Zoeken
Artikelen
Inspectie en onderhoud van springkasten
De levensduur van je springkast wordt beïnvloed door meerdere factoren waar de normlijsten geen rekening mee houden. De normlijst gaat uit van het gemiddelde, maar jouw accommodatie kan daarvan afwijken. Springkasten worden vooral gebruikt door gymverenigingen en scholen. Hier worden groepen steeds groter en de situaties waarin de springkast wordt ingezet veranderen. De gebruiksfrequentie en gebruiksintensiteit neemt hierdoor toe. Hoe is dat bij jouw accommodatie? Het is belangrijk om hier inzicht in te krijgen. Dit heeft invloed op de levensduur van je springkast.
Meer dan een kast om over te springen
Naast een object om overheen te springen, wordt de kast ook ingezet in hindernisbanen, conditie circuits en als attribuut om banken aan te hangen. En een omgekeerde kastkop wordt gebruikt als opbergplek voor ballen. Een springkast wordt dus breed ingezet. Al deze gebruikstoepassingen kunnen naast een grote druk op de levensduur, ook tot hogere onderhoudskosten leiden.
Voorkomen van onderhoudskosten
- Het is belangrijk dat de wieltjes schoon zijn en worden gehouden. We zien vaak dat wieltjes niet meer goed werken door haren en overtallig stof. Hier kun je jezelf goed tegen verzetten door deze te controleren op vuil.
- Wanneer de springkast in de berging wordt geplaatst, moet deze altijd van het verrol af worden gehaald. Dit voorkomt constante leuning van de kast op het verrol.
- Het leerdek van de kast kan worden aangetast door het gebruik. Om beschadiging tegen te gaan zou het leerdek 1 á 2 keer per jaar moeten worden ingesmeerd met ledervet.
- Door slim te ontwerpen, beperken we de onderhoudskosten tot een minimum. De springkast van Nijha is voorzien van een ‘verende verrol’. Als kinderen tijdens het verplaatsen op de kast gaan zitten, dan zakt de kast op de grond. Zo voorkomen we overbelasting van de verrol en het onderste kastdeel. Daardoor heb je minder onderhoudskosten.
- De hoeken van onze springkasten zijn versterkt en voorzien van een beuken vormdeel. Dit voorkomt beschadiging van de hoekconstructie. Bovendien draagt het eraan bij dat de kast langer stabiel en onderhoudsvrij blijft.
Zo zet je bewegend leren in
Tafels leren, spellen en jaartallen uit je hoofd leren: veel kinderen doen liever een potje voetbal op het schoolplein. Gelukkig is Bewegend Leren in opkomst: dat combineert het beste uit beide werelden. Kinderen zijn lekker fysiek actief, en doen intussen kennis op over bijvoorbeeld taal en rekenen. Hoe dat werkt voor jouw klas? In dit artikel geven we je een aantal tips.
Bij Bewegend Leren gebruik je bewegen als middel om kinderen iets te leren. De gedachte daarbij is dat kinderen lesstof sneller opnemen, omdat ze erbij bewegen.
Bewegend leren en rekenen
Rekenvaardigheden zijn bij uitstek geschikt om op een bewegende manier aan te leren. We geven je wat inspiratie:
- Tafels leren: Zet pionnen met cijfers neer en kies een tafel uit (bijvoorbeeld de tafel van 4). Laat kinderen met een voetbal mikken op een willekeurig getal. En noem de vermenigvuldiging van dat getal met de tafel van 4.
- Meten met tweetallen: Zet een streep op de vloer. Eén kind zet met 2 voeten af en springt zo ver mogelijk. Een ander kind heeft de rolmaat en meet de afstand. Hoeveel centimeter is er gesprongen? Wie van de twee springt het verst? Of wie landt met de hakken het dichtst bij 75 cm?
- Optellen en aftrekken: Rol met 2 dobbelstenen waarop getallen zichtbaar zijn. Wat is de optelsom van de 2 worpen? Trek het laagste getal van het hoogste getal af. Maak zoveel kikkersprongen als de uitkomst.

Bewegend leren voor geschiedenis en aardrijkskunde
Misschien minder voor de hand liggend, maar ook vakken als geschiedenis en aardrijkskunde kun je kinderen prima bewegenderwijs aanleren. Zo doe je dat bijvoorbeeld:
- Aardrijkskunde: Hang kaartjes op met afbeeldingen van de continenten. Hang ze een beetje hoog. Stop afbeeldingen van dieren in de Move Cube dobbelsteen. Laat kinderen rollen met de dobbelsteen. Bij welk continent past dat dier? Kinderen tikken al springend het kaartje van het juiste continent aan.
- Geschiedenis: Hang kaartjes met jaartallen aan het plafond. Maak kaartjes met vragen. Welk getal komt het dichtst bij de Middeleeuwen? Wanneer viel de Berlijnse muur? Wanneer stopte de 2e wereldoorlog? Laat de kinderen springen naar jhet juiste jaartal.
Bewegend leren en taal
Ook taal kun je kinderen al bewegend aanbieden. Hoe dan? Bekijk onderstaande voorbeelden:
- Spellen: Hang kaartjes op met alle letters. Hang ze een beetje hoog. Bedenk een woord. Laat kinderen springend de letters aantikken in de juiste volgorde. Voorbeeld: b-u-s.
- Spellingscategoriën: Leg kaartjes op de grond met ‘ng’ en ‘nk’. Noem woorden met die klank. Kinderen moeten zo snel mogelijk achter het kaartje gaan staan met de juiste spelling.
- Engels leren: Hang antwoordkaartjes aan het plafond met Yes en No. Stel kinderen vragen in het Engels. Laat hen al springend het juiste antwoordkaartje aantikken.
Bewegen op het schoolplein in het voortgezet onderwijs
Tot en met groep 8 spelen kinderen van de basisschool nog volop met veel plezier op het schoolplein. Na de zomervakantie gaan ze naar de brugklas en dan is het spelen helemaal over. Wat is er in die zomervakantie gebeurd? Hoe zorg je dat leerlingen van de middelbare school meer bewegen tijdens pauzes en tussenuren?
Met het afsluiten van de basisschool en start op het voortgezet onderwijs veranderen kinderen. Van de oudsten op school zijn ze ineens weer de jongsten, de sociale setting is anders en de hormonen spelen op. Allemaal ingrediënten die invloed hebben op hoe kinderen zich gedragen op school. Opeens is het niet meer ‘chill’ om te schommelen, al zal elke middelbare scholier dat nog graag doen. Om ze te verleiden tot bewegen is meer nodig dan het plaatsen van een pannakooi, of tafeltennistafel. Wat brengt jongeren wél in beweging?
De ‘stenen’ praktijk
Waar het bij basisscholen heel gebruikelijk is om schoolpleinen beweegvriendelijk in te richten, is de buitenruimte bij het voortgezet onderwijs wat betreft bewegen jarenlang buiten beeld geweest. De buitenruimten rondom scholen voor voortgezet- en beroepsonderwijs zijn vaak stenig en de nadruk lag met name op ontmoeten. Vaak in de vorm van zit- en hangplekken. Opvallend, omdat we juist deze doelgroep aan het bewegen willen krijgen en houden. Gelukkig zien we een trend dat scholen voor voortgezet onderwijs - naast het bewegingsonderwijs en de sportkennismakingslessen - initiatieven nemen om jongeren meer in beweging te krijgen. Hoe pak je dat aan?
Vraag jongeren naar hun behoefte
Het is een open deur: maar haal actief wensen en ideeën op bij de leerlingen zelf. Dat levert de meest waardevolle input op om tot een succesvolle beweeg-actieve inrichting te komen. Betrek leerlingen uit meerdere leerjaren vanaf de eerste plannen. Laat ze meepraten, maar geef ze vooraf ook de kaders waarbinnen beweegactiviteiten plaats kunnen vinden (locatie, budget, ...). Ervaring leert dat leerlingen graag mee willen denken. Om hen te helpen bij het stellen van prioriteiten, kun je hen vragen om hun wensen en hun eisen in aparte lijstjes op te schreven. Voorkom dat begeleiders vanuit hun eigen perspectief gaan sturen.
Van visualisatie naar ontwerp
Abstract denken is best lastig voor leerlingen. Wat helpt om hun wensen vorm te geven, is hen een maquette of model te laten maken. Dat dwingt de jongeren om na te denken over proporties en functies in relatie tot de beschikbare locatie(s). Dit onderdeel zou onderdeel kunnen zijn van de lessen binnen de creatieve vakken.
Op basis van de wensen en ideeën die je ophaalt, kan een landschapsontwerper een vlekkenplan maken. Daarmee breng je de grove indeling van de locatie in beeld, inclusief verkeersstroken (fietsen, logistiek, enz.). Vervolgens ga je via een voorlopig ontwerp naar een definitief ontwerp.
Wat vraagt het van de school en docenten
Accepteer dat wat leerlingen graag willen, lang niet altijd past bij de ideeën die de school heeft bij de pleininrichting. Beoordeel de ideeën vooral op basis van de aangegeven kaders. Daarmee voelen leerlingen zich serieus genomen en zullen ze na de realisatie ook ‘staan’ voor de gekozen oplossing. En … ‘goed voorbeeld doet goed volgen’. Hoe gaaf is het om op het plein een buitenklas te realiseren, of om op vrijdagmiddag als docenten samen met de leerlingen actief te zijn? Van een sport-battle tot chillen in de hangmatten.
3 extra tips bij het proces van schoolpleininrichting
• Betrek al in een vroeg stadium een professional voor het ontwerp. Deze kan de wensen vertalen in een juiste zonering, zodat de verschillende pleinfuncties elkaar niet in de weg zitten en de invulling aansluit op de uitgangspunten en wensen.
• Bewegen is belangrijk maar neem in de plannen ook mee dat het plein prettig is om te verblijven en houd bij zitplekken ook rekening met mogelijkheden om buiten te studeren.
• Is extra financiering nodig, begin dan vroegtijdig met een aanvraag bij fondsen, de doorlooptijd kan aardig oplopen.
Best practices
Het Assink Lyceum in Neede doorliep bovenstaand traject. De inrichting is heel anders geworden dan op de meeste schoolpleinen aanwezig is. Maar: het doet recht aan de ideeën die naar voren kwamen tijdens de participatiesessies met leerlingen en docenten. Een mooi voorbeeld dat leerlingen uit het voortgezet onderwijs best nog willen bewegen op het schoolplein, maar dan wel op basis van wat hén boeit.
Het VMBO Helicon uit Kesteren heeft een Sport- en Fitnesstuin gerealiseerd bij de school. Met outdoor fitnesstoestellen, een pannaveld en interactief stoepranden. Leerlingen vinden het geweldig en zijn meer gaan bewegen in de buitenlucht.
Onderwijscentrum ’t Roessingh in Enschede, voor kinderen met een beperking, koos bewust voor een aangepast Cruyff Court met daaromheen beweegaanleidingen. Zo kunnen meerdere activiteiten naast elkaar plaatsvinden en is er ruimte voor differentiatie. Ook de omliggende wijk maakt er dankbaar gebruik van.
Onderwijscentrum ’t Roessingh in Enschede, voor kinderen met een beperking, koos bewust voor een aangepast Cruyff Court met daaromheen beweegaanleidingen. Zo kunnen meerdere activiteiten naast elkaar plaatsvinden en is er ruimte voor differentiatie. Ook de omliggende wijk maakt er dankbaar gebruik van.
Tips inspectie en onderhoud van matten
Matten worden intensief gebruikt in het bewegingsonderwijs, maar bijvoorbeeld ook door turnverenigingen. Wat zijn de afschrijftermijnen van die matten? Welk soort mat gaat het langst mee? En waarom mag je afgekeurde matten niet als reserve of voor éxtra veiligheid gebruiken?
Wat is de afschrijftermijn voor matten?
De basisinventarislijst van de KVLO geeft aan wat de gemiddelde afschrijftermijn is voor sportmateriaal: bijvoorbeeld 8 jaar. In de praktijk kan het zijn dat een mat al na 6 jaar wordt afgekeurd, ofwel is afgeschreven. Dat komt omdat het werkelijke gebruik altijd belangrijker is, dan het landelijke gemiddelde. Jouw matten worden intensiever gebruikt als naast basisonderwijs, ook voortgezet onderwijs er gebruik van maakt. Een turnvereniging gebruikt de matten intensiever dan een badmintonvereniging. Al deze factoren spelen mee om een goed beeld te krijgen van de juiste afschrijftermijn van de matten in jouw specifieke accommodatie.
Hoe maak ik een goede begroting voor het afschrijven van mijn matten?
Het goed inschatten van de afschrijftermijnen is belangrijk om tot een realistische exploitatiebegroting te komen. Als jouw matten door intensief gebruik geen 8 jaar, maar 6 jaar meegaan: dan heb je een gat in de begroting. Ons advies is om een meerjarenbegroting te maken voor de volledige inventaris van jouw accommodatie – gebaseerd op het daadwerkelijke gebruik in de praktijk. En als het gebruik van jouw accommodatie wijzigt omdat er andere verenigingen actief zijn, of nieuwe sporten (zoals freerunning) worden aangeboden: pas dan ook de afschrijftermijnen aan.
De ene mat is de andere niet
Een afschrijftermijn staat niet op zich. Het heeft een directe relatie met de kwaliteit van een product. Een kwalitatief goede mat, met juiste vulling en hoes, gaat langer mee dan een goedkoper alternatief. Het is dus belangrijk om bij de aanschaf al een goed beeld te hebben van het gebruik en daar de kwaliteit van sportinventaris op af te stemmen. Twee tips:
- Een goedkopere vulling op polyether basis is losser van samenstelling en geeft minder demping is dan bij een (duurdere) compacte vulling. Bij veelvuldig landen op dezelfde plek wordt de vulling zo dun wordt dat de mat tijdens de zaalinspectie sneller afgekeurd wordt.
- De wijze van opbergen heeft invloed op de levensduur. Het beste is de matten horizontaal op te bergen. Bij verticale berging (staand op een mattenwagen of hangend aan klittenband aan de muur) drukt de zwaartekracht op de lijmverbindingen van de polyether delen. Gevolg is dat de vulling ‘uitzakt’ en aan functionaliteit verliest.
Focus op investering of exploitatie
Zeker bij nieuwbouw of renovaties van sportaccommodaties worden nog wel eens een concessie gedaan aan de kwaliteit van de inventaris, omdat anders het beschikbare investeringsbudget overschreden wordt. Daarbij vergeten eigenaren vaak dat een goedkoper product wel binnen de investering past - maar korter meegaat. Een goedkopere mat, moet je eerder afschrijven. Ervaring leert dat dit extra druk geeft op de exploitatiebegroting en leidt tot ontevreden gebruikers. Vooraf meer investeren, betaalt zich later terug.
Gedifferentieerde huurbedragen?
Gebruik van sportinventaris door turnverenigingen draagt bij aan een versnelde afschrijving. Vraag is of turnverenigingen dan ook een andere huurprijs zouden moeten betalen voor een sportaccommodatie dan bijvoorbeeld een badmintonvereniging. Door een extra bijdrage in de huurprijs te verwerken voor versnelde afschrijving, blijft je in staat om beide verenigingen binnen te houden.
Mag ik afgekeurde matten gebruiken als extra zekerheid bij springactiviteiten?
Ons advies is om afgekeurde materialen uit de sportaccommodatie te verwijderen. Dat lijkt logisch, maar in de praktijk gaat het vaak anders. Hoe zit het met de risico’s en aansprakelijkheid?
- Als tijdens een inspectie de matten worden afgekeurd, dan wordt dit duidelijk aangegeven, zowel op het inspectierapport als op de matten. Gebruikers zien dus dat de matten zijn afgekeurd.
- Als je deze matten toch inzet, is er sprake van opzettelijk gebruik van afgekeurd materiaal. Bij een ongeval kan "nalatigheid in handelen" verweten worden.
- Ook bij het inzetten van een afgekeurde mat als extra zekerheid bij een springsituatie is sprake van nalatigheid in handelen.
Stel dat een sporter zich ernstig blesseert bij de uitloop na een sprong. Deze blessure ontstaat op een afgekeurde mat. Als de trainer aansprakelijk gesteld wordt, kijkt de verzekeraar naar de situatie waarin de blessure ontstond. Als blijkt dat er afgekeurd materiaal gebruikt is, komt de aansprakelijkheid snel bij de lesgever of trainer te liggen. Het feit dat de blessure waarschijnlijk veel erger zou zijn als die (afgekeurde) mat er niet gelegen zou hebben, is voor de verzekeraar niet relevant. Kortom: nóg een argument om tijdig te investeren in vervanging van de matten!
Basisinventarislijst speellokaal en Handboek huisvesting speellokaal
Het speellokaal is een belangrijke ruimte als het gaat om de motorische ontwikkeling voor kleuters. Toch lag er maar weinig vast waaraan een inrichting moet voldoen en in (nieuw)bouw van basisscholen is het vaak een sluitpost. Daarom heeft de KVLO samen met partners (waaronder Nijha) een actuele basisinventarislijst opgesteld en zijn belangrijke aandachtspunten vastgelegd in een handboek huisvesting speellokaal. Deze is te gebruiken als:
- Richtlijn voor de bouw en inrichting van het speellokaal;
- Handvat om tot kwalitatieve beweeglokalen te komen waarin kleuters waarin optimaal gestimuleerd zich motorisch te ontwikkelen.
Download de basisinventarislijst speellokaal
Download het handboek inclusief basisinventarislijst speellokaal
De 10 meest gestelde vragen
Hieronder vind je 10 vragen die wij door de jaren heen vaak gesteld krijgen over het speellokaal. Doe er je voordeel mee!
- Welke materialen moeten er in een speellokaal aanwezig zijn?
Er is geen lijst met verplichte materialen. Wel heeft de KVLO (vakvereniging van vakleerkrachten LO) een basisinventarislijst gemaakt met daarin geschikte materialen. Daaruit kunnen keuzen gemaakt worden. De inrichting van een speellokaal moet aansluiten bij het vakwerkplan of de gebruikte methode, zodat invulling gegeven kan worden aan de leerlijnen en kerndoelen. Als hulp nodig is om tot een juiste keuze te komen dan kan een Nijha adviseur daarbij helpen. - Ben ik verplicht de basisinventarislijst te volgen?
Nee. De KVLO basisinventarislijst biedt een aantal opties waaruit een school kan kiezen. Als een school andere keuzes maakt, is dat mogelijk. Belangrijk is dat de inrichting veelzijdig is (dus niet alleen klimattributen), zodat leerlingen veel bewegingservaring opdoen. - Wie betaalt de inrichting van een speellokaal
Het ministerie van OC&W betaalt de ‘eerste inrichting’ van een speellokaal. Daarna is het aan de school om materialen tijdig te vervangen. Jaarlijks ontvangt de school (of het schoolbestuur) een lumpsum bedrag voor de exploitatiekosten. Daaruit moet ook de vervanging van speellokaalmateriaal bekostigd worden. - Bij wie moet ik zijn voor de vervanging van materialen
De schooldirectie is verantwoordelijk voor het tijdig vervangen van de materialen in het speellokaal. Zij ontvangen jaarlijks de lumpsum vergoeding vanuit het rijk. - Hoe lang gaan toestellen mee?
De levensduur is afhankelijk van het gebruik. Hoe groter de groepen en hoe frequenter het gebruik, hoe korter de levensduur. In de basisinventarislijst staat gemiddelde levensduur voor zowel de toestellen als de spelmaterialen. Deze kunnen gebruikt worden om inzicht te krijgen in wanneer bijvoorbeeld het klimrek of de matten vervangen moeten worden. Tel het getal in de kolom levensduur op bij het aanschafjaar en de uitkomst is het jaar dat de inventaris economisch is afgeschreven. - Wat kost de inrichting van een speellokaal?
De kosten zijn afhankelijk van de gemaakte materiaal keuzen. De basisinventarislijst geeft daarvoor een aantal opties. Houd bij de complete vernieuwing van de inventaris inclusief sport- en spelmaterialen rekening met een bedrag van € 25.000,00. Dit bedrag biedt voldoende ruimte om een tot een gevarieerd aanbod te komen met voldoende differentiatie mogelijkheden. - Wie is er verantwoordelijk voor de veiligheid in het speellokaal?
De schooldirectie is verantwoordelijk voor het veilig houden van de inventaris en erop toe te zien dat het op een juiste wijze wordt gebruikt. - Hoe vaak moet de speellokaal inventaris geïnspecteerd worden?
Eén keer per jaar de inventaris door een erkend bedrijf laten inspecteren is voldoende. In de tussenliggende periode moeten er wel ‘zichtinspecties’ plaatsvinden door de school zelf. Dit houdt in dat toestellen bekeken worden op: stabiliteit/speling, loszittende onderdelen en barsten, scheuren of splinters. Worden deze geconstateerd dan kan het inspecterende bedrijf ingeschakeld worden om het defect te herstellen (een splinter wegwerken kan uiteraard in eigen beheer plaatsvinden). Wordt het speellokaal nog niet jaarlijks geïnspecteerd? Hier vind je meer informatie over inspecties. - Voor welke groepen is het speellokaal bedoeld
De speellokaalinventaris is ontwikkeld voor groep 1 en 2 met een uitloop naar groep 3. Voor hogere groepen is het materiaal minder uitdagend en bovendien worden leerlingen zwaarder waardoor het materiaal sneller slijt. - Mag de BSO en/of kinderopvang ook gebruik maken van het speellokaal?
Als er begeleiding is door een ALO, CIOS of PABO gediplomeerd persoon, dan mogen kinderen van de BSO en Kinderopvang gebruik maken van het speellokaal. Als een pedagogisch medewerker geen aanvullende bevoegdheid heeft, dan mag deze geen materialen in het speellokaal gebruiken. Zonder toezicht is het zeer onverstandig om kinderen te laten spelen in het speellokaal. Uiteraard geldt bij gebruik van de toestellen dat deze berekend zijn op het gebruik door groep 1 en 2. Als hogere groepen er gebruik van maken, dan moet er rekening gehouden worden met versnelde slijtage.
Smartclips
Goede balans en reactievermogen helpt een oudere om langer zelfstandig te blijven en (top)sporter om een optimale prestatie te leveren. De SmartClips zijn perfect om die balans en reactievermogen gevarieerd te trainen.
Licht aan licht uit
SmartClips zijn interactieve lights die licht en/of geluid geven. Door een clip uit te tikken wordt een andere SmartClip geactiveerd. Ze zijn verkrijgbaar in een set van 4 of een set van 8. Ze zijn eenvoudig te bedienen, geheel draadloos en volledig te besturen via de gratis App (beschikbaar voor Android en iOS).

Volop variatie in activiteiten
In de App kan worden gekozen uit een aantal oefeningen ontwikkeld met experts uit het werkveld. Je kan ook zelf activiteiten samen stellen. Deze kunnen vervolgens opgeslagen worden voor snel gebruik bij een volgende activiteit. De SmartClips zijn inzetbaar bij het stimuleren van reactievermogen, balans, snelheid, behendigheid, coördinatie en conditie.
Brede doelgroep
SmartClips zijn ideaal als extra element in spelactiviteiten op school, voor revalidatie of sporttraining. Licht, geluid en dataweergave vergroten de motivatie om deel te nemen aan een activiteit en hebben een sturende werking.
Elke SmartClip kan apart ingesteld worden:
- Een variatie aan kleuren (waaronder rood, blauw, paars, geel en groen);
- Duur van oplichten en wijze van oplichten (knipperend of constant);
- Wel of geen geluid bij het swipen. Dus altijd direct respons op wat deelnemer doet. Zeker bij Parkinson training een belangrijk element.

Goed bereik
- Er wordt gebruik gemaakt van Bluetooth 5 mesh. Hierdoor is het draadloos bereik van smartphone/tablet tot de hostclip in een binnenruimte ruim 35 m en buiten ca 12 meter;
- Het aantal clips is uitbreidbaar tot 16 stuks. Als die in een rij geplaatst worden wordt de afstand in de binnenruimte van 35 meter vergroot naar wel 500 meter.
Speciaal programma voor mensen met Parkinson
Speciaal voor mensen met Parkinson zijn oefeningen samengesteld. Eerste onderzoeksresultaten laten een vermindering valrisico en verbeterde dynamische balans zien. Ook zijn er oefeningen voor CVA problematiek en heuprevalidatie. In samenwerking met kennisinstellingen en het werkveld worden de oefeningen gevalideerd, aangepast en verrijkt.
Voor elke situatie een veilige bevestiging
- De achterkant van elke SmartClip heeft klittenband en magneten. Zonder extra materiaal kan de clip op elk metalen voorwerp vastgezet worden. Bij elke set zitten klittenband strips om de SmartClips vast te zetten.
- Met de SmartClips Cap, een houder met nano zuignapjes, wordt de SmartClip vastgezet op elke vlakke ondergrond (deuren, ramen, …).
- Met de SmartClips Pad wordt de SmartClip bij gebruik op de vloer nog beter zichtbaar en wordt struikelen of wegschuiven voorkomen.
- De SmartClips Houder is een metalen standaard waar de Smartclip recht of schuin aangeklikt kan worden. Ideaal voor oefeningen als uitstappen, waarbij de houders op bepaalde afstand op de grond worden geplaatst.
Specificaties
- De SmartClips zijn gemaakt voor oersterk ABS en voorzien van 12 RGB leds en een time of flight sensor.
- Aansturing en programmering gebeurt via de App.
- Draadloze verbinding via Bluetooth 5 mesh; snelle en stabiele verbinding met een zeer laag stroomverbruik.
- Elke SmartClip heeft een oplaadbare batterij met oplaadtijd van 4 uur (van 0 naar vol) en een speelduur van zeker 8 uur.
- Als er geen internet beschikbaar is, dan blijven de reactie en parcours activiteiten beschikbaar (deze staan in de App).
- Elke set kan uitgebreid worden tot maximaal 16 SmartClips.
- De SmartClips zijn spatwaterbestendig.
- Garantie op de SmartClips (excl batterijen): 1 jaar
- Voorzien van CE- en FCC markering.
- Afmeting SmartClip (l x b x h) 12 x 7 x 2,6 cm, gewicht per clip: 100 g.
Nethoogtes voor badminton, basketbal en volleybal
Spelregels en reglementen van competitiesporten lijken vaak helder. Toch ontstaat regelmatig discussie over de toepassing in de praktijk. Voor welk competitieniveau gelden welke regels, hoe zit het met maatvoering en wanneer moeten spelinstallaties aangepast worden na een regelwijziging? In dit artikel vertellen we je alles over de nethoogten en regels rond sportinstallaties voor badminton, basketbal en volleybal.
Badminton
De nethoogte bij badminton is nog wel eens een punt van discussie. Toch zijn de regels heel duidelijk.
- De bovenkant van het net moet in het midden van de baan 1.524 m en bij de zijlijnen voor dubbelspel 1.55 m boven de vloer hangen. Er mag geen ruimte zitten tussen de zijkant van het net en de palen. Zo nodig moet het net over de gehele zijkant aan de palen worden gebonden.
- Bij zitbadminton is de paalhoogte 1.20 m. De nethoogte is 1.176 m in het midden van de baan en bij de zijlijnen voor dubbelspel 1.20 m.
- Voor rolstoelbadminton is de paalhoogte 1.40 m en de nethoogte 1.372 m respectievelijk 1.40 m.
Basketbal
- Het basketbalveld heeft een afmeting van (l x b) 28 x 15 m, gemeten vanaf de binnenzijde van de grenslijnen.
- Nationale bonden hebben de bevoegdheid om voor hun competities, bestaande speelvelden met minimum afmetingen van (l x b) 26 x 14 m goed te keuren. Het bord mag voorzien zijn van een klapring/dunkring maar dat is geen verplichting.
- Mini basketbal (voor kinderen tot 12 jaar) wordt op eenzelfde veld gespeeld als senioren basketbal. De ringhoogte is echter 2.60m en de bordmaat is 0.9 x 1.20 m. Het bord mag van (hard) hout of doorzichtig materiaal zijn.
Volleybal: zaalhoogte
Is een zaal die 7 meter hoog geschikt voor wedstrijdvolleybal? De regels zijn daarin zeer helder. Het gaat niet om de hoogte van de zaal, maar om de obstakelvrije hoogte boven het speelveld: “De vrije speelruimte is de ruimte boven het speelterrein, die vrij van enig obstakel is. Zij moet - gemeten vanaf de vloer - ten minste 7 m hoog zijn.” De voorgeschreven vrije hoogte geldt zowel voor het speelveld, als voor de minimaal verplichte vrije zone om het veld.
Volleybal: wedstrijdnetten
Met ingang van seizoen 2018 – 2019 gelden de volgende eisen. Bij regiowedstrijden zijn wedstrijdnetten met houten stokken toegestaan. Bij tweede-, eerste- en topdivisie zijn houten stokken niet toegestaan. Als er gekozen wordt voor een versteviging van de zijband, dan moet deze van buigzaam materiaal/glasfiber zijn.
Volleybal: nethoogte
- De nethoogte bij herenvolleybal is 2,43 m
- De nethoogte bij damesvolleybal is 2,24 m
- Bij circulatie-minivolleybal wordt meestal een nethoogte aangehouden van 2 m
Overige nethoogtes vind je op de site van de volleybalbond.
Volleybal: de scheidsrechter
Mag een scheidsrechter ook zitten? Of moet hij of zij staan? De regels zeggen het volgende: "De eerste scheidsrechter vervult zijn taken zittend, of staand op een stoel / platform die / dat bij één van de uiteinden van het net is geplaatst. De ooghoogte moet ongeveer 50 cm boven de bovenkant van het net zijn."
Senioren bewegen aan tafel met het Doe-kleed van Nijha
Ouderen in een verpleeghuis brengen veel tijd door aan tafel. Gezien de hoge mate van inactiviteit onder ouderen dacht Nijha na over een manier om de tafel in te zetten voor activering. En dat kan! Met de nieuwe Doe-kleden krijgt bewegen aan tafel een nieuwe dimensie. En vergeet ook de tuintafel buiten niet. Zo krijgt niet alleen bewegen maar ook de (Beweeg)tuin een nieuwe impuls.
De Doe-kleden bieden tal van mogelijkheden om alleen, samen met anderen of onder begeleiding te bewegen aan tafel. Spelenderwijs oefenen de deelnemers de fijne motoriek, werken zij aan de oog-handcoördinatie en trainen ze hun geheugen. Maar nog belangrijker, ze ervaren dat bewegen eigenlijk ook heel leuk en gezellig kan zijn. De Doe-kleden zijn verkrijgbaar in meerdere uitvoeringen. Iedere uitvoering heeft een eigen design en biedt uiteenlopende spelmogelijkheden. Van mikspelletjes en woordzoekers tot geheugentraining en traditioneel Ganzenbord.
Welzijn van bewoners
Bij De Wheehof in Goor, waar 24 ouderen met psychogeriatrische aandoeningen wonen, wordt geen kans onbenut gelaten om het dagelijkse leven zo prettig mogelijk te maken. Over de vraag van een zoon van één van de bewoners of er belangstelling was voor een Doe-kleed van Nijha, hoefde verzorgende Jody Leusenkamp niet lang na te denken. “Mensen die cognitief en verbaal achteruit gaan, kunnen nog een hoop plezier beleven aan zo’n Doe-kleed.”
Carintreggeland – waar De Wheehof deel van uitmaakt – ziet bewegen als voorwaarde voor het welzijn van hun bewoners. Ook Anke Botterhuis, medewerker Welzijn & Activering, is enthousiast over het Doe-kleed. “We spelen het spel hier vooral met onze PG-bewoners, maar ik gebruik het Doe-kleed ook in het verzorgingshuis De Stoevelaar hier op het terrein en op de dagvoorziening. Bijna iedereen die aanschuift vindt het leuk.”

Eigen spelvariaties maken
Leusenkamp: “Een aantal bewoners snapt goed hoe het Doe-kleed werkt. De ene keer doen we mikspelletjes met pittenzakjes, de andere keren woord- of getallenspelletjes met grote pionnen. Maar met name het Ganzenborden vinden de mensen erg leuk. Dat laat oude tijden herleven.” Ieder Doe-kleed komt bovendien met een set spelmaterialen en spelkaarten. Deze bieden inspiratie voor zowel de professionals als familie en vrijwilligers.
Botterhuis vult aan: “Het materiaal is ook heel mooi en kleurrijk. Dat nodigt wel uit om mee te doen. En de spelmogelijkheden zijn legio. Bij het Doe-kleed horen spelkaarten met handvatten voor activiteiten, al ben ik vrij snel geneigd om eigen variaties te maken op een spel. Je kijkt namelijk toch waar mensen het beste op reageren.”
Bewegen aan de tuintafel
De mogelijkheden van de Doe-kleden beperken zich niet tot binnenshuis. De kleden kunnen ook prima buiten gebruikt worden als groepsactiviteit of wanneer de (klein)kinderen op bezoek komen. Alle Doe-kleden zijn uitwasbaar en zijn dus prima bestand tegen een regenbui of plakkerige kinderhandjes. Zo geef je ouderen die de beweegtoestellen in de Beweegtuin niet kunnen gebruiken de mogelijkheid om op hun eigen niveau in de buitenlucht actief te zijn.
Snel en makkelijk iets leuks op tafel
De Doe-kleden van Nijha zijn snel en makkelijk in te zetten. “Ideaal voor familie die op bezoek komt en even wat leuks wil doen met de bewoners. Al mogen we daar zelf nog wel wat meer aandacht aan besteden”, aldus Leusenkamp. “Vaak komt familie vlak voor het eten en dan ben je niet snel geneigd om nog even een spel te spelen. Maar het zou wel kunnen want je neemt het kleed ook heel handig snel weer af.” Een kwestie van doen! Zowel Botterhuis als Leusenkamp vinden het Doekleed een aanrader. “Tegen andere zorgorganisaties die het bewegen van ouderen met een beperking willen blijven stimuleren zeggen wij: aanschaffen! Want of het nu om PG-bewoners gaat of om mensen met een somatische aandoening: aan Doe-kleed activiteiten kan iedereen meedoen.”
Afmetingen van de gymzaal
Een veelgehoorde vraag: In onze gemeente mogen we een nieuwe gymzaal bouwen. We denken aan een zaal met de maten 21 x 12 meter. Nu horen we dat de KVLO als afmetingen gymzaal 26 x 15,4 meter aanbeveelt. Maken die paar meter extra in de praktijk zoveel verschil?
Argumenten vóór grotere gymzalen
Een paar meter extra is een verschil van dag en nacht. In de eerste plaats, de gymzalen van vroeger zijn gebaseerd op een hoeveelheid vierkante meter ruimte per leerling. De lesgroepen zijn sinds die tijd veel groter geworden. Vanuit dat oogpunt is iedere extra meter er één. Maar ook het veranderende bewegingsonderwijs in de afgelopen decennia vraagt om een zaal met grotere afmetingen, in de lengterichting en in de breedte. Welke argumenten liggen hieraan ten grondslag?
Grotere groepen
De projectgroep Normen van de KVLO beveelt een afmeting van 26 x 15,4 meter aan voor een gymzaal. Er zijn hiervoor een aantal belangrijke argumenten aangedragen. Zo zijn de groepen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs groter geworden, waardoor er meer “beweegruimte” nodig is. Om effectief en gevarieerd les te kunnen geven, maar ook om een veilige gymles te kunnen bieden en ongevallen te voorkomen. Daarnaast zijn er vakinhoudelijk belangrijke beweegredenen om voor een grote zaal te kiezen. Dit geeft docenten de mogelijkheid om in 3 vakken les te geven.
In meerdere situaties lesgeven
Het belangrijkste vakinhoudelijke argument is het lesgeven in meerdere situaties. Oftewel het aanbieden van drie of meer activiteiten gelijktijdig. Een wijze van lesgeven die alle hedendaagse bewegingsmethodes adviseren en iets wat vrijwel iedere vakleerkracht bewegingsonderwijs en groepsleerkracht in de praktijk ook doet. Deze manier van lesgeven vergroot de bewegingsintensiteit en leidt ertoe dat activiteiten vaak “in de breedte” worden gegeven. En die extra meters zijn dan zeer gewenst om de activiteiten goed tot hun recht te laten komen.
Zwaaien over de breedte
Eén van de bekendste leerlijnen binnen bewegingsonderwijs is zwaaien. Groot nadeel van zwaaien is dat het veel ruimte inneemt over de lengte van een gymzaal, waardoor naast het zwaaien weinig ruimte overblijft voor andere activiteiten. Maar dit probleem is er niet met een 15,4 meter brede gymzaal. Er kan dan gezwaaid worden over de breedte van de zaal, waardoor de overige zaalruimte veel effectiever voor andere activiteiten kan worden gebruikt. Belangrijk hierbij is in een vroeg stadium, de ontwerpfase van een gymzaal, bij de architect aan te kaarten dat de wens er is te zwaaien over de breedte. In het ontwerp kan dan rekening worden gehouden met een juiste plaatsing van de draagbalken. De gemeente Arnhem heeft een aantal gymzalen op deze wijze ingericht en andere gemeenten hebben zich laten inspireren door dit “Arnhems model”.
Ook voor sportspelen
Ook voor sportspelen, zoals volleybal, badminton, basketbal, korfbal en voetbal bieden de extra meters meerwaarde. In de gymles, maar ook voor trainingen van sportverenigingen in de gymzalen. Sporten – basketbal, korfbal, voetbal, hockey- tijdens de gymles, waarbij het recht van aanval halen centraal staat, worden vaak in meerdere situaties naast elkaar aangeboden. De extra ruimte zorgt letterlijk voor meer diepte in het spel zodat deze sportactiviteit beter tot z’n recht komt en de activiteit beter “loopt”. En bij netspelen over de breedte zoals volleybal en badminton is er meer ruimte achter de achterlijn, waardoor het bekende kort-lang spel –sparren- veel meer uitdaging krijgt. Door de breedte van 15,4 meter kunnen er 3 badmintonvelden naast elkaar liggen. De lengte van 26 meter maakt het mogelijk om basketbal te spelen voor het bewegingsonderwijs. Bij trainingen van sportverenigingen in de avonduren is er meer uitloop buiten de speelbelijning, waardoor de training veiliger is en de kans op aanraking met de muur kleiner is.
Let's play net
Waarom is er in de wijk eigenlijk nog geen outdoor badmintonnet? Iedereen heeft wel badminton gespeeld, op straat, in het park of op de camping. Het is een razend populaire sport en lekker laagdrempelig. Daarom hebben Badminton Nederland en Nijha de handen in een geslagen en het Let's Play Net ontwikkeld.
In de wijk, op het schoolplein of bij het sportcourt
Badminton wordt veel recreatief gespeeld, dus de kans op succes is het grootst als het Let’s Play Net op een goed bereikbare locatie geplaatst wordt. Er is geen speciale ondergrond nodig, dus het net kan geplaatst worden op tegels, beton, kunstgras of gras.
Voor badminton en nog veel meer
De nethoogte is afgestemd op badminton. Daarbij is Airbadminton dé trend. Er wordt gebruik gemaakt van een speciale, minder windgevoelige shuttle. Maar er zijn ook andere sporten mogelijk, zoals voetvolley, pickleball large en tennis- en volleybalvormen. De ruimte onder het net zou zelfs als doeltje bij voetbal of hockey gebruikt kunnen worden.
Invulling van gemeentelijk beleid
Vrijwel elke gemeente heeft beweegbeleid waarin als doel gesteld wordt om meer burgers te stimuleren tot bewegen. En in lokale sportakkoorden worden laagdrempelige beweegactiviteiten gezien als een passende oplossing om niet-bewegers actief te krijgen. Daar past het Let’s Play Net fantastisch in. Het kan gebruikt worden bij georganiseerde activiteiten onder begeleiding vaneen buurtsportcoach of badmintontrainer. Buurtbewoners kunnen er ook op een voor hun passend moment met eigen regels en veldafmetingen gebruik van maken.
Stoer, sterk en compact
Het Let’s Play Net heeft een stoere uitstraling en is gemaakt van oerdegelijk materiaal. Dat maakt het net geschikt voor elke locatie. Ook bootcampers, hardlopers en outdoor survivalaars vinden in het Let’s Play net een mooi circuit onderdeel, voor kracht- interval- of coördinatie oefeningen. Door de netbreedte van 300 cm vraagt het Let’s Play Net weinig ruimte, dus er is altijd een goede plek te vinden.
Trainingen voor lesgevers
Badminton Nederland verzorgt trainingen voor buurtsportcoaches en vakleerkrachten LO zodat zij activiteiten goed kunnen begeleiden. Zo wordt geborgd dat een Let’s Play Net ook gebruikt kan worden voor gymlessen en bij buitenschoolse activiteiten.
Bekijk het Ley's Play net hier.
