Zoeken
Artikelen
Onderhoudstips sport- en spelmateriaal
Dat materialen slijten, is een goed teken! Dat geeft namelijk aan dat er veel gebruikt van wordt gemaakt. Veel slijtages zijn te voorkomen of te herstellen. Hieronder tips over:
- Het repareren van een scheur in een skippybal;
- Het repareren van scheuren in een mat of leerdek;
- Het goed vastmaken van een ballonbal om geen lucht te verliezen.
Scheur in skippybal repareren
Bij skippyballen op harde ondergronden kan er zomaar een lek ontstaan als de bal op een scherp voorwerp komt. Door de luchtdruk in bal blijft het vaak niet bij een klein gaatje maar is het al snel een scheur. Als dit niet te groot is, dan kan die gerepareerd worden met Tear-Aid type B.
Oersterk
De gebruikte transparante folie is oersterk. De plek van de reparatie wordt dus geen zwakke plek. Omdat het folie dun en transparant is, valt het nauwelijks op en doet het geen afbreuk aan de gebruikseigenschappen.
Snel gebruiksklaar
Tear Aid is niet alleen sterk en rekbaar maar ook nog eens snel aan te brengen:
- Ontvet de ondergrond met het meegeleverde alcoholdoekje;
- Even laten drogen en reparatiepatch aanbrengen;
- Goed aandrukken en klaar;
- De bal is direct gebruiksklaar en heeft na 24 uur 100% hechting.
Twee soorten Tear Aid
- Type A is geschikt voor alle producten met uitzondering van PVC. Denk aan scheuren in luchtbedden, canvas matten, leerdek van springkast of zadel van eenwieler.
- Type B is voor vinyl producten zoals skippyballen, vinyl matten, springkussens, Gymnic ballen en trampolineranden.

Scheur in mat of leerdek repareren
Door veelvuldig gebruik of door aanraking met een scherp voorwerp kan er een scheur ontstaan in een canvas mathoes of een springkastdek. Om te voorkomen dat een klein gaatje een grote scheur wordt, is het raadzaam deze snel te behandelen. Als de scheur of het gat niet te groot is, dan kan die gerepareerd worden met Tear-Aid type A.
Snel gebruiksklaar
Tear Aid is niet alleen sterk en rekbaar maar ook nog eens snel aan te brengen:
- Ontvet de ondergrond met het meegeleverde alcoholdoekje
- Even laten drogen en reparatiepatch aanbrengen
- Goed aandrukken en klaar
- De mat of het leerdek is direct gebruiksklaar en heeft na 24 uur 100% hechting

Ballonbal verliest lucht door klein gaatje
De ballonbal wordt opgepompt met een dubbelwerkende pomp of opgeblazen via een rietje, daarna wordt er een stop in gedrukt. Als de bal direct na het opblazen of oppompen al lucht verliest kan dat 2 oorzaken hebben:
Er ontsnapt lucht bij het ventiel
Als de stop vaak in en uit de bal gaat, dan kan de ventielopening wat ruimer worden waardoor er langzaam lucht ontsnapt uit de opgepompte bal. Of dit het probleem is kun je snel zien als je wat water op het ventiel druppelt. Plakband als oplossing. Plakband is glad waardoor de stop nog steeds goed in de bal te drukken is. Gebruik geen (sport)tape, dat is te ruw en zal opstropen als de stop in de bal gedrukt wordt.
- Haal de stop uit de bal en doe plakband om het bovenste deel van de stop.
- Begin met 1 laag, als dat niet voldoende is, breng dan nog een volgende laag aan, net zolang tot er geen lucht meer ontsnapt.
Er zit een gaatje in de bal
- Houd de opgepompte bal onder water, aan de luchtbellen kun je zien waar het lek zit;
- Markeer de plek met een pen of stift;
- Maak de bal goed droog;
- Doe een heel klein beetje lucht in de bal (dit voorkomt dat bij het plakken de lijm ook plakt aan het tegenoverliggende materiaal);
- Doe een druppel PVC lijm op het gaat en laat het drogen.
Deze oplossing werkt alleen bij kleine gaatjes en soms is het nodig de procedure een paar keer te herhalen. Als een gat te groot is, kan Tear- Aid een oplossing zijn. Zie hiervoor het Tear Aid blog.
Plakband en lijm voor meer ballen een handige oplossing.
Naast de ballonbal kunnen bovenstaande oplossingen ook toegepast worden op de volgende ballen:
De plakband oplossing werkt wel bij onderstaande ballen, het lijmen van een gaatje niet.
Wanneer kies je voor een gymzaal of voor een sporthal?
Veel scholen staan op enig punt voor de beslissing: gaan we beweegonderwijs geven in een gymzaal, of in een sporthal? Beide mogelijkheden hebben hun voors en tegens. We zetten de afwegingen voor scholen op een rij.
Scholen hebben veel ruimte nodig voor gymlessen. Gebruikmaken van een grote sporthal lijkt dan een ideale oplossing. Je hebt daar immers vaak drie keer zoveel ruimte. Ook vanuit gemeenten – de eigenaren van veel grote sportaccommodaties – wordt dit vaak toegejuicht. Gemeenten die bijvoorbeeld overwegen een topsportaccommodatie neer te zetten, gaan er graag vanuit dat het onderwijs een bijdrage zal leveren aan het gebruik en dus ook aan de huur. Toch zijn (top)sporthallen niet bij voorbaat geschikt voor beweegonderwijs.
Vierkante versus kubieke meters
Onderwijs heeft baat bij vierkante meters om alle kinderen een plek te bieden. De sport vraagt daarentegen om kubieke meters. De internationale regels voor sporten vereisen steeds hogere hallen. Daarom komen er meer en meer topsporthallen met een hoogte van 9 meter en zelfs al 11 meter. Voor onderwijsgebruik - maar ook voor trainingen van de gemiddelde sportvereniging - volstaat een hoogte van 7 meter. Die 2 of 4 meter extra hoogte leveren het onderwijs geen meerwaarde op. Sterker nog, die extra hoogte levert problemen op als het gaat om bijvoorbeeld de zwaaitoestellen.
Eén hal versus variatie in ruimtes
Een topsporthal is veelal niet meer dan een hoge hal waarin topsportvoorzieningen als basketbaltorens en volleybal centercourts zijn aangebracht. En natuurlijk tribunes voor de toeschouwers. Voor het onderwijs is een topsporthal niet anders dan een accommodatie waar kwalitatief goede lessen bewegingsonderwijs gegeven moeten kunnen worden.
Bepaal op basis van het vakwerkplan LO welke behoefte jouw school heeft. Tip: weeg dit ook eens af samen met andere scholen in de gemeente. Misschien heb je behoefte aan één grote hal. Misschien passen 3 losse gymzalen beter bij de behoeften. Maar het kan ook dat je behoefte hebt aan één gymzaal, één spelzaal en één kleine fitnessruimte. Die verschillende ruimtes kun je uiteraard ook binnen één accommodatie onderbrengen waarbij je een bergruimte en inventaris deelt.
Bouwtechnische aanpassingen
Bewegingsonderwijs vraagt om de juiste onderwijs sportinventaris. En daarvoor zijn extra (bouwkundige) investeringen nodig als je hiervoor een topsporthal wilt gebruiken. Zoals:
- Het zwaaipunt voor ringenzwaaien moet verlaagd worden naar 5,5 meter voor onderwijsgebruik. Bij een zaalhoogte van 9 meter kan dat niet meer vanaf het plafond. Een extra tussenconstructie is dus nodig.
- Alle sporttoestellen zoals bijvoorbeeld klimrekken en basketbalinstallaties moeten ‘obstakelvrij’ gemonteerd worden. Ook daarvoor zijn extra bouwkundige voorzieningen nodig.
- Voor onderwijs heb je een grotere toestelberging nodig. Oppervlak en indeling moeten zo zijn dat onderwijsinventaris niet geblokkeerd wordt door grote sportinstallaties als verplaatsbare basketbaltorens. Deze extra vierkante meters moeten vroegtijdig bekend zijn.
Akoestiek
De akoestiek in topsporthallen laat nogal eens te wensen over als het gaat om onderwijsgebruik. Bij een volleybalwedstrijd op topniveau met een goed gevulde tribune is sprake van een heel andere akoestiek, dan in een 9 meter hoge hal waarin 30 kinderen basketballen. Veel docenten bewegingsonderwijs hebben gehoorbeschadigingen en stemproblemen. Uit onderzoek van de KVLO blijkt dat de slechte akoestiek in binnensportaccommodaties hier vaak de oorzaak van is. Alle reden om de normen voor akoestiek mee te nemen in je besluitvorming.
Stel jezelf ook de volgende vragen
Om een goede afweging te maken kun je daarnaast nog denken aan de volgende zaken:
- Bereikbaarheid: een topsporthal staat vaak aan de rand van de gemeente. Gaat vervoer van de leerlingen naar de gymles dan af van de effectieve beweegtijd?
- Financiën: als je voor een sporthal kiest, hoe zijn de exploitatiekosten verdeeld over alle gebruikers? In een gymzaal zijn de kosten voor inventaris en beheer vaak lager.
- Leerlingenprognose: wat heb je op middellange en lange termijn nodig aan ruimte?
- Avondopenstelling: als je kiest voor een eigen gymzaal, onderzoek dan ook een de mogelijkheden om deze ’s avonds te verhuren aan andere verenigingen.
- Daglicht en energie: sporthallen hebben meestal geen daglicht. En wat zijn de kosten voor de school voor kunstlicht (en warmte) bij sporthalgebruik?
Advies van een expert
Is jouw besluitvorming na het lezen van dit artikel eenvoudiger geworden? Of roept het juist meer vragen op? Aarzel niet om advies te vragen aan de experts van Nijha. Wij hebben jarenlange ervaring met zowel gymzalen als sporthallen. We werken veel samen met scholen, verenigingen en gemeenten en kunnen je helpen bij de juiste keuze voor de wensen en mogelijkheden van jouw school.
Pauze spelkar
‘‘Wij weten niet wat we moeten gaan doen, wil jij ons helpen?’’ Is deze uitspraak van leerlingen herkenbaar zodra ze mogen spelen op het plein? Dan biedt onze Pauze spelkar de oplossing! De Pauze spelkar zit namelijk boordevol sport- en spelmaterialen inclusief activiteitenkaarten. Op deze manier kunnen leerlingen direct en zelfstandig activiteiten doen op het plein.
Bijkomend voordeel; bij een Pauze spelkar ontvangt de school waardebonnen voor gratis vervangingsmateriaal. Is het materiaal versleten doordat het dagelijks veel wordt gebruikt? Dan kun je eenvoudig én gratis nieuwe materialen aanschaffen. Dit voordeel loopt al snel op tot 20% korting op de aanschafprijs.. Zo zorg je met de Pauze spelkar voor jarenlang maximaal speelplezier!
Volop keuze
De Pauze spelkar is er in 3 varianten; voor elk budget is er een aantrekkelijke spelkar. Alle 3 varianten bevatten materialen voor zowel onder-, midden als bovenbouw. Voor individuele activiteiten, spellen met tweetallen of teamspelen. Dat biedt, naast gebruik in de pauzes, ook mogelijkheden voor de buitengymles of naschoolse activiteiten.
Een Pauze spelkar aangeschaft? Dan ontvang je bij de bestelling automatisch 3 waardebonnen voor vervangingsmateriaal voor de komende 3 jaren. Zo krijg je bij de Pauze spelkar uitgebreid deze waardebonnen:
- Jaar 1 € 75,00 exclusief BTW
- Jaar 2 € 90,00 exclusief BTW
- Jaar 3 € 110,00 exclusief BTW
Jaarlijks loopt het vervangingsbedrag op omdat de slijtage elk jaar groter wordt en de kans groot is dat er meerdere materialen vervangen moeten worden. Tip! Ga je de Pauze spelkar ook naschools inzetten? Dan is het ook mogelijk om de box te bekostigen vanuit de Sportakkoord gelden.
De inhoud
De Pauze spelkar is een kar op wielen zodat deze eenvoudig op de juiste locatie op het plein gerold kan worden. De Pauze spelkar bevat, afhankelijk van de variant 30 - 60 sport- en spelmaterialen en 30 – 70 spelactiviteiten. Een paar voorbeelden van materialen:
- Skateboard | Balanceren kun je leren
- KanJam set | Scoor punten met de frisbee
- Stoepranden | Wie kent dit niet van vroeger?
- Fhuttle | Te gebruiken als shuttle én als bal
- Parachute ø 4 m | Leuk voor de allerkleinsten!
- Move cube | In te zetten bij 1001 spellen
- Sport- en spelballen | Die komen altijd van pas

Bekijk de:
Dodgeball
Dodgeball of dodgebal is de internationale term voor trefbal. Dan zou je denken dat een dodgeball bal geschikt is voor trefbal, maar zo eenvoudig ligt het niet. Een dodgeball bal is in de loop van de tijd ook een algemene spelbal geworden die niet altijd geschikt is voor afgooispelen. Dus tijd om wat helderheid te scheppen.
Eigenschappen van een échte dodgeball bal
De officiële dodgeball bal heeft een diameter van 21,5 cm, weegt ca. 410 g en is gemaakt van rubber, foam of stof. Officiële wedstrijden van de World Dodgeball Federation worden gespeeld met een foambal omdat die minder doorknelt dan een rubber bal. Voor kinderen wordt een kleinere bal gebruikt met een diameter van ø 16 – ø 18 cm.
Het spel en het speelveld
Bij dodgeball spelen 2 teams tegen elkaar waarbij de spelers elkaar af moeten gooien. Het Elite speelveld heeft een afmeting van 17 x 7,6 meter met in het midden een neutrale zone van 3 meter (een worp moet ingezet worden van achter de 3 meter-lijn). Een bal mag wel gepakt worden binnen de 3 meter-lijn maar mag pas vanachter die lijn weer gespeeld worden.

Varianten van Dodgeball
Er zijn veel speelveldvarianten; met zij- en achtervakken om afgegooide spelers toch een rol te geven, met een achtervak waar één speler van de tegenstander staat, enz. Kies vooral het speelveld dat aansluit op de spelintentie en passend bij de spelers.
Meest gebruikte dogeball bal in Nederland
Binnen het voortgezet onderwijs zijn er 2 populaire dogeballen/trefballen; de foambal met olifantenhuid ø 21 cm of de Airball. Bij de basisschool wordt vaker een kleiner formaat ingezet omdat die beter hanteerbaar is en minder hard aankomt. Veel gebruikte ballen zijn daar de foambal met olifantenhuid ø 16 cm, de smoothball ø 16 cm of de dogeball junior. Welke keuze gemaakt wordt is afhankelijk van de groep, de vaardigheid, de kracht waarmee gegooid wordt en de beschikbare ruimte.

En de speciale dodgeballen dan?
Er zijn diverse ballen in omloop met de naam ‘dodgeball’. Die zijn echter niet allemaal geschikt voor trefbal omdat het meer algemene spelballen zijn die breed inzetbaar zijn bij werpen en vangen maar minder geschikt zijn voor afgooispelen. Ballen die wel geschikt zijn voor afgooispelen zijn de Trial dodgeballen. Deze zijn gemaakt van een zacht kunststof en in verschillende maten en gewichten verkrijgbaar:
- Dodgeball Trial Junior – geschikt voor basisonderwijs en spelvormen op een kleine ruimte, weegt slechts 210 gram
- Dodgeball Trial Senior – geschikt voor voortgezet onderwijs bij spelvormen met meerdere ballen. Bal weegt 250 gram
- Dodgeball Trial Pro – de meeste stevige uit de serie. Geschikt voor spelen in een hele gymzaal. Bal weeg 300 gram.
- Dodgeball Trial trefbal – met een diameter van 24 cm de grootste bal. Door de omvang en het gewicht van 240 gram niet de snelste bal, goed zichtbaar en met een verrassende vlucht; de bal wijkt bij een harde worp wat af van de rechte baan.
Heb je nog vragen? Stel die dan aan onze specialisten. Stuur een mail naar sportenspel@nijha.nl of bel naar (0573) 28 85 55 .
Hoe willen meiden bewegen in de openbare ruimte?
Onderzoek naar sportwensen van meiden
Katja Braam en Willemijn Langkamp werken bij Hogeschool Inholland en deden onderzoek naar de sportwensen van meiden in de buitenruimte. Ook ontwikkelen zij een sportieve meidencommunity binnen het Sportlab in Haarlem. Katja: “Meiden gebruiken het aanbod veel minder, ze staan er een beetje bij, of je ziet ze niet. Als we willen dat meer meiden de beweegrichtlijn halen, vraagt dat om structurele beweegparticipatie. Maar structureel en adolescent is een lastige combinatie. Jongeren willen vooral sporten als ze zin hebben. Uit eerder onderzoek bleek al dat jonge meiden geen vaste sporttijden willen en vooral ‘niet willen als ze moeten’.
Wat willen de meiden?
Aan het onderzoek deden 132 meiden uit Haarlem en omgeving mee, gemiddeld 15 jaar oud. Katja: “De meiden willen het liefst sporten in een kleine groep of in een team. Liefst in de avond. Geen contactsporten, maar wel iets met dansen. En hoewel de meeste meiden zeggen dat ze best gemengd willen sporten, horen we uit de praktijk juist dat ze vaak liever alleen met meiden sporten.”
Culturele uitdagingen
Gevraagd naar hun belemmeringen noemen de meiden in Haarlem: ik heb geen zin, ik weet niet of het leuk is, ik weet niet of ik het wel kan of volhoud en ik ben te moe. Katja: “De middelbare school kost veel tijd en de prestatiedruk is hoog. Dus zien we dat sport als eerste afvalt.”
Soms hebben ook culturele verschillen impact. Katja: “Niet alle ouders willen dat hun dochters sporten in het zicht van mannen, wat buiten sporten lastig maakt. Een mooi voorbeeld hoe het wél kan is Alphen aan de Rijn: daar heeft de islamitische school samen met buurtsportcoach het dansaanbod voor meiden opgezet.”
Nadruk op samen
Bevorderende factoren noemen de Haarlemse meiden ook: er is veel keus, samen sporten is gezellig, we vinden het leuk om met elkaar bezig zijn, je wordt er fit van. Sporten moet haalbaar zijn voor iedereen, ondanks conditie en talent. Daarbij willen ze graag een leuke trainer die plezier centraal zet en hen motiveert.
Katja: “Samen doen en samen zijn is overduidelijk een heel belangrijke factor voor meiden. Daarom zetten we in op community building en plek waar ze zich prettig en welkom voelen. Zeker voor meiden uit gezinnen met een lagere sociaal economische status is dat sociale element heel belangrijk.”
Peers met een trekkersrol
Willemijn vertelt meer over het Sportlab. “We hebben een locatie in de openbare ruimte, waar we gevarieerd beweegaanbod voor meiden organiseren, samen met partners. Een rolmodel dat dichtbij de groep staat en meiden aanspreekt is onmisbaar. Gelukkig hebben we een jonge vrouwelijke buurtsportcoach die de meiden goed weet te vinden. Maar ‘peers’ blijven het belangrijkst. De meiden kijken heel erg naar elkaar, dus we zoeken ook binnen de groep steeds trekkers die de boel een beetje aanzwengelen.”
“We werken nauw samen verschillende sportverenigingen, SIOS en met jongerenwerk als we de wijk in gaan. Het is soms best lastig: ze willen wel iets doen, en ze willen wel komen. Maar dan komen ze in een strak jurkje en naveltruitje en willen ze coole sporten doen als kickboksen. Maar al snel komen dan de jongens op een muurtje zitten en kijken. Dat vonden de meiden niet prettig. Dus we zoeken een wat meer afgeschermde plek.”
Urban Dance Grounds in Utrecht
Petra Pluijmers constateerde dat in Utrecht maar liefst 54% van de jongens – versus slechts 7% van de meiden sport in de openbare ruimte. Samen met de meiden bedacht ze een innovatief concept: de Urban Dance Ground. Een plek in hun eigen wijk, mét muziek en choreo’s, waar ze kunnen dansen en Tiktoks kunnen opnemen. De meiden kozen de plek zelf uit en onderhouden hem goed.”
Female leaders bij 3x3 basketbal
Stichting 3x3 Unites leidt jongeren op tot ‘leaders’, die in hun eigen wijk een basketbal community opbouwen en activiteiten organiseren. Ilse Waanders is een van de vrouwelijke leaders van 3x3 en weet uit ervaring hoe lastig het is om op straat zomaar met de jongens mee te durven doen. “Meiden moeten de openbare ruimte durven claimen. Als je het spannend vind, neem dan je vriendinnen en zussen mee, want dat voelt zelfverzekerder. Jij mag er ook spelen!”
Calisthenics voor meiden
Calisthenics is een vorm van sport waarbij je je eigen lichaamsgewicht gebruikt. Toen professioneel atleet en tweevoudig wereldkampioen Melanie Driessen begon, was het nog echt een mannencultuur. Dat vond ze eerst best angstaanjagend, maar al die gespierde mannen bleken heel aardig! Sinds Melanie filmpjes deelt op social media, raakten ook andere meiden enthousiast. “Soms krijg ik apps van vrouwen dat juist ik ze heb gemotiveerd, om te zien dat een vrouw het ook kan!”
Hoe betrek je inwoners bij het inrichten van een beweegplek?
Je hebt altijd al actieve buurtbewoners gehad, maar de laatste jaren is de dialoog tussen gemeenten en inwoners echt goed op gang gekomen. Inwoners nemen steeds vaker zélf het initiatief voor lokale beweegprojecten. Beleid wordt niet meer op afstand gemaakt, maar de gemeente trekt actief de wijk in om samen met inwoners en lokale partners aan de slag te gaan. Wij geven intensieve begeleiding aan die trajecten. We delen onze ervaringen en tips.
Betrek mensen vanaf het begin
‘Als je betrokken mensen wilt: dan moet je ze betrekken!’ Dat klinkt logisch, maar soms zie je dat een gemeente ergens toestellen plaatst die vervolgens nauwelijks gebruikt worden. Je moet buurtbewoners, scholen, zorginstellingen en andere partijen vanaf het begin betrekken. Ten eerste weet je dan beter aan wélk soort materialen behoefte is. Maar je leert ook waar in de wijk je de materialen het beste kunt plaatsen en aan welke programmering behoefte is. Het mooie is: mensen die vanaf het begin betrokken zijn, tonen ook meer verantwoordelijkheid voor het gebruik en onderhoud.
Verandering komt uit vele hoeken
De motivatie om de openbare ruimte beweegvriendelijk in te richten kan uit verschillende hoeken komen. Inwoners geven aan meer groen of speelplekken in de buurt te willen. Wijk- of dorpsraden hebben onderzoek gedaan naar de leefbaarheid van de buurt. De gemeente gaat aan de slag met een omgevingsvisie. Het sociale wijkteam merkt op dat oudere inwoners vereenzamen. Het speelbeleid wordt herzien. Of vanuit het verenigingsleven ontstaat de behoefte om een multifunctionele sportaccommodatie te ontwikkelen.
Projectteam mét buurtbewoners
Een openbare ruimte die uitdaagt tot bewegen ontwikkel je niet alleen: betrek in de eerste plaats de inwoners die in de buurt wonen. En denk ook aan sportverenigingen en scholen: ook zij hebben een visie op beweegaanbod voor hun leden en leerlingen. Het bundelen van ervaringen en ideeën leidt vaak tot verrassende nieuwe inzichten. Tot slot is ons advies: vraag ook diverse afdelingen van de gemeente aan tafel. Daarmee los je issues rondom bijvoorbeeld gemeentegrond,verkeersveiligheid en beheer snel op.
De wijkscan
Om een goed plan te maken heb je input nodig uit de buurt. Zoek altijd naar een combinatie van feiten en beleving. Om een goed startpunt te hebben voor de feiten, doen we vaak een wijkscan samen met het projectteam. Daarmee verzamel je informatie over de inwoners: bijvoorbeeld aantal inwoners, leeftijdscategorie, eenzaamheid, enzovoorts. Maar ook informatie over dewijk: soort bebouwing, hoeveelheid groen en beschikbare sportaccommodaties.
Creatieve werkvormen
Naast de feiten, gaan we ook op zoek naar beleving en ervaringen. Dat doen we door verschillende creatieve werkvormen in te zetten. Denk aan een enquête uitzetten, met kinderen op ‘safari’ gaan in de wijk of buurt, of een bewonersavond organiseren. Je kunt met kinderen ook hun ‘droomwijk’ bouwen.
In het Valeriuskwartier in Leeuwarden organiseerden we bijvoorbeeld een wijksafari waarin we samen met kinderen - en later met hun ouders - een wandeling door de wijk maakten. De kinderen konden precies aangeven welke routes zij gebruiken, waar ze graag spelen en ook hoe ze spelen. Dat leverde ook voor de gemeente nieuwe inzichten op. De wijk had een grote speelvoorziening, maar wat bleek: kinderen mochten daar niet zelfstandig naartoe vanwege een gevaarlijke oversteek. Zonde, want zo werden de speeltoestellen niet goed gebruikt.

Kansen en prioriteiten
Om inwoners stap voor stap mee te nemen, helpt het als je visuele middelen hebt. Wij werken met kansenkaarten. Hierin laten we alle uitdagingen en mogelijkheden in de wijk zien. Samen met inwoners vergelijk je deze kaart met hun behoeftes, ambities en natuurlijk ook met het beschikbare budget. Een ontwerper maakt het vervolgens nog concreter, door een conceptplan te maken. Hierin krijgen alle gewenste functies (bewegen, spelen, groen, ontmoeten, educatie, cultuur) en activiteiten een plek. Dit presenteren we graag aan de hele buurt, tijdens een leuk event met sportieve activiteiten. Zo kan iedereen feedback geven.
Blijvend effect
Onze jarenlange ervaring in de buurten, wijken en op de schoolpleinen van Nederland heeft ons geleerd: met alleen fysieke maatregelen creëer je geen blijvende beweging. Kijkniet alleen naar fysieke maatregelen, maar ook naar het activiteiten aanbod en de programmering, om mensen daadwerkelijk te activeren. Ook daarbij kun je inwoners vragen waar zij behoefte aan hebben. In Delfzijl ontwikkelden we bijvoorbeeld een beweegtuin, waarbij meteen een beweegcoach werd aangesteld. Die wandelt geregeld binnen bij de dagbesteding voor ouderen die een steuntje in de rug nodig hebben, met de vraag: ‘Wie heeft er zin om even mee te gaan bewegen?’.
Ouderen langer zelfstandig dankzij beweegspellen
Wat heeft overgooien met pittenzakjes, of rondlopen met kettlebells te maken met het dagelijks leven van ouderen? Beweegspellen voor ouderen zijn niet zomaar ontworpen als leuke tijdsbesteding. De oefeningen en bijbehorende materialen dienen een hoger doel: ouderen langer zelfstandig laten genieten van het leven. We leggen uit hoe Nijha’s materiaal daaraan bijdraagt.
Als je ouder wordt, gaan je motorische vaardigheden achteruit. En hoewel niemand afhankelijk wil worden van zorg, zien niet alle ouderen direct de meerwaarde van beweegspellen. Maar wat als je dankzij oefeningen met gewichten langer zelf je boodschappentassen kunt dragen? Of wat als je door je lichaam soepel te houden nog steeds naar de bovenste keukenkastjes kunt reiken, of iets eenvoudigs als je haar nog kunt kammen?
Oefeningen passend bij alledaagse vaardigheden
Vanaf 50 jarige leeftijd verliezen wij jaarlijks 1,8% aan spierkracht. Vanaf 70 jarige zelfs tot 3,5% per jaar. Om zelfredzaam te blijven in het dagelijks leven is het trainen van kracht, uithoudingsvermogen én balans belangrijk. Net zo belangrijk is het trainen van je geheugen. Het maakt niet uit of ouderen nog thuis wonen, of al in een zorginstelling wonen: blijven oefenen op dagelijkse vaardigheden is onmisbaar voor een vitaal leven. De trainers en begeleiders kunnen precies uitleggen aan welke vaardigheden de oefeningen en het materiaal bijdragen. En samen actief zijn in groepsverband maakt het trainen wél zo leuk!
CrossFit: uitdaging voor GALM groepen
Crossfit circuits zijn heel geschikt om tijdens de GALM lessen op kracht te trainen. Bij Crossfit gaat het om het zo snel mogelijk uitvoeren van functionele bewegingen. En dat met een hoge intensiteit. De oefeningen zijn gevarieerd en duren tussen de 30 seconden en 1 minuut, dus veel dynamiek in de les. Een totale work-out duurt 20-30 minuten waarbij het hele lichaam betrokken wordt. Bij oefeningen gaat het om vormen van duwen, tillen, stoten, trekken, gooien, springen, optrekken, ‘rennen’ en combinaties daarvan. En al die acties zijn te vertalen naar het dagelijks leven: het dragen van een zware boodschappentas, het lostrekken van een boodschappenwagen bij de supermarkt of het snel reageren op een onverwacht obstakel.
Rubberflex Grabball houdt de vingers soepel
Stramme vingers werken beperkend. Oefenen met de soft rubber Grabball houdt de vingers langer soepel en verbetert de fijne motoriek. De Grabball is geschikt voor duwen, knijpen, draaien maar ook voor mikken, werpen, vangen en rollen. De bal is makkelijk te vangen en te controleren. Ook inzetbaar bij neurorevalidatie en beweegprogramma’s. Een (jongleer)doek door de gaten ‘rijgen’ is een goede fijnmotorische oefening en maakt de Grabball ook geschikt voor zwaai-oefeningen.
Move Cubes: dobbelstenen met extra functionaliteit
Aan de zachte Move Cubes geef je je eigen invulling. De zes verschillend gekleurde vlakken hebben een insteekhoes waarin kaarten met opdrachten, beelden of symbolen geschoven kunnen worden. Een paar voorbeelden:
- Met stippen- of cijferkaarten wordt het een ‘normale’ dobbelsteen.
- Voor GALM groepen kan de Move Cube voorzien worden van opdrachtkaarten voor een circuit.
- Kaarten met foto’s of tekeningen van objecten (thee kopje, lepel, melk, suiker) worden op een speelse wijze ingezet bij het serveren (of het helpen daarbij) van thee en koffie.
Door de afmeting van 15 x 15 cm zijn de Move Cubes goed zichtbaar en ook vast te pakken door deelnemers met minder grip.
Doe-kleden: meer plezier aan tafel
Voor ouderen die niet meer mobiel zijn bieden de Doe-kleden tal van mogelijkheden om aan tafel te bewegen. Spelenderwijs oefenen de deelnemers de fijne motoriek, werken zij aan de oog-handcoördinatie en trainen ze hun geheugen. De Doe-kleden zijn verkrijgbaar in meerdere uitvoeringen. Van mikspelletjes en woordzoekers tot geheugentraining en traditioneel ganzenbord. Ieder Doe-kleed komt met een set spelmaterialen en spelkaarten. Deze bieden inspiratie voor zowel de professionals als familie en vrijwilligers. Zij kunnen direct met de Doe-kleden aan de slag waardoor het Doe-kleed de hele dag door ingezet kan worden.
Lesmethodes voor het speellokaal
Het is een hele klus om elke week weer originele gymlessen voor kleuters te bedenken. Terwijl het zo belangrijk is dat kinderen veel variatie hebben in de bewegingen die ze leren maken. Gelukkig is het niet nodig om alles zelf te bedenken. In dit artikel zetten we – zonder uitputtend te zijn – verschillende werkboeken en methoden op een rij voor bewegingsonderwijs aan kleuters.
De verschillende lesmethoden voor kleuters
Bewegingsonderwijs in het speellokaal
- Een flexibele methode voor bewegingsonderwijs aan kleuters.
- Een praktisch boek waarmee elke basisschool een eigen jaarplan en weekrooster kan maken.
- Een boek vol suggesties en praktische tips.
- Uitgave 2020: Publicatiefonds 't Web ISBN 978-90-73218-00-0.
Basisdocument bewegingsonderwijs
- Er worden 12 leerlijnen uitgewerkt die corresponderen met de kerndoelen.
- Er zijn beschrijvingen opgenomen over de bewegingsactiviteiten, zoals arrangement, regels en afspraken met kinderen.
- Boek inclusief CD-rom die inzicht geeft in de leerlijnen en tussendoelen met behulp van 200 filmfragmenten.
- Uitgave Jan Luiting Fonds.
Direct aan de slag met activiteiten in het speellokaal
Beter bewegen met kleuters
- Boek met 56 uitgewerkte lessen, 7 observatie- en evaluatielessen en 3 suggesties voor een speldag.
- Kinderen worden gestimuleerd om elkaar te helpen en om zelfstandig te werken.
- Uitgave 1996: Hbuitgevers.
Remediemap bewegingsonderwijs
- De map is specifiek voor motorische remedial teaching (MRT).
- Het bestaat uit bewegingsspelkaarten. Deze vergroten de mogelijkheden om met kinderen "op maat" te spelen. Met name ouderparticipatie is met behulp van deze kaarten mogelijk. Ook zijn er publicaties opgenomen voor het praktisch invullen van motorische remedial teaching.
- Uitgave 1999: Stichting Motorische Remedial Teaching in Beweging.
Gratis activiteiten
Wij hebben activiteiten opgesteld voor het speellokaal. De activiteiten hebben betrekking op verschillende leerlijnen en zijn te differentiëren. Schrijf je in en ontvang 6 weken lang een activiteit. Vraag het hier aan
16 aandachtspunten bij het inrichten van een speellokaal
Jouw school gaat een nieuw speellokaal inrichten. Waar begin je dan? Hoe zorg je dat je het veilig inricht? En welke materialen moet je aanschaffen? Nijha heeft 16 aandachtspunten op een rij gezet om je op weg te helpen.
- Zet bij nieuwbouw alle wensen op papier, zodat je die kunt meenemen in de bouwtekening. Een bouwkundige aanpassing door de architect kan alleen zonder kosten in de schetsfase. De inhoudelijke en functionele waarde moet je zelf aan geven;
- Houd bij de inrichting rekening met de manier waarop je les wilt geven (klassikaal of in groepen). Bij klassikale lessen staat één bewegingsactiviteit centraal, bij een les in groepen biedt je meerdere activiteiten tegelijk aan.
- Bekijk de ontwikkelingen qua leerlingenaantal van jouw school en bepaal op basis van de aantallen de hoeveelheid inventaris.
- Wordt de nieuwe school een Brede School? Inventariseer dan het extra gebruik van het speellokaal door bijvoorbeeld peuterspeelzaal, kinderopvang, of BSO. Welke materialen heb je dan (extra) nodig?
- Heeft het speellokaal een multifunctioneel karakter? Zo ja, dan heb je een geluidwerende en stevige (balvaste) wand nodig.
- Het speellokaal moet een sportvloer hebben, ook als het lokaal een multifunctioneel karakter heeft. De sportvloer moet bovendien voldoende demping geven.
- De minimale afmeting voor een speellokaal is 84 m2.
- De berging moet minimaal 8 m2 en 260 cm hoog zijn, zodat je ladders staand kunt plaatsen.
- De berging moet goed bereikbaar zijn en aansluiten op de werkvloer.
- Wordt het speellokaal verdiept aangelegd? Zo ja, kijk dan kritisch naar de trap. Deze mag geen scherpe hoeken hebben en moet duidelijk afsteken bij de werkruimte. De trap mag geen onderdeel zijn van de werkruimte en moet dus buiten de 84 m2 vallen.
- Is er een voldoende sterke draagconstructie in het plafond aangebracht om één of meer zwaaipunten aan te kunnen brengen?
- Welk plafond komt er in het lokaal? Een systeemplafond is niet wenselijk. Het plafond moet zo egaal mogelijk en balvast zijn. Als er een systeemplafond gepland staat, stel dan als eis dat de platen geborgd worden en niet opwippen als er een bal tegenaan komt.
- Zorg ervoor dat de verlichting voldoende weggewerkt en balvast is.
- Er mogen geen uitstekende delen in het lokaal voorkomen. Een verwarming moet afgeschermd zijn, deuren moeten naar buiten toe opengaan en lichtknoppen moeten vlak op de muur zijn aangebracht (en balvast zijn).
- Zorg dat de wanden van het lokaal vlak afgewerkt zijn en geen gruis loslaten bij balcontact. Uit budgetoverwegingen kiezen scholen regelmatig voor een grove steen. Dit is vanuit veiligheid (ARBO) niet goed te keuren. Als je geen andere steensoort kunt kiezen, stel dan als eis dat de wand bekleed wordt of dat er een coating over de steen komt. Dit voorkomt blessures, spaart balmateriaal en voorkomt dat de sportvloer beschadigt.
- Houd bij de inrichting van een speellokaal rekening met de actuele KVLO Basisinventarislijst Speellokaal.
8 tips voor het indelen van een schoolplein
Ben je bezig met het indelen van een nieuw schoolplein of het herinrichten van een bestaand schoolplein? Hieronder vind je 8 tips voor een goede indeling van het plein.
1. Bepaal de routes op het schoolplein
Voor een goede indeling is het noodzakelijk om eerst te kijken naar looproutes en rijroutes op het plein. Een looproute is de route die kinderen lopen van school naar de zandbak en de berging maar ook naar de uitgang. Een rijroute is de route voor kruiwagens en karren. De speelelementen die je op het schoolplein plaatst, mogen deze routes niet blokkeren.
2. Voorkom ongelukken op het schoolplein
Toestellen zoals schommels en draaitoestellen, vragen extra aandacht bij de inrichting van het schoolplein. Rennende kinderen snijden graag een stukje af. Ze mogen dan natuurlijk niet in botsing komen met schommelende kinderen of kinderen die van een draaiend toestel afspringen. De plaats van schommels en draaitoestellen moet dus duidelijk op afstand liggen van loop- en rijroutes.
Creëer rust en zones op het schoolplein
3. Berging
Zorg dat de berging direct aan het plein ligt. Dit klinkt als een open deur, maar er zijn vele voorbeelden uit de praktijk waar de berging een onlogische plek heeft gekregen. Denk daarnaast ook alvast na over de inrichting en indeling van de opbergruimte. Dit kan tijdens gebruik veel irritaties voorkomen. Tip: maak hogere groepen verantwoordelijk voor de uitleen van materialen en het opruimen.
4. Rust voor de kinderen
Van hun speeltijd besteden kinderen 30% aan kijken, observeren en bijkletsen. Creëer daarom ook een rustige hoek. Laat loop- en rijroutes niet kort langs deze zit/kijkhoek lopen. Kinderen moeten zich ook kunnen afzonderen en andere kinderen ongestoord kunnen bekijken/ observeren. Het mooiste is als deze beschutte plek aan de zonkant ligt en aan de achterkant afgeschermd is.
5. Leeftijden uit elkaar
De ruimtelijke indeling van het schoolplein bepaalt voor een groot deel de verdeling van de leerlingen tijdens het buitenspel. De speeltoestellen moeten goed aansluiten bij de leeftijdsgroep waarvoor ze bedoeld zijn en kinderen uitdagen en aantrekken. Vaak richten scholen een zone in voor de onderbouw en een zone voor de bovenbouw.
Blijf aansluiten op de beleveringswereld
6. Aansluiten bij de belevingswereld
Speeltoestellen moeten aansluiten bij de ontwikkelingsfase van kinderen. Voor kinderen in de onderbouw zijn fantasie en rollenspel belangrijk. Denk hierbij aan speelhuisjes. Voor kinderen in de middenbouw moet je meer denken aan klimmen & klauteren en voor kinderen in de bovenbouw aan sporten.
7. Zon en schaduw
Het ene speelelement moet juist in de zon staan en het andere juist in de schaduw. Plaats een zandbak in de ochtendzon, zo kan het zand snel drogen. Plaats een glijbaan zo, dat de zon niet de hele dag op de glijgoot brandt.
8. Beplanting op en rond plein
Struiken hebben een ongelooflijke aantrekkingskracht op kinderen. Het is spannend en prikkelt de fantasie. Kies voor struiken die tegen een stootje kunnen. Met de komst van groene schoolpleinen is het beplanten van een plein steeds belangrijker geworden.
