Zoeken
Artikelen
Nethoogtes voor badminton, basketbal en volleybal
Spelregels en reglementen van competitiesporten lijken vaak helder. Toch ontstaat regelmatig discussie over de toepassing in de praktijk. Voor welk competitieniveau gelden welke regels, hoe zit het met maatvoering en wanneer moeten spelinstallaties aangepast worden na een regelwijziging? In dit artikel vertellen we je alles over de nethoogten en regels rond sportinstallaties voor badminton, basketbal en volleybal.
Badminton
De nethoogte bij badminton is nog wel eens een punt van discussie. Toch zijn de regels heel duidelijk.
- De bovenkant van het net moet in het midden van de baan 1.524 m en bij de zijlijnen voor dubbelspel 1.55 m boven de vloer hangen. Er mag geen ruimte zitten tussen de zijkant van het net en de palen. Zo nodig moet het net over de gehele zijkant aan de palen worden gebonden.
- Bij zitbadminton is de paalhoogte 1.20 m. De nethoogte is 1.176 m in het midden van de baan en bij de zijlijnen voor dubbelspel 1.20 m.
- Voor rolstoelbadminton is de paalhoogte 1.40 m en de nethoogte 1.372 m respectievelijk 1.40 m.
Basketbal
- Het basketbalveld heeft een afmeting van (l x b) 28 x 15 m, gemeten vanaf de binnenzijde van de grenslijnen.
- Nationale bonden hebben de bevoegdheid om voor hun competities, bestaande speelvelden met minimum afmetingen van (l x b) 26 x 14 m goed te keuren. Het bord mag voorzien zijn van een klapring/dunkring maar dat is geen verplichting.
- Mini basketbal (voor kinderen tot 12 jaar) wordt op eenzelfde veld gespeeld als senioren basketbal. De ringhoogte is echter 2.60m en de bordmaat is 0.9 x 1.20 m. Het bord mag van (hard) hout of doorzichtig materiaal zijn.
Volleybal: zaalhoogte
Is een zaal die 7 meter hoog geschikt voor wedstrijdvolleybal? De regels zijn daarin zeer helder. Het gaat niet om de hoogte van de zaal, maar om de obstakelvrije hoogte boven het speelveld: “De vrije speelruimte is de ruimte boven het speelterrein, die vrij van enig obstakel is. Zij moet - gemeten vanaf de vloer - ten minste 7 m hoog zijn.” De voorgeschreven vrije hoogte geldt zowel voor het speelveld, als voor de minimaal verplichte vrije zone om het veld.
Volleybal: wedstrijdnetten
Met ingang van seizoen 2018 – 2019 gelden de volgende eisen. Bij regiowedstrijden zijn wedstrijdnetten met houten stokken toegestaan. Bij tweede-, eerste- en topdivisie zijn houten stokken niet toegestaan. Als er gekozen wordt voor een versteviging van de zijband, dan moet deze van buigzaam materiaal/glasfiber zijn.
Volleybal: nethoogte
- De nethoogte bij herenvolleybal is 2,43 m
- De nethoogte bij damesvolleybal is 2,24 m
- Bij circulatie-minivolleybal wordt meestal een nethoogte aangehouden van 2 m
Overige nethoogtes vind je op de site van de volleybalbond.
Volleybal: de scheidsrechter
Mag een scheidsrechter ook zitten? Of moet hij of zij staan? De regels zeggen het volgende: "De eerste scheidsrechter vervult zijn taken zittend, of staand op een stoel / platform die / dat bij één van de uiteinden van het net is geplaatst. De ooghoogte moet ongeveer 50 cm boven de bovenkant van het net zijn."
Senioren bewegen aan tafel met het Doe-kleed van Nijha
Ouderen in een verpleeghuis brengen veel tijd door aan tafel. Gezien de hoge mate van inactiviteit onder ouderen dacht Nijha na over een manier om de tafel in te zetten voor activering. En dat kan! Met de nieuwe Doe-kleden krijgt bewegen aan tafel een nieuwe dimensie. En vergeet ook de tuintafel buiten niet. Zo krijgt niet alleen bewegen maar ook de (Beweeg)tuin een nieuwe impuls.
De Doe-kleden bieden tal van mogelijkheden om alleen, samen met anderen of onder begeleiding te bewegen aan tafel. Spelenderwijs oefenen de deelnemers de fijne motoriek, werken zij aan de oog-handcoördinatie en trainen ze hun geheugen. Maar nog belangrijker, ze ervaren dat bewegen eigenlijk ook heel leuk en gezellig kan zijn. De Doe-kleden zijn verkrijgbaar in meerdere uitvoeringen. Iedere uitvoering heeft een eigen design en biedt uiteenlopende spelmogelijkheden. Van mikspelletjes en woordzoekers tot geheugentraining en traditioneel Ganzenbord.
Welzijn van bewoners
Bij De Wheehof in Goor, waar 24 ouderen met psychogeriatrische aandoeningen wonen, wordt geen kans onbenut gelaten om het dagelijkse leven zo prettig mogelijk te maken. Over de vraag van een zoon van één van de bewoners of er belangstelling was voor een Doe-kleed van Nijha, hoefde verzorgende Jody Leusenkamp niet lang na te denken. “Mensen die cognitief en verbaal achteruit gaan, kunnen nog een hoop plezier beleven aan zo’n Doe-kleed.”
Carintreggeland – waar De Wheehof deel van uitmaakt – ziet bewegen als voorwaarde voor het welzijn van hun bewoners. Ook Anke Botterhuis, medewerker Welzijn & Activering, is enthousiast over het Doe-kleed. “We spelen het spel hier vooral met onze PG-bewoners, maar ik gebruik het Doe-kleed ook in het verzorgingshuis De Stoevelaar hier op het terrein en op de dagvoorziening. Bijna iedereen die aanschuift vindt het leuk.”

Eigen spelvariaties maken
Leusenkamp: “Een aantal bewoners snapt goed hoe het Doe-kleed werkt. De ene keer doen we mikspelletjes met pittenzakjes, de andere keren woord- of getallenspelletjes met grote pionnen. Maar met name het Ganzenborden vinden de mensen erg leuk. Dat laat oude tijden herleven.” Ieder Doe-kleed komt bovendien met een set spelmaterialen en spelkaarten. Deze bieden inspiratie voor zowel de professionals als familie en vrijwilligers.
Botterhuis vult aan: “Het materiaal is ook heel mooi en kleurrijk. Dat nodigt wel uit om mee te doen. En de spelmogelijkheden zijn legio. Bij het Doe-kleed horen spelkaarten met handvatten voor activiteiten, al ben ik vrij snel geneigd om eigen variaties te maken op een spel. Je kijkt namelijk toch waar mensen het beste op reageren.”
Bewegen aan de tuintafel
De mogelijkheden van de Doe-kleden beperken zich niet tot binnenshuis. De kleden kunnen ook prima buiten gebruikt worden als groepsactiviteit of wanneer de (klein)kinderen op bezoek komen. Alle Doe-kleden zijn uitwasbaar en zijn dus prima bestand tegen een regenbui of plakkerige kinderhandjes. Zo geef je ouderen die de beweegtoestellen in de Beweegtuin niet kunnen gebruiken de mogelijkheid om op hun eigen niveau in de buitenlucht actief te zijn.
Snel en makkelijk iets leuks op tafel
De Doe-kleden van Nijha zijn snel en makkelijk in te zetten. “Ideaal voor familie die op bezoek komt en even wat leuks wil doen met de bewoners. Al mogen we daar zelf nog wel wat meer aandacht aan besteden”, aldus Leusenkamp. “Vaak komt familie vlak voor het eten en dan ben je niet snel geneigd om nog even een spel te spelen. Maar het zou wel kunnen want je neemt het kleed ook heel handig snel weer af.” Een kwestie van doen! Zowel Botterhuis als Leusenkamp vinden het Doekleed een aanrader. “Tegen andere zorgorganisaties die het bewegen van ouderen met een beperking willen blijven stimuleren zeggen wij: aanschaffen! Want of het nu om PG-bewoners gaat of om mensen met een somatische aandoening: aan Doe-kleed activiteiten kan iedereen meedoen.”
Afmetingen van de gymzaal
Een veelgehoorde vraag: In onze gemeente mogen we een nieuwe gymzaal bouwen. We denken aan een zaal met de maten 21 x 12 meter. Nu horen we dat de KVLO als afmetingen gymzaal 26 x 15,4 meter aanbeveelt. Maken die paar meter extra in de praktijk zoveel verschil?
Argumenten vóór grotere gymzalen
Een paar meter extra is een verschil van dag en nacht. In de eerste plaats, de gymzalen van vroeger zijn gebaseerd op een hoeveelheid vierkante meter ruimte per leerling. De lesgroepen zijn sinds die tijd veel groter geworden. Vanuit dat oogpunt is iedere extra meter er één. Maar ook het veranderende bewegingsonderwijs in de afgelopen decennia vraagt om een zaal met grotere afmetingen, in de lengterichting en in de breedte. Welke argumenten liggen hieraan ten grondslag?
Grotere groepen
De projectgroep Normen van de KVLO beveelt een afmeting van 26 x 15,4 meter aan voor een gymzaal. Er zijn hiervoor een aantal belangrijke argumenten aangedragen. Zo zijn de groepen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs groter geworden, waardoor er meer “beweegruimte” nodig is. Om effectief en gevarieerd les te kunnen geven, maar ook om een veilige gymles te kunnen bieden en ongevallen te voorkomen. Daarnaast zijn er vakinhoudelijk belangrijke beweegredenen om voor een grote zaal te kiezen. Dit geeft docenten de mogelijkheid om in 3 vakken les te geven.
In meerdere situaties lesgeven
Het belangrijkste vakinhoudelijke argument is het lesgeven in meerdere situaties. Oftewel het aanbieden van drie of meer activiteiten gelijktijdig. Een wijze van lesgeven die alle hedendaagse bewegingsmethodes adviseren en iets wat vrijwel iedere vakleerkracht bewegingsonderwijs en groepsleerkracht in de praktijk ook doet. Deze manier van lesgeven vergroot de bewegingsintensiteit en leidt ertoe dat activiteiten vaak “in de breedte” worden gegeven. En die extra meters zijn dan zeer gewenst om de activiteiten goed tot hun recht te laten komen.
Zwaaien over de breedte
Eén van de bekendste leerlijnen binnen bewegingsonderwijs is zwaaien. Groot nadeel van zwaaien is dat het veel ruimte inneemt over de lengte van een gymzaal, waardoor naast het zwaaien weinig ruimte overblijft voor andere activiteiten. Maar dit probleem is er niet met een 15,4 meter brede gymzaal. Er kan dan gezwaaid worden over de breedte van de zaal, waardoor de overige zaalruimte veel effectiever voor andere activiteiten kan worden gebruikt. Belangrijk hierbij is in een vroeg stadium, de ontwerpfase van een gymzaal, bij de architect aan te kaarten dat de wens er is te zwaaien over de breedte. In het ontwerp kan dan rekening worden gehouden met een juiste plaatsing van de draagbalken. De gemeente Arnhem heeft een aantal gymzalen op deze wijze ingericht en andere gemeenten hebben zich laten inspireren door dit “Arnhems model”.
Ook voor sportspelen
Ook voor sportspelen, zoals volleybal, badminton, basketbal, korfbal en voetbal bieden de extra meters meerwaarde. In de gymles, maar ook voor trainingen van sportverenigingen in de gymzalen. Sporten – basketbal, korfbal, voetbal, hockey- tijdens de gymles, waarbij het recht van aanval halen centraal staat, worden vaak in meerdere situaties naast elkaar aangeboden. De extra ruimte zorgt letterlijk voor meer diepte in het spel zodat deze sportactiviteit beter tot z’n recht komt en de activiteit beter “loopt”. En bij netspelen over de breedte zoals volleybal en badminton is er meer ruimte achter de achterlijn, waardoor het bekende kort-lang spel –sparren- veel meer uitdaging krijgt. Door de breedte van 15,4 meter kunnen er 3 badmintonvelden naast elkaar liggen. De lengte van 26 meter maakt het mogelijk om basketbal te spelen voor het bewegingsonderwijs. Bij trainingen van sportverenigingen in de avonduren is er meer uitloop buiten de speelbelijning, waardoor de training veiliger is en de kans op aanraking met de muur kleiner is.
Let's play net
Waarom is er in de wijk eigenlijk nog geen outdoor badmintonnet? Iedereen heeft wel badminton gespeeld, op straat, in het park of op de camping. Het is een razend populaire sport en lekker laagdrempelig. Daarom hebben Badminton Nederland en Nijha de handen in een geslagen en het Let's Play Net ontwikkeld.
In de wijk, op het schoolplein of bij het sportcourt
Badminton wordt veel recreatief gespeeld, dus de kans op succes is het grootst als het Let’s Play Net op een goed bereikbare locatie geplaatst wordt. Er is geen speciale ondergrond nodig, dus het net kan geplaatst worden op tegels, beton, kunstgras of gras.
Voor badminton en nog veel meer
De nethoogte is afgestemd op badminton. Daarbij is Airbadminton dé trend. Er wordt gebruik gemaakt van een speciale, minder windgevoelige shuttle. Maar er zijn ook andere sporten mogelijk, zoals voetvolley, pickleball large en tennis- en volleybalvormen. De ruimte onder het net zou zelfs als doeltje bij voetbal of hockey gebruikt kunnen worden.
Invulling van gemeentelijk beleid
Vrijwel elke gemeente heeft beweegbeleid waarin als doel gesteld wordt om meer burgers te stimuleren tot bewegen. En in lokale sportakkoorden worden laagdrempelige beweegactiviteiten gezien als een passende oplossing om niet-bewegers actief te krijgen. Daar past het Let’s Play Net fantastisch in. Het kan gebruikt worden bij georganiseerde activiteiten onder begeleiding vaneen buurtsportcoach of badmintontrainer. Buurtbewoners kunnen er ook op een voor hun passend moment met eigen regels en veldafmetingen gebruik van maken.
Stoer, sterk en compact
Het Let’s Play Net heeft een stoere uitstraling en is gemaakt van oerdegelijk materiaal. Dat maakt het net geschikt voor elke locatie. Ook bootcampers, hardlopers en outdoor survivalaars vinden in het Let’s Play net een mooi circuit onderdeel, voor kracht- interval- of coördinatie oefeningen. Door de netbreedte van 300 cm vraagt het Let’s Play Net weinig ruimte, dus er is altijd een goede plek te vinden.
Trainingen voor lesgevers
Badminton Nederland verzorgt trainingen voor buurtsportcoaches en vakleerkrachten LO zodat zij activiteiten goed kunnen begeleiden. Zo wordt geborgd dat een Let’s Play Net ook gebruikt kan worden voor gymlessen en bij buitenschoolse activiteiten.
Bekijk het Ley's Play net hier.
Richtlijnen buitenruimte
De buitenruimte bij kinderopvangcentra en BSO’s krijgt steeds meer aandacht. Waar jarenlang de nadruk lag op de binnenruimte is het nu tijd voor een uitdagende buitenruimte. Welke eisen zijn er aan buitenruimtes en waar moet je op letten bij het ontwerp en de inrichting.
De Wet Kinderopvang schrijft voor dat per kind er minimaal 3 vierkante meter per kind buitenruimte beschikbaar moet zijn. 99% van de kinderopvangcentra voldoet aan deze norm. Voor BSO-kinderen is dit echter veel te weinig. En zelfs voor jonge kinderen is 3 vierkante meter erg krap. Een onderzoek heeft uitgewezen dat 8 vierkante meter buitenruimte een BSO-kind voldoende ruimte om te bewegen geeft.
Buiten bewegen is gezond!
Buiten zijn is goed voor kinderen. En helemaal als ze dan ook nog in beweging zijn. De buitenruimte bij de opvang vraagt dus niet alleen een bepaalde afmeting, maar moet ook uitdagen tot bewegen. Een aantrekkelijk, overzichtelijk plein is hierbij een pré. Een plein waar zowel het jonge kind (0-4) als de BSO-kinderen (4-12) met plezier kunnen bewegen. De buitenruimte dient ook geschikt te zijn voor vrij spelen en (naschoolse) activiteiten, met of zonder sport- en spelmateriaal. En denk ook aan ruimte voor rustmomenten en lekker chillen.
Buitenruimte vraagt om andere insteek
Een buitenruimte van een kinderopvang vraagt op sommige vlakken om een andere insteek dan een plein dat alleen voor een basisschool bestemd is. Waarom? BSO-kinderen zijn soms wel 1,5 tot 2 uur buiten aan het spelen. Het plein moet geschikt zijn voor naschoolse activiteiten en het leeftijdsverschil tussen kinderen die op één plein spelen is veel groter dan op een schoolplein. Deze en andere facetten vragen om een andere inrichting van het plein bij een kinderopvang/BSO.
Bewegend leren in de klas
Triiiiing! Half negen ‘s ochtend, de schoolbel is gegaan en alle leerlingen zitten netjes op hun billen, in de kring of aan hun tafel. De rust keert terug in de klas en het leerproces kan beginnen. Toch? Klinkt voorgaande jou ideaal in de oren? Of probeer jij ‘zittend leren’ te beperken?
De meeste leerkrachten zijn intussen wel bekend met ‘Bewegend leren’. Veel scholen experimenteren er al mee. Ook doen wetenschappers volop onderzoek naar de voordelen van deze aanpak. Maar wat is nou precies de gedachte achter Bewegend Leren, waar kun je allemaal aan denken? En hoe kun jij het zelf in de klas toepassen? Dat zetten we in dit artikel voor je op een rij.
Wat is Bewegend Leren?
Op en rondom de school zijn kinderen al volop fysiek actief: van gymles, tot speelkwartier, tot beweegbreaks. Bewegend Leren is anders, omdat je het bewegen echt in het leerproces inzet. En dan bedoelen we niet dat ze leren sporten, maar juist vaardigheden als spellen, vermenigvuldigen en geschiedenis. De gedachte daarbij is dat kinderen lesstof al bewegend sneller opnemen.
Hoe gebruik je Bewegend Leren in de klas?
De meeste leerkrachten zetten bewegen in de klas op twee manieren in:
Je kunt het pure leren afwisselen met korte beweegpauzes. Dus even springen, rennen, of dansen tussendoor, om de concentratie te verhogen en daarna weer fris aan de slag te gaan.
Je kunt kinderen ook iets leren op een bewegende manier. Denk aan hinkelend optellen, taalspelletjes in estafettevorm, of tafels automatiseren tijdens het stuiten van een bal.
Voorbeelden van Bewegend Leren uit het basisonderwijs
We geven je graag wat voorbeelden van Bewegend Leren die jij meteen in jouw klas kunt gebruiken.
Meten met tweetallen: Zet een streep op de vloer. Eén kind zet met 2 voeten af en springt zo ver mogelijk. Een ander kind heeft de rolmaat en meet de afstand. Hoeveel centimeter is er gesprongen? Wie van de twee springt het verst? Of wie landt met de hakken het dichtst bij 75 cm?
Aardrijkskunde: Hang kaartjes op met afbeeldingen van de continenten. Hang ze een beetje hoog. Stop afbeeldingen van dieren in de Move Cube dobbelsteen. Laat kinderen rollen met de dobbelsteen. Bij welk continent past dat dier? Kinderen tikken al springend het kaartje van het juiste continent aan.
Engels leren: Hang antwoordkaartjes aan het plafond met Yes en No. Stel kinderen vragen in het Engels. Laat hen al springend het juiste antwoordkaartje aantikken.
Bekijk nog veel meer speltips in ons Inspiratieboek Bewegend Leren.
Zo kun je beginnen met Bewegend Leren
Om op jouw school te starten met Bewegend Leren heb je twee dingen nodig: inspiratie en de juiste materialen om jouw lessen ook echt actiever te maken. Nijha helpt je met beide. Bekijk een voorbeeld van compleet Bewegend Leren spelpakketten die je kunt inzetten.
De voordelen van Bewegend Leren
Tot slot is nog belangrijk om te zeggen: Bewegend Leren is een vakgebied in ontwikkeling. Er is nog geen keihard bewijs dat kinderen er echt beter van gaan leren. We weten nu eenmaal nog niet precies hoe het brein van kinderen werkt en hoe bewegen en leren samenhangen. Intussen wordt in de praktijk al flink geëxperimenteerd. Wat weten we al wel?
Bewegen is goed voor de gezondheid. Daar is zelfs een beweegrichtlijn voor ontwikkeld: 1 uur per dag is het minimum. Iets wat niet alle kinderen halen.
Leerkrachten ervaren dat veel kinderen bewegen ‘nodig’ hebben. Zij geven aan dat het inzetten van beweging positief werkt voor de concentratie in de klas.
Kinderen hebben een betere aandacht in de klas, als zij op een schooldag twee keer bewegen dan wanneer zij één keer bewegen of de hele ochtend stilzitten.
Kinderen zijn enthousiast over extra bewegen op school.
En niet onbelangrijk: ook ouders vinden het steeds belangrijker dat de school van hun kinderen voldoende beweegactiviteiten aanbiedt.
Kanjam
Een nieuwe hype is over komen waaien van de andere kant van de oceaan naar Nederland: KanJam. Een laagdrempelig frisbee spel waar mikken, teamwork, inspanning en ontspanning prachtig samenkomen in één uitdagend spel voor jong en oud. Nu al een ware hit binnen scholen, gemeenten, sportbedrijven en recreatieondernemers. Maak nu kennis met KanJam!
Wat is KanJam?
KanJam is een interactief frisbee spel dat in Amerika al veel gespeeld wordt en in korte tijd aan grote populariteit heeft gewonnen in Nederland. Bij KanJam is het doel om de frisbee in een soort ton (“Kan”) te werpen. Het spel wordt gespeeld met 2 tonnen die circa 15 meter uit elkaar staan. Je speelt in teams van twee waarbij je teamgenoot aan de overkant bij de andere “Kan” staat. De meeste punten krijg je als je de frisbee direct in de ton werpt. Maar ook voor het alleen raken van de ton met de frisbee krijg je punten. Ziet je medespeler bij een worp dat de frisbee de ton niet gaat raken? Dan mag je teammaat de frisbee een “tikkie” in de goede richting te geven. Of de frisbee in de ton te dunken (“Jam”). Zo kun je als team bij een mindere worp door samenspel toch punten scoren.

Waar wordt KanJam gespeeld?
KanJam kan altijd en overal gespeeld worden. Op een grasveld of plein in de wijk, op een speelweide, op het strand, op een buitensportaccommodatie, maar ook voor indoorgebruik is het zeer geschikt. Het spel staat binnen een mum van tijd klaar en je kan dus snel aan de slag. Concentratie, teamwork, goed mikken en de combi van inspanning en ontspanning maken van KanJam een aantrekkelijke spelvorm. Fysiek contact is uitgesloten, wat het spel geschikt maakt voor iedereen!
Ideaal voor gymles én daarbuiten!
KanJam is een laagdrempelige sportactiviteit die naadloos aansluit bij verschillende leerdoelen en domeinen van bewegingsonderwijs. Tel daarbij op de mogelijke binnen- en buitentoepassing en de populariteit van KanJam in de lichamelijke opvoeding les is verklaard. In de VS zetten al meer dan 1800 scholen KanJam in tijdens de gymlessen. Maar KanJam komt ook goed tot zijn recht buiten schooltijd. Als strandactiviteit, tijdens een sportactiviteit- of evenement in de wijk en natuurlijk op de camping. Eigenlijk mag KanJam als laagdrempelig frisbeespel niet ontbreken bij iedere organisatie die sport en bewegen hoog in het vaandel heeft staan.
Spelregels
KanJam wordt gespeeld met twee speciale gerecyclede tonnen die circa 15 meter uit elkaar staan. De KanJam regels zijn eenvoudig
- Bij beide tonnen staan 2 spelers, van ieder team 1
- Het team dat het eerst 21 punten bij elkaar heeft gescoord, heeft gewonnen
- Het team dat de frisbee in 1 keer in de ton werpt (via gleuf of via bovenkant), wint direct (instant win). Door middel van een zogenaamde Bucket (frisbee gaat via medespeler in de ton) kun je 3 punten scoren. Met een Deuce (frisbee komt tegen ton aan maar gaat er niet in, krijg je 2 punten. Een punt is te verdienen door via medespeler de ton te raken (dit heet een Dinger)
- Overigens moet je precies op 21 punten uitkomen. Met een 20-0 voorsprong is er dus nog niets beslist en blijft het nog spannend!
KanJam: de inhoud
Wij hebben twee KanJam pakketten in het assortiment. De KanJam set compleet bestaat uit één frisbee en twee duurzame, gebruiksvriendelijke tonnen. De ton is gemaakt van gerecycled materiaal. Bij aanschaf ontvangt u ook de speciale KanJam app om makkelijk scores bij te houden en een uitgebreide gebruikershandleiding.
Het meer uitgebreide pakket is de KanJam School set Basic. Dit pakket is speciaal ontwikkeld voor scholen en andere organisaties die meerdere KanJam spelvormen gelijktijdig wil uitvoeren. Het pakket bestaat uit 8 miktonnen en 6 frisbees. Dit pakket is ideaal voor gebruik in de gymles of als sportactiviteiten met groepen groter dan 4 personen.
Tips inspectie en onderhoud sportinventaris
Een vraag uit de praktijk: “Onze sportbegroting staat onder druk. Nu is het voorstel om de jaarlijkse inspectie van de sportinventaris in onze sportaccommodaties op te schuiven en deze voortaan slechts één keer per twee jaar uit te laten voeren. Mag dat?”
Dit zegt de Arbeidsomstandighedenwet
Sportinventaris in sportaccommodaties wordt vanuit de Arbeidsomstandighedenwet gezien als een arbeidsmiddel voor trainers en docenten die ermee werken. Deze wet bestaat uit vier delen. In het deel ‘Arbeidsomstandighedenbesluit’ staan in de artikelen 3.2, 7.3 en 7.4 heldere eisen waaraan een eigenaar van sportaccommodaties moet voldoen als het gaat om inspectie en onderhoud: ‘Een accommodatie moet regelmatig geïnspecteerd worden door een deskundig persoon. Geconstateerde gebreken die de veiligheid of gezondheid kunnen beïnvloeden, moeten zo snel mogelijk worden hersteld.’ Dus: inspectie is verplicht, maar de wet stelt niet verplicht dat inspectie jaarlijks plaatsvindt.
Veiligheid
Tijdens een inspectie bekijken de inspecteurs de sportinventaris op veiligheid. Zij rapporteren geconstateerde gebreken, waarop jij als eigenaar of beheerder van een accommodatie actie kunt ondernemen om onveilige situaties op te lossen. Een inspectie met een jaar opschuiven kan als gevolg hebben dat er toch onveilige situaties ontstaan. Het gebruik van de inventaris zal in die periode namelijk niet minder intensief zijn. Los van de veiligheid, is het de vraag of het opschuiven van de inspectie daadwerkelijk je echt een bezuiniging oplevert.
Korte termijn besparing
Opschuiven van een inspectie betekent namelijk ook dat kleine defecten niet geconstateerd en gerepareerd worden. In het extra jaar kunnen dit soort kleine defecten verergeren, waardoor de kosten voor het herstel uiteindelijk veel groter zijn. Sterker nog: een kleine scheur in een basketbalbord kan hersteld worden. Als de scheur groter wordt, moet je uiteindelijk een heel nieuw basketbalbord monteren. Zo levert de bezuiniging op het inspectieabonnement je uiteindelijk forse meerkosten op bij reparaties.
Aansprakelijkheid
De Arbeidsomstandighedenwet geeft zoals gezegd niet aan dat een accommodatie jaarlijks geïnspecteerd moet worden. De wet spreekt over ‘regelmatig’ en ‘over het zo snel mogelijk herstellen van gebreken’. Als er een ongeval plaatsvindt in de accommodatie en er volgt aansprakelijkheidsstelling, dan kijkt een verzekeraar altijd naar de omstandigheden waaronder het ongeval plaatsvond en hoe jij als eigenaar van de accommodatie jouw plicht om de accommodatie veilig te houden hebt ingevuld. Het verlengen van de inspectietermijn met een jaar zonder aantoonbare reden (anders dan budget), maakt jouw positie als eigenaar zeker niet sterker. Het kan zelfs leiden tot aansprakelijkheidsstelling op basis van nalatigheid in handelen. Dat wil je uiteraard voorkomen.
Bezuinigen door te investeren
Als je wilt bezuinigen, klinkt het advies om juist te investeren onlogisch. Maar toch: door te investeren in langdurig beleid, door de tijd te nemen accommodaties goed te inventariseren op toekomstig gebruik en inventarisbehoefte, kunnen zomaar onverwachte oplossingen naar voren komen die positief zijn voor jouw budget. Want ook ongebruikte toestellen kosten geld. Kijk ook eens naar het onderhoudsabonnement. Sluit dat nog voldoende aan op de behoeften? Er zijn de afgelopen jaren onderhoudsvormen ontwikkeld die wellicht beter aansluiten op jouw situatie en budget. Zorg dat je je hierover laat informeren.
Inventaris check
De basisinventarislijsten voor BO en VO van de KVLO geven je alvast een goed idee van de inventaris die nodig is voor bewegingsonderwijs in jouw accommodatie. Onze ervaring leert dat er in accommodaties vaak veel meer materialen bijkomen, dan dat er uit gaan. En al die materialen moet geïnspecteerd en onderhouden worden. Een kritische blik in jouw toestelberging biedt wellicht mogelijkheden om (oude en afgeschreven) toestellen te verwijderen. Dat scheelt ruimte en geld.
X-wall
dDe X-wall is een interactieve beweegmuur die zowel jong als oud in beweging zet! Door het ruime assortiment aan spellen is de X-wall multifunctioneel inzetbaar in het onderwijs, de zorg, sportaccommodaties en andere ruimtes. De spellen zijn onder te verdelen in educatieve, fun en sportieve games waarbij diverse spellen de mogelijkheid bieden tot multiplayer. Zo biedt de X-wall een educatieve, sportieve en vooral leuke uitdaging voor iedereen!
De X-wall in het onderwijs
De interactive X-Wall is dé manier om leerlingen te laten leren op een vernieuwende en beweeglijke manier. De muur is de perfecte tool om de kennis en vaardigheden van kinderen op een interactieve manier te trainen en tegelijkertijd beweging te stimuleren. De voordelen:
- Bewegend leren heeft een positieve invloed op de hersenstructuur en hersenactiviteiten
- Door bewegend te leren kunnen kinderen zich beter concentreren
- Bewegend leren draagt bij aan de motorische ontwikkeling
- Bewegend leren draagt bij aan het beter onthouden en opnemen van lesstof
- Maakt lessen leuker voor zowel leerlingen als leraren
- Bewegend leren draagt bij aan het behalen van de beweegrichtlijnen
Bewegend leren met de X-wall
Met de X-wall worden vakken als: taal, spelling, rekenen en topografie op een actieve en speelse manier aangeboden. Plaats in het portaal eigen vragen en antwoorden of bepaal de moeilijkheidsgraad van de 50+ spellen. Zet de X-wall in als:
- Energieboost | Neemt de concentratie in de klas af? Gebruik de X-wall dan als energizer. Een beweegmoment helpt om later geconcentreerd verder te leren.
- Vast beweegmoment | De X-Wall wordt ook gebruikt als een vast beweegmoment in de dag of week. Op deze momenten oefenen kinderen één of meerdere vakken op een interactieve manier.
- Interactieve toetsing | Door zelf vragen en antwoorden toe te voegen in het portaal, kunnen docenten op een actieve manier de lesstof evalueren. Organiseer bijvoorbeeld een spellingdictee of quiz rondom topografie.

Hoe werkt het?
De X-wall is te gebruiken op iedere witte muur in een verduisterde, indoor ruimte. Door middel van een krachtige beamer, die in een beschermbox gemonteerd zit aan het plafond, wordt een projectie weergegeven in HD resolutie op de muur. In de beschermbox zit ook een camera met infraroodsensoren. Deze infraroodsensoren detecteren ballen of handen waardoor een gigantisch touchscreen ontstaat. De beamer bedien je eenvoudig door de afstandsbediening. Alles staat zo ingesteld dat je met één druk op de knop direct van start kunt gaan!

Klant aan het woord
Steeds meer scholen gaan voor een vernieuwende leermethode zoals de Interactive X-Wall. Zo ook KBS de Schakel. “Wij gebruiken de X-Wall als aanvulling op onze lessen. Eerst behandelen we het onderwerp in het klaslokaal en vervolgens gaan we de stof oefenen op de X-Wall. Zo oefenen wij bijvoorbeeld spelling via de game Otje OU, Adje AU. De leerlingen vinden het geweldig en leren het spelenderwijs. Met de X-Wall kunnen kinderen een interactieve gymles krijgen die altijd leuk en uitdagend is!'' - Matthijs van Lith - KBS de Schakel, Apeldoorn
Ook aan de slag met de X-wall? Neem contact met ons op of bestel in de webshop.
Uitvoeringen
Dit zijn de beste pleinballen
Pleinballen zijn er in alle soorten en maten. Maar wat is de beste bal voor jouw school? Dat hangt natuurlijk af van wat je ermee gaat doen en voor welke leerlingen je hem wilt gebruiken. In dit artikel vergelijken we vijf populaire pleinballen, zodat jij een goede keuze kunt maken.
Airball: het lichtgewicht
De Airball is een mini-handbal. Hij is sterk, maar met slechts 200 gram ook heel licht van gewicht. Dat maakt deze bal super geschikt voor spellen als jagerbal en tchoukbal. Maar de Airball wordt ook veel gebruikt om leerlingen te leren werpen en vangen. Je kunt deze bal oppompen en hij is blijvend rond. Deze Airball is 18 centimeter doorsnee. Daarmee is hij voor elke leeftijdsgroep inzetbaar.
Poly PG bal: zware jongen met extra grip
Op zoek naar een wat zwaarder exemplaar? Deze Poly PG bal weegt bijna 300 gram en heeft profiel voor extra grip. De bal is er in blauw of in een set van 6 van vrolijke kleuren. Die kleuren komen goed van pas als je in verschillende groepen wilt spelen. Gebruik ze voor allerlei activiteiten zoals werpen, vangen, rollen, stuiten en overgooien. Maar vanwege het gewicht is deze bal minder geschikt voor bijvoorbeeld jagerbal. De Poly PG ballen zijn vormvast en kunnen niet scheuren. Deze bal heeft een doorsnee van 17,8 centimeter.
Speelbal vinyl: voor de onderbouw
Geef jij les in de onderbouw? Dan is dit de bal voor jou. Deze speelbal past goed bij jongere leerlingen, omdat de bal met 18 centimeter een bescheiden formaat heeft. Ook is hij met 180 gram niet al te zwaar. Je kunt de bal overal voor gebruiken: voor rollen, mikken, stuiten, werpen en vangen. De bal is beschikbaar in verschillende kleuren.
Urban: de stoere pleinbal
De Urban bal is een van de zwaardere ballen uit ons assortiment. Hij kan goed tegen een stootje én is bestand tegen harde ondergronden als tegels, asfalt en kunstgras. Omdat de Urban zo stevig en vormvast is, is het de ideale bal voor buitenactiviteiten zoals stoepranden, lummelspelen en poortbal. Maar je kunt hem uiteraard ook prima gebruiken voor overgooien, werp- en mikspelen.
Butterflybal: de alleskunner
Moeilijk om te kiezen? De Butterflybal is een prima bal voor algemeen gebruik. Hij heeft het formaat van een volleybal: 21 centimeter doorsnee. De bal voelt prettig aan en hij knijpt niet door op armen en vingers. Gebruik de Butterflybal voor mik- en tikspelen, werp- en vangvormen en allerlei varianten van volleybal.
