Plezier
Bewegen is leuk. Het geeft energie, momenten die je bijblijven en plezier. Dat plezier, dat is wat ons drijft.
Artikelen
Doe de 1 minuut bureauchallenge!
Hey jij! Zit jij momenteel op je bureaustoel? Of heb je nog niet genoeg bewogen vandaag? Je bent niet de enige. In Nederland zijn we ‘kampioen zitten’ en halen maar weinig mensen de minimale beweegnorm. Laten we daar wat aan doen. Bewegen kan namelijk heel makkelijk zijn en zit in de kleine dingen, kijk zelf maar!
1 minuut planken
Pak de timer erbij en ga 1 minuut in de plankhouding. Ga op je buik liggen en zet je onderarmen (of handen) stevig op de grond. Duw jezelf omhoog zodat je lichaam een rechte plank vormt van schouders tot hielen, en span je buik- en bilspieren aan. Houd je rug recht en laat je heupen niet zakken of omhoogkomen. Na 1 minuut ben je klaar en kun je weer aan het werk (met frisse energie 😉). Krijg jij je collega’s ook zover?
Niet uitdagend genoeg? Tik dan tijdens het planken met je linkerhand op de rechterschouder, en daarna met je rechterhand op de linkerschouder. Hou dit ook 1 minuut vol.
Ga op 1 been staan
Probeer eens een minuut lang op 1 been te staan. Simpel, maar uitdagend en leuk. Heb jij de balans om dit te doen?
Doe een wall-sit
Ja, je mag weer zitten. Maar niet op je stoel deze keer! Ga met een rechte rug en gebogen knieën (90 graden hoek) tegen de muur zitten. Je voeten staan plat op de grond. Hoelang kun jij dit?
Meer uitdaging nodig? Probeer de wall-sit dan eens op 1 been. Strek de ander recht vooruit. Of pak wat zwaars en hou dit vast tijdens je wall-sit. Wat je ook doet, gewoon gaan!
Push-up challenge
Hoeveel push-ups kan jij in 1 minuut? Ga op handen en tenen staan met je armen recht onder je schouders en je lichaam in een rechte lijn. Zak door je armen tot je borst bijna de grond raakt en duw jezelf daarna weer omhoog.
Ga tegen de muur staan
Ga met je rug tegen een muur of deur staan. Waarbij je hakken, billen, rug en schouders de muur of deur raken. Doe nu de armen omhoog langs je oren. Lukt het om de armen ook tegen de muur te drukken zonder dat de rug of benen loskomen van de muur?
Bewegen op het schoolplein in het voortgezet onderwijs
Tot en met groep 8 spelen kinderen van de basisschool nog volop met veel plezier op het schoolplein. Na de zomervakantie gaan ze naar de brugklas en dan is het spelen helemaal over. Wat is er in die zomervakantie gebeurd? Hoe zorg je dat leerlingen van de middelbare school meer bewegen tijdens pauzes en tussenuren?
Met het afsluiten van de basisschool en start op het voortgezet onderwijs veranderen kinderen. Van de oudsten op school zijn ze ineens weer de jongsten, de sociale setting is anders en de hormonen spelen op. Allemaal ingrediënten die invloed hebben op hoe kinderen zich gedragen op school. Opeens is het niet meer ‘chill’ om te schommelen, al zal elke middelbare scholier dat nog graag doen. Om ze te verleiden tot bewegen is meer nodig dan het plaatsen van een pannakooi, of tafeltennistafel. Wat brengt jongeren wél in beweging?
De ‘stenen’ praktijk
Waar het bij basisscholen heel gebruikelijk is om schoolpleinen beweegvriendelijk in te richten, is de buitenruimte bij het voortgezet onderwijs wat betreft bewegen jarenlang buiten beeld geweest. De buitenruimten rondom scholen voor voortgezet- en beroepsonderwijs zijn vaak stenig en de nadruk lag met name op ontmoeten. Vaak in de vorm van zit- en hangplekken. Opvallend, omdat we juist deze doelgroep aan het bewegen willen krijgen en houden. Gelukkig zien we een trend dat scholen voor voortgezet onderwijs - naast het bewegingsonderwijs en de sportkennismakingslessen - initiatieven nemen om jongeren meer in beweging te krijgen. Hoe pak je dat aan?
Vraag jongeren naar hun behoefte
Het is een open deur: maar haal actief wensen en ideeën op bij de leerlingen zelf. Dat levert de meest waardevolle input op om tot een succesvolle beweeg-actieve inrichting te komen. Betrek leerlingen uit meerdere leerjaren vanaf de eerste plannen. Laat ze meepraten, maar geef ze vooraf ook de kaders waarbinnen beweegactiviteiten plaats kunnen vinden (locatie, budget, ...). Ervaring leert dat leerlingen graag mee willen denken. Om hen te helpen bij het stellen van prioriteiten, kun je hen vragen om hun wensen en hun eisen in aparte lijstjes op te schreven. Voorkom dat begeleiders vanuit hun eigen perspectief gaan sturen.
Van visualisatie naar ontwerp
Abstract denken is best lastig voor leerlingen. Wat helpt om hun wensen vorm te geven, is hen een maquette of model te laten maken. Dat dwingt de jongeren om na te denken over proporties en functies in relatie tot de beschikbare locatie(s). Dit onderdeel zou onderdeel kunnen zijn van de lessen binnen de creatieve vakken.
Op basis van de wensen en ideeën die je ophaalt, kan een landschapsontwerper een vlekkenplan maken. Daarmee breng je de grove indeling van de locatie in beeld, inclusief verkeersstroken (fietsen, logistiek, enz.). Vervolgens ga je via een voorlopig ontwerp naar een definitief ontwerp.
Wat vraagt het van de school en docenten
Accepteer dat wat leerlingen graag willen, lang niet altijd past bij de ideeën die de school heeft bij de pleininrichting. Beoordeel de ideeën vooral op basis van de aangegeven kaders. Daarmee voelen leerlingen zich serieus genomen en zullen ze na de realisatie ook ‘staan’ voor de gekozen oplossing. En … ‘goed voorbeeld doet goed volgen’. Hoe gaaf is het om op het plein een buitenklas te realiseren, of om op vrijdagmiddag als docenten samen met de leerlingen actief te zijn? Van een sport-battle tot chillen in de hangmatten.
3 extra tips bij het proces van schoolpleininrichting
• Betrek al in een vroeg stadium een professional voor het ontwerp. Deze kan de wensen vertalen in een juiste zonering, zodat de verschillende pleinfuncties elkaar niet in de weg zitten en de invulling aansluit op de uitgangspunten en wensen.
• Bewegen is belangrijk maar neem in de plannen ook mee dat het plein prettig is om te verblijven en houd bij zitplekken ook rekening met mogelijkheden om buiten te studeren.
• Is extra financiering nodig, begin dan vroegtijdig met een aanvraag bij fondsen, de doorlooptijd kan aardig oplopen.
Best practices
Het Assink Lyceum in Neede doorliep bovenstaand traject. De inrichting is heel anders geworden dan op de meeste schoolpleinen aanwezig is. Maar: het doet recht aan de ideeën die naar voren kwamen tijdens de participatiesessies met leerlingen en docenten. Een mooi voorbeeld dat leerlingen uit het voortgezet onderwijs best nog willen bewegen op het schoolplein, maar dan wel op basis van wat hén boeit.
Het VMBO Helicon uit Kesteren heeft een Sport- en Fitnesstuin gerealiseerd bij de school. Met outdoor fitnesstoestellen, een pannaveld en interactief stoepranden. Leerlingen vinden het geweldig en zijn meer gaan bewegen in de buitenlucht.
Onderwijscentrum ’t Roessingh in Enschede, voor kinderen met een beperking, koos bewust voor een aangepast Cruyff Court met daaromheen beweegaanleidingen. Zo kunnen meerdere activiteiten naast elkaar plaatsvinden en is er ruimte voor differentiatie. Ook de omliggende wijk maakt er dankbaar gebruik van.
Onderwijscentrum ’t Roessingh in Enschede, voor kinderen met een beperking, koos bewust voor een aangepast Cruyff Court met daaromheen beweegaanleidingen. Zo kunnen meerdere activiteiten naast elkaar plaatsvinden en is er ruimte voor differentiatie. Ook de omliggende wijk maakt er dankbaar gebruik van.
Tips van de sportiefste scholen voor meer bewegen op de middelbare school
Zoek je inspiratie om de leerlingen op jouw school voor voortgezet (speciaal) onderwijs meer te laten bewegen? De vijf sportiefste scholen van Nederland delen hun visie, aanpak en tips.
Elk jaar organiseert de KVLO de verkiezing voor de Sportiefste School van Nederland. Vijf scholen worden genomineerd om hun buitengewoon goede of innovatieve sport- en beweegaanbod voor hun leerlingen. Voordat we de beste ideeën per school delen, laten we zien wat zij gemeen hebben in visie en aanpak.
Tip 1: een sterke visie
Alle scholen pakken het anders aan, maar hebben toch één ding gemeen: een sterke visie op sport en bewegen. Deze scholen ‘ademen’ bewegen. Niet alleen zijn hun basisgymlessen kwalitatief goed, ze organiseren ook veel extra aanbod - zelfs in de pauzes. De vaksectie trekt meestal de kar, maar wat deze scholen typeert is dat ook directie en andere docenten meer bewegen omarmen. Niet alleen voor de lol van meer uren sport, maar vanuit de visie dat veel bewegen goed is voor de héle ontwikkeling van een kind. Door meer uren fysiek actief te zijn, bouwen deze scholen doelbewust aan zelfvertrouwen, leerprestaties en motorische vaardigheden.
Tip 2: voor álle leerlingen
Op deze scholen is het extra beweegaanbod niet alleen voor de talentjes en hoog gemotiveerden. Alle leerlingen worden op hun eigen niveau gestimuleerd. Leerlingen die minder sportmined zijn, krijgen extra begeleiding bij hun motorische ontwikkeling. Leerlingen die sport niet van huis uit meekregen, krijgen een kans om hun talent te laten zien. En leerlingen in het speciaal onderwijs krijgen zélf de regie op wat zij kunnen. Met een inclusieve aanpak til je je beweegbeleid naar een hoger niveau dan alléén een sportklas.
Tip 3: gewoon DOEN
Tot slot zijn de winnaars echte doeners. Zij wachten niet af, maar stellen zelf een plan op. Ze maken daarin duidelijk wat de voordelen voor de héle school zijn en hoe álle leerlingen ervan profiteren. En ze begonnen klein, zodat bewegen steeds meer in het dna van alle collega’s komt. Maar de tip is vooral: begin gewoon!
Het Calandlyceum, Amsterdam
Deze Daltonschool voor vmbo tot en met gymnasium in het diverse Amsterdam-West heeft als slogan ‘Ontdek wat jij kunt bereiken’. De school biedt alle leerlingen kansen en brengt hen in aanraking met wat ze niet kennen. In de visie van het Calandlyceum is een gezonde leerling, een leerling die kan leren. Het gaat hier niet alleen om cognitief leren, maar ook om welzijn. Daarom zet de school niet krampachtig in op leerachterstanden wegwerken na corona. Maar investeert ze juist in leerlingen laten bewegen om ze weer goed in hun vel te krijgen. Op veel scholen zie je alleen de brugklassen nog bewegen in de pauzes, maar op het Calandlyceum gaat dat door tot en met het eindexamen.
- Alle leerlingen krijgen 4 uur gymles per week. En extra sportactiviteiten in de Daltonuren.
- Om de extra beweeglessen inclusiever te maken, start in 2021 de Sportacademy. Daar zijn ook leerlingen welkom die van thuis uit sporten niet meekregen, of waar geen geld is om lid te worden van een club. Zij maken kennis met verschillende sporten om te kijken waar hun talent ligt. En ze krijgen attitudelessen over doorzettingsvermogen en discipline.
- Vanuit de sportklassen is nauw contact met lokale sportverenigingen. En de school werkt samen met het naschoolse Topscore programma van de gemeente. Daar krijgen leerlingen voor wie sport niet vanzelfsprekend is, extra aandacht en leuke sportactiviteiten.
Onderwijscentrum De Twijn, Zwolle
Deze cluster 3 school heeft een sterk gevarieerde groep leerlingen, qua beperkingen, iq en motorische vaardigheden. Het doel van De Twijn is de leerlingen voorbereiden op een betekenisvolle plek in de samenleving. De leerlingen krijgen een beweegaanbod op maat, waarbij de school gelooft dat je groeit door succes te ervaren.
- De Twijn werkt ‘groepsdoorbroken’. Leerlingen uit dezelfde klas gymmen niet met elkaar, maar worden ingedeeld bij leerlingen met vergelijkbare vaardigheden. Er is een groep lopers, een groep elektrische rolstoelers en een groep handbewogen rolstoelers. Het aanbod wordt aangepast op de mogelijkheden van de groep.
- De leerlingen krijgen regie over hun eigen succes. Is een oefening te moeilijk? Dan bedenken ze zelf hoe ze hem kunnen aanpassen, zodat het wel lukt. De vakdocent geeft de autonomie om het zelf op te lossen en succes te ervaren.
- De Twijn werkt nauw samen met Special Heroes Nederland. Zij begeleiden leerlingen naar naschoolse sport bij een vereniging.
De ideale trefbal
Wat de ideale trefbal is hangt af het soort trefbalspel, de spelersgroep en de ruimte waarin het spel gespeeld wordt. Kiezen voor 1 specifieke bal om altijd trefbal mee te spelen, is niet de beste oplossing. Het is beter om per situatie te bepalen welke bal het meest geschikt is. Hieronder een aantal tip om tot een afgewogen balkeuze te komen.
Basisonderwijs
De vaardigheid voor het werpen en vangen of afweren van een bal is nog beperkt in de middenbouw. Daarom wordt bij trefspelen eerder een keuze gemaakt voor jagerbal spelvormen dan voor trefbal. Bij trefballen in de bovenbouw kan het best gekozen worden voor zachte en lichte ballen omdat er nog wel eens ongecontroleerde worpen tussen zitten. Ballen met diameter tussen de 16 – 18 cm passen goed bij de vaardigheid. Geschikte ballen bovenbouw BO:
Beroepsonderwijs
Spelers zijn in staat (erg) hard te gooien maar gaan de uitdaging graag aan. Ze hebben het liefst een bal die goed vastpakt en niet.Geschikte ballen mbo/hbo:
Voortgezet onderwijs
In de onderbouw neemt de vaardigheid snel toe. Grote verschil met de bovenbouw van het basisonderwijs is dat de ballen wat groter kunnen zijn. In de bovenbouw neemt de kracht toe en wordt er, vooral door de jongens, harder gegooid.
Geschikte ballen onderbouw VO:
Geschikte ballen bovenbouw VO:
- Airball ø 18 cm
- Foambal ø 16 cm high bounce
- Foambal ø 21 cm medium bounce
- Dodgebal super soft
Deze bal kan bij hard gooien ‘dwarrelen’ wat een onvoorspelbaar effect in het spel brengt.

Speltype
Er zijn veel trefbalvormen. Hieronder een grove indeling met daarbij de meest geschikte ballen:
- Twee teams tegenover elkaar
Het is duidelijk wie de bal heeft, vrij voorspelbaar. Geschikte ballen zijn bijvoorbeeld de Butterflyball of foambal ø 21 cm. - Twee teams tegenover elkaar met vakken voor afgegooide spelers
Afgegooide spelers gaan in een vak achter en/of aan de zijkant van het veld van de tegenstander. Het spel is sneller en een bal kan uit onverwachte hoek komen. Geschikte ballen zijn o.a.de Super safe contactball en de Dodgebal junior. - Met of zonder afweren
Bij het ontwijken van ballen past een snelle bal, bij het afweren is een zachtere bal prettiger. Wel of niet overspelen/wel of niet lopen met de bal. Als er niet gelopen mag worden, dan moet de bal ook vanuit het achterveld te spelen zijn. Dat vraagt om een bal met wat meer gewicht of een wat kleiner formaat. Geschikte ballen zijn o.a. de Airball ø 18 cm en de Dodgebal Pro. - Een of meer ballen
Hoe meer ballen in het veld hoe zachter de ballen zouden moeten zijn. Spelers kunnen van dichtbij met een hard geworpen bal in aanraking komen. Geschikte ballen zijn o.a. de Super safe contactball en de Smoothball ø 21 cm.
Beschikbare ruimte
Hoe kleiner de ruimte, hoe zachter de bal. Omdat spelers vanaf korte afstand geraakt kunnen worden, is een zachte bal aan te bevelen. Door te kiezen voor een lichte bal, is de impact bij geraakt worden beperkt. Daarbij zal een hard gegooide luchtgevulde bal altijd harder overkomen (‘doorknellen’) dan een foambal. En hoe kleiner de bal, hoe harder ermee gegooid kan worden, dus voor een kleine ruimte is een lichte grote bal. Geschikte ballen kleine ruimte (bijv. 6 x 10 m (halve gymzaal)):
Geschikte ballen grote ruimte (bijv 12 x 21 m (hele gymzaal)):
Dodgeball
Dodgeball of dodgebal is de internationale term voor trefbal. Dan zou je denken dat een dodgeball bal geschikt is voor trefbal, maar zo eenvoudig ligt het niet. Een dodgeball bal is in de loop van de tijd ook een algemene spelbal geworden die niet altijd geschikt is voor afgooispelen. Dus tijd om wat helderheid te scheppen.
Eigenschappen van een échte dodgeball bal
De officiële dodgeball bal heeft een diameter van 21,5 cm, weegt ca. 410 g en is gemaakt van rubber, foam of stof. Officiële wedstrijden van de World Dodgeball Federation worden gespeeld met een foambal omdat die minder doorknelt dan een rubber bal. Voor kinderen wordt een kleinere bal gebruikt met een diameter van ø 16 – ø 18 cm.
Het spel en het speelveld
Bij dodgeball spelen 2 teams tegen elkaar waarbij de spelers elkaar af moeten gooien. Het Elite speelveld heeft een afmeting van 17 x 7,6 meter met in het midden een neutrale zone van 3 meter (een worp moet ingezet worden van achter de 3 meter-lijn). Een bal mag wel gepakt worden binnen de 3 meter-lijn maar mag pas vanachter die lijn weer gespeeld worden.

Varianten van Dodgeball
Er zijn veel speelveldvarianten; met zij- en achtervakken om afgegooide spelers toch een rol te geven, met een achtervak waar één speler van de tegenstander staat, enz. Kies vooral het speelveld dat aansluit op de spelintentie en passend bij de spelers.
Meest gebruikte dogeball bal in Nederland
Binnen het voortgezet onderwijs zijn er 2 populaire dogeballen/trefballen; de foambal met olifantenhuid ø 21 cm of de Airball. Bij de basisschool wordt vaker een kleiner formaat ingezet omdat die beter hanteerbaar is en minder hard aankomt. Veel gebruikte ballen zijn daar de foambal met olifantenhuid ø 16 cm, de smoothball ø 16 cm of de dogeball junior. Welke keuze gemaakt wordt is afhankelijk van de groep, de vaardigheid, de kracht waarmee gegooid wordt en de beschikbare ruimte.

En de speciale dodgeballen dan?
Er zijn diverse ballen in omloop met de naam ‘dodgeball’. Die zijn echter niet allemaal geschikt voor trefbal omdat het meer algemene spelballen zijn die breed inzetbaar zijn bij werpen en vangen maar minder geschikt zijn voor afgooispelen. Ballen die wel geschikt zijn voor afgooispelen zijn de Trial dodgeballen. Deze zijn gemaakt van een zacht kunststof en in verschillende maten en gewichten verkrijgbaar:
- Dodgeball Trial Junior – geschikt voor basisonderwijs en spelvormen op een kleine ruimte, weegt slechts 210 gram
- Dodgeball Trial Senior – geschikt voor voortgezet onderwijs bij spelvormen met meerdere ballen. Bal weegt 250 gram
- Dodgeball Trial Pro – de meeste stevige uit de serie. Geschikt voor spelen in een hele gymzaal. Bal weeg 300 gram.
- Dodgeball Trial trefbal – met een diameter van 24 cm de grootste bal. Door de omvang en het gewicht van 240 gram niet de snelste bal, goed zichtbaar en met een verrassende vlucht; de bal wijkt bij een harde worp wat af van de rechte baan.
Heb je nog vragen? Stel die dan aan onze specialisten. Stuur een mail naar sportenspel@nijha.nl of bel naar (0573) 28 85 55 .
Hoe willen meiden bewegen in de openbare ruimte?
Onderzoek naar sportwensen van meiden
Katja Braam en Willemijn Langkamp werken bij Hogeschool Inholland en deden onderzoek naar de sportwensen van meiden in de buitenruimte. Ook ontwikkelen zij een sportieve meidencommunity binnen het Sportlab in Haarlem. Katja: “Meiden gebruiken het aanbod veel minder, ze staan er een beetje bij, of je ziet ze niet. Als we willen dat meer meiden de beweegrichtlijn halen, vraagt dat om structurele beweegparticipatie. Maar structureel en adolescent is een lastige combinatie. Jongeren willen vooral sporten als ze zin hebben. Uit eerder onderzoek bleek al dat jonge meiden geen vaste sporttijden willen en vooral ‘niet willen als ze moeten’.
Wat willen de meiden?
Aan het onderzoek deden 132 meiden uit Haarlem en omgeving mee, gemiddeld 15 jaar oud. Katja: “De meiden willen het liefst sporten in een kleine groep of in een team. Liefst in de avond. Geen contactsporten, maar wel iets met dansen. En hoewel de meeste meiden zeggen dat ze best gemengd willen sporten, horen we uit de praktijk juist dat ze vaak liever alleen met meiden sporten.”
Culturele uitdagingen
Gevraagd naar hun belemmeringen noemen de meiden in Haarlem: ik heb geen zin, ik weet niet of het leuk is, ik weet niet of ik het wel kan of volhoud en ik ben te moe. Katja: “De middelbare school kost veel tijd en de prestatiedruk is hoog. Dus zien we dat sport als eerste afvalt.”
Soms hebben ook culturele verschillen impact. Katja: “Niet alle ouders willen dat hun dochters sporten in het zicht van mannen, wat buiten sporten lastig maakt. Een mooi voorbeeld hoe het wél kan is Alphen aan de Rijn: daar heeft de islamitische school samen met buurtsportcoach het dansaanbod voor meiden opgezet.”
Nadruk op samen
Bevorderende factoren noemen de Haarlemse meiden ook: er is veel keus, samen sporten is gezellig, we vinden het leuk om met elkaar bezig zijn, je wordt er fit van. Sporten moet haalbaar zijn voor iedereen, ondanks conditie en talent. Daarbij willen ze graag een leuke trainer die plezier centraal zet en hen motiveert.
Katja: “Samen doen en samen zijn is overduidelijk een heel belangrijke factor voor meiden. Daarom zetten we in op community building en plek waar ze zich prettig en welkom voelen. Zeker voor meiden uit gezinnen met een lagere sociaal economische status is dat sociale element heel belangrijk.”
Peers met een trekkersrol
Willemijn vertelt meer over het Sportlab. “We hebben een locatie in de openbare ruimte, waar we gevarieerd beweegaanbod voor meiden organiseren, samen met partners. Een rolmodel dat dichtbij de groep staat en meiden aanspreekt is onmisbaar. Gelukkig hebben we een jonge vrouwelijke buurtsportcoach die de meiden goed weet te vinden. Maar ‘peers’ blijven het belangrijkst. De meiden kijken heel erg naar elkaar, dus we zoeken ook binnen de groep steeds trekkers die de boel een beetje aanzwengelen.”
“We werken nauw samen verschillende sportverenigingen, SIOS en met jongerenwerk als we de wijk in gaan. Het is soms best lastig: ze willen wel iets doen, en ze willen wel komen. Maar dan komen ze in een strak jurkje en naveltruitje en willen ze coole sporten doen als kickboksen. Maar al snel komen dan de jongens op een muurtje zitten en kijken. Dat vonden de meiden niet prettig. Dus we zoeken een wat meer afgeschermde plek.”
Urban Dance Grounds in Utrecht
Petra Pluijmers constateerde dat in Utrecht maar liefst 54% van de jongens – versus slechts 7% van de meiden sport in de openbare ruimte. Samen met de meiden bedacht ze een innovatief concept: de Urban Dance Ground. Een plek in hun eigen wijk, mét muziek en choreo’s, waar ze kunnen dansen en Tiktoks kunnen opnemen. De meiden kozen de plek zelf uit en onderhouden hem goed.”
Female leaders bij 3x3 basketbal
Stichting 3x3 Unites leidt jongeren op tot ‘leaders’, die in hun eigen wijk een basketbal community opbouwen en activiteiten organiseren. Ilse Waanders is een van de vrouwelijke leaders van 3x3 en weet uit ervaring hoe lastig het is om op straat zomaar met de jongens mee te durven doen. “Meiden moeten de openbare ruimte durven claimen. Als je het spannend vind, neem dan je vriendinnen en zussen mee, want dat voelt zelfverzekerder. Jij mag er ook spelen!”
Calisthenics voor meiden
Calisthenics is een vorm van sport waarbij je je eigen lichaamsgewicht gebruikt. Toen professioneel atleet en tweevoudig wereldkampioen Melanie Driessen begon, was het nog echt een mannencultuur. Dat vond ze eerst best angstaanjagend, maar al die gespierde mannen bleken heel aardig! Sinds Melanie filmpjes deelt op social media, raakten ook andere meiden enthousiast. “Soms krijg ik apps van vrouwen dat juist ik ze heb gemotiveerd, om te zien dat een vrouw het ook kan!”
