Primair Onderwijs
Op het primair onderwijs leren kinderen dingen die ze de rest van hun leven nodig hebben. Dit geldt ook voor bewegen. Scholen spelen een cruciale rol in het stimuleren van de dagelijkse beweging van kinderen. Voor nu en later. Met onze jarenlange ervaring in het primair onderwijs delen we graag onze kennis.
Artikelen
X-wall
dDe X-wall is een interactieve beweegmuur die zowel jong als oud in beweging zet! Door het ruime assortiment aan spellen is de X-wall multifunctioneel inzetbaar in het onderwijs, de zorg, sportaccommodaties en andere ruimtes. De spellen zijn onder te verdelen in educatieve, fun en sportieve games waarbij diverse spellen de mogelijkheid bieden tot multiplayer. Zo biedt de X-wall een educatieve, sportieve en vooral leuke uitdaging voor iedereen!
De X-wall in het onderwijs
De interactive X-Wall is dé manier om leerlingen te laten leren op een vernieuwende en beweeglijke manier. De muur is de perfecte tool om de kennis en vaardigheden van kinderen op een interactieve manier te trainen en tegelijkertijd beweging te stimuleren. De voordelen:
- Bewegend leren heeft een positieve invloed op de hersenstructuur en hersenactiviteiten
- Door bewegend te leren kunnen kinderen zich beter concentreren
- Bewegend leren draagt bij aan de motorische ontwikkeling
- Bewegend leren draagt bij aan het beter onthouden en opnemen van lesstof
- Maakt lessen leuker voor zowel leerlingen als leraren
- Bewegend leren draagt bij aan het behalen van de beweegrichtlijnen
Bewegend leren met de X-wall
Met de X-wall worden vakken als: taal, spelling, rekenen en topografie op een actieve en speelse manier aangeboden. Plaats in het portaal eigen vragen en antwoorden of bepaal de moeilijkheidsgraad van de 50+ spellen. Zet de X-wall in als:
- Energieboost | Neemt de concentratie in de klas af? Gebruik de X-wall dan als energizer. Een beweegmoment helpt om later geconcentreerd verder te leren.
- Vast beweegmoment | De X-Wall wordt ook gebruikt als een vast beweegmoment in de dag of week. Op deze momenten oefenen kinderen één of meerdere vakken op een interactieve manier.
- Interactieve toetsing | Door zelf vragen en antwoorden toe te voegen in het portaal, kunnen docenten op een actieve manier de lesstof evalueren. Organiseer bijvoorbeeld een spellingdictee of quiz rondom topografie.

Hoe werkt het?
De X-wall is te gebruiken op iedere witte muur in een verduisterde, indoor ruimte. Door middel van een krachtige beamer, die in een beschermbox gemonteerd zit aan het plafond, wordt een projectie weergegeven in HD resolutie op de muur. In de beschermbox zit ook een camera met infraroodsensoren. Deze infraroodsensoren detecteren ballen of handen waardoor een gigantisch touchscreen ontstaat. De beamer bedien je eenvoudig door de afstandsbediening. Alles staat zo ingesteld dat je met één druk op de knop direct van start kunt gaan!

Klant aan het woord
Steeds meer scholen gaan voor een vernieuwende leermethode zoals de Interactive X-Wall. Zo ook KBS de Schakel. “Wij gebruiken de X-Wall als aanvulling op onze lessen. Eerst behandelen we het onderwerp in het klaslokaal en vervolgens gaan we de stof oefenen op de X-Wall. Zo oefenen wij bijvoorbeeld spelling via de game Otje OU, Adje AU. De leerlingen vinden het geweldig en leren het spelenderwijs. Met de X-Wall kunnen kinderen een interactieve gymles krijgen die altijd leuk en uitdagend is!'' - Matthijs van Lith - KBS de Schakel, Apeldoorn
Ook aan de slag met de X-wall? Neem contact met ons op of bestel in de webshop.
Uitvoeringen
Dit zijn de beste pleinballen
Pleinballen zijn er in alle soorten en maten. Maar wat is de beste bal voor jouw school? Dat hangt natuurlijk af van wat je ermee gaat doen en voor welke leerlingen je hem wilt gebruiken. In dit artikel vergelijken we vijf populaire pleinballen, zodat jij een goede keuze kunt maken.
Airball: het lichtgewicht
De Airball is een mini-handbal. Hij is sterk, maar met slechts 200 gram ook heel licht van gewicht. Dat maakt deze bal super geschikt voor spellen als jagerbal en tchoukbal. Maar de Airball wordt ook veel gebruikt om leerlingen te leren werpen en vangen. Je kunt deze bal oppompen en hij is blijvend rond. Deze Airball is 18 centimeter doorsnee. Daarmee is hij voor elke leeftijdsgroep inzetbaar.
Poly PG bal: zware jongen met extra grip
Op zoek naar een wat zwaarder exemplaar? Deze Poly PG bal weegt bijna 300 gram en heeft profiel voor extra grip. De bal is er in blauw of in een set van 6 van vrolijke kleuren. Die kleuren komen goed van pas als je in verschillende groepen wilt spelen. Gebruik ze voor allerlei activiteiten zoals werpen, vangen, rollen, stuiten en overgooien. Maar vanwege het gewicht is deze bal minder geschikt voor bijvoorbeeld jagerbal. De Poly PG ballen zijn vormvast en kunnen niet scheuren. Deze bal heeft een doorsnee van 17,8 centimeter.
Speelbal vinyl: voor de onderbouw
Geef jij les in de onderbouw? Dan is dit de bal voor jou. Deze speelbal past goed bij jongere leerlingen, omdat de bal met 18 centimeter een bescheiden formaat heeft. Ook is hij met 180 gram niet al te zwaar. Je kunt de bal overal voor gebruiken: voor rollen, mikken, stuiten, werpen en vangen. De bal is beschikbaar in verschillende kleuren.
Urban: de stoere pleinbal
De Urban bal is een van de zwaardere ballen uit ons assortiment. Hij kan goed tegen een stootje én is bestand tegen harde ondergronden als tegels, asfalt en kunstgras. Omdat de Urban zo stevig en vormvast is, is het de ideale bal voor buitenactiviteiten zoals stoepranden, lummelspelen en poortbal. Maar je kunt hem uiteraard ook prima gebruiken voor overgooien, werp- en mikspelen.
Butterflybal: de alleskunner
Moeilijk om te kiezen? De Butterflybal is een prima bal voor algemeen gebruik. Hij heeft het formaat van een volleybal: 21 centimeter doorsnee. De bal voelt prettig aan en hij knijpt niet door op armen en vingers. Gebruik de Butterflybal voor mik- en tikspelen, werp- en vangvormen en allerlei varianten van volleybal.
Basisinventarislijst gymzalen
Met deze lijst is het eenvoudig te zien welke toestellen en sport- en spelmaterialen er aanwezig moeten zijn in de zaal.
In 2000 heeft de KVLO de eerste basisinventarislijst voor het primair onderwijs ontwikkeld als opvolger van de LONDO lijst. In de afgelopen jaren is er veel veranderd in het bewegingsonderwijs, zowel op het gebied van lesorganisatie als op het vlak van inrichting en zaalafmetingen.
Als vervolg is er in maart 2018 een totaal vernieuwde nieuwe basisinventarislijst verschenen.
Uitgangspunten in 2000
De Basisinventarislijst is ontwikkeld op basis van de volgende uitgangspunten:
- de inventarislijst biedt voor elke visie op bewegen en vanuit de belangrijkste methoden mogelijkheden een gymzaal goed in te richten.
- de inventarislijst is toekomstgericht en zowel toepasbaar in huidige zalen (12 x 21 m) als in grotere afmetingen (14 x 22 m).
- de inventarislijst biedt ruimte om les te geven in 3 of 4 groepen, maar ook klassikaal of in stroomvorm.
Kortom: een breed toepasbare basisinventarislijst voor elke lesgever, gemeente of schoolbestuur.
Keuzevrijheid per zaal
Vroeger was er sprake van een standaardinrichting voor elke zaal voor het primair onderwijs. Tegenwoordig wordt de inrichting meer en meer bepaald door het vakwerkplan bewegingsonderwijs of de door de school gebruikte methode. Dat betekent maatwerk. Daarom zijn er in de inventarislijst diverse stelposten opgenomen. Zo kan voor de ene zaal een keuze gemaakt worden voor 2 landingsmatten terwijl in een andere zaal er extra kleine matten aangeschaft worden binnen het bedrag van de stelpost. De basisinventarislijst geeft dus een financieel kader. De inhoudelijke onderbouwing bepaalt de specifieke materiaalinvulling.
Meer materiaal nodig
Klassen worden steeds groter. Om kinderen zoveel mogelijk te laten bewegen, wordt er daarom veel in 3 of 4 groepen (vakken) gewerkt. Dat vraagt een andere en intensievere inzet van sportinventaris. Voorbeeld: bij een klassikale opstelling voldeden 6 kleine turnmatten maar bij het werken in groepen kom je al snel tekort, omdat er in 2 vakken matten nodig zijn. In de inventarislijst is er rekening gehouden met de huidige behoeftes aan materialen.
Hoe omgaan met nieuwe inventaris
In bestaande accommodaties tegenaan dat er onvoldoende inventaris is om optimaal uitvoering te geven aan het vakwerkplan. Er is te weinig materiaal om goed les te kunnen geven in 3 of 4 vakken. Dit gaat ten koste van de kwaliteit en/of bewegingsintensiteit tijdens de lessen. Een oplossing is om op basis van de lijst een inventarisatie te maken welke materialen ontbreken. De lijst geeft richtbedragen die prima gebruikt kunnen worden in een begroting. Zo is de lijst ook een prima hulpmiddel om een bestaande accommodatie op te waarderen.
Afschrijftermijnen
Om inventaris tijdig te kunnen vervangen, is inzicht in de levensduur belangrijk. In de basisinventarislijst zijn daarom ook gemiddelde afschrijftermijnen opgenomen en de daaraan gekoppelde jaarlijks te reserveren bedragen. Uiteraard blijft het belangrijk om deze gemiddelde termijnen te relateren aan uw specifieke situatie. Soms is het nodig een afschrijftermijn aan te passen als een toestel erg intensief gebruikt wordt.
Basisinventarislijst biedt kansen
Vakleerkrachten hebben een grote bijdrage geleverd aan de basisinventarislijst. Zo vertegenwoordigt de lijst een brede doelgroep die dagelijks gebruik maakt van de sportinventaris. Door ook nieuwe ontwikkelingen op te nemen en een grotere keuzevrijheid in te bouwen, biedt deze lijst alle kansen om accommodaties toekomstgericht in te richten.
Hoe groot moet het speelplein zijn?
Het ministerie van OC&W hanteerde tot 1997 het ‘Wenkenblad’ uit 1986 met een overzicht van de geldende normen in het basisonderwijs. Het speelplein heette toen nog ‘speelgebied’ en daarvoor gold het volgende: ‘Het speelgebied bestaat uit een verhard en een onverhard gedeelte in de verhouding 2 : 1, waarbij het verharde deel een oppervlakte heeft van tenminste 300m².’
Tegenwoordig zijn de eisen beperkt tot 3m² buitenruimte per leerling met een minimum van 300m². Voor scholen groter dan 200 leerlingen volstaat 600m² buitenruimte. Als er sprake is van een brede school met kinderdagverblijf en naschoolse opvang dan wordt een afgesloten en ‘op de leeftijd van de kinderen passend ingerichte buitenspeelruimte’ gevraagd. Ook daarvoor geldt een minimaal oppervlak van 3m² bruto oppervlakte speelruimte per aanwezig kind.
Minder ruimte
Het klopt dus dat bij de meeste nieuwe scholen de speelpleinen kleiner zijn dan bij scholen van voor 1997. Zeker als de ruimtenorm strak gehanteerd wordt. Maar er mag in positieve zin afgeweken worden van de norm. Een gemeente of schoolbestuur kan ervoor kiezen een plein groter te maken dan het minimum van 300m². Dat vraagt wel om goede argumenten.
Argumenten voor een groter plein
Veel kinderen op een kleine ruimte die in korte tijd hun energie kwijt moeten, is vragen om problemen. Bij een gemiddeld schoolplein van 300m² is dat al snel het geval. Zeker als het om een smal plein gaat dat om de school heen ligt levert dat al snel conflicten op en gedoe over activiteiten die elkaar in de weg zitten. Als een plein ook geschikt moet zijn voor sportactiviteiten, buitengym of als het plein ingezet wordt voor naschoolse activiteiten, kan dat argumenten opleveren voor meer ruimte. Daarbij speelt ook nog dat in het kader van gezondheid, obesitas en het belang van bewegen op scholen het plein een steeds belangrijker rol krijgt.
Bouwbesluit biedt veel vrijheid
Voor wat betreft de inrichting van het speelplein worden geen specifieke eisen gesteld. Het Bouwbesluit geeft slechts eisen rond de bereikbaarheid en toegankelijkheid (voor bijv. hulpdiensten). Dat betekent dat de school zelf veel kan beslissen, zowel over de verhouding tussen verhard en onverhard terrein als over de inrichting. Die vrijheid biedt veel kansen maar vraagt wel om een helder beeld welke functie het plein krijgt. Niet in de laatste plaats omdat bij nieuwbouw een architect soms gebouwkeuzes voorstelt die consequenties hebben voor de locatie en het gebruik van het speelplein.
Richtlijnen buitenruimte kinderdagverblijf en BSO
Als er wordt gekeken naar de richtlijnen voor een buitenruimte van een kinderopvang of BSO gelden er andere regels. Welke eisen zijn er en aan buitenruimtes? En waar moet je opletten bij het ontwerpen en inrichten?
De Wet Kinderopvang schrijft voor dat er per kind minimaal 3m² buitenruimte beschikbaar moet zijn. Voor BSO kinderen is dit echter te weinig. Uit onderzoek blijkt dat 8m² buitenruimte per BSO-kind voldoende ruimte geeft om te bewegen.
Buiten zijn is goed voor kinderen. En helemaal als ze dan ook nog in beweging zijn. De buitenruimte bij de opvang vraagt dus niet alleen om een bepaalde afmeting, maar moet ook uitdagen tot bewegen. Het plein moet geschikt zijn voor naschoolse activiteiten en het leeftijdsverschil tussen kinderen die op één plein spelen is veel groter dan op een schoolplein. Deze en andere facetten vragen om een andere inrichting van het plein bij een kinderopvang/bso.
De ideale trefbal
Wat de ideale trefbal is hangt af het soort trefbalspel, de spelersgroep en de ruimte waarin het spel gespeeld wordt. Kiezen voor 1 specifieke bal om altijd trefbal mee te spelen, is niet de beste oplossing. Het is beter om per situatie te bepalen welke bal het meest geschikt is. Hieronder een aantal tip om tot een afgewogen balkeuze te komen.
Basisonderwijs
De vaardigheid voor het werpen en vangen of afweren van een bal is nog beperkt in de middenbouw. Daarom wordt bij trefspelen eerder een keuze gemaakt voor jagerbal spelvormen dan voor trefbal. Bij trefballen in de bovenbouw kan het best gekozen worden voor zachte en lichte ballen omdat er nog wel eens ongecontroleerde worpen tussen zitten. Ballen met diameter tussen de 16 – 18 cm passen goed bij de vaardigheid. Geschikte ballen bovenbouw BO:
Beroepsonderwijs
Spelers zijn in staat (erg) hard te gooien maar gaan de uitdaging graag aan. Ze hebben het liefst een bal die goed vastpakt en niet.Geschikte ballen mbo/hbo:
Voortgezet onderwijs
In de onderbouw neemt de vaardigheid snel toe. Grote verschil met de bovenbouw van het basisonderwijs is dat de ballen wat groter kunnen zijn. In de bovenbouw neemt de kracht toe en wordt er, vooral door de jongens, harder gegooid.
Geschikte ballen onderbouw VO:
Geschikte ballen bovenbouw VO:
- Airball ø 18 cm
- Foambal ø 16 cm high bounce
- Foambal ø 21 cm medium bounce
- Dodgebal super soft
Deze bal kan bij hard gooien ‘dwarrelen’ wat een onvoorspelbaar effect in het spel brengt.

Speltype
Er zijn veel trefbalvormen. Hieronder een grove indeling met daarbij de meest geschikte ballen:
- Twee teams tegenover elkaar
Het is duidelijk wie de bal heeft, vrij voorspelbaar. Geschikte ballen zijn bijvoorbeeld de Butterflyball of foambal ø 21 cm. - Twee teams tegenover elkaar met vakken voor afgegooide spelers
Afgegooide spelers gaan in een vak achter en/of aan de zijkant van het veld van de tegenstander. Het spel is sneller en een bal kan uit onverwachte hoek komen. Geschikte ballen zijn o.a.de Super safe contactball en de Dodgebal junior. - Met of zonder afweren
Bij het ontwijken van ballen past een snelle bal, bij het afweren is een zachtere bal prettiger. Wel of niet overspelen/wel of niet lopen met de bal. Als er niet gelopen mag worden, dan moet de bal ook vanuit het achterveld te spelen zijn. Dat vraagt om een bal met wat meer gewicht of een wat kleiner formaat. Geschikte ballen zijn o.a. de Airball ø 18 cm en de Dodgebal Pro. - Een of meer ballen
Hoe meer ballen in het veld hoe zachter de ballen zouden moeten zijn. Spelers kunnen van dichtbij met een hard geworpen bal in aanraking komen. Geschikte ballen zijn o.a. de Super safe contactball en de Smoothball ø 21 cm.
Beschikbare ruimte
Hoe kleiner de ruimte, hoe zachter de bal. Omdat spelers vanaf korte afstand geraakt kunnen worden, is een zachte bal aan te bevelen. Door te kiezen voor een lichte bal, is de impact bij geraakt worden beperkt. Daarbij zal een hard gegooide luchtgevulde bal altijd harder overkomen (‘doorknellen’) dan een foambal. En hoe kleiner de bal, hoe harder ermee gegooid kan worden, dus voor een kleine ruimte is een lichte grote bal. Geschikte ballen kleine ruimte (bijv. 6 x 10 m (halve gymzaal)):
Geschikte ballen grote ruimte (bijv 12 x 21 m (hele gymzaal)):
Veiligheidsnormen van speeltoestellen op het schoolplein
“Juf, er is een ongelukje gebeurd…” Ongelukjes zitten in een klein hoekje, zeker met spelende kinderen. Gelukkig blijft het meestal bij een pleister en een knuffel. En als school doe je er ook alles aan om erger te voorkomen. Voldoen aan alle veiligheidseisen voor de speeltoestellen op jouw schoolplein bijvoorbeeld. In dit artikel leggen we uit welke regels en wetten van toepassing zijn.
Warenwetbesluit
Sinds maart 1997 is het Warenwetbesluit veiligheid attractie- en speeltoestellen (Staatsbesluit 474) van toepassing. Hierin is vastgelegd dat speeltoestellen veilig geproduceerd en beheerd moeten worden. Het besluit is van toepassing op speeltoestellen die bestemd zijn voor publiek gebruik. Een school is verantwoordelijk voor het beheer van de speeltoestellen op het terrein van de school, tenzij je hierover andere afspraken hebt gemaakt met de gemeente. De school of de gemeente moet dus voldoen aan bovenstaande wet.
Wat vraagt deze wet dan precies van scholen? De volgende eisen staan in het Warenwetbesluit veiligheid attractie- en speeltoestellen:
- Speeltoestellen die na maart 1997 geproduceerd zijn, moeten goedgekeurd zijn en voorzien zijn van een typekeurcertificaat.
- Voor speeltoestellen die vóór maart 1997 geproduceerd zijn, geldt dat jij als beheerder moet aantonen dat de toestellen veilig zijn en veilig beheerd worden. alles moet doen om deze toestellen veilig te houden of veilig te maken.
- Per speeltoestel moet je een logboek bijhouden. Hierin moet worden bijgehouden op welke data inspecties, reparaties en eventuele ongelukken hebben plaatsgevonden. Hierin staan naast de toestelgegevens ook data waarop inspecties, reparaties en ongelukken plaatsgevonden hebben. Bij een ongeluk waaruit aansprakelijkstelling volgt, zal de verzekeringsmaatschappij altijd nagaan of jij als beheerder adequaat gehandeld hebt. Als blijkt dat je ‘aantoonbaar in gebreke bent gebleven’, dan kan de school ‘nalatigheid in handelen’ verweten worden.
Richtlijnen soorten inspecties
Oke, je moet dusvoldoen aan de wet. Maar welk soort inspecties moet je dan uitvoeren op de speeltoestellen op jouw schoolplein? Hieronder vind je de richtlijnen voor de verschillende soorten van inspecties volgens de Europese norm. De frequentie waarin alle inspecties plaatsvinden, is afhankelijk van de gebruiksintensiteit en de vervuilingsgraad.
Routinematige inspectie
- Visuele inspectie op gebroken of losgeraakte onderdelen, vervuiling van toestel of ondergrond en vandalisme.
- Frequentie: dagelijks tot wekelijks.
Functionele inspectie
- Meer gedetailleerde inspectie waarbij o.a. gekeken wordt naar verbindingen, stabiliteit, beschadiging aan toplagen, roestvorming en de dikte van het bodemmateriaal.
- Frequentie: maandelijks tot 1 keer per kwartaal.
Grote inspectie
- Toestellen worden in hun totaliteit aan een grondige inspectie onderworpen conform EN 1176 en EN 1177.
- Frequentie: 1 of 2 keer per jaar.
Verantwoordelijkheid
De routinematige en de functionele inspectie, ook wel de zichtinspecties genoemd, moet jij als beheerder regelmatig zelf uitvoeren. Je kijkt dan naar de bevestigingspunten, stabiliteit van de constructie, splinters bij houten delen, scherpe randen en uitstekende delen.
De uitgebreide (grote) inspectie op basis van de EN 1176 en EN 1177 moet door een professioneel bedrijf uitgevoerd worden. Om de veiligheid te garanderen kun je Nijha inschakelen voor jaarlijkse inspectie en onderhoud. Onze Nijha inspecteurs zijn allemaal gecertificeerd en inspecteren de toestellen nauwkeurig. Na afloop van de inspectie ontvang je als klant een inspectierapport. Daarin lees je de staat van het toestel en welk onderhoud en reparaties uitgevoerd moeten worden. De monteurs van Nijha bekijken alle toestellen heel grondig. Na afloop ontvang je als klant een inspectierapport. Daarin lees je de staat van het toestel en welk onderhoud en reparaties uitgevoerd moeten worden. Onze monteurs zijn allemaal gecertificeerd en ervaren. Naast inspecties voor de speeltoestellen, doet Nijha ook inspecties voor het speellokaal, de sportinventaris en outdoor- en urban sports.
Onderhoudstips sport- en spelmateriaal
Dat materialen slijten, is een goed teken! Dat geeft namelijk aan dat er veel gebruikt van wordt gemaakt. Veel slijtages zijn te voorkomen of te herstellen. Hieronder tips over:
- Het repareren van een scheur in een skippybal;
- Het repareren van scheuren in een mat of leerdek;
- Het goed vastmaken van een ballonbal om geen lucht te verliezen.
Scheur in skippybal repareren
Bij skippyballen op harde ondergronden kan er zomaar een lek ontstaan als de bal op een scherp voorwerp komt. Door de luchtdruk in bal blijft het vaak niet bij een klein gaatje maar is het al snel een scheur. Als dit niet te groot is, dan kan die gerepareerd worden met Tear-Aid type B.
Oersterk
De gebruikte transparante folie is oersterk. De plek van de reparatie wordt dus geen zwakke plek. Omdat het folie dun en transparant is, valt het nauwelijks op en doet het geen afbreuk aan de gebruikseigenschappen.
Snel gebruiksklaar
Tear Aid is niet alleen sterk en rekbaar maar ook nog eens snel aan te brengen:
- Ontvet de ondergrond met het meegeleverde alcoholdoekje;
- Even laten drogen en reparatiepatch aanbrengen;
- Goed aandrukken en klaar;
- De bal is direct gebruiksklaar en heeft na 24 uur 100% hechting.
Twee soorten Tear Aid
- Type A is geschikt voor alle producten met uitzondering van PVC. Denk aan scheuren in luchtbedden, canvas matten, leerdek van springkast of zadel van eenwieler.
- Type B is voor vinyl producten zoals skippyballen, vinyl matten, springkussens, Gymnic ballen en trampolineranden.

Scheur in mat of leerdek repareren
Door veelvuldig gebruik of door aanraking met een scherp voorwerp kan er een scheur ontstaan in een canvas mathoes of een springkastdek. Om te voorkomen dat een klein gaatje een grote scheur wordt, is het raadzaam deze snel te behandelen. Als de scheur of het gat niet te groot is, dan kan die gerepareerd worden met Tear-Aid type A.
Snel gebruiksklaar
Tear Aid is niet alleen sterk en rekbaar maar ook nog eens snel aan te brengen:
- Ontvet de ondergrond met het meegeleverde alcoholdoekje
- Even laten drogen en reparatiepatch aanbrengen
- Goed aandrukken en klaar
- De mat of het leerdek is direct gebruiksklaar en heeft na 24 uur 100% hechting

Ballonbal verliest lucht door klein gaatje
De ballonbal wordt opgepompt met een dubbelwerkende pomp of opgeblazen via een rietje, daarna wordt er een stop in gedrukt. Als de bal direct na het opblazen of oppompen al lucht verliest kan dat 2 oorzaken hebben:
Er ontsnapt lucht bij het ventiel
Als de stop vaak in en uit de bal gaat, dan kan de ventielopening wat ruimer worden waardoor er langzaam lucht ontsnapt uit de opgepompte bal. Of dit het probleem is kun je snel zien als je wat water op het ventiel druppelt. Plakband als oplossing. Plakband is glad waardoor de stop nog steeds goed in de bal te drukken is. Gebruik geen (sport)tape, dat is te ruw en zal opstropen als de stop in de bal gedrukt wordt.
- Haal de stop uit de bal en doe plakband om het bovenste deel van de stop.
- Begin met 1 laag, als dat niet voldoende is, breng dan nog een volgende laag aan, net zolang tot er geen lucht meer ontsnapt.
Er zit een gaatje in de bal
- Houd de opgepompte bal onder water, aan de luchtbellen kun je zien waar het lek zit;
- Markeer de plek met een pen of stift;
- Maak de bal goed droog;
- Doe een heel klein beetje lucht in de bal (dit voorkomt dat bij het plakken de lijm ook plakt aan het tegenoverliggende materiaal);
- Doe een druppel PVC lijm op het gaat en laat het drogen.
Deze oplossing werkt alleen bij kleine gaatjes en soms is het nodig de procedure een paar keer te herhalen. Als een gat te groot is, kan Tear- Aid een oplossing zijn. Zie hiervoor het Tear Aid blog.
Plakband en lijm voor meer ballen een handige oplossing.
Naast de ballonbal kunnen bovenstaande oplossingen ook toegepast worden op de volgende ballen:
De plakband oplossing werkt wel bij onderstaande ballen, het lijmen van een gaatje niet.
Wanneer kies je voor een gymzaal of voor een sporthal?
Veel scholen staan op enig punt voor de beslissing: gaan we beweegonderwijs geven in een gymzaal, of in een sporthal? Beide mogelijkheden hebben hun voors en tegens. We zetten de afwegingen voor scholen op een rij.
Scholen hebben veel ruimte nodig voor gymlessen. Gebruikmaken van een grote sporthal lijkt dan een ideale oplossing. Je hebt daar immers vaak drie keer zoveel ruimte. Ook vanuit gemeenten – de eigenaren van veel grote sportaccommodaties – wordt dit vaak toegejuicht. Gemeenten die bijvoorbeeld overwegen een topsportaccommodatie neer te zetten, gaan er graag vanuit dat het onderwijs een bijdrage zal leveren aan het gebruik en dus ook aan de huur. Toch zijn (top)sporthallen niet bij voorbaat geschikt voor beweegonderwijs.
Vierkante versus kubieke meters
Onderwijs heeft baat bij vierkante meters om alle kinderen een plek te bieden. De sport vraagt daarentegen om kubieke meters. De internationale regels voor sporten vereisen steeds hogere hallen. Daarom komen er meer en meer topsporthallen met een hoogte van 9 meter en zelfs al 11 meter. Voor onderwijsgebruik - maar ook voor trainingen van de gemiddelde sportvereniging - volstaat een hoogte van 7 meter. Die 2 of 4 meter extra hoogte leveren het onderwijs geen meerwaarde op. Sterker nog, die extra hoogte levert problemen op als het gaat om bijvoorbeeld de zwaaitoestellen.
Eén hal versus variatie in ruimtes
Een topsporthal is veelal niet meer dan een hoge hal waarin topsportvoorzieningen als basketbaltorens en volleybal centercourts zijn aangebracht. En natuurlijk tribunes voor de toeschouwers. Voor het onderwijs is een topsporthal niet anders dan een accommodatie waar kwalitatief goede lessen bewegingsonderwijs gegeven moeten kunnen worden.
Bepaal op basis van het vakwerkplan LO welke behoefte jouw school heeft. Tip: weeg dit ook eens af samen met andere scholen in de gemeente. Misschien heb je behoefte aan één grote hal. Misschien passen 3 losse gymzalen beter bij de behoeften. Maar het kan ook dat je behoefte hebt aan één gymzaal, één spelzaal en één kleine fitnessruimte. Die verschillende ruimtes kun je uiteraard ook binnen één accommodatie onderbrengen waarbij je een bergruimte en inventaris deelt.
Bouwtechnische aanpassingen
Bewegingsonderwijs vraagt om de juiste onderwijs sportinventaris. En daarvoor zijn extra (bouwkundige) investeringen nodig als je hiervoor een topsporthal wilt gebruiken. Zoals:
- Het zwaaipunt voor ringenzwaaien moet verlaagd worden naar 5,5 meter voor onderwijsgebruik. Bij een zaalhoogte van 9 meter kan dat niet meer vanaf het plafond. Een extra tussenconstructie is dus nodig.
- Alle sporttoestellen zoals bijvoorbeeld klimrekken en basketbalinstallaties moeten ‘obstakelvrij’ gemonteerd worden. Ook daarvoor zijn extra bouwkundige voorzieningen nodig.
- Voor onderwijs heb je een grotere toestelberging nodig. Oppervlak en indeling moeten zo zijn dat onderwijsinventaris niet geblokkeerd wordt door grote sportinstallaties als verplaatsbare basketbaltorens. Deze extra vierkante meters moeten vroegtijdig bekend zijn.
Akoestiek
De akoestiek in topsporthallen laat nogal eens te wensen over als het gaat om onderwijsgebruik. Bij een volleybalwedstrijd op topniveau met een goed gevulde tribune is sprake van een heel andere akoestiek, dan in een 9 meter hoge hal waarin 30 kinderen basketballen. Veel docenten bewegingsonderwijs hebben gehoorbeschadigingen en stemproblemen. Uit onderzoek van de KVLO blijkt dat de slechte akoestiek in binnensportaccommodaties hier vaak de oorzaak van is. Alle reden om de normen voor akoestiek mee te nemen in je besluitvorming.
Stel jezelf ook de volgende vragen
Om een goede afweging te maken kun je daarnaast nog denken aan de volgende zaken:
- Bereikbaarheid: een topsporthal staat vaak aan de rand van de gemeente. Gaat vervoer van de leerlingen naar de gymles dan af van de effectieve beweegtijd?
- Financiën: als je voor een sporthal kiest, hoe zijn de exploitatiekosten verdeeld over alle gebruikers? In een gymzaal zijn de kosten voor inventaris en beheer vaak lager.
- Leerlingenprognose: wat heb je op middellange en lange termijn nodig aan ruimte?
- Avondopenstelling: als je kiest voor een eigen gymzaal, onderzoek dan ook een de mogelijkheden om deze ’s avonds te verhuren aan andere verenigingen.
- Daglicht en energie: sporthallen hebben meestal geen daglicht. En wat zijn de kosten voor de school voor kunstlicht (en warmte) bij sporthalgebruik?
Advies van een expert
Is jouw besluitvorming na het lezen van dit artikel eenvoudiger geworden? Of roept het juist meer vragen op? Aarzel niet om advies te vragen aan de experts van Nijha. Wij hebben jarenlange ervaring met zowel gymzalen als sporthallen. We werken veel samen met scholen, verenigingen en gemeenten en kunnen je helpen bij de juiste keuze voor de wensen en mogelijkheden van jouw school.
Dodgeball
Dodgeball of dodgebal is de internationale term voor trefbal. Dan zou je denken dat een dodgeball bal geschikt is voor trefbal, maar zo eenvoudig ligt het niet. Een dodgeball bal is in de loop van de tijd ook een algemene spelbal geworden die niet altijd geschikt is voor afgooispelen. Dus tijd om wat helderheid te scheppen.
Eigenschappen van een échte dodgeball bal
De officiële dodgeball bal heeft een diameter van 21,5 cm, weegt ca. 410 g en is gemaakt van rubber, foam of stof. Officiële wedstrijden van de World Dodgeball Federation worden gespeeld met een foambal omdat die minder doorknelt dan een rubber bal. Voor kinderen wordt een kleinere bal gebruikt met een diameter van ø 16 – ø 18 cm.
Het spel en het speelveld
Bij dodgeball spelen 2 teams tegen elkaar waarbij de spelers elkaar af moeten gooien. Het Elite speelveld heeft een afmeting van 17 x 7,6 meter met in het midden een neutrale zone van 3 meter (een worp moet ingezet worden van achter de 3 meter-lijn). Een bal mag wel gepakt worden binnen de 3 meter-lijn maar mag pas vanachter die lijn weer gespeeld worden.

Varianten van Dodgeball
Er zijn veel speelveldvarianten; met zij- en achtervakken om afgegooide spelers toch een rol te geven, met een achtervak waar één speler van de tegenstander staat, enz. Kies vooral het speelveld dat aansluit op de spelintentie en passend bij de spelers.
Meest gebruikte dogeball bal in Nederland
Binnen het voortgezet onderwijs zijn er 2 populaire dogeballen/trefballen; de foambal met olifantenhuid ø 21 cm of de Airball. Bij de basisschool wordt vaker een kleiner formaat ingezet omdat die beter hanteerbaar is en minder hard aankomt. Veel gebruikte ballen zijn daar de foambal met olifantenhuid ø 16 cm, de smoothball ø 16 cm of de dogeball junior. Welke keuze gemaakt wordt is afhankelijk van de groep, de vaardigheid, de kracht waarmee gegooid wordt en de beschikbare ruimte.

En de speciale dodgeballen dan?
Er zijn diverse ballen in omloop met de naam ‘dodgeball’. Die zijn echter niet allemaal geschikt voor trefbal omdat het meer algemene spelballen zijn die breed inzetbaar zijn bij werpen en vangen maar minder geschikt zijn voor afgooispelen. Ballen die wel geschikt zijn voor afgooispelen zijn de Trial dodgeballen. Deze zijn gemaakt van een zacht kunststof en in verschillende maten en gewichten verkrijgbaar:
- Dodgeball Trial Junior – geschikt voor basisonderwijs en spelvormen op een kleine ruimte, weegt slechts 210 gram
- Dodgeball Trial Senior – geschikt voor voortgezet onderwijs bij spelvormen met meerdere ballen. Bal weegt 250 gram
- Dodgeball Trial Pro – de meeste stevige uit de serie. Geschikt voor spelen in een hele gymzaal. Bal weeg 300 gram.
- Dodgeball Trial trefbal – met een diameter van 24 cm de grootste bal. Door de omvang en het gewicht van 240 gram niet de snelste bal, goed zichtbaar en met een verrassende vlucht; de bal wijkt bij een harde worp wat af van de rechte baan.
Heb je nog vragen? Stel die dan aan onze specialisten. Stuur een mail naar sportenspel@nijha.nl of bel naar (0573) 28 85 55 .
Lesmethodes voor het speellokaal
Het is een hele klus om elke week weer originele gymlessen voor kleuters te bedenken. Terwijl het zo belangrijk is dat kinderen veel variatie hebben in de bewegingen die ze leren maken. Gelukkig is het niet nodig om alles zelf te bedenken. In dit artikel zetten we – zonder uitputtend te zijn – verschillende werkboeken en methoden op een rij voor bewegingsonderwijs aan kleuters.
De verschillende lesmethoden voor kleuters
Bewegingsonderwijs in het speellokaal
- Een flexibele methode voor bewegingsonderwijs aan kleuters.
- Een praktisch boek waarmee elke basisschool een eigen jaarplan en weekrooster kan maken.
- Een boek vol suggesties en praktische tips.
- Uitgave 2020: Publicatiefonds 't Web ISBN 978-90-73218-00-0.
Basisdocument bewegingsonderwijs
- Er worden 12 leerlijnen uitgewerkt die corresponderen met de kerndoelen.
- Er zijn beschrijvingen opgenomen over de bewegingsactiviteiten, zoals arrangement, regels en afspraken met kinderen.
- Boek inclusief CD-rom die inzicht geeft in de leerlijnen en tussendoelen met behulp van 200 filmfragmenten.
- Uitgave Jan Luiting Fonds.
Direct aan de slag met activiteiten in het speellokaal
Beter bewegen met kleuters
- Boek met 56 uitgewerkte lessen, 7 observatie- en evaluatielessen en 3 suggesties voor een speldag.
- Kinderen worden gestimuleerd om elkaar te helpen en om zelfstandig te werken.
- Uitgave 1996: Hbuitgevers.
Remediemap bewegingsonderwijs
- De map is specifiek voor motorische remedial teaching (MRT).
- Het bestaat uit bewegingsspelkaarten. Deze vergroten de mogelijkheden om met kinderen "op maat" te spelen. Met name ouderparticipatie is met behulp van deze kaarten mogelijk. Ook zijn er publicaties opgenomen voor het praktisch invullen van motorische remedial teaching.
- Uitgave 1999: Stichting Motorische Remedial Teaching in Beweging.
Gratis activiteiten
Wij hebben activiteiten opgesteld voor het speellokaal. De activiteiten hebben betrekking op verschillende leerlijnen en zijn te differentiëren. Schrijf je in en ontvang 6 weken lang een activiteit. Vraag het hier aan
