Primair Onderwijs
Op het primair onderwijs leren kinderen dingen die ze de rest van hun leven nodig hebben. Dit geldt ook voor bewegen. Scholen spelen een cruciale rol in het stimuleren van de dagelijkse beweging van kinderen. Voor nu en later. Met onze jarenlange ervaring in het primair onderwijs delen we graag onze kennis.
Artikelen
Hoe groot moet het speelplein zijn?
Het ministerie van OC&W hanteerde tot 1997 het ‘Wenkenblad’ uit 1986 met een overzicht van de geldende normen in het basisonderwijs. Het speelplein heette toen nog ‘speelgebied’ en daarvoor gold het volgende: ‘Het speelgebied bestaat uit een verhard en een onverhard gedeelte in de verhouding 2 : 1, waarbij het verharde deel een oppervlakte heeft van tenminste 300m².’
Tegenwoordig zijn de eisen beperkt tot 3m² buitenruimte per leerling met een minimum van 300m². Voor scholen groter dan 200 leerlingen volstaat 600m² buitenruimte. Als er sprake is van een brede school met kinderdagverblijf en naschoolse opvang dan wordt een afgesloten en ‘op de leeftijd van de kinderen passend ingerichte buitenspeelruimte’ gevraagd. Ook daarvoor geldt een minimaal oppervlak van 3m² bruto oppervlakte speelruimte per aanwezig kind.
Minder ruimte
Het klopt dus dat bij de meeste nieuwe scholen de speelpleinen kleiner zijn dan bij scholen van voor 1997. Zeker als de ruimtenorm strak gehanteerd wordt. Maar er mag in positieve zin afgeweken worden van de norm. Een gemeente of schoolbestuur kan ervoor kiezen een plein groter te maken dan het minimum van 300m². Dat vraagt wel om goede argumenten.
Argumenten voor een groter plein
Veel kinderen op een kleine ruimte die in korte tijd hun energie kwijt moeten, is vragen om problemen. Bij een gemiddeld schoolplein van 300m² is dat al snel het geval. Zeker als het om een smal plein gaat dat om de school heen ligt levert dat al snel conflicten op en gedoe over activiteiten die elkaar in de weg zitten. Als een plein ook geschikt moet zijn voor sportactiviteiten, buitengym of als het plein ingezet wordt voor naschoolse activiteiten, kan dat argumenten opleveren voor meer ruimte. Daarbij speelt ook nog dat in het kader van gezondheid, obesitas en het belang van bewegen op scholen het plein een steeds belangrijker rol krijgt.
Bouwbesluit biedt veel vrijheid
Voor wat betreft de inrichting van het speelplein worden geen specifieke eisen gesteld. Het Bouwbesluit geeft slechts eisen rond de bereikbaarheid en toegankelijkheid (voor bijv. hulpdiensten). Dat betekent dat de school zelf veel kan beslissen, zowel over de verhouding tussen verhard en onverhard terrein als over de inrichting. Die vrijheid biedt veel kansen maar vraagt wel om een helder beeld welke functie het plein krijgt. Niet in de laatste plaats omdat bij nieuwbouw een architect soms gebouwkeuzes voorstelt die consequenties hebben voor de locatie en het gebruik van het speelplein.
Richtlijnen buitenruimte kinderdagverblijf en BSO
Als er wordt gekeken naar de richtlijnen voor een buitenruimte van een kinderopvang of BSO gelden er andere regels. Welke eisen zijn er en aan buitenruimtes? En waar moet je opletten bij het ontwerpen en inrichten?
De Wet Kinderopvang schrijft voor dat er per kind minimaal 3m² buitenruimte beschikbaar moet zijn. Voor BSO kinderen is dit echter te weinig. Uit onderzoek blijkt dat 8m² buitenruimte per BSO-kind voldoende ruimte geeft om te bewegen.
Buiten zijn is goed voor kinderen. En helemaal als ze dan ook nog in beweging zijn. De buitenruimte bij de opvang vraagt dus niet alleen om een bepaalde afmeting, maar moet ook uitdagen tot bewegen. Het plein moet geschikt zijn voor naschoolse activiteiten en het leeftijdsverschil tussen kinderen die op één plein spelen is veel groter dan op een schoolplein. Deze en andere facetten vragen om een andere inrichting van het plein bij een kinderopvang/bso.
De ideale trefbal
Wat de ideale trefbal is hangt af het soort trefbalspel, de spelersgroep en de ruimte waarin het spel gespeeld wordt. Kiezen voor 1 specifieke bal om altijd trefbal mee te spelen, is niet de beste oplossing. Het is beter om per situatie te bepalen welke bal het meest geschikt is. Hieronder een aantal tip om tot een afgewogen balkeuze te komen.
Basisonderwijs
De vaardigheid voor het werpen en vangen of afweren van een bal is nog beperkt in de middenbouw. Daarom wordt bij trefspelen eerder een keuze gemaakt voor jagerbal spelvormen dan voor trefbal. Bij trefballen in de bovenbouw kan het best gekozen worden voor zachte en lichte ballen omdat er nog wel eens ongecontroleerde worpen tussen zitten. Ballen met diameter tussen de 16 – 18 cm passen goed bij de vaardigheid. Geschikte ballen bovenbouw BO:
Beroepsonderwijs
Spelers zijn in staat (erg) hard te gooien maar gaan de uitdaging graag aan. Ze hebben het liefst een bal die goed vastpakt en niet.Geschikte ballen mbo/hbo:
Voortgezet onderwijs
In de onderbouw neemt de vaardigheid snel toe. Grote verschil met de bovenbouw van het basisonderwijs is dat de ballen wat groter kunnen zijn. In de bovenbouw neemt de kracht toe en wordt er, vooral door de jongens, harder gegooid.
Geschikte ballen onderbouw VO:
Geschikte ballen bovenbouw VO:
- Airball ø 18 cm
- Foambal ø 16 cm high bounce
- Foambal ø 21 cm medium bounce
- Dodgebal super soft
Deze bal kan bij hard gooien ‘dwarrelen’ wat een onvoorspelbaar effect in het spel brengt.

Speltype
Er zijn veel trefbalvormen. Hieronder een grove indeling met daarbij de meest geschikte ballen:
- Twee teams tegenover elkaar
Het is duidelijk wie de bal heeft, vrij voorspelbaar. Geschikte ballen zijn bijvoorbeeld de Butterflyball of foambal ø 21 cm. - Twee teams tegenover elkaar met vakken voor afgegooide spelers
Afgegooide spelers gaan in een vak achter en/of aan de zijkant van het veld van de tegenstander. Het spel is sneller en een bal kan uit onverwachte hoek komen. Geschikte ballen zijn o.a.de Super safe contactball en de Dodgebal junior. - Met of zonder afweren
Bij het ontwijken van ballen past een snelle bal, bij het afweren is een zachtere bal prettiger. Wel of niet overspelen/wel of niet lopen met de bal. Als er niet gelopen mag worden, dan moet de bal ook vanuit het achterveld te spelen zijn. Dat vraagt om een bal met wat meer gewicht of een wat kleiner formaat. Geschikte ballen zijn o.a. de Airball ø 18 cm en de Dodgebal Pro. - Een of meer ballen
Hoe meer ballen in het veld hoe zachter de ballen zouden moeten zijn. Spelers kunnen van dichtbij met een hard geworpen bal in aanraking komen. Geschikte ballen zijn o.a. de Super safe contactball en de Smoothball ø 21 cm.
Beschikbare ruimte
Hoe kleiner de ruimte, hoe zachter de bal. Omdat spelers vanaf korte afstand geraakt kunnen worden, is een zachte bal aan te bevelen. Door te kiezen voor een lichte bal, is de impact bij geraakt worden beperkt. Daarbij zal een hard gegooide luchtgevulde bal altijd harder overkomen (‘doorknellen’) dan een foambal. En hoe kleiner de bal, hoe harder ermee gegooid kan worden, dus voor een kleine ruimte is een lichte grote bal. Geschikte ballen kleine ruimte (bijv. 6 x 10 m (halve gymzaal)):
Geschikte ballen grote ruimte (bijv 12 x 21 m (hele gymzaal)):
Veiligheidsnormen van speeltoestellen op het schoolplein
“Juf, er is een ongelukje gebeurd…” Ongelukjes zitten in een klein hoekje, zeker met spelende kinderen. Gelukkig blijft het meestal bij een pleister en een knuffel. En als school doe je er ook alles aan om erger te voorkomen. Voldoen aan alle veiligheidseisen voor de speeltoestellen op jouw schoolplein bijvoorbeeld. In dit artikel leggen we uit welke regels en wetten van toepassing zijn.
Warenwetbesluit
Sinds maart 1997 is het Warenwetbesluit veiligheid attractie- en speeltoestellen (Staatsbesluit 474) van toepassing. Hierin is vastgelegd dat speeltoestellen veilig geproduceerd en beheerd moeten worden. Het besluit is van toepassing op speeltoestellen die bestemd zijn voor publiek gebruik. Een school is verantwoordelijk voor het beheer van de speeltoestellen op het terrein van de school, tenzij je hierover andere afspraken hebt gemaakt met de gemeente. De school of de gemeente moet dus voldoen aan bovenstaande wet.
Wat vraagt deze wet dan precies van scholen? De volgende eisen staan in het Warenwetbesluit veiligheid attractie- en speeltoestellen:
- Speeltoestellen die na maart 1997 geproduceerd zijn, moeten goedgekeurd zijn en voorzien zijn van een typekeurcertificaat.
- Voor speeltoestellen die vóór maart 1997 geproduceerd zijn, geldt dat jij als beheerder moet aantonen dat de toestellen veilig zijn en veilig beheerd worden. alles moet doen om deze toestellen veilig te houden of veilig te maken.
- Per speeltoestel moet je een logboek bijhouden. Hierin moet worden bijgehouden op welke data inspecties, reparaties en eventuele ongelukken hebben plaatsgevonden. Hierin staan naast de toestelgegevens ook data waarop inspecties, reparaties en ongelukken plaatsgevonden hebben. Bij een ongeluk waaruit aansprakelijkstelling volgt, zal de verzekeringsmaatschappij altijd nagaan of jij als beheerder adequaat gehandeld hebt. Als blijkt dat je ‘aantoonbaar in gebreke bent gebleven’, dan kan de school ‘nalatigheid in handelen’ verweten worden.
Richtlijnen soorten inspecties
Oke, je moet dusvoldoen aan de wet. Maar welk soort inspecties moet je dan uitvoeren op de speeltoestellen op jouw schoolplein? Hieronder vind je de richtlijnen voor de verschillende soorten van inspecties volgens de Europese norm. De frequentie waarin alle inspecties plaatsvinden, is afhankelijk van de gebruiksintensiteit en de vervuilingsgraad.
Routinematige inspectie
- Visuele inspectie op gebroken of losgeraakte onderdelen, vervuiling van toestel of ondergrond en vandalisme.
- Frequentie: dagelijks tot wekelijks.
Functionele inspectie
- Meer gedetailleerde inspectie waarbij o.a. gekeken wordt naar verbindingen, stabiliteit, beschadiging aan toplagen, roestvorming en de dikte van het bodemmateriaal.
- Frequentie: maandelijks tot 1 keer per kwartaal.
Grote inspectie
- Toestellen worden in hun totaliteit aan een grondige inspectie onderworpen conform EN 1176 en EN 1177.
- Frequentie: 1 of 2 keer per jaar.
Verantwoordelijkheid
De routinematige en de functionele inspectie, ook wel de zichtinspecties genoemd, moet jij als beheerder regelmatig zelf uitvoeren. Je kijkt dan naar de bevestigingspunten, stabiliteit van de constructie, splinters bij houten delen, scherpe randen en uitstekende delen.
De uitgebreide (grote) inspectie op basis van de EN 1176 en EN 1177 moet door een professioneel bedrijf uitgevoerd worden. Om de veiligheid te garanderen kun je Nijha inschakelen voor jaarlijkse inspectie en onderhoud. Onze Nijha inspecteurs zijn allemaal gecertificeerd en inspecteren de toestellen nauwkeurig. Na afloop van de inspectie ontvang je als klant een inspectierapport. Daarin lees je de staat van het toestel en welk onderhoud en reparaties uitgevoerd moeten worden. De monteurs van Nijha bekijken alle toestellen heel grondig. Na afloop ontvang je als klant een inspectierapport. Daarin lees je de staat van het toestel en welk onderhoud en reparaties uitgevoerd moeten worden. Onze monteurs zijn allemaal gecertificeerd en ervaren. Naast inspecties voor de speeltoestellen, doet Nijha ook inspecties voor het speellokaal, de sportinventaris en outdoor- en urban sports.
Onderhoudstips sport- en spelmateriaal
Dat materialen slijten, is een goed teken! Dat geeft namelijk aan dat er veel gebruikt van wordt gemaakt. Veel slijtages zijn te voorkomen of te herstellen. Hieronder tips over:
- Het repareren van een scheur in een skippybal;
- Het repareren van scheuren in een mat of leerdek;
- Het goed vastmaken van een ballonbal om geen lucht te verliezen.
Scheur in skippybal repareren
Bij skippyballen op harde ondergronden kan er zomaar een lek ontstaan als de bal op een scherp voorwerp komt. Door de luchtdruk in bal blijft het vaak niet bij een klein gaatje maar is het al snel een scheur. Als dit niet te groot is, dan kan die gerepareerd worden met Tear-Aid type B.
Oersterk
De gebruikte transparante folie is oersterk. De plek van de reparatie wordt dus geen zwakke plek. Omdat het folie dun en transparant is, valt het nauwelijks op en doet het geen afbreuk aan de gebruikseigenschappen.
Snel gebruiksklaar
Tear Aid is niet alleen sterk en rekbaar maar ook nog eens snel aan te brengen:
- Ontvet de ondergrond met het meegeleverde alcoholdoekje;
- Even laten drogen en reparatiepatch aanbrengen;
- Goed aandrukken en klaar;
- De bal is direct gebruiksklaar en heeft na 24 uur 100% hechting.
Twee soorten Tear Aid
- Type A is geschikt voor alle producten met uitzondering van PVC. Denk aan scheuren in luchtbedden, canvas matten, leerdek van springkast of zadel van eenwieler.
- Type B is voor vinyl producten zoals skippyballen, vinyl matten, springkussens, Gymnic ballen en trampolineranden.

Scheur in mat of leerdek repareren
Door veelvuldig gebruik of door aanraking met een scherp voorwerp kan er een scheur ontstaan in een canvas mathoes of een springkastdek. Om te voorkomen dat een klein gaatje een grote scheur wordt, is het raadzaam deze snel te behandelen. Als de scheur of het gat niet te groot is, dan kan die gerepareerd worden met Tear-Aid type A.
Snel gebruiksklaar
Tear Aid is niet alleen sterk en rekbaar maar ook nog eens snel aan te brengen:
- Ontvet de ondergrond met het meegeleverde alcoholdoekje
- Even laten drogen en reparatiepatch aanbrengen
- Goed aandrukken en klaar
- De mat of het leerdek is direct gebruiksklaar en heeft na 24 uur 100% hechting

Ballonbal verliest lucht door klein gaatje
De ballonbal wordt opgepompt met een dubbelwerkende pomp of opgeblazen via een rietje, daarna wordt er een stop in gedrukt. Als de bal direct na het opblazen of oppompen al lucht verliest kan dat 2 oorzaken hebben:
Er ontsnapt lucht bij het ventiel
Als de stop vaak in en uit de bal gaat, dan kan de ventielopening wat ruimer worden waardoor er langzaam lucht ontsnapt uit de opgepompte bal. Of dit het probleem is kun je snel zien als je wat water op het ventiel druppelt. Plakband als oplossing. Plakband is glad waardoor de stop nog steeds goed in de bal te drukken is. Gebruik geen (sport)tape, dat is te ruw en zal opstropen als de stop in de bal gedrukt wordt.
- Haal de stop uit de bal en doe plakband om het bovenste deel van de stop.
- Begin met 1 laag, als dat niet voldoende is, breng dan nog een volgende laag aan, net zolang tot er geen lucht meer ontsnapt.
Er zit een gaatje in de bal
- Houd de opgepompte bal onder water, aan de luchtbellen kun je zien waar het lek zit;
- Markeer de plek met een pen of stift;
- Maak de bal goed droog;
- Doe een heel klein beetje lucht in de bal (dit voorkomt dat bij het plakken de lijm ook plakt aan het tegenoverliggende materiaal);
- Doe een druppel PVC lijm op het gaat en laat het drogen.
Deze oplossing werkt alleen bij kleine gaatjes en soms is het nodig de procedure een paar keer te herhalen. Als een gat te groot is, kan Tear- Aid een oplossing zijn. Zie hiervoor het Tear Aid blog.
Plakband en lijm voor meer ballen een handige oplossing.
Naast de ballonbal kunnen bovenstaande oplossingen ook toegepast worden op de volgende ballen:
De plakband oplossing werkt wel bij onderstaande ballen, het lijmen van een gaatje niet.
Wanneer kies je voor een gymzaal of voor een sporthal?
Veel scholen staan op enig punt voor de beslissing: gaan we beweegonderwijs geven in een gymzaal, of in een sporthal? Beide mogelijkheden hebben hun voors en tegens. We zetten de afwegingen voor scholen op een rij.
Scholen hebben veel ruimte nodig voor gymlessen. Gebruikmaken van een grote sporthal lijkt dan een ideale oplossing. Je hebt daar immers vaak drie keer zoveel ruimte. Ook vanuit gemeenten – de eigenaren van veel grote sportaccommodaties – wordt dit vaak toegejuicht. Gemeenten die bijvoorbeeld overwegen een topsportaccommodatie neer te zetten, gaan er graag vanuit dat het onderwijs een bijdrage zal leveren aan het gebruik en dus ook aan de huur. Toch zijn (top)sporthallen niet bij voorbaat geschikt voor beweegonderwijs.
Vierkante versus kubieke meters
Onderwijs heeft baat bij vierkante meters om alle kinderen een plek te bieden. De sport vraagt daarentegen om kubieke meters. De internationale regels voor sporten vereisen steeds hogere hallen. Daarom komen er meer en meer topsporthallen met een hoogte van 9 meter en zelfs al 11 meter. Voor onderwijsgebruik - maar ook voor trainingen van de gemiddelde sportvereniging - volstaat een hoogte van 7 meter. Die 2 of 4 meter extra hoogte leveren het onderwijs geen meerwaarde op. Sterker nog, die extra hoogte levert problemen op als het gaat om bijvoorbeeld de zwaaitoestellen.
Eén hal versus variatie in ruimtes
Een topsporthal is veelal niet meer dan een hoge hal waarin topsportvoorzieningen als basketbaltorens en volleybal centercourts zijn aangebracht. En natuurlijk tribunes voor de toeschouwers. Voor het onderwijs is een topsporthal niet anders dan een accommodatie waar kwalitatief goede lessen bewegingsonderwijs gegeven moeten kunnen worden.
Bepaal op basis van het vakwerkplan LO welke behoefte jouw school heeft. Tip: weeg dit ook eens af samen met andere scholen in de gemeente. Misschien heb je behoefte aan één grote hal. Misschien passen 3 losse gymzalen beter bij de behoeften. Maar het kan ook dat je behoefte hebt aan één gymzaal, één spelzaal en één kleine fitnessruimte. Die verschillende ruimtes kun je uiteraard ook binnen één accommodatie onderbrengen waarbij je een bergruimte en inventaris deelt.
Bouwtechnische aanpassingen
Bewegingsonderwijs vraagt om de juiste onderwijs sportinventaris. En daarvoor zijn extra (bouwkundige) investeringen nodig als je hiervoor een topsporthal wilt gebruiken. Zoals:
- Het zwaaipunt voor ringenzwaaien moet verlaagd worden naar 5,5 meter voor onderwijsgebruik. Bij een zaalhoogte van 9 meter kan dat niet meer vanaf het plafond. Een extra tussenconstructie is dus nodig.
- Alle sporttoestellen zoals bijvoorbeeld klimrekken en basketbalinstallaties moeten ‘obstakelvrij’ gemonteerd worden. Ook daarvoor zijn extra bouwkundige voorzieningen nodig.
- Voor onderwijs heb je een grotere toestelberging nodig. Oppervlak en indeling moeten zo zijn dat onderwijsinventaris niet geblokkeerd wordt door grote sportinstallaties als verplaatsbare basketbaltorens. Deze extra vierkante meters moeten vroegtijdig bekend zijn.
Akoestiek
De akoestiek in topsporthallen laat nogal eens te wensen over als het gaat om onderwijsgebruik. Bij een volleybalwedstrijd op topniveau met een goed gevulde tribune is sprake van een heel andere akoestiek, dan in een 9 meter hoge hal waarin 30 kinderen basketballen. Veel docenten bewegingsonderwijs hebben gehoorbeschadigingen en stemproblemen. Uit onderzoek van de KVLO blijkt dat de slechte akoestiek in binnensportaccommodaties hier vaak de oorzaak van is. Alle reden om de normen voor akoestiek mee te nemen in je besluitvorming.
Stel jezelf ook de volgende vragen
Om een goede afweging te maken kun je daarnaast nog denken aan de volgende zaken:
- Bereikbaarheid: een topsporthal staat vaak aan de rand van de gemeente. Gaat vervoer van de leerlingen naar de gymles dan af van de effectieve beweegtijd?
- Financiën: als je voor een sporthal kiest, hoe zijn de exploitatiekosten verdeeld over alle gebruikers? In een gymzaal zijn de kosten voor inventaris en beheer vaak lager.
- Leerlingenprognose: wat heb je op middellange en lange termijn nodig aan ruimte?
- Avondopenstelling: als je kiest voor een eigen gymzaal, onderzoek dan ook een de mogelijkheden om deze ’s avonds te verhuren aan andere verenigingen.
- Daglicht en energie: sporthallen hebben meestal geen daglicht. En wat zijn de kosten voor de school voor kunstlicht (en warmte) bij sporthalgebruik?
Advies van een expert
Is jouw besluitvorming na het lezen van dit artikel eenvoudiger geworden? Of roept het juist meer vragen op? Aarzel niet om advies te vragen aan de experts van Nijha. Wij hebben jarenlange ervaring met zowel gymzalen als sporthallen. We werken veel samen met scholen, verenigingen en gemeenten en kunnen je helpen bij de juiste keuze voor de wensen en mogelijkheden van jouw school.
Dodgeball
Dodgeball of dodgebal is de internationale term voor trefbal. Dan zou je denken dat een dodgeball bal geschikt is voor trefbal, maar zo eenvoudig ligt het niet. Een dodgeball bal is in de loop van de tijd ook een algemene spelbal geworden die niet altijd geschikt is voor afgooispelen. Dus tijd om wat helderheid te scheppen.
Eigenschappen van een échte dodgeball bal
De officiële dodgeball bal heeft een diameter van 21,5 cm, weegt ca. 410 g en is gemaakt van rubber, foam of stof. Officiële wedstrijden van de World Dodgeball Federation worden gespeeld met een foambal omdat die minder doorknelt dan een rubber bal. Voor kinderen wordt een kleinere bal gebruikt met een diameter van ø 16 – ø 18 cm.
Het spel en het speelveld
Bij dodgeball spelen 2 teams tegen elkaar waarbij de spelers elkaar af moeten gooien. Het Elite speelveld heeft een afmeting van 17 x 7,6 meter met in het midden een neutrale zone van 3 meter (een worp moet ingezet worden van achter de 3 meter-lijn). Een bal mag wel gepakt worden binnen de 3 meter-lijn maar mag pas vanachter die lijn weer gespeeld worden.

Varianten van Dodgeball
Er zijn veel speelveldvarianten; met zij- en achtervakken om afgegooide spelers toch een rol te geven, met een achtervak waar één speler van de tegenstander staat, enz. Kies vooral het speelveld dat aansluit op de spelintentie en passend bij de spelers.
Meest gebruikte dogeball bal in Nederland
Binnen het voortgezet onderwijs zijn er 2 populaire dogeballen/trefballen; de foambal met olifantenhuid ø 21 cm of de Airball. Bij de basisschool wordt vaker een kleiner formaat ingezet omdat die beter hanteerbaar is en minder hard aankomt. Veel gebruikte ballen zijn daar de foambal met olifantenhuid ø 16 cm, de smoothball ø 16 cm of de dogeball junior. Welke keuze gemaakt wordt is afhankelijk van de groep, de vaardigheid, de kracht waarmee gegooid wordt en de beschikbare ruimte.

En de speciale dodgeballen dan?
Er zijn diverse ballen in omloop met de naam ‘dodgeball’. Die zijn echter niet allemaal geschikt voor trefbal omdat het meer algemene spelballen zijn die breed inzetbaar zijn bij werpen en vangen maar minder geschikt zijn voor afgooispelen. Ballen die wel geschikt zijn voor afgooispelen zijn de Trial dodgeballen. Deze zijn gemaakt van een zacht kunststof en in verschillende maten en gewichten verkrijgbaar:
- Dodgeball Trial Junior – geschikt voor basisonderwijs en spelvormen op een kleine ruimte, weegt slechts 210 gram
- Dodgeball Trial Senior – geschikt voor voortgezet onderwijs bij spelvormen met meerdere ballen. Bal weegt 250 gram
- Dodgeball Trial Pro – de meeste stevige uit de serie. Geschikt voor spelen in een hele gymzaal. Bal weeg 300 gram.
- Dodgeball Trial trefbal – met een diameter van 24 cm de grootste bal. Door de omvang en het gewicht van 240 gram niet de snelste bal, goed zichtbaar en met een verrassende vlucht; de bal wijkt bij een harde worp wat af van de rechte baan.
Heb je nog vragen? Stel die dan aan onze specialisten. Stuur een mail naar sportenspel@nijha.nl of bel naar (0573) 28 85 55 .
Lesmethodes voor het speellokaal
Het is een hele klus om elke week weer originele gymlessen voor kleuters te bedenken. Terwijl het zo belangrijk is dat kinderen veel variatie hebben in de bewegingen die ze leren maken. Gelukkig is het niet nodig om alles zelf te bedenken. In dit artikel zetten we – zonder uitputtend te zijn – verschillende werkboeken en methoden op een rij voor bewegingsonderwijs aan kleuters.
De verschillende lesmethoden voor kleuters
Bewegingsonderwijs in het speellokaal
- Een flexibele methode voor bewegingsonderwijs aan kleuters.
- Een praktisch boek waarmee elke basisschool een eigen jaarplan en weekrooster kan maken.
- Een boek vol suggesties en praktische tips.
- Uitgave 2020: Publicatiefonds 't Web ISBN 978-90-73218-00-0.
Basisdocument bewegingsonderwijs
- Er worden 12 leerlijnen uitgewerkt die corresponderen met de kerndoelen.
- Er zijn beschrijvingen opgenomen over de bewegingsactiviteiten, zoals arrangement, regels en afspraken met kinderen.
- Boek inclusief CD-rom die inzicht geeft in de leerlijnen en tussendoelen met behulp van 200 filmfragmenten.
- Uitgave Jan Luiting Fonds.
Direct aan de slag met activiteiten in het speellokaal
Beter bewegen met kleuters
- Boek met 56 uitgewerkte lessen, 7 observatie- en evaluatielessen en 3 suggesties voor een speldag.
- Kinderen worden gestimuleerd om elkaar te helpen en om zelfstandig te werken.
- Uitgave 1996: Hbuitgevers.
Remediemap bewegingsonderwijs
- De map is specifiek voor motorische remedial teaching (MRT).
- Het bestaat uit bewegingsspelkaarten. Deze vergroten de mogelijkheden om met kinderen "op maat" te spelen. Met name ouderparticipatie is met behulp van deze kaarten mogelijk. Ook zijn er publicaties opgenomen voor het praktisch invullen van motorische remedial teaching.
- Uitgave 1999: Stichting Motorische Remedial Teaching in Beweging.
Gratis activiteiten
Wij hebben activiteiten opgesteld voor het speellokaal. De activiteiten hebben betrekking op verschillende leerlijnen en zijn te differentiëren. Schrijf je in en ontvang 6 weken lang een activiteit. Vraag het hier aan
16 aandachtspunten bij het inrichten van een speellokaal
Jouw school gaat een nieuw speellokaal inrichten. Waar begin je dan? Hoe zorg je dat je het veilig inricht? En welke materialen moet je aanschaffen? Nijha heeft 16 aandachtspunten op een rij gezet om je op weg te helpen.
- Zet bij nieuwbouw alle wensen op papier, zodat je die kunt meenemen in de bouwtekening. Een bouwkundige aanpassing door de architect kan alleen zonder kosten in de schetsfase. De inhoudelijke en functionele waarde moet je zelf aan geven;
- Houd bij de inrichting rekening met de manier waarop je les wilt geven (klassikaal of in groepen). Bij klassikale lessen staat één bewegingsactiviteit centraal, bij een les in groepen biedt je meerdere activiteiten tegelijk aan.
- Bekijk de ontwikkelingen qua leerlingenaantal van jouw school en bepaal op basis van de aantallen de hoeveelheid inventaris.
- Wordt de nieuwe school een Brede School? Inventariseer dan het extra gebruik van het speellokaal door bijvoorbeeld peuterspeelzaal, kinderopvang, of BSO. Welke materialen heb je dan (extra) nodig?
- Heeft het speellokaal een multifunctioneel karakter? Zo ja, dan heb je een geluidwerende en stevige (balvaste) wand nodig.
- Het speellokaal moet een sportvloer hebben, ook als het lokaal een multifunctioneel karakter heeft. De sportvloer moet bovendien voldoende demping geven.
- De minimale afmeting voor een speellokaal is 84 m2.
- De berging moet minimaal 8 m2 en 260 cm hoog zijn, zodat je ladders staand kunt plaatsen.
- De berging moet goed bereikbaar zijn en aansluiten op de werkvloer.
- Wordt het speellokaal verdiept aangelegd? Zo ja, kijk dan kritisch naar de trap. Deze mag geen scherpe hoeken hebben en moet duidelijk afsteken bij de werkruimte. De trap mag geen onderdeel zijn van de werkruimte en moet dus buiten de 84 m2 vallen.
- Is er een voldoende sterke draagconstructie in het plafond aangebracht om één of meer zwaaipunten aan te kunnen brengen?
- Welk plafond komt er in het lokaal? Een systeemplafond is niet wenselijk. Het plafond moet zo egaal mogelijk en balvast zijn. Als er een systeemplafond gepland staat, stel dan als eis dat de platen geborgd worden en niet opwippen als er een bal tegenaan komt.
- Zorg ervoor dat de verlichting voldoende weggewerkt en balvast is.
- Er mogen geen uitstekende delen in het lokaal voorkomen. Een verwarming moet afgeschermd zijn, deuren moeten naar buiten toe opengaan en lichtknoppen moeten vlak op de muur zijn aangebracht (en balvast zijn).
- Zorg dat de wanden van het lokaal vlak afgewerkt zijn en geen gruis loslaten bij balcontact. Uit budgetoverwegingen kiezen scholen regelmatig voor een grove steen. Dit is vanuit veiligheid (ARBO) niet goed te keuren. Als je geen andere steensoort kunt kiezen, stel dan als eis dat de wand bekleed wordt of dat er een coating over de steen komt. Dit voorkomt blessures, spaart balmateriaal en voorkomt dat de sportvloer beschadigt.
- Houd bij de inrichting van een speellokaal rekening met de actuele KVLO Basisinventarislijst Speellokaal.
8 tips voor het indelen van een schoolplein
Ben je bezig met het indelen van een nieuw schoolplein of het herinrichten van een bestaand schoolplein? Hieronder vind je 8 tips voor een goede indeling van het plein.
1. Bepaal de routes op het schoolplein
Voor een goede indeling is het noodzakelijk om eerst te kijken naar looproutes en rijroutes op het plein. Een looproute is de route die kinderen lopen van school naar de zandbak en de berging maar ook naar de uitgang. Een rijroute is de route voor kruiwagens en karren. De speelelementen die je op het schoolplein plaatst, mogen deze routes niet blokkeren.
2. Voorkom ongelukken op het schoolplein
Toestellen zoals schommels en draaitoestellen, vragen extra aandacht bij de inrichting van het schoolplein. Rennende kinderen snijden graag een stukje af. Ze mogen dan natuurlijk niet in botsing komen met schommelende kinderen of kinderen die van een draaiend toestel afspringen. De plaats van schommels en draaitoestellen moet dus duidelijk op afstand liggen van loop- en rijroutes.
Creëer rust en zones op het schoolplein
3. Berging
Zorg dat de berging direct aan het plein ligt. Dit klinkt als een open deur, maar er zijn vele voorbeelden uit de praktijk waar de berging een onlogische plek heeft gekregen. Denk daarnaast ook alvast na over de inrichting en indeling van de opbergruimte. Dit kan tijdens gebruik veel irritaties voorkomen. Tip: maak hogere groepen verantwoordelijk voor de uitleen van materialen en het opruimen.
4. Rust voor de kinderen
Van hun speeltijd besteden kinderen 30% aan kijken, observeren en bijkletsen. Creëer daarom ook een rustige hoek. Laat loop- en rijroutes niet kort langs deze zit/kijkhoek lopen. Kinderen moeten zich ook kunnen afzonderen en andere kinderen ongestoord kunnen bekijken/ observeren. Het mooiste is als deze beschutte plek aan de zonkant ligt en aan de achterkant afgeschermd is.
5. Leeftijden uit elkaar
De ruimtelijke indeling van het schoolplein bepaalt voor een groot deel de verdeling van de leerlingen tijdens het buitenspel. De speeltoestellen moeten goed aansluiten bij de leeftijdsgroep waarvoor ze bedoeld zijn en kinderen uitdagen en aantrekken. Vaak richten scholen een zone in voor de onderbouw en een zone voor de bovenbouw.
Blijf aansluiten op de beleveringswereld
6. Aansluiten bij de belevingswereld
Speeltoestellen moeten aansluiten bij de ontwikkelingsfase van kinderen. Voor kinderen in de onderbouw zijn fantasie en rollenspel belangrijk. Denk hierbij aan speelhuisjes. Voor kinderen in de middenbouw moet je meer denken aan klimmen & klauteren en voor kinderen in de bovenbouw aan sporten.
7. Zon en schaduw
Het ene speelelement moet juist in de zon staan en het andere juist in de schaduw. Plaats een zandbak in de ochtendzon, zo kan het zand snel drogen. Plaats een glijbaan zo, dat de zon niet de hele dag op de glijgoot brandt.
8. Beplanting op en rond plein
Struiken hebben een ongelooflijke aantrekkingskracht op kinderen. Het is spannend en prikkelt de fantasie. Kies voor struiken die tegen een stootje kunnen. Met de komst van groene schoolpleinen is het beplanten van een plein steeds belangrijker geworden.
Hoe financieer je een nieuw speellokaal?
Scholen die nieuw gebouwd worden, ontvangen een zogeheten ‘lumpsum’ vergoeding van het rijk. Dat is één pot met geld, van waaruit je de school – inclusief het speellokaal – financiert.
Wanneer je echter iets wilt vervangen of toevoegen in een bestaand speellokaal, moet je dat als school betalen uit eigen middelen. Scholen ontvangen jaarlijks een algemene bijdrage van het rijk. Die mogen zij naar eigen inzicht besteden. Maar ondanks die bijdrage, worstelen veel scholen met hun budget en moeten zij vaak scherpe keuzes maken. Het speellokaal wordt daarbij vaak vergeten.
Geld reserveren voor het speellokaal
Pas sinds een aantal jaar zijn schoolbesturen voor openbaar onderwijs gestart met afschrijven van materialen en reserveren voor vervanging. Veel scholen hebben nu nog niet voldoende reserves opgebouwd voor grote investeringen. Dat vraagt om creativiteit en goed financieel beleid.
Belangrijk is dan om te weten wat de financiële waarde van het huidige speellokaal is, en wat er in de toekomst nodig is aan geld. Nijha heeft een tool ontwikkeld waarmee je hierin snel inzicht krijgt . Deze tool maakt zichtbaar hoeveel geld in het speellokaal zit, en welke bedragen je moet reserveren voor de toekomst om afgeschreven materialen te vervangen. Met het inzicht uit deze tool kan het bestuur of administratiekantoor een juiste financiële planning maken.
Meerjarenbegroting
We adviseren scholen ook voor het speellokaal te werken met een meerjarenbegroting, om je voor te bereiden op toekomstige investeringen. Nijha kan zo'n inventarisbegroting voor het speellokaal maken. De inventaris wordt in een bestand gezet en voorzien van jaar van aanschaf, afschrijftermijn en aanschafkosten. Op basis van economische en sporttechnische afschrijving wordt automatisch het jaar van vervanging van elk toestel aangegeven. Optelling van alle toestellen (en spelmateriaal) levert een jaarlijks te reserveren bedrag op.
Inspectie en onderhoud van het speellokaal
Als school wil je natuurlijk niet verantwoordelijk zijn voor een ongeval dat is veroorzaakt door achterstallig onderhoud. Daarom is het belangrijk, en zelfs wettelijk verplicht, om je speellokaal jaarlijks te laten inspecteren. Denk bij jouw begroting ook aan het afsluiten van een inspectie- en onderhoudscontract voor het speellokaal. Met zo'n contract waarborg je de veiligheid en levensduur van materialen. Dit scheelt weer in de afschrijvingslasten. Wist je dat het combineren van de inspectie van het speellokaal, schoolplein en eventueel de gymzaal financiële voordelen met zich mee brengt? Wij vertellen er graag alles over!
