt de Arbeidsomstandighedenwet
Sportinventaris in sportaccommodaties wordt vanuit de Arbeidsomstandighedenwet gezien als een arbeidsmiddel voor trainers en docenten die ermee werken. Deze wet bestaat uit vier delen. In het deel ‘Arbeidsomstandighedenbesluit’ staan in de artikelen 3.2, 7.3 en 7.4 heldere eisen waaraan een eigenaar van sportaccommodaties moet voldoen als het gaat om inspectie en onderhoud: ‘Een accommodatie moet regelmatig geïnspecteerd worden door een deskundig persoon. Geconstateerde gebreken die de veiligheid of gezondheid kunnen beïnvloeden, moeten zo snel mogelijk worden hersteld.’ Dus: inspectie is verplicht, maar de wet stelt niet verplicht dat inspectie jaarlijks plaatsvindt.
Veiligheid
Tijdens een inspectie bekijken de inspecteurs de sportinventaris op veiligheid. Zij rapporteren geconstateerde gebreken, waarop jij als eigenaar of beheerder van een accommodatie actie kunt ondernemen om onveilige situaties op te lossen. Een inspectie met een jaar opschuiven kan als gevolg hebben dat er toch onveilige situaties ontstaan. Het gebruik van de inventaris zal in die periode namelijk niet minder intensief zijn. Los van de veiligheid, is het de vraag of het opschuiven van de inspectie daadwerkelijk je echt een bezuiniging oplevert.
Korte termijn besparing
Opschuiven van een inspectie betekent namelijk ook dat kleine defecten niet geconstateerd en gerepareerd worden. In het extra jaar kunnen dit soort kleine defecten verergeren, waardoor de kosten voor het herstel uiteindelijk veel groter zijn. Sterker nog: een kleine scheur in een basketbalbord kan hersteld worden. Als de scheur groter wordt, moet je uiteindelijk een heel nieuw basketbalbord monteren. Zo levert de bezuiniging op het inspectieabonnement je uiteindelijk forse meerkosten op bij reparaties.
Aansprakelijkheid
De Arbeidsomstandighedenwet geeft zoals gezegd niet aan dat een accommodatie jaarlijks geïnspecteerd moet worden. De wet spreekt over ‘regelmatig’ en ‘over het zo snel mogelijk herstellen van gebreken’. Als er een ongeval plaatsvindt in de accommodatie en er volgt aansprakelijkheidsstelling, dan kijkt een verzekeraar altijd naar de omstandigheden waaronder het ongeval plaatsvond en hoe jij als eigenaar van de accommodatie jouw plicht om de accommodatie veilig te houden hebt ingevuld. Het verlengen van de inspectietermijn met een jaar zonder aantoonbare reden (anders dan budget), maakt jouw positie als eigenaar zeker niet sterker. Het kan zelfs leiden tot aansprakelijkheidsstelling op basis van nalatigheid in handelen. Dat wil je uiteraard voorkomen.
Bezuinigen door te investeren
Als je wilt bezuinigen, klinkt het advies om juist te investeren onlogisch. Maar toch: door te investeren in langdurig beleid, door de tijd te nemen accommodaties goed te inventariseren op toekomstig gebruik en inventarisbehoefte, kunnen zomaar onverwachte oplossingen naar voren komen die positief zijn voor jouw budget. Want ook ongebruikte toestellen kosten geld. Kijk ook eens naar het onderhoudsabonnement. Sluit dat nog voldoende aan op de behoeften? Er zijn de afgelopen jaren onderhoudsvormen ontwikkeld die wellicht beter aansluiten op jouw situatie en budget. Zorg dat je je hierover laat informeren.
Inventaris check
De basisinventarislijsten voor BO en VO van de KVLO geven je alvast een goed idee van de inventaris die nodig is voor bewegingsonderwijs in jouw accommodatie. Onze ervaring leert dat er in accommodaties vaak veel meer materialen bijkomen, dan dat er uit gaan. En al die materialen moet geïnspecteerd en onderhouden worden. Een kritische blik in jouw toestelberging biedt wellicht mogelijkheden om (oude en afgeschreven) toestellen te verwijderen. Dat scheelt ruimte en geld.
X-wall
dDe X-wall is een interactieve beweegmuur die zowel jong als oud in beweging zet! Door het ruime assortiment aan spellen is de X-wall multifunctioneel inzetbaar in het onderwijs, de zorg, sportaccommodaties en andere ruimtes. De spellen zijn onder te verdelen in educatieve, fun en sportieve games waarbij diverse spellen de mogelijkheid bieden tot multiplayer. Zo biedt de X-wall een educatieve, sportieve en vooral leuke uitdaging voor iedereen!
De X-wall in het onderwijs
De interactive X-Wall is dé manier om leerlingen te laten leren op een vernieuwende en beweeglijke manier. De muur is de perfecte tool om de kennis en vaardigheden van kinderen op een interactieve manier te trainen en tegelijkertijd beweging te stimuleren. De voordelen:
- Bewegend leren heeft een positieve invloed op de hersenstructuur en hersenactiviteiten
- Door bewegend te leren kunnen kinderen zich beter concentreren
- Bewegend leren draagt bij aan de motorische ontwikkeling
- Bewegend leren draagt bij aan het beter onthouden en opnemen van lesstof
- Maakt lessen leuker voor zowel leerlingen als leraren
- Bewegend leren draagt bij aan het behalen van de beweegrichtlijnen
Bewegend leren met de X-wall
Met de X-wall worden vakken als: taal, spelling, rekenen en topografie op een actieve en speelse manier aangeboden. Plaats in het portaal eigen vragen en antwoorden of bepaal de moeilijkheidsgraad van de 50+ spellen. Zet de X-wall in als:
- Energieboost | Neemt de concentratie in de klas af? Gebruik de X-wall dan als energizer. Een beweegmoment helpt om later geconcentreerd verder te leren.
- Vast beweegmoment | De X-Wall wordt ook gebruikt als een vast beweegmoment in de dag of week. Op deze momenten oefenen kinderen één of meerdere vakken op een interactieve manier.
- Interactieve toetsing | Door zelf vragen en antwoorden toe te voegen in het portaal, kunnen docenten op een actieve manier de lesstof evalueren. Organiseer bijvoorbeeld een spellingdictee of quiz rondom topografie.

Hoe werkt het?
De X-wall is te gebruiken op iedere witte muur in een verduisterde, indoor ruimte. Door middel van een krachtige beamer, die in een beschermbox gemonteerd zit aan het plafond, wordt een projectie weergegeven in HD resolutie op de muur. In de beschermbox zit ook een camera met infraroodsensoren. Deze infraroodsensoren detecteren ballen of handen waardoor een gigantisch touchscreen ontstaat. De beamer bedien je eenvoudig door de afstandsbediening. Alles staat zo ingesteld dat je met één druk op de knop direct van start kunt gaan!

Klant aan het woord
Steeds meer scholen gaan voor een vernieuwende leermethode zoals de Interactive X-Wall. Zo ook KBS de Schakel. “Wij gebruiken de X-Wall als aanvulling op onze lessen. Eerst behandelen we het onderwerp in het klaslokaal en vervolgens gaan we de stof oefenen op de X-Wall. Zo oefenen wij bijvoorbeeld spelling via de game Otje OU, Adje AU. De leerlingen vinden het geweldig en leren het spelenderwijs. Met de X-Wall kunnen kinderen een interactieve gymles krijgen die altijd leuk en uitdagend is!'' - Matthijs van Lith - KBS de Schakel, Apeldoorn
Ook aan de slag met de X-wall? Neem contact met ons op of bestel in de webshop.
Uitvoeringen
Dit zijn de beste pleinballen
Pleinballen zijn er in alle soorten en maten. Maar wat is de beste bal voor jouw school? Dat hangt natuurlijk af van wat je ermee gaat doen en voor welke leerlingen je hem wilt gebruiken. In dit artikel vergelijken we vijf populaire pleinballen, zodat jij een goede keuze kunt maken.
Airball: het lichtgewicht
De Airball is een mini-handbal. Hij is sterk, maar met slechts 200 gram ook heel licht van gewicht. Dat maakt deze bal super geschikt voor spellen als jagerbal en tchoukbal. Maar de Airball wordt ook veel gebruikt om leerlingen te leren werpen en vangen. Je kunt deze bal oppompen en hij is blijvend rond. Deze Airball is 18 centimeter doorsnee. Daarmee is hij voor elke leeftijdsgroep inzetbaar.
Poly PG bal: zware jongen met extra grip
Op zoek naar een wat zwaarder exemplaar? Deze Poly PG bal weegt bijna 300 gram en heeft profiel voor extra grip. De bal is er in blauw of in een set van 6 van vrolijke kleuren. Die kleuren komen goed van pas als je in verschillende groepen wilt spelen. Gebruik ze voor allerlei activiteiten zoals werpen, vangen, rollen, stuiten en overgooien. Maar vanwege het gewicht is deze bal minder geschikt voor bijvoorbeeld jagerbal. De Poly PG ballen zijn vormvast en kunnen niet scheuren. Deze bal heeft een doorsnee van 17,8 centimeter.
Speelbal vinyl: voor de onderbouw
Geef jij les in de onderbouw? Dan is dit de bal voor jou. Deze speelbal past goed bij jongere leerlingen, omdat de bal met 18 centimeter een bescheiden formaat heeft. Ook is hij met 180 gram niet al te zwaar. Je kunt de bal overal voor gebruiken: voor rollen, mikken, stuiten, werpen en vangen. De bal is beschikbaar in verschillende kleuren.
Urban: de stoere pleinbal
De Urban bal is een van de zwaardere ballen uit ons assortiment. Hij kan goed tegen een stootje én is bestand tegen harde ondergronden als tegels, asfalt en kunstgras. Omdat de Urban zo stevig en vormvast is, is het de ideale bal voor buitenactiviteiten zoals stoepranden, lummelspelen en poortbal. Maar je kunt hem uiteraard ook prima gebruiken voor overgooien, werp- en mikspelen.
Butterflybal: de alleskunner
Moeilijk om te kiezen? De Butterflybal is een prima bal voor algemeen gebruik. Hij heeft het formaat van een volleybal: 21 centimeter doorsnee. De bal voelt prettig aan en hij knijpt niet door op armen en vingers. Gebruik de Butterflybal voor mik- en tikspelen, werp- en vangvormen en allerlei varianten van volleybal.
Welk type basketbalinstallatie past bij jouw sporthal?
Voldoen aan de norm
In de eerste plaats geldt dat alle sportinstallaties moeten voldoen aan spelregels en normen zoals die zijn vastgesteld door de commissie binnensportaccommodatie van NOC*NSF. Die regels schrijven bijvoorbeeld voor dat er voldoende uitloopruimte moet zijn rondom het speelveld. Ook zijn er bijvoorbeeld normen voor de ruimte tussen het bord en de toren. Deze regels zorgen ervoor dat met name de verrijdbare basketbaltorens vaak enorme constructies worden. Dat is nodig, om de toren tijdens wedstrijden in balans te houden. De torens hebben namelijk een zwaar contragewicht om de krachten van een dunkende speler die aan de ring hangt op te vangen.
Afweging 1: ambitieniveau
Als jouw vereniging op internationaal niveau speelt is de keuze eenvoudig: in dat geval is een verplaatsbare wedstrijdtoren verplicht. Speelt de vereniging in jouw hal niet op dat niveau en heeft de vereniging ook die ambitie niet, dan zijn er een aantal alternatieven. Je kunt kiezen voor een verplaatsbare toren met een kleinere afstand tussen het bord en de toren, voor een plafondinstallatie, of zelfs voor een installatie op de muur.
Afweging 2: bouwkundige voorzieningen
Afhankelijk van jouw keuze moeten bouwkundige voorzieningen aangebracht worden in de sporthal. Voor een plafondinstallatie moet de staalconstructie van de hal wellicht versterkt worden. Of als de vrije zaalhoogte beperkt is, moet er een koof (uitbouw) komen, waarin de installatie in ingeklapte stand weggewerkt wordt. Die koof garandeert de obstakelvrije hoogte tijdens het uitoefenen van ándere sporten in de hal. Voor een verrijdbare basketbaltoren heb je een grondvoorziening nodig, waaraan de toren verankerd wordt.
Afweging 3: de berging
De verrijdbare basketbaltoren is omvangrijk en vraagt veel bergruimte. Eén wedstrijdtoren vraagt een bergruimte van (b x h x d) 184 x 194 x 487 cm. Zeker in hallen waarin veel verenigingen sporten, is de toestelberging vaak overvol. Deze torens vormen dan enorme obstakels. Als jouw hal een kleine toestelberging heeft, kan een plafondinstallatie dus een goed alternatief zijn.
Afweging 4: ergonomie
Vanuit ergonomisch perspectief geniet een plafondinstallatie de voorkeur. Met behulp van een eenvoudig bedieningspaneel aan de wand, kun je met een druk op de knop alles in- en uitklappen. De verrijdbare wedstrijdtorens zijn overigens bedieningsvriendelijk gemaakt, om ze eenvoudig door de zaal te kunnen rijden.
Tot slot
De keuze voor een basketbaltoren of een plafondinstallatie is dus van meerdere factoren afhankelijk. Goed om te weten is dat beide varianten uit het assortiment van Nijha voldoen aan de gestelde normen.
Tips van de sportiefste scholen voor meer bewegen op de middelbare school
Zoek je inspiratie om de leerlingen op jouw school voor voortgezet (speciaal) onderwijs meer te laten bewegen? De vijf sportiefste scholen van Nederland delen hun visie, aanpak en tips.
Elk jaar organiseert de KVLO de verkiezing voor de Sportiefste School van Nederland. Vijf scholen worden genomineerd om hun buitengewoon goede of innovatieve sport- en beweegaanbod voor hun leerlingen. Voordat we de beste ideeën per school delen, laten we zien wat zij gemeen hebben in visie en aanpak.
Tip 1: een sterke visie
Alle scholen pakken het anders aan, maar hebben toch één ding gemeen: een sterke visie op sport en bewegen. Deze scholen ‘ademen’ bewegen. Niet alleen zijn hun basisgymlessen kwalitatief goed, ze organiseren ook veel extra aanbod - zelfs in de pauzes. De vaksectie trekt meestal de kar, maar wat deze scholen typeert is dat ook directie en andere docenten meer bewegen omarmen. Niet alleen voor de lol van meer uren sport, maar vanuit de visie dat veel bewegen goed is voor de héle ontwikkeling van een kind. Door meer uren fysiek actief te zijn, bouwen deze scholen doelbewust aan zelfvertrouwen, leerprestaties en motorische vaardigheden.
Tip 2: voor álle leerlingen
Op deze scholen is het extra beweegaanbod niet alleen voor de talentjes en hoog gemotiveerden. Alle leerlingen worden op hun eigen niveau gestimuleerd. Leerlingen die minder sportmined zijn, krijgen extra begeleiding bij hun motorische ontwikkeling. Leerlingen die sport niet van huis uit meekregen, krijgen een kans om hun talent te laten zien. En leerlingen in het speciaal onderwijs krijgen zélf de regie op wat zij kunnen. Met een inclusieve aanpak til je je beweegbeleid naar een hoger niveau dan alléén een sportklas.
Tip 3: gewoon DOEN
Tot slot zijn de winnaars echte doeners. Zij wachten niet af, maar stellen zelf een plan op. Ze maken daarin duidelijk wat de voordelen voor de héle school zijn en hoe álle leerlingen ervan profiteren. En ze begonnen klein, zodat bewegen steeds meer in het dna van alle collega’s komt. Maar de tip is vooral: begin gewoon!
Het Calandlyceum, Amsterdam
Deze Daltonschool voor vmbo tot en met gymnasium in het diverse Amsterdam-West heeft als slogan ‘Ontdek wat jij kunt bereiken’. De school biedt alle leerlingen kansen en brengt hen in aanraking met wat ze niet kennen. In de visie van het Calandlyceum is een gezonde leerling, een leerling die kan leren. Het gaat hier niet alleen om cognitief leren, maar ook om welzijn. Daarom zet de school niet krampachtig in op leerachterstanden wegwerken na corona. Maar investeert ze juist in leerlingen laten bewegen om ze weer goed in hun vel te krijgen. Op veel scholen zie je alleen de brugklassen nog bewegen in de pauzes, maar op het Calandlyceum gaat dat door tot en met het eindexamen.
- Alle leerlingen krijgen 4 uur gymles per week. En extra sportactiviteiten in de Daltonuren.
- Om de extra beweeglessen inclusiever te maken, start in 2021 de Sportacademy. Daar zijn ook leerlingen welkom die van thuis uit sporten niet meekregen, of waar geen geld is om lid te worden van een club. Zij maken kennis met verschillende sporten om te kijken waar hun talent ligt. En ze krijgen attitudelessen over doorzettingsvermogen en discipline.
- Vanuit de sportklassen is nauw contact met lokale sportverenigingen. En de school werkt samen met het naschoolse Topscore programma van de gemeente. Daar krijgen leerlingen voor wie sport niet vanzelfsprekend is, extra aandacht en leuke sportactiviteiten.
Onderwijscentrum De Twijn, Zwolle
Deze cluster 3 school heeft een sterk gevarieerde groep leerlingen, qua beperkingen, iq en motorische vaardigheden. Het doel van De Twijn is de leerlingen voorbereiden op een betekenisvolle plek in de samenleving. De leerlingen krijgen een beweegaanbod op maat, waarbij de school gelooft dat je groeit door succes te ervaren.
- De Twijn werkt ‘groepsdoorbroken’. Leerlingen uit dezelfde klas gymmen niet met elkaar, maar worden ingedeeld bij leerlingen met vergelijkbare vaardigheden. Er is een groep lopers, een groep elektrische rolstoelers en een groep handbewogen rolstoelers. Het aanbod wordt aangepast op de mogelijkheden van de groep.
- De leerlingen krijgen regie over hun eigen succes. Is een oefening te moeilijk? Dan bedenken ze zelf hoe ze hem kunnen aanpassen, zodat het wel lukt. De vakdocent geeft de autonomie om het zelf op te lossen en succes te ervaren.
- De Twijn werkt nauw samen met Special Heroes Nederland. Zij begeleiden leerlingen naar naschoolse sport bij een vereniging.
Basisinventarislijst gymzalen
Met deze lijst is het eenvoudig te zien welke toestellen en sport- en spelmaterialen er aanwezig moeten zijn in de zaal.
In 2000 heeft de KVLO de eerste basisinventarislijst voor het primair onderwijs ontwikkeld als opvolger van de LONDO lijst. In de afgelopen jaren is er veel veranderd in het bewegingsonderwijs, zowel op het gebied van lesorganisatie als op het vlak van inrichting en zaalafmetingen.
Als vervolg is er in maart 2018 een totaal vernieuwde nieuwe basisinventarislijst verschenen.
Uitgangspunten in 2000
De Basisinventarislijst is ontwikkeld op basis van de volgende uitgangspunten:
- de inventarislijst biedt voor elke visie op bewegen en vanuit de belangrijkste methoden mogelijkheden een gymzaal goed in te richten.
- de inventarislijst is toekomstgericht en zowel toepasbaar in huidige zalen (12 x 21 m) als in grotere afmetingen (14 x 22 m).
- de inventarislijst biedt ruimte om les te geven in 3 of 4 groepen, maar ook klassikaal of in stroomvorm.
Kortom: een breed toepasbare basisinventarislijst voor elke lesgever, gemeente of schoolbestuur.
Keuzevrijheid per zaal
Vroeger was er sprake van een standaardinrichting voor elke zaal voor het primair onderwijs. Tegenwoordig wordt de inrichting meer en meer bepaald door het vakwerkplan bewegingsonderwijs of de door de school gebruikte methode. Dat betekent maatwerk. Daarom zijn er in de inventarislijst diverse stelposten opgenomen. Zo kan voor de ene zaal een keuze gemaakt worden voor 2 landingsmatten terwijl in een andere zaal er extra kleine matten aangeschaft worden binnen het bedrag van de stelpost. De basisinventarislijst geeft dus een financieel kader. De inhoudelijke onderbouwing bepaalt de specifieke materiaalinvulling.
Meer materiaal nodig
Klassen worden steeds groter. Om kinderen zoveel mogelijk te laten bewegen, wordt er daarom veel in 3 of 4 groepen (vakken) gewerkt. Dat vraagt een andere en intensievere inzet van sportinventaris. Voorbeeld: bij een klassikale opstelling voldeden 6 kleine turnmatten maar bij het werken in groepen kom je al snel tekort, omdat er in 2 vakken matten nodig zijn. In de inventarislijst is er rekening gehouden met de huidige behoeftes aan materialen.
Hoe omgaan met nieuwe inventaris
In bestaande accommodaties tegenaan dat er onvoldoende inventaris is om optimaal uitvoering te geven aan het vakwerkplan. Er is te weinig materiaal om goed les te kunnen geven in 3 of 4 vakken. Dit gaat ten koste van de kwaliteit en/of bewegingsintensiteit tijdens de lessen. Een oplossing is om op basis van de lijst een inventarisatie te maken welke materialen ontbreken. De lijst geeft richtbedragen die prima gebruikt kunnen worden in een begroting. Zo is de lijst ook een prima hulpmiddel om een bestaande accommodatie op te waarderen.
Afschrijftermijnen
Om inventaris tijdig te kunnen vervangen, is inzicht in de levensduur belangrijk. In de basisinventarislijst zijn daarom ook gemiddelde afschrijftermijnen opgenomen en de daaraan gekoppelde jaarlijks te reserveren bedragen. Uiteraard blijft het belangrijk om deze gemiddelde termijnen te relateren aan uw specifieke situatie. Soms is het nodig een afschrijftermijn aan te passen als een toestel erg intensief gebruikt wordt.
Basisinventarislijst biedt kansen
Vakleerkrachten hebben een grote bijdrage geleverd aan de basisinventarislijst. Zo vertegenwoordigt de lijst een brede doelgroep die dagelijks gebruik maakt van de sportinventaris. Door ook nieuwe ontwikkelingen op te nemen en een grotere keuzevrijheid in te bouwen, biedt deze lijst alle kansen om accommodaties toekomstgericht in te richten.
5 tips inrichting sporthal
Tip 1: leg het ambitieniveau vast
De centrale vraag is: hoe en door wie wordt jouw accommodatie de komende jaren gebruikt? Als je dit helder hebt, kun je veel nauwkeuriger bepalen welke inrichting je nodig hebt. Kijk daarbij bij voorkeur ook 10 tot 15 jaar vooruit. Stel je zelf de volgende vragen: Blijft het onderwijsgebruik gelijk? Verwachten we nieuwe sporten en verenigingen in de accommodatie? Hoe ziet de exploitatie er nu uit en welke (extra) verhuurkansen liggen er in de nabije toekomst? Welke materiaalbehoefte hoort daarbij? De keuze die je nú maakt voor de plek van vaste sporttoestellen, hijsunits voor ringen en touwen, klimrekken en van volleybalpotten – bepalen immers voor de komende 15 tot 20 jaar hoe er in jouw sporthal gesport wordt.
Tip 2: de basisinventarislijst is géén goede basis voor een offerte
De KVLO (vakvereniging van vakleerkrachten LO) heeft basisinventarislijsten gemaakt voor onderwijsgebruik door primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Vaak verwijzen de eigenaren van een sporthal naar deze lijsten, als basis voor een offerte. Onze ervaring leert dat dit een enorme variatie in offertes oplevert, omdat deze inventarislijsten ervan uitgaan dat scholen keuzes maken uit de geboden opties. Door de lijst klakkeloos op te sturen, gaat een inrichter die keuzen maken. Het is beter om dit zelf te doen, door samen met gebruikers een inrichtingsplan op te stellen. Dat levert uiteindelijk een wensenlijst op, die als uitgangspunt dient voor het opvragen van offertes. Zo kun je de offertes van verschillende inrichters veel beter met elkaar vergelijken. En als er op toestelniveau vernieuwingen zijn, dan geeft Nijha dit als alternatief weer.
Tip 3: betrek de gekozen inrichter al vroeg bij het project
De keuze voor een bepaalde sporttechnische inrichting, heeft consequenties voor bouwkundige voorzieningen. Het aantal gewenste volleybalvelden bepaalt bijvoorbeeld hoeveel grondvoorzieningen voor de volleybalpalen er nodig zijn. En de gewenste locatie van plafond-units, heeft invloed op de plek van de verlichting in de zaal. Daarom is het belangrijk om Nijha als inrichter al te betrekken in de fase waarin de architect het voorlopig ontwerp maakt. Dan kun je aanpassingen nog eenvoudig doorvoeren. Met de technische tekeningen van de inrichter, kan een constructeur tijdig het benodigde staalwerk doorrekenen. Als het definitief ontwerp klaar is, zijn wijzigingen tijdrovend en kostbaar en werken ze verstorend op het inrichtingsproces.
Tip 4: maak een inrichtingsplan
Als je jouw ambitieniveau hebt bepaald, kun je al snel een grove inrichtingswens en materialenlijst gymzaal opstellen. Dat hoeft niet per se tot op detailniveau – dat kun je ook later doen. Als het maar duidelijk is wie er gebruikmaken van de zaal en wat de primaire wensen van de gebruikers zijn. Als jij bijvoorbeeld weet dat er wedstrijdvolleybal op een bepaald niveau gespeeld gaat worden, op een specifiek aantal velden: dan kan weet Nijha – of een andere inrichter – hoeveel palen, grondpotten en netten je daarvoor nodig hebt. Hetzelfde geldt voor een gymzaal bank, dikke mat gymzaal of kast gymzaal. Weten welke gymtoestellen je moet kopen is dus belangrijk, maar welk gymzaal materiaal je precies kiest, kun je ook later beslissen.
Tip 5: laat inrichters hun visie en offerte toelichten
Vaak worden offertes na binnenkomst besproken en vergeleken in een projectgroep van de opdrachtgever. Op basis daarvan maakt de opdrachtgever een keuze voor een inrichter. Omdat de aanbiedingen tekstueel en inhoudelijk verschillen, is het voor niet-ingewijden vaak lastig de onderlinge verschillen goed te duiden. Ook wordt uit een offerte lang niet altijd duidelijk vanuit welke visie de inrichter bepaalde keuzen maakt. Ons advies: laat aanbieders hun voorstel toelichten, zodat duidelijk wordt waarom welke keuzen gemaakt zijn. Je krijgt veel kwalitatieve informatie, op basis waarvan je vervolgens een gedegen keuze maakt.
