Primair Onderwijs
Op het primair onderwijs leren kinderen dingen die ze de rest van hun leven nodig hebben. Dit geldt ook voor bewegen. Scholen spelen een cruciale rol in het stimuleren van de dagelijkse beweging van kinderen. Voor nu en later. Met onze jarenlange ervaring in het primair onderwijs delen we graag onze kennis.
Artikelen
Hoe de inrichting van je speellokaal je lessen kan verbeteren
In steeds meer lessen bewegen we weg van puur klassikaal lesgeven. Er is meer ruimte voor differentiatie, zelfstandig werken en kleine groepen. Er gebeurt veel tegelijk. Ook in het speellokaal. Dat maakt je inrichting cruciaal. Want hoe je lesgeeft, bepaalt in grote mate of je speellokaal werkt… of tegen je werkt.
De invloed van je lesvorm op de ruimte
Een speellokaal is nooit neutraal. De manier waarop je het inricht, stuurt gedrag:
- waar kinderen naartoe gaan
- hoeveel ze bewegen
- of ze moeten wachten of direct aan de slag kunnen
Daarmee ondersteunt de ruimte (onbewust) een bepaalde manier van lesgeven.
Klassikaal, in groepjes of stroomvorm
Veel speellokalen worden ingericht vanuit het materiaal en/of de gehanteerde methode. De wijze van lesgeven wordt vaak niet meegenomen bij de materiaalkeuze. En dat is jammer, want het meenemen van de lesvorm kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de locatie van de vaste elementen aan de wand of het plafond. Ook kan de sportvloer al voorzien worden van belijning die de lesvorm ondersteunt.
Klassikaal lesgeven
Bij klassikaal lesgeven ligt de nadruk op:
- gezamenlijke instructie
- één activiteit tegelijk
- duidelijke start- en stopmomenten
Een inrichting die hierbij past:
- biedt veel dezelfde mogelijkheden
- biedt overzicht voor de leerkracht
- stuurt de groep als geheel door de les
Dat geeft rust en duidelijkheid. Tegelijkertijd betekent het vaak dat kinderen op elkaar moeten wachten en dat er minder ruimte is voor verschillen in tempo of niveau.
Werken in groepen
Bij werken in groepen, verandert de dynamiek in het speellokaal:
- er vinden meerdere activiteiten tegelijk plaats
- kinderen werken op verschillend niveau en tempo
- er is meer ruimte voor eigen keuzes
Dat vraagt om een andere inrichting:
- meerdere zones in plaats van één centrale opstelling
- verschillende instappunten, zodat niet iedereen hoeft te wachten
- materiaal dat uitnodigt tot zelfstandig starten
Als er bij de inrichting onvoldoende is nagedacht over de wijze van lesgeven, dan is de kans groot dat er te weinig losse attributen zijn om goed te kunnen variëren en meerdere vakken te voorzien van materialen.
Werken in stroomvorm
Bij werken in stroomvorm, is sprake van een doorgaande baan waarbij
- differentiatie ingebouwd is in de materiaalopstelling
- kinderen zelf keuzen maken voor makkelijk of moeilijk
- iedereen uitgedaagd wordt op eigen niveau en succes kan beleven
Dat vraagt om een andere inrichting:
- die makkelijk aanpasbaar is in niveaus
- met veel verschillende verplaatsbare elementen
- materialen die breed inzetbaar zijn en meerdere functies hebben
Werken in stroomvorm en werken in groepen liggen dicht bij elkaar als het gaat om in te zetten materialen. Het liefst veel variatie om optimaal aan te sluiten bij het beweegniveau.
Een speellokaal die je de ruimte geeft
De oplossing zit meestal niet in kiezen voor óf klassikaal óf groepsgericht werken. Sterker nog: in de meeste lessen wissel je juist tussen die vormen. Je start samen, werkt in groepen en sluit weer gezamenlijk af. Dat vraagt om een speellokaal dat beide kan ondersteunen.
Een goed ingericht speellokaal:
- biedt ruimte voor een gezamelijke start
- maakt het mogelijk om daarna uit te waaieren in groepen
- voorkomt wachttijd door spreiding
- nodigt uit tot zelfstandig bewegen
Je inrichting hoeft niet volledig anders om beter aan te sluiten bij groepsgericht werken. Vaak zit de winst in kleine aanpassingen:
- anders positioneren van materialen. Hiervoor hebben we Dorack ontwikkeld: de productlijn waarmee je binnen no-time opstellingen maakt in het speellokaal.
- verplaatsbare materialen afstemmen op werken in groepen of stroomvorm
- meerdere routes creëren in een opstelling
Ben je benieuwd of jouw speellokaal nog extra mogelijkheden biedt of wil je de verouderde inrichting (gefaseerd) vernieuwen? Neem dan contact op met Nijha. We adviseren je graag!
Veiligheid van sportinventaris voor onderwijsgebruik
De veiligheid van sportinventaris is een verantwoordelijkheid die gedeeld wordt door verschillende partijen. Als vakleerkracht lichamelijke opvoeding heb je dagelijks te maken met de praktische aspecten van deze verantwoordelijkheid. Erik Spiegelenberg, beweegspecialist bij Nijha, heeft een artikel in het LO magazine geschreven over dit onderwerp. Dit artikel biedt inzicht in de verantwoordelijkheden, technische eisen en praktische implicaties rondom de veiligheid van sportinventaris. Met als doel om de fysieke veiligheid van lesgever en leerling optimaal te borgen. Download hieronder het volledige artikel of lees door voor de samenvatting.
Inspectie en onderhoud
Regelmatige inspectie van sportinventaris is onderdeel van de algemene zorgplicht die voortvloeit uit het Burgerlijk Wetboek, de Arbowet en de Woningwet. Inspecties helpen ongevallen te voorkomen, beperken aansprakelijkheidsrisico’s en dragen bij aan een langere levensduur van toestellen. Inspectie en onderhoud kunnen worden opgenomen in de RI&E van de school.
Een inspectie is altijd een momentopname. Een toestel dat vandaag is goedgekeurd, kan door intensief gebruik of schade later alsnog onveilig worden. Daarom is naast periodieke professionele inspectie ook dagelijkse alertheid van gebruikers noodzakelijk.
Normen en wetgeving
Voor gym- en sporttoestellen worden NEN-EN-normen gehanteerd, zoals NEN-EN 913. Deze normen geven technische richtlijnen voor veiligheid, maar zijn niet wettelijk verplicht, tenzij hier expliciet naar wordt verwezen in wet- of regelgeving. Afwijkingen van de norm zijn mogelijk, mits kan worden aangetoond dat het veiligheidsniveau gelijkwaardig is.
Sinds december 2024 geldt daarnaast de Europese General Product Safety Regulation (GPSR). Deze wetgeving vereist dat producten veilig zijn bij normaal en voorzienbaar gebruik. NEN-EN-normen vormen hierbij een belangrijk technisch uitgangspunt, maar de beoordeling blijft contextafhankelijk.
Inspecteren versus keuren
Inspecteren en keuren zijn verschillende processen. Inspectie betreft het systematisch beoordelen van de staat en veiligheid van sportinventaris, met rapportage en adviezen. Keuren is wettelijk verplicht voor bepaalde speeltoestellen en elektrisch aangedreven toestellen en resulteert in een formeel goedkeuringscertificaat. Voor de meeste conventionele gymtoestellen geldt geen keuringsplicht, maar wel een inspectieverplichting vanuit de zorgplicht.
Verdeling van verantwoordelijkheden
De verantwoordelijkheden zijn duidelijk verdeeld:
De accommodatie-eigenaar (school of gemeente) is verantwoordelijk voor structureel onderhoud, professionele inspecties en tijdige vervanging van defect of afgeschreven materiaal.
De school als werkgever moet zorgen voor een veilige leer- en werkomgeving, inclusief duidelijke procedures voor het melden en opvolgen van gebreken.
De vakleerkracht lichamelijke opvoeding is verantwoordelijk voor veilig gebruik van de materialen, het uitvoeren van visuele controles en het melden van onveilige situaties. Defect materiaal wordt niet ingezet.
Aansprakelijkheid
Bij ongevallen wordt gekeken naar de staat van de inventaris, het onderhoud en inspectiebeleid en het gebruik van het materiaal. Nalatigheid in onderhoud of inspectie kan leiden tot aansprakelijkheid van de accommodatie-eigenaar of werkgever. Het blijven gebruiken van bekend ondeugdelijk materiaal kan, in uitzonderlijke gevallen, leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van de lesgever.
Conclusie
Veiligheid van sportinventaris is geen eenmalige handeling, maar een continu proces. Door heldere verantwoordelijkheden, regelmatige inspecties en alert handelen in de dagelijkse praktijk kan een veilige leeromgeving worden geborgd. Zo blijft bewegingsonderwijs niet alleen uitdagend en leerzaam, maar vooral ook veilig.
De Beweegbox
Bij veel bewegend leren producten wordt veel inspanning gevraagd van de leerkracht; getalkaartjes maken, wisbordjes regelen, enz. Ongemerkt kost dat best veel tijd. Met De Beweegbox hoeft dat niet meer; alle benodigde activiteiten en daarbij benodigde materialen zitten in één handige box.
De Beweegbox biedt een uniek lespakket dat naast elke reguliere lesmethode inzetbaar is. De kerndoelen van het SLO zijn gebruikt als leidraad in de ontwikkeling van De Beweegbox. Het is een verrijking op het bestaande aanbod en niet een opzichzelfstaande lesmethode.
Locatie
Voor de activiteiten is ruimte nodig om te kunnen bewegen. Dit kan bijvoorbeeld in een brede gang, een speelzaal of gymzaal, maar het liefst in de buitenruimte.
Ervaring uit het werkveld
“De Beweegbox is echt top! Wij maken er met heel de school dagelijks gebruik van. Het is makkelijk te gebruiken, want alle materialen zitten erbij. Van uitleglessen, spelkaarten, kaartjes als zowel materialen. De kinderen zijn bewegend aan het leren en hebben er plezier in.” ~ Noortje Bolte - Leerkracht Zilverackers

Inhoud van De Beweegbox
Elke Beweegbox bevat zo’n 80 spelkaarten. Een spelkaart beschrijft het doel, de benodigde spelmaterialen en bevat een korte instructie om makkelijk en snel met een activiteit aan de slag te gaan. De professional kan inschatten of de leerlingen eraan toe zijn om het leerdoel op een bewegende manier te beoefenen.
Versies
De Beweegbox is er in vier versies. Elke Beweegbox sluit aan op de doelen van de betreffende leerjaren.
Onderdelen
- Spelkaarten
- Leermatten en getallenlijnen
- Oefenkaartjes
- Spelmaterialen
- Werkbladen
.avif)
Zo zet je bewegend leren in
Tafels leren, spellen en jaartallen uit je hoofd leren: veel kinderen doen liever een potje voetbal op het schoolplein. Gelukkig is Bewegend Leren in opkomst: dat combineert het beste uit beide werelden. Kinderen zijn lekker fysiek actief, en doen intussen kennis op over bijvoorbeeld taal en rekenen. Hoe dat werkt voor jouw klas? In dit artikel geven we je een aantal tips.
Bij Bewegend Leren gebruik je bewegen als middel om kinderen iets te leren. De gedachte daarbij is dat kinderen lesstof sneller opnemen, omdat ze erbij bewegen.
Bewegend leren en rekenen
Rekenvaardigheden zijn bij uitstek geschikt om op een bewegende manier aan te leren. We geven je wat inspiratie:
- Tafels leren: Zet pionnen met cijfers neer en kies een tafel uit (bijvoorbeeld de tafel van 4). Laat kinderen met een voetbal mikken op een willekeurig getal. En noem de vermenigvuldiging van dat getal met de tafel van 4.
- Meten met tweetallen: Zet een streep op de vloer. Eén kind zet met 2 voeten af en springt zo ver mogelijk. Een ander kind heeft de rolmaat en meet de afstand. Hoeveel centimeter is er gesprongen? Wie van de twee springt het verst? Of wie landt met de hakken het dichtst bij 75 cm?
- Optellen en aftrekken: Rol met 2 dobbelstenen waarop getallen zichtbaar zijn. Wat is de optelsom van de 2 worpen? Trek het laagste getal van het hoogste getal af. Maak zoveel kikkersprongen als de uitkomst.

Bewegend leren voor geschiedenis en aardrijkskunde
Misschien minder voor de hand liggend, maar ook vakken als geschiedenis en aardrijkskunde kun je kinderen prima bewegenderwijs aanleren. Zo doe je dat bijvoorbeeld:
- Aardrijkskunde: Hang kaartjes op met afbeeldingen van de continenten. Hang ze een beetje hoog. Stop afbeeldingen van dieren in de Move Cube dobbelsteen. Laat kinderen rollen met de dobbelsteen. Bij welk continent past dat dier? Kinderen tikken al springend het kaartje van het juiste continent aan.
- Geschiedenis: Hang kaartjes met jaartallen aan het plafond. Maak kaartjes met vragen. Welk getal komt het dichtst bij de Middeleeuwen? Wanneer viel de Berlijnse muur? Wanneer stopte de 2e wereldoorlog? Laat de kinderen springen naar jhet juiste jaartal.
Bewegend leren en taal
Ook taal kun je kinderen al bewegend aanbieden. Hoe dan? Bekijk onderstaande voorbeelden:
- Spellen: Hang kaartjes op met alle letters. Hang ze een beetje hoog. Bedenk een woord. Laat kinderen springend de letters aantikken in de juiste volgorde. Voorbeeld: b-u-s.
- Spellingscategoriën: Leg kaartjes op de grond met ‘ng’ en ‘nk’. Noem woorden met die klank. Kinderen moeten zo snel mogelijk achter het kaartje gaan staan met de juiste spelling.
- Engels leren: Hang antwoordkaartjes aan het plafond met Yes en No. Stel kinderen vragen in het Engels. Laat hen al springend het juiste antwoordkaartje aantikken.
Basisinventarislijst speellokaal en Handboek huisvesting speellokaal
Het speellokaal is een belangrijke ruimte als het gaat om de motorische ontwikkeling voor kleuters. Toch lag er maar weinig vast waaraan een inrichting moet voldoen en in (nieuw)bouw van basisscholen is het vaak een sluitpost. Daarom heeft de KVLO samen met partners (waaronder Nijha) een actuele basisinventarislijst opgesteld en zijn belangrijke aandachtspunten vastgelegd in een handboek huisvesting speellokaal. Deze is te gebruiken als:
- Richtlijn voor de bouw en inrichting van het speellokaal;
- Handvat om tot kwalitatieve beweeglokalen te komen waarin kleuters waarin optimaal gestimuleerd zich motorisch te ontwikkelen.
Download de basisinventarislijst speellokaal
Download het handboek inclusief basisinventarislijst speellokaal
De 10 meest gestelde vragen
Hieronder vind je 10 vragen die wij door de jaren heen vaak gesteld krijgen over het speellokaal. Doe er je voordeel mee!
- Welke materialen moeten er in een speellokaal aanwezig zijn?
Er is geen lijst met verplichte materialen. Wel heeft de KVLO (vakvereniging van vakleerkrachten LO) een basisinventarislijst gemaakt met daarin geschikte materialen. Daaruit kunnen keuzen gemaakt worden. De inrichting van een speellokaal moet aansluiten bij het vakwerkplan of de gebruikte methode, zodat invulling gegeven kan worden aan de leerlijnen en kerndoelen. Als hulp nodig is om tot een juiste keuze te komen dan kan een Nijha adviseur daarbij helpen. - Ben ik verplicht de basisinventarislijst te volgen?
Nee. De KVLO basisinventarislijst biedt een aantal opties waaruit een school kan kiezen. Als een school andere keuzes maakt, is dat mogelijk. Belangrijk is dat de inrichting veelzijdig is (dus niet alleen klimattributen), zodat leerlingen veel bewegingservaring opdoen. - Wie betaalt de inrichting van een speellokaal
Het ministerie van OC&W betaalt de ‘eerste inrichting’ van een speellokaal. Daarna is het aan de school om materialen tijdig te vervangen. Jaarlijks ontvangt de school (of het schoolbestuur) een lumpsum bedrag voor de exploitatiekosten. Daaruit moet ook de vervanging van speellokaalmateriaal bekostigd worden. - Bij wie moet ik zijn voor de vervanging van materialen
De schooldirectie is verantwoordelijk voor het tijdig vervangen van de materialen in het speellokaal. Zij ontvangen jaarlijks de lumpsum vergoeding vanuit het rijk. - Hoe lang gaan toestellen mee?
De levensduur is afhankelijk van het gebruik. Hoe groter de groepen en hoe frequenter het gebruik, hoe korter de levensduur. In de basisinventarislijst staat gemiddelde levensduur voor zowel de toestellen als de spelmaterialen. Deze kunnen gebruikt worden om inzicht te krijgen in wanneer bijvoorbeeld het klimrek of de matten vervangen moeten worden. Tel het getal in de kolom levensduur op bij het aanschafjaar en de uitkomst is het jaar dat de inventaris economisch is afgeschreven. - Wat kost de inrichting van een speellokaal?
De kosten zijn afhankelijk van de gemaakte materiaal keuzen. De basisinventarislijst geeft daarvoor een aantal opties. Houd bij de complete vernieuwing van de inventaris inclusief sport- en spelmaterialen rekening met een bedrag van € 25.000,00. Dit bedrag biedt voldoende ruimte om een tot een gevarieerd aanbod te komen met voldoende differentiatie mogelijkheden. - Wie is er verantwoordelijk voor de veiligheid in het speellokaal?
De schooldirectie is verantwoordelijk voor het veilig houden van de inventaris en erop toe te zien dat het op een juiste wijze wordt gebruikt. - Hoe vaak moet de speellokaal inventaris geïnspecteerd worden?
Eén keer per jaar de inventaris door een erkend bedrijf laten inspecteren is voldoende. In de tussenliggende periode moeten er wel ‘zichtinspecties’ plaatsvinden door de school zelf. Dit houdt in dat toestellen bekeken worden op: stabiliteit/speling, loszittende onderdelen en barsten, scheuren of splinters. Worden deze geconstateerd dan kan het inspecterende bedrijf ingeschakeld worden om het defect te herstellen (een splinter wegwerken kan uiteraard in eigen beheer plaatsvinden). Wordt het speellokaal nog niet jaarlijks geïnspecteerd? Hier vind je meer informatie over inspecties. - Voor welke groepen is het speellokaal bedoeld
De speellokaalinventaris is ontwikkeld voor groep 1 en 2 met een uitloop naar groep 3. Voor hogere groepen is het materiaal minder uitdagend en bovendien worden leerlingen zwaarder waardoor het materiaal sneller slijt. - Mag de BSO en/of kinderopvang ook gebruik maken van het speellokaal?
Als er begeleiding is door een ALO, CIOS of PABO gediplomeerd persoon, dan mogen kinderen van de BSO en Kinderopvang gebruik maken van het speellokaal. Als een pedagogisch medewerker geen aanvullende bevoegdheid heeft, dan mag deze geen materialen in het speellokaal gebruiken. Zonder toezicht is het zeer onverstandig om kinderen te laten spelen in het speellokaal. Uiteraard geldt bij gebruik van de toestellen dat deze berekend zijn op het gebruik door groep 1 en 2. Als hogere groepen er gebruik van maken, dan moet er rekening gehouden worden met versnelde slijtage.
Richtlijnen buitenruimte
De buitenruimte bij kinderopvangcentra en BSO’s krijgt steeds meer aandacht. Waar jarenlang de nadruk lag op de binnenruimte is het nu tijd voor een uitdagende buitenruimte. Welke eisen zijn er aan buitenruimtes en waar moet je op letten bij het ontwerp en de inrichting.
De Wet Kinderopvang schrijft voor dat per kind er minimaal 3 vierkante meter per kind buitenruimte beschikbaar moet zijn. 99% van de kinderopvangcentra voldoet aan deze norm. Voor BSO-kinderen is dit echter veel te weinig. En zelfs voor jonge kinderen is 3 vierkante meter erg krap. Een onderzoek heeft uitgewezen dat 8 vierkante meter buitenruimte een BSO-kind voldoende ruimte om te bewegen geeft.
Buiten bewegen is gezond!
Buiten zijn is goed voor kinderen. En helemaal als ze dan ook nog in beweging zijn. De buitenruimte bij de opvang vraagt dus niet alleen een bepaalde afmeting, maar moet ook uitdagen tot bewegen. Een aantrekkelijk, overzichtelijk plein is hierbij een pré. Een plein waar zowel het jonge kind (0-4) als de BSO-kinderen (4-12) met plezier kunnen bewegen. De buitenruimte dient ook geschikt te zijn voor vrij spelen en (naschoolse) activiteiten, met of zonder sport- en spelmateriaal. En denk ook aan ruimte voor rustmomenten en lekker chillen.
Buitenruimte vraagt om andere insteek
Een buitenruimte van een kinderopvang vraagt op sommige vlakken om een andere insteek dan een plein dat alleen voor een basisschool bestemd is. Waarom? BSO-kinderen zijn soms wel 1,5 tot 2 uur buiten aan het spelen. Het plein moet geschikt zijn voor naschoolse activiteiten en het leeftijdsverschil tussen kinderen die op één plein spelen is veel groter dan op een schoolplein. Deze en andere facetten vragen om een andere inrichting van het plein bij een kinderopvang/BSO.
Bewegend leren in de klas
Triiiiing! Half negen ‘s ochtend, de schoolbel is gegaan en alle leerlingen zitten netjes op hun billen, in de kring of aan hun tafel. De rust keert terug in de klas en het leerproces kan beginnen. Toch? Klinkt voorgaande jou ideaal in de oren? Of probeer jij ‘zittend leren’ te beperken?
De meeste leerkrachten zijn intussen wel bekend met ‘Bewegend leren’. Veel scholen experimenteren er al mee. Ook doen wetenschappers volop onderzoek naar de voordelen van deze aanpak. Maar wat is nou precies de gedachte achter Bewegend Leren, waar kun je allemaal aan denken? En hoe kun jij het zelf in de klas toepassen? Dat zetten we in dit artikel voor je op een rij.
Wat is Bewegend Leren?
Op en rondom de school zijn kinderen al volop fysiek actief: van gymles, tot speelkwartier, tot beweegbreaks. Bewegend Leren is anders, omdat je het bewegen echt in het leerproces inzet. En dan bedoelen we niet dat ze leren sporten, maar juist vaardigheden als spellen, vermenigvuldigen en geschiedenis. De gedachte daarbij is dat kinderen lesstof al bewegend sneller opnemen.
Hoe gebruik je Bewegend Leren in de klas?
De meeste leerkrachten zetten bewegen in de klas op twee manieren in:
Je kunt het pure leren afwisselen met korte beweegpauzes. Dus even springen, rennen, of dansen tussendoor, om de concentratie te verhogen en daarna weer fris aan de slag te gaan.
Je kunt kinderen ook iets leren op een bewegende manier. Denk aan hinkelend optellen, taalspelletjes in estafettevorm, of tafels automatiseren tijdens het stuiten van een bal.
Voorbeelden van Bewegend Leren uit het basisonderwijs
We geven je graag wat voorbeelden van Bewegend Leren die jij meteen in jouw klas kunt gebruiken.
Meten met tweetallen: Zet een streep op de vloer. Eén kind zet met 2 voeten af en springt zo ver mogelijk. Een ander kind heeft de rolmaat en meet de afstand. Hoeveel centimeter is er gesprongen? Wie van de twee springt het verst? Of wie landt met de hakken het dichtst bij 75 cm?
Aardrijkskunde: Hang kaartjes op met afbeeldingen van de continenten. Hang ze een beetje hoog. Stop afbeeldingen van dieren in de Move Cube dobbelsteen. Laat kinderen rollen met de dobbelsteen. Bij welk continent past dat dier? Kinderen tikken al springend het kaartje van het juiste continent aan.
Engels leren: Hang antwoordkaartjes aan het plafond met Yes en No. Stel kinderen vragen in het Engels. Laat hen al springend het juiste antwoordkaartje aantikken.
Bekijk nog veel meer speltips in ons Inspiratieboek Bewegend Leren.
Zo kun je beginnen met Bewegend Leren
Om op jouw school te starten met Bewegend Leren heb je twee dingen nodig: inspiratie en de juiste materialen om jouw lessen ook echt actiever te maken. Nijha helpt je met beide. Bekijk een voorbeeld van compleet Bewegend Leren spelpakketten die je kunt inzetten.
De voordelen van Bewegend Leren
Tot slot is nog belangrijk om te zeggen: Bewegend Leren is een vakgebied in ontwikkeling. Er is nog geen keihard bewijs dat kinderen er echt beter van gaan leren. We weten nu eenmaal nog niet precies hoe het brein van kinderen werkt en hoe bewegen en leren samenhangen. Intussen wordt in de praktijk al flink geëxperimenteerd. Wat weten we al wel?
Bewegen is goed voor de gezondheid. Daar is zelfs een beweegrichtlijn voor ontwikkeld: 1 uur per dag is het minimum. Iets wat niet alle kinderen halen.
Leerkrachten ervaren dat veel kinderen bewegen ‘nodig’ hebben. Zij geven aan dat het inzetten van beweging positief werkt voor de concentratie in de klas.
Kinderen hebben een betere aandacht in de klas, als zij op een schooldag twee keer bewegen dan wanneer zij één keer bewegen of de hele ochtend stilzitten.
Kinderen zijn enthousiast over extra bewegen op school.
En niet onbelangrijk: ook ouders vinden het steeds belangrijker dat de school van hun kinderen voldoende beweegactiviteiten aanbiedt.
X-wall
dDe X-wall is een interactieve beweegmuur die zowel jong als oud in beweging zet! Door het ruime assortiment aan spellen is de X-wall multifunctioneel inzetbaar in het onderwijs, de zorg, sportaccommodaties en andere ruimtes. De spellen zijn onder te verdelen in educatieve, fun en sportieve games waarbij diverse spellen de mogelijkheid bieden tot multiplayer. Zo biedt de X-wall een educatieve, sportieve en vooral leuke uitdaging voor iedereen!
De X-wall in het onderwijs
De interactive X-Wall is dé manier om leerlingen te laten leren op een vernieuwende en beweeglijke manier. De muur is de perfecte tool om de kennis en vaardigheden van kinderen op een interactieve manier te trainen en tegelijkertijd beweging te stimuleren. De voordelen:
- Bewegend leren heeft een positieve invloed op de hersenstructuur en hersenactiviteiten
- Door bewegend te leren kunnen kinderen zich beter concentreren
- Bewegend leren draagt bij aan de motorische ontwikkeling
- Bewegend leren draagt bij aan het beter onthouden en opnemen van lesstof
- Maakt lessen leuker voor zowel leerlingen als leraren
- Bewegend leren draagt bij aan het behalen van de beweegrichtlijnen
Bewegend leren met de X-wall
Met de X-wall worden vakken als: taal, spelling, rekenen en topografie op een actieve en speelse manier aangeboden. Plaats in het portaal eigen vragen en antwoorden of bepaal de moeilijkheidsgraad van de 50+ spellen. Zet de X-wall in als:
- Energieboost | Neemt de concentratie in de klas af? Gebruik de X-wall dan als energizer. Een beweegmoment helpt om later geconcentreerd verder te leren.
- Vast beweegmoment | De X-Wall wordt ook gebruikt als een vast beweegmoment in de dag of week. Op deze momenten oefenen kinderen één of meerdere vakken op een interactieve manier.
- Interactieve toetsing | Door zelf vragen en antwoorden toe te voegen in het portaal, kunnen docenten op een actieve manier de lesstof evalueren. Organiseer bijvoorbeeld een spellingdictee of quiz rondom topografie.

Hoe werkt het?
De X-wall is te gebruiken op iedere witte muur in een verduisterde, indoor ruimte. Door middel van een krachtige beamer, die in een beschermbox gemonteerd zit aan het plafond, wordt een projectie weergegeven in HD resolutie op de muur. In de beschermbox zit ook een camera met infraroodsensoren. Deze infraroodsensoren detecteren ballen of handen waardoor een gigantisch touchscreen ontstaat. De beamer bedien je eenvoudig door de afstandsbediening. Alles staat zo ingesteld dat je met één druk op de knop direct van start kunt gaan!

Klant aan het woord
Steeds meer scholen gaan voor een vernieuwende leermethode zoals de Interactive X-Wall. Zo ook KBS de Schakel. “Wij gebruiken de X-Wall als aanvulling op onze lessen. Eerst behandelen we het onderwerp in het klaslokaal en vervolgens gaan we de stof oefenen op de X-Wall. Zo oefenen wij bijvoorbeeld spelling via de game Otje OU, Adje AU. De leerlingen vinden het geweldig en leren het spelenderwijs. Met de X-Wall kunnen kinderen een interactieve gymles krijgen die altijd leuk en uitdagend is!'' - Matthijs van Lith - KBS de Schakel, Apeldoorn
Ook aan de slag met de X-wall? Neem contact met ons op of bestel in de webshop.
Uitvoeringen
Dit zijn de beste pleinballen
Pleinballen zijn er in alle soorten en maten. Maar wat is de beste bal voor jouw school? Dat hangt natuurlijk af van wat je ermee gaat doen en voor welke leerlingen je hem wilt gebruiken. In dit artikel vergelijken we vijf populaire pleinballen, zodat jij een goede keuze kunt maken.
Airball: het lichtgewicht
De Airball is een mini-handbal. Hij is sterk, maar met slechts 200 gram ook heel licht van gewicht. Dat maakt deze bal super geschikt voor spellen als jagerbal en tchoukbal. Maar de Airball wordt ook veel gebruikt om leerlingen te leren werpen en vangen. Je kunt deze bal oppompen en hij is blijvend rond. Deze Airball is 18 centimeter doorsnee. Daarmee is hij voor elke leeftijdsgroep inzetbaar.
Poly PG bal: zware jongen met extra grip
Op zoek naar een wat zwaarder exemplaar? Deze Poly PG bal weegt bijna 300 gram en heeft profiel voor extra grip. De bal is er in blauw of in een set van 6 van vrolijke kleuren. Die kleuren komen goed van pas als je in verschillende groepen wilt spelen. Gebruik ze voor allerlei activiteiten zoals werpen, vangen, rollen, stuiten en overgooien. Maar vanwege het gewicht is deze bal minder geschikt voor bijvoorbeeld jagerbal. De Poly PG ballen zijn vormvast en kunnen niet scheuren. Deze bal heeft een doorsnee van 17,8 centimeter.
Speelbal vinyl: voor de onderbouw
Geef jij les in de onderbouw? Dan is dit de bal voor jou. Deze speelbal past goed bij jongere leerlingen, omdat de bal met 18 centimeter een bescheiden formaat heeft. Ook is hij met 180 gram niet al te zwaar. Je kunt de bal overal voor gebruiken: voor rollen, mikken, stuiten, werpen en vangen. De bal is beschikbaar in verschillende kleuren.
Urban: de stoere pleinbal
De Urban bal is een van de zwaardere ballen uit ons assortiment. Hij kan goed tegen een stootje én is bestand tegen harde ondergronden als tegels, asfalt en kunstgras. Omdat de Urban zo stevig en vormvast is, is het de ideale bal voor buitenactiviteiten zoals stoepranden, lummelspelen en poortbal. Maar je kunt hem uiteraard ook prima gebruiken voor overgooien, werp- en mikspelen.
Butterflybal: de alleskunner
Moeilijk om te kiezen? De Butterflybal is een prima bal voor algemeen gebruik. Hij heeft het formaat van een volleybal: 21 centimeter doorsnee. De bal voelt prettig aan en hij knijpt niet door op armen en vingers. Gebruik de Butterflybal voor mik- en tikspelen, werp- en vangvormen en allerlei varianten van volleybal.
Basisinventarislijst gymzalen
Met deze lijst is het eenvoudig te zien welke toestellen en sport- en spelmaterialen er aanwezig moeten zijn in de zaal.
In 2000 heeft de KVLO de eerste basisinventarislijst voor het primair onderwijs ontwikkeld als opvolger van de LONDO lijst. In de afgelopen jaren is er veel veranderd in het bewegingsonderwijs, zowel op het gebied van lesorganisatie als op het vlak van inrichting en zaalafmetingen.
Als vervolg is er in maart 2018 een totaal vernieuwde nieuwe basisinventarislijst verschenen.
Uitgangspunten in 2000
De Basisinventarislijst is ontwikkeld op basis van de volgende uitgangspunten:
- de inventarislijst biedt voor elke visie op bewegen en vanuit de belangrijkste methoden mogelijkheden een gymzaal goed in te richten.
- de inventarislijst is toekomstgericht en zowel toepasbaar in huidige zalen (12 x 21 m) als in grotere afmetingen (14 x 22 m).
- de inventarislijst biedt ruimte om les te geven in 3 of 4 groepen, maar ook klassikaal of in stroomvorm.
Kortom: een breed toepasbare basisinventarislijst voor elke lesgever, gemeente of schoolbestuur.
Keuzevrijheid per zaal
Vroeger was er sprake van een standaardinrichting voor elke zaal voor het primair onderwijs. Tegenwoordig wordt de inrichting meer en meer bepaald door het vakwerkplan bewegingsonderwijs of de door de school gebruikte methode. Dat betekent maatwerk. Daarom zijn er in de inventarislijst diverse stelposten opgenomen. Zo kan voor de ene zaal een keuze gemaakt worden voor 2 landingsmatten terwijl in een andere zaal er extra kleine matten aangeschaft worden binnen het bedrag van de stelpost. De basisinventarislijst geeft dus een financieel kader. De inhoudelijke onderbouwing bepaalt de specifieke materiaalinvulling.
Meer materiaal nodig
Klassen worden steeds groter. Om kinderen zoveel mogelijk te laten bewegen, wordt er daarom veel in 3 of 4 groepen (vakken) gewerkt. Dat vraagt een andere en intensievere inzet van sportinventaris. Voorbeeld: bij een klassikale opstelling voldeden 6 kleine turnmatten maar bij het werken in groepen kom je al snel tekort, omdat er in 2 vakken matten nodig zijn. In de inventarislijst is er rekening gehouden met de huidige behoeftes aan materialen.
Hoe omgaan met nieuwe inventaris
In bestaande accommodaties tegenaan dat er onvoldoende inventaris is om optimaal uitvoering te geven aan het vakwerkplan. Er is te weinig materiaal om goed les te kunnen geven in 3 of 4 vakken. Dit gaat ten koste van de kwaliteit en/of bewegingsintensiteit tijdens de lessen. Een oplossing is om op basis van de lijst een inventarisatie te maken welke materialen ontbreken. De lijst geeft richtbedragen die prima gebruikt kunnen worden in een begroting. Zo is de lijst ook een prima hulpmiddel om een bestaande accommodatie op te waarderen.
Afschrijftermijnen
Om inventaris tijdig te kunnen vervangen, is inzicht in de levensduur belangrijk. In de basisinventarislijst zijn daarom ook gemiddelde afschrijftermijnen opgenomen en de daaraan gekoppelde jaarlijks te reserveren bedragen. Uiteraard blijft het belangrijk om deze gemiddelde termijnen te relateren aan uw specifieke situatie. Soms is het nodig een afschrijftermijn aan te passen als een toestel erg intensief gebruikt wordt.
Basisinventarislijst biedt kansen
Vakleerkrachten hebben een grote bijdrage geleverd aan de basisinventarislijst. Zo vertegenwoordigt de lijst een brede doelgroep die dagelijks gebruik maakt van de sportinventaris. Door ook nieuwe ontwikkelingen op te nemen en een grotere keuzevrijheid in te bouwen, biedt deze lijst alle kansen om accommodaties toekomstgericht in te richten.
