Primair Onderwijs
Op het primair onderwijs leren kinderen dingen die ze de rest van hun leven nodig hebben. Dit geldt ook voor bewegen. Scholen spelen een cruciale rol in het stimuleren van de dagelijkse beweging van kinderen. Voor nu en later. Met onze jarenlange ervaring in het primair onderwijs delen we graag onze kennis.
Artikelen
Een beweegvriendelijk schoolplein
Het schoolplein kan zowel tijdens als buiten schooltijd ingezet worden als een ruimte waar gespeeld, geleerd en geleefd wordt. Het is een visitekaartje van de school. Een aantrekkelijk plein draagt bij aan een positieve eerste indruk. Een plein vol spelende kinderen en bruisend van activiteit is het ideale uithangbord voor een school die zich wil profileren op de thema’s gezondheid en bewegen. Maar, niet elke school kan op elk moment bepalen dat het schoolplein een complete make-over krijgt. Hoe maak je dan je schoolplein makkelijk beweegvriendelijker?
Groene vingers
Door een kleine toevoeging van wat groen aan je schoolplein geef je het al een extra dimensie. Op ieder schoolplein hebben bomen, bloemen en planten educatieve en recreatieve waarde. Natuurlijke elementen stimuleren creativiteit en geven een nieuwe dimensie aan spelen. Bosjes zijn een ideale schuilplaats tijdens verstoppertje en heuvels zijn een natuurlijke speelaanleiding om vanaf te rollen of glijden. Ook op educatief vlak zijn bomen, bloemen en planten van toegevoegde waarde. Met groen op het plein zien en beleven leerlingen het groeien en bloeien van planten, het verkleuren van bladeren en zoemen van insecten van dichtbij.
Sport- en spelmateriaal
Sterk sport- en spelmateriaal voor je schoolplein kan een simpele en snelle toevoeging zijn om meer beweging te stimuleren. Kinderen zijn ontzettend creatief en bedenken altijd wel een manier om te kunnen spelen. Met een bal, een touw, werp- en mikspelen en andere materialen geef je ze de juiste handvatten om te gaan spelen.
Markering
Met wat belijning maak je eenvoudig hinkelvakken, sprintbanen, mixcirkels en parcours.
Gebruik wat er al staat, maar dan anders.
Een muurtje kan een mikdoel worden, tegels kunnen als springvakken dienen en een stoeprand als balanceerbalk. Zo haal je nog meer uit de bestaande elementen op het plein.
Gebruik regen als speelaanleiding.
Markeringen met Regenspray kunnen juist bij regen nieuwe opdrachten zichtbaar maken. Zo maak je van de regen juist een reden om te bewegen.
Verantwoordelijkheden van een vakleerkracht lichamelijke opvoeding
De verantwoordelijkheid van de vakleerkracht
Als vakleerkracht ben je verantwoordelijk voor het veilig en verantwoord gebruiken van de beschikbare sport- en spelmaterialen tijdens je lessen. Dat betekent onder andere dat je leerlingen duidelijke instructies geeft, voldoende toezicht houdt en activiteiten afstemt op hun niveau en mogelijkheden. Daar hoort ook bij dat je alert bent op zichtbare gebreken aan toestellen en materialen.
Denk bijvoorbeeld aan:
• een scheur in het springdoek van een minitrampoline;
• een beschadigde turnmat;
• een loszittend onderdeel;
• een afwijking aan een bevestiging van een ringstel;
• een toestel dat tijdens gebruik anders reageert dan normaal;
• zichtbare slijtage die mogelijk gevolgen heeft voor veilig gebruik.
Zie je iets waarvan je vermoedt dat het toestel niet meer veilig gebruikt kan worden? Dan gebruik je het niet en meld je het gebrek volgens de afspraken binnen de organisatie. Een klimrek gebruiken met een afkeursticker is dus echt een risico, ook voor jezelf. Het is extra belangrijk om gebreken te melden, ook voor je eigen veiligheid. Het is goed dat de leerkracht weet waar hij dit soort meldingen kwijt kan. Hier moet een protocol voor zijn.
Moet je als vakleerkracht toestellen inspecteren?
Hierbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen alert zijn op gebreken en het professioneel inspecteren van sporttoestellen.
Van een vakleerkracht mag worden verwacht dat je vóór en tijdens het gebruik alert bent op zichtbare afwijkingen. Je kent de materialen, werkt er regelmatig mee en merkt daardoor vaak snel wanneer iets niet in orde lijkt.
Dat maakt je echter nog geen technisch inspecteur.
Een professionele inspectie is een systematische beoordeling van de technische staat en veiligheid van de inventaris. Daarvoor is specifieke deskundigheid nodig. Als vakleerkracht hoef je zo'n technische inspectie dus niet zelf uit te voeren. Je verantwoordelijkheid ligt vooral bij signaleren, veilig handelen en melden.
Wat doe je als je een gebrek ontdekt?
Stel: tijdens het klaarzetten van de gymles zie je dat het springdoek van een minitrampoline gescheurd is. Je besluit de minitrampoline toch te gebruiken omdat de scheur nog klein lijkt. Dat is niet verstandig.
Wanneer je een gebrek constateert dat gevolgen kan hebben voor de veiligheid, hoort het toestel niet gebruikt te worden totdat duidelijk is dat veilig gebruik weer mogelijk is.
Een goede werkwijze is daarom:
1. Stop het gebruik
Gebruik een toestel niet wanneer je twijfelt aan de veiligheid.
2. Voorkom dat anderen het gebruiken
Zorg ervoor dat duidelijk is dat het materiaal buiten gebruik is. Afhankelijk van de afspraken binnen de accommodatie kan het bijvoorbeeld apart worden gezet of gemarkeerd.
3. Meld het gebrek
Geef de constatering door via de afgesproken meldprocedure.
4. Laat de beoordeling aan de juiste deskundige over
Ga niet zelf repareren of bepalen dat een technisch gebrek geen probleem vormt wanneer dit buiten je deskundigheid valt.
5. Gebruik het toestel pas weer wanneer het is vrijgegeven
Na reparatie of beoordeling moet duidelijk zijn dat het toestel weer veilig gebruikt kan worden.
Veilig gebruik gaat verder dan de staat van het toestel
Een technisch goedgekeurd toestel betekent niet automatisch dat iedere activiteit veilig is. Als vakleerkracht bepaal je hoe het materiaal tijdens de les wordt ingezet.
Een kast, trampoline of ringenstel kan technisch volledig in orde zijn, terwijl de gekozen oefening niet past bij het niveau van een leerling. Andersom kan een activiteit op zichzelf verantwoord zijn, terwijl de opstelling onvoldoende veilig is[JZ2.1], doordat bijvoorbeeld toestellen op een bepaalde manier worden gebruikt waar ze niet voor bedoeld zijn.
Je professionele verantwoordelijkheid zit daarom ook in de manier waarop je de les organiseert. Denk aan goede instructies, voldoende toezicht, een passende opbouw van oefeningen en het treffen van maatregelen wanneer een activiteit daarom vraagt.
Veilig betekent niet: ieder risico voorkomen
Bewegingsonderwijs draait juist om ontdekken, proberen en grenzen verleggen. Daarbij zijn risico's niet volledig uit te sluiten, dat hoeft ook niet het uitgangspunt te zijn. Als vakleerkracht maak je voortdurend een professionele afweging: welke uitdaging past bij deze leerling en welke maatregelen zijn nodig om die uitdaging verantwoord aan te bieden?
Het doel is dus niet om iedere mogelijkheid op vallen of mislukken uit de gymles te halen. Een leerling mag worden uitgedaagd. Het gaat erom dat risico's bewust worden afgewogen en dat onnodige of onverantwoorde risico's worden voorkomen.
Signaleren, handelen en melden
De verantwoordelijkheid voor de technische staat van een complete sportinventaris ligt niet automatisch bij de vakleerkracht. Structurele inspecties, onderhoud en reparaties moeten organisatorisch goed geregeld zijn.
Maar als dagelijkse gebruiker van de gymzaal speel je wel een belangrijke rol. Jij ziet en gebruikt de toestellen regelmatig en kunt daardoor een van de eersten zijn die merkt dat iets niet meer in orde is.
De kern van je verantwoordelijkheid is daarom helder: gebruik materialen verantwoord, wees alert op gebreken, handel wanneer je iets constateert en meld het bij de verantwoordelijke persoon of organisatie.
Zo draag je als vakleerkracht bij aan een gymzaal waarin leerlingen veilig én met voldoende uitdaging kunnen bewegen.
Speeltoestellen voor je schoolplein
De inrichting van je schoolplein is heel belangrijk om meer kinderen in beweging te krijgen. Het is een plek waar kinderen jarenlang kunnen spelen en zich ontwikkelen. Dat maakt de keuze in speeltoestellen cruciaal. We hebben een ruim assortiment in speeltoestellen en geven je in dit artikel een paar goede opties voor je schoolplein. Wil je liever advies? Neem dan contact met ons op!
Natuurlijk spelen op je schoolplein
Wil je een groen schoolplein maken? Houten speeltoestellen zijn super populair in natuurlijke speelomgevingen en goed te combineren met zand, water en andere natuurlijke elementen. Kinderen zijn er dol op. We hebben 3 speellijnen voor natuurlijke schoolpleinen:
• Kloek! | Toestellen met een 'ruige' uitstraling voor kinderen met lef!
• DARE | Kleurrijke houten speeltoestellen met veel variatie.
• Osker | Natuurlijke speeltoestellen voor extra veel plezier.
Schommels
Schommelen blijft altijd populair bij kinderen. Of je nu een vogelnestschommel of een traditionele schommel met 2 zitjes plaatst: hij is altijd bezet in de pauze. In ons assortiment hebben we verschillende soorten schommels, hieronder wat inspiratie voor je schoolplein:
• T-schommel: Speciaal ontwikkeld voor de allerkleinsten. Een deel van de bovenligger draait mee zodat één zetje vaak al voldoende is om in het goede zwaairitme te komen.
• Duo schommel: Deze schommel is ontwikkeld voor de hele basisschoolleeftijd en geschikt voor 4 spelende kinderen tegelijk.
• Vogelnestschommel: Op één of andere manier worden kinderen aangetrokken tot liggend spelen, als de mogelijkheid daartoe bestaat. De Vogelnestschommel is daarvan het levende bewijs. Deze schommel blijkt keer op keer een echte verzamelplek.
• Rolstoelschommel: Een schommel waar iedereen mee kan spelen.

Speelhuisjes
Voor kinderen in de onderbouw zijn fantasie en rollenspel belangrijk. Onze speelhuisjes sluiten hier perfect op aan. Op creatieve kinderen die er hun eigen avonturenschip van maken, rustige kinderen die er heerlijk in gaan zitten met een boekje, en beweeglijke kinderen die binnen een paar tellen op het dak zitten.
Klimtoestellen
Klimtoestellen zijn onmisbaar op je schoolplein. Ze nodigen uit tot actief spelen, leren balanceren en het ontwikkelen van motorische vaardigheden. Klimmen en klauteren is een natuurlijke activiteit voor kinderen en onze klimtoestellen stimuleren dit spel optimaal. Dankzij de kleurrijke en speelse ontwerpen passen ze perfect op ieder schoolplein.

Zo maak je bewegend leren eenvoudig uitvoerbaar
Bewegend leren heeft de afgelopen jaren een vaste plek gekregen binnen het basisonderwijs. Steeds meer scholen combineren cognitieve opdrachten met beweging om leerlingen actiever te betrekken bij de les. Door bewegen en leren met elkaar te verbinden, ontstaat een afwisselende leeromgeving waarin leerlingen niet alleen met hun hoofd, maar ook met hun lichaam leren.
Veel scholen zien de voordelen van bewegend leren, maar merken tegelijkertijd dat de dagelijkse uitvoering een uitdaging kan zijn. Hoe zorg je ervoor dat bewegend leren geen losse activiteit blijft, maar een structureel onderdeel wordt van het onderwijs?
Waarom bewegend leren?
Kinderen leren niet allemaal op dezelfde manier. Waar de één vooral leert door te luisteren, heeft de ander juist baat bij actief ervaren en doen. Door beweging te koppelen aan leerstof wordt de betrokkenheid van leerlingen vergroot en ontstaat er een dynamische leeromgeving waarin verschillende leerstijlen worden aangesproken.
Bewegend leren is daarnaast een waardevolle manier om meer beweging in de schooldag te brengen. Juist tijdens cognitieve vakken zoals rekenen, taal, spelling en lezen kan een actieve werkvorm zorgen voor nieuwe energie, meer motivatie en een afwisselende les.
Van enthousiasme naar uitvoering
Hoewel veel leerkrachten enthousiast zijn over bewegend leren, blijkt de uitvoering in de praktijk niet altijd eenvoudig. Een beweegactiviteit bedenken kost voorbereidingstijd en het is niet altijd duidelijk hoe deze aansluit op de lesmethode of de leerdoelen van dat moment.
Daarnaast spelen vragen als:
• Welke activiteit past bij mijn les?
• Hoe differentieer ik eenvoudig binnen één groep?
• Welke materialen heb ik nodig?
• Kan ik de activiteit binnen of buiten uitvoeren?
• Hoe zorg ik ervoor dat bewegen en leren elkaar daadwerkelijk versterken?
Juist daarom kiezen steeds meer scholen voor lesmateriaal waarmee bewegend leren direct toepasbaar wordt in de dagelijkse onderwijspraktijk.
Bewegend leren zonder extra voorbereiding
De Beweegbox is ontwikkeld om bewegend leren laagdrempelig en praktisch inzetbaar te maken. Het lespakket bevat uitgewerkte beweegactiviteiten die direct gekoppeld zijn aan leerdoelen binnen het basisonderwijs. Hierdoor kunnen leerkrachten bewegend leren eenvoudig integreren binnen hun bestaande onderwijsprogramma, zonder zelf activiteiten te hoeven ontwikkelen.
De activiteiten sluiten aan bij de kerndoelen en SLO-doelen en zijn te combineren met vrijwel iedere lesmethode. Hierdoor is De Beweegbox niet gebonden aan één specifieke methode, maar breed inzetbaar binnen verschillende scholen.
Voor welke vakgebieden is De Beweegbox geschikt?
De Beweegbox ondersteunt verschillende basisvaardigheden binnen het primair onderwijs. Afhankelijk van de bouw oefenen leerlingen onder andere met:
• rekenen;
• taal;
• spelling;
• lezen
Door leerstof letterlijk in beweging te brengen, oefenen leerlingen op een actieve manier met de lesstof die op dat moment centraal staat.
Inzetbaar tijdens verschillende lesmomenten
Een groot voordeel van De Beweegbox is dat het materiaal flexibel inzetbaar is. De activiteiten kunnen worden gebruikt tijdens:
• de reguliere les;
• verlengde instructie;
• herhaling;
• automatiseren;
• extra uitdaging;
• zelfstandig werken;
• circuitonderwijs;
• buitenlessen;
• de dynamische schooldag.
Daardoor kunnen scholen bewegend leren op verschillende momenten van de dag inzetten, passend bij de behoefte van de groep.
Praktisch lesmateriaal voor iedere bouw
De Beweegbox is beschikbaar voor de groepen 1-2, 3-4, 5-6 en 7-8. Iedere box bevat een compleet lespakket met uitgewerkte beweegactiviteiten, oefenmateriaal en beweegmatten en getallenlijnen. De activiteiten zijn ontwikkeld om eenvoudig uit te voeren in het klaslokaal, op het schoolplein of in de gymzaal.
Omdat de materialen direct klaar zijn voor gebruik, blijft de voorbereiding voor de leerkracht beperkt en kan de aandacht uitgaan naar het begeleiden van de leerlingen.
Een duurzame investering in bewegend leren
Scholen die bewegend leren structureel willen inzetten, hebben baat bij lesmateriaal dat eenvoudig te gebruiken is en aansluit bij de dagelijkse onderwijspraktijk. Door kant-en-klare activiteiten te combineren met duidelijke leerdoelen ontstaat een aanpak die gemakkelijk vol te houden is en breed binnen het team kan worden ingezet.
Met De Beweegbox beschikken scholen over een compleet lespakket waarmee bewegend leren een vanzelfsprekend onderdeel kan worden van rekenen, taal, spelling en lezen. Zo wordt bewegen niet een extra activiteit naast het onderwijs, maar een praktische manier om leerlingen dagelijks actief met de leerstof aan de slag te laten gaan.
De Buitengymzaal daagt uit en prikkelt kinderen om te bewegen
De wereld van kinderen is in de afgelopen jaren sterk veranderd. Waar eerdere generaties nog volop buiten speelden, in bomen klommen en de straat als speelplek gebruikten, brengen kinderen tegenwoordig veel meer tijd binnen door. Juist daardoor missen ze belangrijke prikkels die hen van nature uitnodigen tot bewegen en ontdekken. Dit heeft volgens Unicef grote gevolgen voor hun ontwikkeling.
Weer naar buiten
Buiten zijn biedt een omgeving die kinderen van nature uitdaagt tot bewegen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat kinderen die vaker buiten spelen meer fysiek actief zijn en beter hun motorische vaardigheden ontwikkelen, doordat ze rennen, klimmen en springen in een rijke, gevarieerde omgeving.
Daarnaast zorgt de buitenruimte voor een ander soort prikkel dan een traditionele gymzaal. Buiten nodigt uit tot ontdekken, experimenteren en risico nemen. Dit ‘risicovol spelen’ (zoals klimmen, springen of balanceren) blijkt juist belangrijk: het draagt bij aan zelfvertrouwen, creativiteit en probleemoplossend vermogen (Unicef, 2025).
De Buitengymzaal biedt de oplossing
Erik Spiegelenberg, beweegspecialist bij Nijha, legt uit: “Kinderen leren zoveel meer als ze buiten zijn. Ze snappen waarom ze iets doen. De leerlijn ‘springen’ kun je invullen door over een kast te springen. Maar buiten kun je springen over een heg of hek. Dat is veel betekenisvoller voor kinderen, omdat ze dat ook na schooltijd in hun leefomgeving kunnen oefenen.’’
De Buitengymzaal werkt omdat deze gekoppeld wordt aan de buitenomgeving. Bestaande elementen zoals struiken, hekwerken of muurtjes gebruiken we slim als onderdeel van de beweegomgeving. Zo spelen we in op hoe kinderen van nature leren en bewegen.
Over de Buitengymzaal
De Buitengymzaal biedt een dynamische en veelzijdige beweegomgeving waar alle kerndoelen van het bewegingsonderwijs aangeboden kunnen worden. Hier ontwikkelen leerlingen op een verantwoorde wijze hun motorische vaardigheden en maken zij kennis met diverse bewegings- en spelvormen, in een omgeving waarin ze ook na schooltijd actief kunnen zijn. Dit draagt bij aan hun vaardigheid en zelfvertrouwen, met als doel een leven lang met plezier te blijven bewegen.

Sportieve afscheidscadeaus voor groep 8
Optie 1
Pauzepakket voor binnen en buiten
21-delig spelpakket met een mooie mix van sportief en recreatief materiaal. Voor binnen én buiten. Genoeg materiaal om zo’n 60 leerlingen gelijktijdig actief te laten zijn. Past op elk speelplein. Met zachte ballen, natuurlijk een voetbal, afbakenmateriaal en een handige tafeltennisset. De gratis tas en een balenpomp maken het pakket compleet. En dan ook nog met 36 spelideeën om direct mee aan de slag te gaan.

Optie 2
Circuspakket
Veel scholen doen jaarlijks een circusproject. De tijd is voor veel leerlingen vaak net te kort om handigheid te krijgen in het jongleren met ballen, chinese bordjes, diabolo’s of devilsticks. Dus dit circuspakket komt altijd van pas. En met de meegeleverde activiteitenkaarten kunnen leerlingen ook zelfstandig aan de slag in de pauze. Genoeg materiaal om met 12 leerlingen tegelijk te jongleren. Dat stimuleert.

Optie 3
Schoolkamppakket
Met dit 40-delig pakket kunnen 80 - 100 leerlingen gelijktijdig actief zijn. Voor fanatieke teamspelen of rustige spellen met tweetallen. Geschikt voor binnen en buiten spelen en sporten. Compleet geleverd met tas voorzien van draagband en onmisbare accessoires als fluiten, stopwatch en ballenpomp. Ook handig voor op het schoolplein, in de pauze is de tas zo gepakt en buiten gezet.

Optie 4
Bewegend leren spelpakket
Veel scholen zijn gestart met bewegend leren maar lang niet altijd zijn de materialen beschikbaar om daar goed uitvoering aan te geven. En dat is jammer want leerlingen vinden bewegen tijdens het leren fantastisch. De materialen zijn inzetbaar bij rekenen (getallenlijn, splitsen, optellen, aftrekken, delen, vermenigvuldigen, automatiseren tafels) taal (analyseren/synthetiseren, spelling, werkwoordvormen) en bij energizers. Natuurlijk zijn de materialen ook inzetbaar in het speellokaal of de gymzaal.

Optie 5
Buitenspeelpakket
Uitgebreid, uitdagend spelpakket voor op het plein. Met materialen voor onder-, midden- en bovenbouw. Ideaal voor in de pauze of bij activiteiten bij de BSO en TSO. Bestaande uit o.a. hockeysticks, voetballen, basketballen, rackets, pilonnen, touwen en jongleermaterialen. Compleet met een groot opbergnet.

Optie 6
Maatwerk pakket
Zit het pakket dat jullie zoeken er net niet tussen of hebben jullie zelf goede ideeën over de inhoud van een pakket? Neem dan contact op. We maken dan een geheel uniek pakket. Uiteraard met een leuke korting en passend binnen het beschikbare budget.

Hoe de inrichting van je speellokaal je lessen kan verbeteren
In steeds meer lessen bewegen we weg van puur klassikaal lesgeven. Er is meer ruimte voor differentiatie, zelfstandig werken en kleine groepen. Er gebeurt veel tegelijk. Ook in het speellokaal. Dat maakt je inrichting cruciaal. Want hoe je lesgeeft, bepaalt in grote mate of je speellokaal werkt… of tegen je werkt.
De invloed van je lesvorm op de ruimte
Een speellokaal is nooit neutraal. De manier waarop je het inricht, stuurt gedrag:
- waar kinderen naartoe gaan
- hoeveel ze bewegen
- of ze moeten wachten of direct aan de slag kunnen
Daarmee ondersteunt de ruimte (onbewust) een bepaalde manier van lesgeven.
Klassikaal, in groepjes of stroomvorm
Veel speellokalen worden ingericht vanuit het materiaal en/of de gehanteerde methode. De wijze van lesgeven wordt vaak niet meegenomen bij de materiaalkeuze. En dat is jammer, want het meenemen van de lesvorm kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de locatie van de vaste elementen aan de wand of het plafond. Ook kan de sportvloer al voorzien worden van belijning die de lesvorm ondersteunt.
Klassikaal lesgeven
Bij klassikaal lesgeven ligt de nadruk op:
- gezamenlijke instructie
- één activiteit tegelijk
- duidelijke start- en stopmomenten
Een inrichting die hierbij past:
- biedt veel dezelfde mogelijkheden
- biedt overzicht voor de leerkracht
- stuurt de groep als geheel door de les
Dat geeft rust en duidelijkheid. Tegelijkertijd betekent het vaak dat kinderen op elkaar moeten wachten en dat er minder ruimte is voor verschillen in tempo of niveau.
Werken in groepen
Bij werken in groepen, verandert de dynamiek in het speellokaal:
- er vinden meerdere activiteiten tegelijk plaats
- kinderen werken op verschillend niveau en tempo
- er is meer ruimte voor eigen keuzes
Dat vraagt om een andere inrichting:
- meerdere zones in plaats van één centrale opstelling
- verschillende instappunten, zodat niet iedereen hoeft te wachten
- materiaal dat uitnodigt tot zelfstandig starten
Als er bij de inrichting onvoldoende is nagedacht over de wijze van lesgeven, dan is de kans groot dat er te weinig losse attributen zijn om goed te kunnen variëren en meerdere vakken te voorzien van materialen.
Werken in stroomvorm
Bij werken in stroomvorm, is sprake van een doorgaande baan waarbij
- differentiatie ingebouwd is in de materiaalopstelling
- kinderen zelf keuzen maken voor makkelijk of moeilijk
- iedereen uitgedaagd wordt op eigen niveau en succes kan beleven
Dat vraagt om een andere inrichting:
- die makkelijk aanpasbaar is in niveaus
- met veel verschillende verplaatsbare elementen
- materialen die breed inzetbaar zijn en meerdere functies hebben
Werken in stroomvorm en werken in groepen liggen dicht bij elkaar als het gaat om in te zetten materialen. Het liefst veel variatie om optimaal aan te sluiten bij het beweegniveau.
Een speellokaal die je de ruimte geeft
De oplossing zit meestal niet in kiezen voor óf klassikaal óf groepsgericht werken. Sterker nog: in de meeste lessen wissel je juist tussen die vormen. Je start samen, werkt in groepen en sluit weer gezamenlijk af. Dat vraagt om een speellokaal dat beide kan ondersteunen.
Een goed ingericht speellokaal:
- biedt ruimte voor een gezamelijke start
- maakt het mogelijk om daarna uit te waaieren in groepen
- voorkomt wachttijd door spreiding
- nodigt uit tot zelfstandig bewegen
Je inrichting hoeft niet volledig anders om beter aan te sluiten bij groepsgericht werken. Vaak zit de winst in kleine aanpassingen:
- anders positioneren van materialen. Hiervoor hebben we Dorack ontwikkeld: de productlijn waarmee je binnen no-time opstellingen maakt in het speellokaal.
- verplaatsbare materialen afstemmen op werken in groepen of stroomvorm
- meerdere routes creëren in een opstelling
Ben je benieuwd of jouw speellokaal nog extra mogelijkheden biedt of wil je de verouderde inrichting (gefaseerd) vernieuwen? Neem dan contact op met Nijha. We adviseren je graag!
Veiligheid van sportinventaris voor onderwijsgebruik
De veiligheid van sportinventaris is een verantwoordelijkheid die gedeeld wordt door verschillende partijen. Als vakleerkracht lichamelijke opvoeding heb je dagelijks te maken met de praktische aspecten van deze verantwoordelijkheid. Erik Spiegelenberg, beweegspecialist bij Nijha, heeft een artikel in het LO magazine geschreven over dit onderwerp. Dit artikel biedt inzicht in de verantwoordelijkheden, technische eisen en praktische implicaties rondom de veiligheid van sportinventaris. Met als doel om de fysieke veiligheid van lesgever en leerling optimaal te borgen. Download hieronder het volledige artikel of lees door voor de samenvatting.
Inspectie en onderhoud
Regelmatige inspectie van sportinventaris is onderdeel van de algemene zorgplicht die voortvloeit uit het Burgerlijk Wetboek, de Arbowet en de Woningwet. Inspecties helpen ongevallen te voorkomen, beperken aansprakelijkheidsrisico’s en dragen bij aan een langere levensduur van toestellen. Inspectie en onderhoud kunnen worden opgenomen in de RI&E van de school.
Een inspectie is altijd een momentopname. Een toestel dat vandaag is goedgekeurd, kan door intensief gebruik of schade later alsnog onveilig worden. Daarom is naast periodieke professionele inspectie ook dagelijkse alertheid van gebruikers noodzakelijk.
Normen en wetgeving
Voor gym- en sporttoestellen worden NEN-EN-normen gehanteerd, zoals NEN-EN 913. Deze normen geven technische richtlijnen voor veiligheid, maar zijn niet wettelijk verplicht, tenzij hier expliciet naar wordt verwezen in wet- of regelgeving. Afwijkingen van de norm zijn mogelijk, mits kan worden aangetoond dat het veiligheidsniveau gelijkwaardig is.
Sinds december 2024 geldt daarnaast de Europese General Product Safety Regulation (GPSR). Deze wetgeving vereist dat producten veilig zijn bij normaal en voorzienbaar gebruik. NEN-EN-normen vormen hierbij een belangrijk technisch uitgangspunt, maar de beoordeling blijft contextafhankelijk.
Inspecteren versus keuren
Inspecteren en keuren zijn verschillende processen. Inspectie betreft het systematisch beoordelen van de staat en veiligheid van sportinventaris, met rapportage en adviezen. Keuren is wettelijk verplicht voor bepaalde speeltoestellen en elektrisch aangedreven toestellen en resulteert in een formeel goedkeuringscertificaat. Voor de meeste conventionele gymtoestellen geldt geen keuringsplicht, maar wel een inspectieverplichting vanuit de zorgplicht.
Verdeling van verantwoordelijkheden
De verantwoordelijkheden zijn duidelijk verdeeld:
De accommodatie-eigenaar (school of gemeente) is verantwoordelijk voor structureel onderhoud, professionele inspecties en tijdige vervanging van defect of afgeschreven materiaal.
De school als werkgever moet zorgen voor een veilige leer- en werkomgeving, inclusief duidelijke procedures voor het melden en opvolgen van gebreken.
De vakleerkracht lichamelijke opvoeding is verantwoordelijk voor veilig gebruik van de materialen, het uitvoeren van visuele controles en het melden van onveilige situaties. Defect materiaal wordt niet ingezet.
Aansprakelijkheid
Bij ongevallen wordt gekeken naar de staat van de inventaris, het onderhoud en inspectiebeleid en het gebruik van het materiaal. Nalatigheid in onderhoud of inspectie kan leiden tot aansprakelijkheid van de accommodatie-eigenaar of werkgever. Het blijven gebruiken van bekend ondeugdelijk materiaal kan, in uitzonderlijke gevallen, leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van de lesgever.
Conclusie
Veiligheid van sportinventaris is geen eenmalige handeling, maar een continu proces. Door heldere verantwoordelijkheden, regelmatige inspecties en alert handelen in de dagelijkse praktijk kan een veilige leeromgeving worden geborgd. Zo blijft bewegingsonderwijs niet alleen uitdagend en leerzaam, maar vooral ook veilig.
De Beweegbox
Bij veel bewegend leren producten wordt veel inspanning gevraagd van de leerkracht; getalkaartjes maken, wisbordjes regelen, enz. Ongemerkt kost dat best veel tijd. Met De Beweegbox hoeft dat niet meer; alle benodigde activiteiten en daarbij benodigde materialen zitten in één handige box.
De Beweegbox biedt een uniek lespakket dat naast elke reguliere lesmethode inzetbaar is. De kerndoelen van het SLO zijn gebruikt als leidraad in de ontwikkeling van De Beweegbox. Het is een verrijking op het bestaande aanbod en niet een opzichzelfstaande lesmethode.
Locatie
Voor de activiteiten is ruimte nodig om te kunnen bewegen. Dit kan bijvoorbeeld in een brede gang, een speelzaal of gymzaal, maar het liefst in de buitenruimte.
Ervaring uit het werkveld
“De Beweegbox is echt top! Wij maken er met heel de school dagelijks gebruik van. Het is makkelijk te gebruiken, want alle materialen zitten erbij. Van uitleglessen, spelkaarten, kaartjes als zowel materialen. De kinderen zijn bewegend aan het leren en hebben er plezier in.” ~ Noortje Bolte - Leerkracht Zilverackers

Inhoud van De Beweegbox
Elke Beweegbox bevat zo’n 80 spelkaarten. Een spelkaart beschrijft het doel, de benodigde spelmaterialen en bevat een korte instructie om makkelijk en snel met een activiteit aan de slag te gaan. De professional kan inschatten of de leerlingen eraan toe zijn om het leerdoel op een bewegende manier te beoefenen.
Versies
De Beweegbox is er in vier versies. Elke Beweegbox sluit aan op de doelen van de betreffende leerjaren.
Onderdelen
- Spelkaarten
- Leermatten en getallenlijnen
- Oefenkaartjes
- Spelmaterialen
- Werkbladen
.avif)
Zo zet je bewegend leren in
Tafels leren, spellen en jaartallen uit je hoofd leren: veel kinderen doen liever een potje voetbal op het schoolplein. Gelukkig is Bewegend Leren in opkomst: dat combineert het beste uit beide werelden. Kinderen zijn lekker fysiek actief, en doen in tussen kennis op over bijvoorbeeld taal en rekenen. Hoe dat werkt voor jouw klas? In dit artikel geven we je een aantal tips.
Bij Bewegend Leren gebruik je bewegen als middel om kinderen iets te leren. De gedachte daarbij is dat kinderen lesstof sneller opnemen, omdat ze erbij bewegen.
Bewegend leren en rekenen
Rekenvaardigheden zijn bij uitstek geschikt om op een bewegende manier aan te leren. We geven je wat inspiratie:
- Tafels leren: Zet pionnen met cijfers neer en kies een tafel uit (bijvoorbeeld de tafel van 4). Laat kinderen met een voetbal mikken op een willekeurig getal. En noem de vermenigvuldiging van dat getal met de tafel van 4.
- Meten met tweetallen: Zet een streep op de vloer. Eén kind zet met 2 voeten af en springt zo ver mogelijk. Een ander kind heeft de rolmaat en meet de afstand. Hoeveel centimeter is er gesprongen? Wie van de twee springt het verst? Of wie landt met de hakken het dichtst bij 75 cm?
- Optellen en aftrekken: Rol met 2 dobbelstenen waarop getallen zichtbaar zijn. Wat is de optelsom van de 2 worpen? Trek het laagste getal van het hoogste getal af. Maak zoveel kikkersprongen als de uitkomst.

Bewegend leren voor geschiedenis en aardrijkskunde
Misschien minder voor de hand liggend, maar ook vakken als geschiedenis en aardrijkskunde kun je kinderen prima bewegenderwijs aanleren. Zo doe je dat bijvoorbeeld:
- Aardrijkskunde: Hang kaartjes op met afbeeldingen van de continenten. Hang ze een beetje hoog. Stop afbeeldingen van dieren in de Move Cube dobbelsteen. Laat kinderen rollen met de dobbelsteen. Bij welk continent past dat dier? Kinderen tikken al springend het kaartje van het juiste continent aan.
- Geschiedenis: Hang kaartjes met jaartallen aan het plafond. Maak kaartjes met vragen. Welk getal komt het dichtst bij de Middeleeuwen? Wanneer viel de Berlijnse muur? Wanneer stopte de 2e wereldoorlog? Laat de kinderen springen naar jhet juiste jaartal.
Bewegend leren en taal
Ook taal kun je kinderen al bewegend aanbieden. Hoe dan? Bekijk onderstaande voorbeelden:
- Spellen: Hang kaartjes op met alle letters. Hang ze een beetje hoog. Bedenk een woord. Laat kinderen springend de letters aantikken in de juiste volgorde. Voorbeeld: b-u-s.
- Spellingscategoriën: Leg kaartjes op de grond met ‘ng’ en ‘nk’. Noem woorden met die klank. Kinderen moeten zo snel mogelijk achter het kaartje gaan staan met de juiste spelling.
- Engels leren: Hang antwoordkaartjes aan het plafond met Yes en No. Stel kinderen vragen in het Engels. Laat hen al springend het juiste antwoordkaartje aantikken.
