Primair Onderwijs
Op het primair onderwijs leren kinderen dingen die ze de rest van hun leven nodig hebben. Dit geldt ook voor bewegen. Scholen spelen een cruciale rol in het stimuleren van de dagelijkse beweging van kinderen. Voor nu en later. Met onze jarenlange ervaring in het primair onderwijs delen we graag onze kennis.
Artikelen
Zo maak je bewegend leren eenvoudig uitvoerbaar
Bewegend leren heeft de afgelopen jaren een vaste plek gekregen binnen het basisonderwijs. Steeds meer scholen combineren cognitieve opdrachten met beweging om leerlingen actiever te betrekken bij de les. Door bewegen en leren met elkaar te verbinden, ontstaat een afwisselende leeromgeving waarin leerlingen niet alleen met hun hoofd, maar ook met hun lichaam leren.
Veel scholen zien de voordelen van bewegend leren, maar merken tegelijkertijd dat de dagelijkse uitvoering een uitdaging kan zijn. Hoe zorg je ervoor dat bewegend leren geen losse activiteit blijft, maar een structureel onderdeel wordt van het onderwijs?
Waarom bewegend leren?
Kinderen leren niet allemaal op dezelfde manier. Waar de één vooral leert door te luisteren, heeft de ander juist baat bij actief ervaren en doen. Door beweging te koppelen aan leerstof wordt de betrokkenheid van leerlingen vergroot en ontstaat er een dynamische leeromgeving waarin verschillende leerstijlen worden aangesproken.
Bewegend leren is daarnaast een waardevolle manier om meer beweging in de schooldag te brengen. Juist tijdens cognitieve vakken zoals rekenen, taal, spelling en lezen kan een actieve werkvorm zorgen voor nieuwe energie, meer motivatie en een afwisselende les.
Van enthousiasme naar uitvoering
Hoewel veel leerkrachten enthousiast zijn over bewegend leren, blijkt de uitvoering in de praktijk niet altijd eenvoudig. Een beweegactiviteit bedenken kost voorbereidingstijd en het is niet altijd duidelijk hoe deze aansluit op de lesmethode of de leerdoelen van dat moment.
Daarnaast spelen vragen als:
• Welke activiteit past bij mijn les?
• Hoe differentieer ik eenvoudig binnen één groep?
• Welke materialen heb ik nodig?
• Kan ik de activiteit binnen of buiten uitvoeren?
• Hoe zorg ik ervoor dat bewegen en leren elkaar daadwerkelijk versterken?
Juist daarom kiezen steeds meer scholen voor lesmateriaal waarmee bewegend leren direct toepasbaar wordt in de dagelijkse onderwijspraktijk.
Bewegend leren zonder extra voorbereiding
De Beweegbox is ontwikkeld om bewegend leren laagdrempelig en praktisch inzetbaar te maken. Het lespakket bevat uitgewerkte beweegactiviteiten die direct gekoppeld zijn aan leerdoelen binnen het basisonderwijs. Hierdoor kunnen leerkrachten bewegend leren eenvoudig integreren binnen hun bestaande onderwijsprogramma, zonder zelf activiteiten te hoeven ontwikkelen.
De activiteiten sluiten aan bij de kerndoelen en SLO-doelen en zijn te combineren met vrijwel iedere lesmethode. Hierdoor is De Beweegbox niet gebonden aan één specifieke methode, maar breed inzetbaar binnen verschillende scholen.
Voor welke vakgebieden is De Beweegbox geschikt?
De Beweegbox ondersteunt verschillende basisvaardigheden binnen het primair onderwijs. Afhankelijk van de bouw oefenen leerlingen onder andere met:
• rekenen;
• taal;
• spelling;
• lezen
Door leerstof letterlijk in beweging te brengen, oefenen leerlingen op een actieve manier met de lesstof die op dat moment centraal staat.
Inzetbaar tijdens verschillende lesmomenten
Een groot voordeel van De Beweegbox is dat het materiaal flexibel inzetbaar is. De activiteiten kunnen worden gebruikt tijdens:
• de reguliere les;
• verlengde instructie;
• herhaling;
• automatiseren;
• extra uitdaging;
• zelfstandig werken;
• circuitonderwijs;
• buitenlessen;
• de dynamische schooldag.
Daardoor kunnen scholen bewegend leren op verschillende momenten van de dag inzetten, passend bij de behoefte van de groep.
Praktisch lesmateriaal voor iedere bouw
De Beweegbox is beschikbaar voor de groepen 1-2, 3-4, 5-6 en 7-8. Iedere box bevat een compleet lespakket met uitgewerkte beweegactiviteiten, oefenmateriaal en beweegmatten en getallenlijnen. De activiteiten zijn ontwikkeld om eenvoudig uit te voeren in het klaslokaal, op het schoolplein of in de gymzaal.
Omdat de materialen direct klaar zijn voor gebruik, blijft de voorbereiding voor de leerkracht beperkt en kan de aandacht uitgaan naar het begeleiden van de leerlingen.
Een duurzame investering in bewegend leren
Scholen die bewegend leren structureel willen inzetten, hebben baat bij lesmateriaal dat eenvoudig te gebruiken is en aansluit bij de dagelijkse onderwijspraktijk. Door kant-en-klare activiteiten te combineren met duidelijke leerdoelen ontstaat een aanpak die gemakkelijk vol te houden is en breed binnen het team kan worden ingezet.
Met De Beweegbox beschikken scholen over een compleet lespakket waarmee bewegend leren een vanzelfsprekend onderdeel kan worden van rekenen, taal, spelling en lezen. Zo wordt bewegen niet een extra activiteit naast het onderwijs, maar een praktische manier om leerlingen dagelijks actief met de leerstof aan de slag te laten gaan.
De Buitengymzaal daagt uit en prikkelt kinderen om te bewegen
De wereld van kinderen is in de afgelopen jaren sterk veranderd. Waar eerdere generaties nog volop buiten speelden, in bomen klommen en de straat als speelplek gebruikten, brengen kinderen tegenwoordig veel meer tijd binnen door. Juist daardoor missen ze belangrijke prikkels die hen van nature uitnodigen tot bewegen en ontdekken. Dit heeft volgens Unicef grote gevolgen voor hun ontwikkeling.
Weer naar buiten
Buiten zijn biedt een omgeving die kinderen van nature uitdaagt tot bewegen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat kinderen die vaker buiten spelen meer fysiek actief zijn en beter hun motorische vaardigheden ontwikkelen, doordat ze rennen, klimmen en springen in een rijke, gevarieerde omgeving.
Daarnaast zorgt de buitenruimte voor een ander soort prikkel dan een traditionele gymzaal. Buiten nodigt uit tot ontdekken, experimenteren en risico nemen. Dit ‘risicovol spelen’ (zoals klimmen, springen of balanceren) blijkt juist belangrijk: het draagt bij aan zelfvertrouwen, creativiteit en probleemoplossend vermogen (Unicef, 2025).
De Buitengymzaal biedt de oplossing
Erik Spiegelenberg, beweegspecialist bij Nijha, legt uit: “Kinderen leren zoveel meer als ze buiten zijn. Ze snappen waarom ze iets doen. De leerlijn ‘springen’ kun je invullen door over een kast te springen. Maar buiten kun je springen over een heg of hek. Dat is veel betekenisvoller voor kinderen, omdat ze dat ook na schooltijd in hun leefomgeving kunnen oefenen.’’
De Buitengymzaal werkt omdat deze gekoppeld wordt aan de buitenomgeving. Bestaande elementen zoals struiken, hekwerken of muurtjes gebruiken we slim als onderdeel van de beweegomgeving. Zo spelen we in op hoe kinderen van nature leren en bewegen.
Over de Buitengymzaal
De Buitengymzaal biedt een dynamische en veelzijdige beweegomgeving waar alle kerndoelen van het bewegingsonderwijs aangeboden kunnen worden. Hier ontwikkelen leerlingen op een verantwoorde wijze hun motorische vaardigheden en maken zij kennis met diverse bewegings- en spelvormen, in een omgeving waarin ze ook na schooltijd actief kunnen zijn. Dit draagt bij aan hun vaardigheid en zelfvertrouwen, met als doel een leven lang met plezier te blijven bewegen.

Sportieve afscheidscadeaus voor groep 8
Optie 1
Pauzepakket voor binnen en buiten
21-delig spelpakket met een mooie mix van sportief en recreatief materiaal. Voor binnen én buiten. Genoeg materiaal om zo’n 60 leerlingen gelijktijdig actief te laten zijn. Past op elk speelplein. Met zachte ballen, natuurlijk een voetbal, afbakenmateriaal en een handige tafeltennisset. De gratis tas en een balenpomp maken het pakket compleet. En dan ook nog met 36 spelideeën om direct mee aan de slag te gaan.

Optie 2
Circuspakket
Veel scholen doen jaarlijks een circusproject. De tijd is voor veel leerlingen vaak net te kort om handigheid te krijgen in het jongleren met ballen, chinese bordjes, diabolo’s of devilsticks. Dus dit circuspakket komt altijd van pas. En met de meegeleverde activiteitenkaarten kunnen leerlingen ook zelfstandig aan de slag in de pauze. Genoeg materiaal om met 12 leerlingen tegelijk te jongleren. Dat stimuleert.

Optie 3
Schoolkamppakket
Met dit 40-delig pakket kunnen 80 - 100 leerlingen gelijktijdig actief zijn. Voor fanatieke teamspelen of rustige spellen met tweetallen. Geschikt voor binnen en buiten spelen en sporten. Compleet geleverd met tas voorzien van draagband en onmisbare accessoires als fluiten, stopwatch en ballenpomp. Ook handig voor op het schoolplein, in de pauze is de tas zo gepakt en buiten gezet.

Optie 4
Bewegend leren spelpakket
Veel scholen zijn gestart met bewegend leren maar lang niet altijd zijn de materialen beschikbaar om daar goed uitvoering aan te geven. En dat is jammer want leerlingen vinden bewegen tijdens het leren fantastisch. De materialen zijn inzetbaar bij rekenen (getallenlijn, splitsen, optellen, aftrekken, delen, vermenigvuldigen, automatiseren tafels) taal (analyseren/synthetiseren, spelling, werkwoordvormen) en bij energizers. Natuurlijk zijn de materialen ook inzetbaar in het speellokaal of de gymzaal.

Optie 5
Buitenspeelpakket
Uitgebreid, uitdagend spelpakket voor op het plein. Met materialen voor onder-, midden- en bovenbouw. Ideaal voor in de pauze of bij activiteiten bij de BSO en TSO. Bestaande uit o.a. hockeysticks, voetballen, basketballen, rackets, pilonnen, touwen en jongleermaterialen. Compleet met een groot opbergnet.

Optie 6
Maatwerk pakket
Zit het pakket dat jullie zoeken er net niet tussen of hebben jullie zelf goede ideeën over de inhoud van een pakket? Neem dan contact op. We maken dan een geheel uniek pakket. Uiteraard met een leuke korting en passend binnen het beschikbare budget.

Hoe de inrichting van je speellokaal je lessen kan verbeteren
In steeds meer lessen bewegen we weg van puur klassikaal lesgeven. Er is meer ruimte voor differentiatie, zelfstandig werken en kleine groepen. Er gebeurt veel tegelijk. Ook in het speellokaal. Dat maakt je inrichting cruciaal. Want hoe je lesgeeft, bepaalt in grote mate of je speellokaal werkt… of tegen je werkt.
De invloed van je lesvorm op de ruimte
Een speellokaal is nooit neutraal. De manier waarop je het inricht, stuurt gedrag:
- waar kinderen naartoe gaan
- hoeveel ze bewegen
- of ze moeten wachten of direct aan de slag kunnen
Daarmee ondersteunt de ruimte (onbewust) een bepaalde manier van lesgeven.
Klassikaal, in groepjes of stroomvorm
Veel speellokalen worden ingericht vanuit het materiaal en/of de gehanteerde methode. De wijze van lesgeven wordt vaak niet meegenomen bij de materiaalkeuze. En dat is jammer, want het meenemen van de lesvorm kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de locatie van de vaste elementen aan de wand of het plafond. Ook kan de sportvloer al voorzien worden van belijning die de lesvorm ondersteunt.
Klassikaal lesgeven
Bij klassikaal lesgeven ligt de nadruk op:
- gezamenlijke instructie
- één activiteit tegelijk
- duidelijke start- en stopmomenten
Een inrichting die hierbij past:
- biedt veel dezelfde mogelijkheden
- biedt overzicht voor de leerkracht
- stuurt de groep als geheel door de les
Dat geeft rust en duidelijkheid. Tegelijkertijd betekent het vaak dat kinderen op elkaar moeten wachten en dat er minder ruimte is voor verschillen in tempo of niveau.
Werken in groepen
Bij werken in groepen, verandert de dynamiek in het speellokaal:
- er vinden meerdere activiteiten tegelijk plaats
- kinderen werken op verschillend niveau en tempo
- er is meer ruimte voor eigen keuzes
Dat vraagt om een andere inrichting:
- meerdere zones in plaats van één centrale opstelling
- verschillende instappunten, zodat niet iedereen hoeft te wachten
- materiaal dat uitnodigt tot zelfstandig starten
Als er bij de inrichting onvoldoende is nagedacht over de wijze van lesgeven, dan is de kans groot dat er te weinig losse attributen zijn om goed te kunnen variëren en meerdere vakken te voorzien van materialen.
Werken in stroomvorm
Bij werken in stroomvorm, is sprake van een doorgaande baan waarbij
- differentiatie ingebouwd is in de materiaalopstelling
- kinderen zelf keuzen maken voor makkelijk of moeilijk
- iedereen uitgedaagd wordt op eigen niveau en succes kan beleven
Dat vraagt om een andere inrichting:
- die makkelijk aanpasbaar is in niveaus
- met veel verschillende verplaatsbare elementen
- materialen die breed inzetbaar zijn en meerdere functies hebben
Werken in stroomvorm en werken in groepen liggen dicht bij elkaar als het gaat om in te zetten materialen. Het liefst veel variatie om optimaal aan te sluiten bij het beweegniveau.
Een speellokaal die je de ruimte geeft
De oplossing zit meestal niet in kiezen voor óf klassikaal óf groepsgericht werken. Sterker nog: in de meeste lessen wissel je juist tussen die vormen. Je start samen, werkt in groepen en sluit weer gezamenlijk af. Dat vraagt om een speellokaal dat beide kan ondersteunen.
Een goed ingericht speellokaal:
- biedt ruimte voor een gezamelijke start
- maakt het mogelijk om daarna uit te waaieren in groepen
- voorkomt wachttijd door spreiding
- nodigt uit tot zelfstandig bewegen
Je inrichting hoeft niet volledig anders om beter aan te sluiten bij groepsgericht werken. Vaak zit de winst in kleine aanpassingen:
- anders positioneren van materialen. Hiervoor hebben we Dorack ontwikkeld: de productlijn waarmee je binnen no-time opstellingen maakt in het speellokaal.
- verplaatsbare materialen afstemmen op werken in groepen of stroomvorm
- meerdere routes creëren in een opstelling
Ben je benieuwd of jouw speellokaal nog extra mogelijkheden biedt of wil je de verouderde inrichting (gefaseerd) vernieuwen? Neem dan contact op met Nijha. We adviseren je graag!
Veiligheid van sportinventaris voor onderwijsgebruik
De veiligheid van sportinventaris is een verantwoordelijkheid die gedeeld wordt door verschillende partijen. Als vakleerkracht lichamelijke opvoeding heb je dagelijks te maken met de praktische aspecten van deze verantwoordelijkheid. Erik Spiegelenberg, beweegspecialist bij Nijha, heeft een artikel in het LO magazine geschreven over dit onderwerp. Dit artikel biedt inzicht in de verantwoordelijkheden, technische eisen en praktische implicaties rondom de veiligheid van sportinventaris. Met als doel om de fysieke veiligheid van lesgever en leerling optimaal te borgen. Download hieronder het volledige artikel of lees door voor de samenvatting.
Inspectie en onderhoud
Regelmatige inspectie van sportinventaris is onderdeel van de algemene zorgplicht die voortvloeit uit het Burgerlijk Wetboek, de Arbowet en de Woningwet. Inspecties helpen ongevallen te voorkomen, beperken aansprakelijkheidsrisico’s en dragen bij aan een langere levensduur van toestellen. Inspectie en onderhoud kunnen worden opgenomen in de RI&E van de school.
Een inspectie is altijd een momentopname. Een toestel dat vandaag is goedgekeurd, kan door intensief gebruik of schade later alsnog onveilig worden. Daarom is naast periodieke professionele inspectie ook dagelijkse alertheid van gebruikers noodzakelijk.
Normen en wetgeving
Voor gym- en sporttoestellen worden NEN-EN-normen gehanteerd, zoals NEN-EN 913. Deze normen geven technische richtlijnen voor veiligheid, maar zijn niet wettelijk verplicht, tenzij hier expliciet naar wordt verwezen in wet- of regelgeving. Afwijkingen van de norm zijn mogelijk, mits kan worden aangetoond dat het veiligheidsniveau gelijkwaardig is.
Sinds december 2024 geldt daarnaast de Europese General Product Safety Regulation (GPSR). Deze wetgeving vereist dat producten veilig zijn bij normaal en voorzienbaar gebruik. NEN-EN-normen vormen hierbij een belangrijk technisch uitgangspunt, maar de beoordeling blijft contextafhankelijk.
Inspecteren versus keuren
Inspecteren en keuren zijn verschillende processen. Inspectie betreft het systematisch beoordelen van de staat en veiligheid van sportinventaris, met rapportage en adviezen. Keuren is wettelijk verplicht voor bepaalde speeltoestellen en elektrisch aangedreven toestellen en resulteert in een formeel goedkeuringscertificaat. Voor de meeste conventionele gymtoestellen geldt geen keuringsplicht, maar wel een inspectieverplichting vanuit de zorgplicht.
Verdeling van verantwoordelijkheden
De verantwoordelijkheden zijn duidelijk verdeeld:
De accommodatie-eigenaar (school of gemeente) is verantwoordelijk voor structureel onderhoud, professionele inspecties en tijdige vervanging van defect of afgeschreven materiaal.
De school als werkgever moet zorgen voor een veilige leer- en werkomgeving, inclusief duidelijke procedures voor het melden en opvolgen van gebreken.
De vakleerkracht lichamelijke opvoeding is verantwoordelijk voor veilig gebruik van de materialen, het uitvoeren van visuele controles en het melden van onveilige situaties. Defect materiaal wordt niet ingezet.
Aansprakelijkheid
Bij ongevallen wordt gekeken naar de staat van de inventaris, het onderhoud en inspectiebeleid en het gebruik van het materiaal. Nalatigheid in onderhoud of inspectie kan leiden tot aansprakelijkheid van de accommodatie-eigenaar of werkgever. Het blijven gebruiken van bekend ondeugdelijk materiaal kan, in uitzonderlijke gevallen, leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van de lesgever.
Conclusie
Veiligheid van sportinventaris is geen eenmalige handeling, maar een continu proces. Door heldere verantwoordelijkheden, regelmatige inspecties en alert handelen in de dagelijkse praktijk kan een veilige leeromgeving worden geborgd. Zo blijft bewegingsonderwijs niet alleen uitdagend en leerzaam, maar vooral ook veilig.
De Beweegbox
Bij veel bewegend leren producten wordt veel inspanning gevraagd van de leerkracht; getalkaartjes maken, wisbordjes regelen, enz. Ongemerkt kost dat best veel tijd. Met De Beweegbox hoeft dat niet meer; alle benodigde activiteiten en daarbij benodigde materialen zitten in één handige box.
De Beweegbox biedt een uniek lespakket dat naast elke reguliere lesmethode inzetbaar is. De kerndoelen van het SLO zijn gebruikt als leidraad in de ontwikkeling van De Beweegbox. Het is een verrijking op het bestaande aanbod en niet een opzichzelfstaande lesmethode.
Locatie
Voor de activiteiten is ruimte nodig om te kunnen bewegen. Dit kan bijvoorbeeld in een brede gang, een speelzaal of gymzaal, maar het liefst in de buitenruimte.
Ervaring uit het werkveld
“De Beweegbox is echt top! Wij maken er met heel de school dagelijks gebruik van. Het is makkelijk te gebruiken, want alle materialen zitten erbij. Van uitleglessen, spelkaarten, kaartjes als zowel materialen. De kinderen zijn bewegend aan het leren en hebben er plezier in.” ~ Noortje Bolte - Leerkracht Zilverackers

Inhoud van De Beweegbox
Elke Beweegbox bevat zo’n 80 spelkaarten. Een spelkaart beschrijft het doel, de benodigde spelmaterialen en bevat een korte instructie om makkelijk en snel met een activiteit aan de slag te gaan. De professional kan inschatten of de leerlingen eraan toe zijn om het leerdoel op een bewegende manier te beoefenen.
Versies
De Beweegbox is er in vier versies. Elke Beweegbox sluit aan op de doelen van de betreffende leerjaren.
Onderdelen
- Spelkaarten
- Leermatten en getallenlijnen
- Oefenkaartjes
- Spelmaterialen
- Werkbladen
.avif)
Zo zet je bewegend leren in
Tafels leren, spellen en jaartallen uit je hoofd leren: veel kinderen doen liever een potje voetbal op het schoolplein. Gelukkig is Bewegend Leren in opkomst: dat combineert het beste uit beide werelden. Kinderen zijn lekker fysiek actief, en doen intussen kennis op over bijvoorbeeld taal en rekenen. Hoe dat werkt voor jouw klas? In dit artikel geven we je een aantal tips.
Bij Bewegend Leren gebruik je bewegen als middel om kinderen iets te leren. De gedachte daarbij is dat kinderen lesstof sneller opnemen, omdat ze erbij bewegen.
Bewegend leren en rekenen
Rekenvaardigheden zijn bij uitstek geschikt om op een bewegende manier aan te leren. We geven je wat inspiratie:
- Tafels leren: Zet pionnen met cijfers neer en kies een tafel uit (bijvoorbeeld de tafel van 4). Laat kinderen met een voetbal mikken op een willekeurig getal. En noem de vermenigvuldiging van dat getal met de tafel van 4.
- Meten met tweetallen: Zet een streep op de vloer. Eén kind zet met 2 voeten af en springt zo ver mogelijk. Een ander kind heeft de rolmaat en meet de afstand. Hoeveel centimeter is er gesprongen? Wie van de twee springt het verst? Of wie landt met de hakken het dichtst bij 75 cm?
- Optellen en aftrekken: Rol met 2 dobbelstenen waarop getallen zichtbaar zijn. Wat is de optelsom van de 2 worpen? Trek het laagste getal van het hoogste getal af. Maak zoveel kikkersprongen als de uitkomst.

Bewegend leren voor geschiedenis en aardrijkskunde
Misschien minder voor de hand liggend, maar ook vakken als geschiedenis en aardrijkskunde kun je kinderen prima bewegenderwijs aanleren. Zo doe je dat bijvoorbeeld:
- Aardrijkskunde: Hang kaartjes op met afbeeldingen van de continenten. Hang ze een beetje hoog. Stop afbeeldingen van dieren in de Move Cube dobbelsteen. Laat kinderen rollen met de dobbelsteen. Bij welk continent past dat dier? Kinderen tikken al springend het kaartje van het juiste continent aan.
- Geschiedenis: Hang kaartjes met jaartallen aan het plafond. Maak kaartjes met vragen. Welk getal komt het dichtst bij de Middeleeuwen? Wanneer viel de Berlijnse muur? Wanneer stopte de 2e wereldoorlog? Laat de kinderen springen naar jhet juiste jaartal.
Bewegend leren en taal
Ook taal kun je kinderen al bewegend aanbieden. Hoe dan? Bekijk onderstaande voorbeelden:
- Spellen: Hang kaartjes op met alle letters. Hang ze een beetje hoog. Bedenk een woord. Laat kinderen springend de letters aantikken in de juiste volgorde. Voorbeeld: b-u-s.
- Spellingscategoriën: Leg kaartjes op de grond met ‘ng’ en ‘nk’. Noem woorden met die klank. Kinderen moeten zo snel mogelijk achter het kaartje gaan staan met de juiste spelling.
- Engels leren: Hang antwoordkaartjes aan het plafond met Yes en No. Stel kinderen vragen in het Engels. Laat hen al springend het juiste antwoordkaartje aantikken.
Basisinventarislijst speellokaal en Handboek huisvesting speellokaal
Het speellokaal is een belangrijke ruimte als het gaat om de motorische ontwikkeling voor kleuters. Toch lag er maar weinig vast waaraan een inrichting moet voldoen en in (nieuw)bouw van basisscholen is het vaak een sluitpost. Daarom heeft de KVLO samen met partners (waaronder Nijha) een actuele basisinventarislijst opgesteld en zijn belangrijke aandachtspunten vastgelegd in een handboek huisvesting speellokaal. Deze is te gebruiken als:
- Richtlijn voor de bouw en inrichting van het speellokaal;
- Handvat om tot kwalitatieve beweeglokalen te komen waarin kleuters waarin optimaal gestimuleerd zich motorisch te ontwikkelen.
Download de basisinventarislijst speellokaal
Download het handboek inclusief basisinventarislijst speellokaal
De 10 meest gestelde vragen
Hieronder vind je 10 vragen die wij door de jaren heen vaak gesteld krijgen over het speellokaal. Doe er je voordeel mee!
- Welke materialen moeten er in een speellokaal aanwezig zijn?
Er is geen lijst met verplichte materialen. Wel heeft de KVLO (vakvereniging van vakleerkrachten LO) een basisinventarislijst gemaakt met daarin geschikte materialen. Daaruit kunnen keuzen gemaakt worden. De inrichting van een speellokaal moet aansluiten bij het vakwerkplan of de gebruikte methode, zodat invulling gegeven kan worden aan de leerlijnen en kerndoelen. Als hulp nodig is om tot een juiste keuze te komen dan kan een Nijha adviseur daarbij helpen. - Ben ik verplicht de basisinventarislijst te volgen?
Nee. De KVLO basisinventarislijst biedt een aantal opties waaruit een school kan kiezen. Als een school andere keuzes maakt, is dat mogelijk. Belangrijk is dat de inrichting veelzijdig is (dus niet alleen klimattributen), zodat leerlingen veel bewegingservaring opdoen. - Wie betaalt de inrichting van een speellokaal
Het ministerie van OC&W betaalt de ‘eerste inrichting’ van een speellokaal. Daarna is het aan de school om materialen tijdig te vervangen. Jaarlijks ontvangt de school (of het schoolbestuur) een lumpsum bedrag voor de exploitatiekosten. Daaruit moet ook de vervanging van speellokaalmateriaal bekostigd worden. - Bij wie moet ik zijn voor de vervanging van materialen
De schooldirectie is verantwoordelijk voor het tijdig vervangen van de materialen in het speellokaal. Zij ontvangen jaarlijks de lumpsum vergoeding vanuit het rijk. - Hoe lang gaan toestellen mee?
De levensduur is afhankelijk van het gebruik. Hoe groter de groepen en hoe frequenter het gebruik, hoe korter de levensduur. In de basisinventarislijst staat gemiddelde levensduur voor zowel de toestellen als de spelmaterialen. Deze kunnen gebruikt worden om inzicht te krijgen in wanneer bijvoorbeeld het klimrek of de matten vervangen moeten worden. Tel het getal in de kolom levensduur op bij het aanschafjaar en de uitkomst is het jaar dat de inventaris economisch is afgeschreven. - Wat kost de inrichting van een speellokaal?
De kosten zijn afhankelijk van de gemaakte materiaal keuzen. De basisinventarislijst geeft daarvoor een aantal opties. Houd bij de complete vernieuwing van de inventaris inclusief sport- en spelmaterialen rekening met een bedrag van € 25.000,00. Dit bedrag biedt voldoende ruimte om een tot een gevarieerd aanbod te komen met voldoende differentiatie mogelijkheden. - Wie is er verantwoordelijk voor de veiligheid in het speellokaal?
De schooldirectie is verantwoordelijk voor het veilig houden van de inventaris en erop toe te zien dat het op een juiste wijze wordt gebruikt. - Hoe vaak moet de speellokaal inventaris geïnspecteerd worden?
Eén keer per jaar de inventaris door een erkend bedrijf laten inspecteren is voldoende. In de tussenliggende periode moeten er wel ‘zichtinspecties’ plaatsvinden door de school zelf. Dit houdt in dat toestellen bekeken worden op: stabiliteit/speling, loszittende onderdelen en barsten, scheuren of splinters. Worden deze geconstateerd dan kan het inspecterende bedrijf ingeschakeld worden om het defect te herstellen (een splinter wegwerken kan uiteraard in eigen beheer plaatsvinden). Wordt het speellokaal nog niet jaarlijks geïnspecteerd? Hier vind je meer informatie over inspecties. - Voor welke groepen is het speellokaal bedoeld
De speellokaalinventaris is ontwikkeld voor groep 1 en 2 met een uitloop naar groep 3. Voor hogere groepen is het materiaal minder uitdagend en bovendien worden leerlingen zwaarder waardoor het materiaal sneller slijt. - Mag de BSO en/of kinderopvang ook gebruik maken van het speellokaal?
Als er begeleiding is door een ALO, CIOS of PABO gediplomeerd persoon, dan mogen kinderen van de BSO en Kinderopvang gebruik maken van het speellokaal. Als een pedagogisch medewerker geen aanvullende bevoegdheid heeft, dan mag deze geen materialen in het speellokaal gebruiken. Zonder toezicht is het zeer onverstandig om kinderen te laten spelen in het speellokaal. Uiteraard geldt bij gebruik van de toestellen dat deze berekend zijn op het gebruik door groep 1 en 2. Als hogere groepen er gebruik van maken, dan moet er rekening gehouden worden met versnelde slijtage.
Richtlijnen buitenruimte
De buitenruimte bij kinderopvangcentra en BSO’s krijgt steeds meer aandacht. Waar jarenlang de nadruk lag op de binnenruimte is het nu tijd voor een uitdagende buitenruimte. Welke eisen zijn er aan buitenruimtes en waar moet je op letten bij het ontwerp en de inrichting.
De Wet Kinderopvang schrijft voor dat per kind er minimaal 3 vierkante meter per kind buitenruimte beschikbaar moet zijn. 99% van de kinderopvangcentra voldoet aan deze norm. Voor BSO-kinderen is dit echter veel te weinig. En zelfs voor jonge kinderen is 3 vierkante meter erg krap. Een onderzoek heeft uitgewezen dat 8 vierkante meter buitenruimte een BSO-kind voldoende ruimte om te bewegen geeft.
Buiten bewegen is gezond!
Buiten zijn is goed voor kinderen. En helemaal als ze dan ook nog in beweging zijn. De buitenruimte bij de opvang vraagt dus niet alleen een bepaalde afmeting, maar moet ook uitdagen tot bewegen. Een aantrekkelijk, overzichtelijk plein is hierbij een pré. Een plein waar zowel het jonge kind (0-4) als de BSO-kinderen (4-12) met plezier kunnen bewegen. De buitenruimte dient ook geschikt te zijn voor vrij spelen en (naschoolse) activiteiten, met of zonder sport- en spelmateriaal. En denk ook aan ruimte voor rustmomenten en lekker chillen.
Buitenruimte vraagt om andere insteek
Een buitenruimte van een kinderopvang vraagt op sommige vlakken om een andere insteek dan een plein dat alleen voor een basisschool bestemd is. Waarom? BSO-kinderen zijn soms wel 1,5 tot 2 uur buiten aan het spelen. Het plein moet geschikt zijn voor naschoolse activiteiten en het leeftijdsverschil tussen kinderen die op één plein spelen is veel groter dan op een schoolplein. Deze en andere facetten vragen om een andere inrichting van het plein bij een kinderopvang/BSO.
Bewegend leren in de klas
Triiiiing! Half negen ‘s ochtend, de schoolbel is gegaan en alle leerlingen zitten netjes op hun billen, in de kring of aan hun tafel. De rust keert terug in de klas en het leerproces kan beginnen. Toch? Klinkt voorgaande jou ideaal in de oren? Of probeer jij ‘zittend leren’ te beperken?
De meeste leerkrachten zijn intussen wel bekend met ‘Bewegend leren’. Veel scholen experimenteren er al mee. Ook doen wetenschappers volop onderzoek naar de voordelen van deze aanpak. Maar wat is nou precies de gedachte achter Bewegend Leren, waar kun je allemaal aan denken? En hoe kun jij het zelf in de klas toepassen? Dat zetten we in dit artikel voor je op een rij.
Wat is Bewegend Leren?
Op en rondom de school zijn kinderen al volop fysiek actief: van gymles, tot speelkwartier, tot beweegbreaks. Bewegend Leren is anders, omdat je het bewegen echt in het leerproces inzet. En dan bedoelen we niet dat ze leren sporten, maar juist vaardigheden als spellen, vermenigvuldigen en geschiedenis. De gedachte daarbij is dat kinderen lesstof al bewegend sneller opnemen.
Hoe gebruik je Bewegend Leren in de klas?
De meeste leerkrachten zetten bewegen in de klas op twee manieren in:
Je kunt het pure leren afwisselen met korte beweegpauzes. Dus even springen, rennen, of dansen tussendoor, om de concentratie te verhogen en daarna weer fris aan de slag te gaan.
Je kunt kinderen ook iets leren op een bewegende manier. Denk aan hinkelend optellen, taalspelletjes in estafettevorm, of tafels automatiseren tijdens het stuiten van een bal.
Voorbeelden van Bewegend Leren uit het basisonderwijs
We geven je graag wat voorbeelden van Bewegend Leren die jij meteen in jouw klas kunt gebruiken.
Meten met tweetallen: Zet een streep op de vloer. Eén kind zet met 2 voeten af en springt zo ver mogelijk. Een ander kind heeft de rolmaat en meet de afstand. Hoeveel centimeter is er gesprongen? Wie van de twee springt het verst? Of wie landt met de hakken het dichtst bij 75 cm?
Aardrijkskunde: Hang kaartjes op met afbeeldingen van de continenten. Hang ze een beetje hoog. Stop afbeeldingen van dieren in de Move Cube dobbelsteen. Laat kinderen rollen met de dobbelsteen. Bij welk continent past dat dier? Kinderen tikken al springend het kaartje van het juiste continent aan.
Engels leren: Hang antwoordkaartjes aan het plafond met Yes en No. Stel kinderen vragen in het Engels. Laat hen al springend het juiste antwoordkaartje aantikken.
Bekijk nog veel meer speltips in ons Inspiratieboek Bewegend Leren.
Zo kun je beginnen met Bewegend Leren
Om op jouw school te starten met Bewegend Leren heb je twee dingen nodig: inspiratie en de juiste materialen om jouw lessen ook echt actiever te maken. Nijha helpt je met beide. Bekijk een voorbeeld van compleet Bewegend Leren spelpakketten die je kunt inzetten.
De voordelen van Bewegend Leren
Tot slot is nog belangrijk om te zeggen: Bewegend Leren is een vakgebied in ontwikkeling. Er is nog geen keihard bewijs dat kinderen er echt beter van gaan leren. We weten nu eenmaal nog niet precies hoe het brein van kinderen werkt en hoe bewegen en leren samenhangen. Intussen wordt in de praktijk al flink geëxperimenteerd. Wat weten we al wel?
Bewegen is goed voor de gezondheid. Daar is zelfs een beweegrichtlijn voor ontwikkeld: 1 uur per dag is het minimum. Iets wat niet alle kinderen halen.
Leerkrachten ervaren dat veel kinderen bewegen ‘nodig’ hebben. Zij geven aan dat het inzetten van beweging positief werkt voor de concentratie in de klas.
Kinderen hebben een betere aandacht in de klas, als zij op een schooldag twee keer bewegen dan wanneer zij één keer bewegen of de hele ochtend stilzitten.
Kinderen zijn enthousiast over extra bewegen op school.
En niet onbelangrijk: ook ouders vinden het steeds belangrijker dat de school van hun kinderen voldoende beweegactiviteiten aanbiedt.
