Zoeken
Artikelen
Doe de 1 minuut bureauchallenge!
Hey jij! Zit jij momenteel op je bureaustoel? Of heb je nog niet genoeg bewogen vandaag? Je bent niet de enige. In Nederland zijn we ‘kampioen zitten’ en halen maar weinig mensen de minimale beweegnorm. Laten we daar wat aan doen. Bewegen kan namelijk heel makkelijk zijn en zit in de kleine dingen, kijk zelf maar!
1 minuut planken
Pak de timer erbij en ga 1 minuut in de plankhouding. Ga op je buik liggen en zet je onderarmen (of handen) stevig op de grond. Duw jezelf omhoog zodat je lichaam een rechte plank vormt van schouders tot hielen, en span je buik- en bilspieren aan. Houd je rug recht en laat je heupen niet zakken of omhoogkomen. Na 1 minuut ben je klaar en kun je weer aan het werk (met frisse energie 😉). Krijg jij je collega’s ook zover?
Niet uitdagend genoeg? Tik dan tijdens het planken met je linkerhand op de rechterschouder, en daarna met je rechterhand op de linkerschouder. Hou dit ook 1 minuut vol.
Ga op 1 been staan
Probeer eens een minuut lang op 1 been te staan. Simpel, maar uitdagend en leuk. Heb jij de balans om dit te doen?
Doe een wall-sit
Ja, je mag weer zitten. Maar niet op je stoel deze keer! Ga met een rechte rug en gebogen knieën (90 graden hoek) tegen de muur zitten. Je voeten staan plat op de grond. Hoelang kun jij dit?
Meer uitdaging nodig? Probeer de wall-sit dan eens op 1 been. Strek de ander recht vooruit. Of pak wat zwaars en hou dit vast tijdens je wall-sit. Wat je ook doet, gewoon gaan!
Push-up challenge
Hoeveel push-ups kan jij in 1 minuut? Ga op handen en tenen staan met je armen recht onder je schouders en je lichaam in een rechte lijn. Zak door je armen tot je borst bijna de grond raakt en duw jezelf daarna weer omhoog.
Ga tegen de muur staan
Ga met je rug tegen een muur of deur staan. Waarbij je hakken, billen, rug en schouders de muur of deur raken. Doe nu de armen omhoog langs je oren. Lukt het om de armen ook tegen de muur te drukken zonder dat de rug of benen loskomen van de muur?
Hoe de inrichting van je speellokaal je lessen kan verbeteren
In steeds meer lessen bewegen we weg van puur klassikaal lesgeven. Er is meer ruimte voor differentiatie, zelfstandig werken en kleine groepen. Er gebeurt veel tegelijk. Ook in het speellokaal. Dat maakt je inrichting cruciaal. Want hoe je lesgeeft, bepaalt in grote mate of je speellokaal werkt… of tegen je werkt.
De invloed van je lesvorm op de ruimte
Een speellokaal is nooit neutraal. De manier waarop je het inricht, stuurt gedrag:
- waar kinderen naartoe gaan
- hoeveel ze bewegen
- of ze moeten wachten of direct aan de slag kunnen
Daarmee ondersteunt de ruimte (onbewust) een bepaalde manier van lesgeven.
Klassikaal, in groepjes of stroomvorm
Veel speellokalen worden ingericht vanuit het materiaal en/of de gehanteerde methode. De wijze van lesgeven wordt vaak niet meegenomen bij de materiaalkeuze. En dat is jammer, want het meenemen van de lesvorm kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de locatie van de vaste elementen aan de wand of het plafond. Ook kan de sportvloer al voorzien worden van belijning die de lesvorm ondersteunt.
Klassikaal lesgeven
Bij klassikaal lesgeven ligt de nadruk op:
- gezamenlijke instructie
- één activiteit tegelijk
- duidelijke start- en stopmomenten
Een inrichting die hierbij past:
- biedt veel dezelfde mogelijkheden
- biedt overzicht voor de leerkracht
- stuurt de groep als geheel door de les
Dat geeft rust en duidelijkheid. Tegelijkertijd betekent het vaak dat kinderen op elkaar moeten wachten en dat er minder ruimte is voor verschillen in tempo of niveau.
Werken in groepen
Bij werken in groepen, verandert de dynamiek in het speellokaal:
- er vinden meerdere activiteiten tegelijk plaats
- kinderen werken op verschillend niveau en tempo
- er is meer ruimte voor eigen keuzes
Dat vraagt om een andere inrichting:
- meerdere zones in plaats van één centrale opstelling
- verschillende instappunten, zodat niet iedereen hoeft te wachten
- materiaal dat uitnodigt tot zelfstandig starten
Als er bij de inrichting onvoldoende is nagedacht over de wijze van lesgeven, dan is de kans groot dat er te weinig losse attributen zijn om goed te kunnen variëren en meerdere vakken te voorzien van materialen.
Werken in stroomvorm
Bij werken in stroomvorm, is sprake van een doorgaande baan waarbij
- differentiatie ingebouwd is in de materiaalopstelling
- kinderen zelf keuzen maken voor makkelijk of moeilijk
- iedereen uitgedaagd wordt op eigen niveau en succes kan beleven
Dat vraagt om een andere inrichting:
- die makkelijk aanpasbaar is in niveaus
- met veel verschillende verplaatsbare elementen
- materialen die breed inzetbaar zijn en meerdere functies hebben
Werken in stroomvorm en werken in groepen liggen dicht bij elkaar als het gaat om in te zetten materialen. Het liefst veel variatie om optimaal aan te sluiten bij het beweegniveau.
Een speellokaal die je de ruimte geeft
De oplossing zit meestal niet in kiezen voor óf klassikaal óf groepsgericht werken. Sterker nog: in de meeste lessen wissel je juist tussen die vormen. Je start samen, werkt in groepen en sluit weer gezamenlijk af. Dat vraagt om een speellokaal dat beide kan ondersteunen.
Een goed ingericht speellokaal:
- biedt ruimte voor een gezamelijke start
- maakt het mogelijk om daarna uit te waaieren in groepen
- voorkomt wachttijd door spreiding
- nodigt uit tot zelfstandig bewegen
Je inrichting hoeft niet volledig anders om beter aan te sluiten bij groepsgericht werken. Vaak zit de winst in kleine aanpassingen:
- anders positioneren van materialen. Hiervoor hebben we Dorack ontwikkeld: de productlijn waarmee je binnen no-time opstellingen maakt in het speellokaal.
- verplaatsbare materialen afstemmen op werken in groepen of stroomvorm
- meerdere routes creëren in een opstelling
Ben je benieuwd of jouw speellokaal nog extra mogelijkheden biedt of wil je de verouderde inrichting (gefaseerd) vernieuwen? Neem dan contact op met Nijha. We adviseren je graag!
Veiligheid van sportinventaris voor onderwijsgebruik
De veiligheid van sportinventaris is een verantwoordelijkheid die gedeeld wordt door verschillende partijen. Als vakleerkracht lichamelijke opvoeding heb je dagelijks te maken met de praktische aspecten van deze verantwoordelijkheid. Erik Spiegelenberg, beweegspecialist bij Nijha, heeft een artikel in het LO magazine geschreven over dit onderwerp. Dit artikel biedt inzicht in de verantwoordelijkheden, technische eisen en praktische implicaties rondom de veiligheid van sportinventaris. Met als doel om de fysieke veiligheid van lesgever en leerling optimaal te borgen. Download hieronder het volledige artikel of lees door voor de samenvatting.
Inspectie en onderhoud
Regelmatige inspectie van sportinventaris is onderdeel van de algemene zorgplicht die voortvloeit uit het Burgerlijk Wetboek, de Arbowet en de Woningwet. Inspecties helpen ongevallen te voorkomen, beperken aansprakelijkheidsrisico’s en dragen bij aan een langere levensduur van toestellen. Inspectie en onderhoud kunnen worden opgenomen in de RI&E van de school.
Een inspectie is altijd een momentopname. Een toestel dat vandaag is goedgekeurd, kan door intensief gebruik of schade later alsnog onveilig worden. Daarom is naast periodieke professionele inspectie ook dagelijkse alertheid van gebruikers noodzakelijk.
Normen en wetgeving
Voor gym- en sporttoestellen worden NEN-EN-normen gehanteerd, zoals NEN-EN 913. Deze normen geven technische richtlijnen voor veiligheid, maar zijn niet wettelijk verplicht, tenzij hier expliciet naar wordt verwezen in wet- of regelgeving. Afwijkingen van de norm zijn mogelijk, mits kan worden aangetoond dat het veiligheidsniveau gelijkwaardig is.
Sinds december 2024 geldt daarnaast de Europese General Product Safety Regulation (GPSR). Deze wetgeving vereist dat producten veilig zijn bij normaal en voorzienbaar gebruik. NEN-EN-normen vormen hierbij een belangrijk technisch uitgangspunt, maar de beoordeling blijft contextafhankelijk.
Inspecteren versus keuren
Inspecteren en keuren zijn verschillende processen. Inspectie betreft het systematisch beoordelen van de staat en veiligheid van sportinventaris, met rapportage en adviezen. Keuren is wettelijk verplicht voor bepaalde speeltoestellen en elektrisch aangedreven toestellen en resulteert in een formeel goedkeuringscertificaat. Voor de meeste conventionele gymtoestellen geldt geen keuringsplicht, maar wel een inspectieverplichting vanuit de zorgplicht.
Verdeling van verantwoordelijkheden
De verantwoordelijkheden zijn duidelijk verdeeld:
De accommodatie-eigenaar (school of gemeente) is verantwoordelijk voor structureel onderhoud, professionele inspecties en tijdige vervanging van defect of afgeschreven materiaal.
De school als werkgever moet zorgen voor een veilige leer- en werkomgeving, inclusief duidelijke procedures voor het melden en opvolgen van gebreken.
De vakleerkracht lichamelijke opvoeding is verantwoordelijk voor veilig gebruik van de materialen, het uitvoeren van visuele controles en het melden van onveilige situaties. Defect materiaal wordt niet ingezet.
Aansprakelijkheid
Bij ongevallen wordt gekeken naar de staat van de inventaris, het onderhoud en inspectiebeleid en het gebruik van het materiaal. Nalatigheid in onderhoud of inspectie kan leiden tot aansprakelijkheid van de accommodatie-eigenaar of werkgever. Het blijven gebruiken van bekend ondeugdelijk materiaal kan, in uitzonderlijke gevallen, leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van de lesgever.
Conclusie
Veiligheid van sportinventaris is geen eenmalige handeling, maar een continu proces. Door heldere verantwoordelijkheden, regelmatige inspecties en alert handelen in de dagelijkse praktijk kan een veilige leeromgeving worden geborgd. Zo blijft bewegingsonderwijs niet alleen uitdagend en leerzaam, maar vooral ook veilig.
De Beweegbox
Bij veel bewegend leren producten wordt veel inspanning gevraagd van de leerkracht; getalkaartjes maken, wisbordjes regelen, enz. Ongemerkt kost dat best veel tijd. Met De Beweegbox hoeft dat niet meer; alle benodigde activiteiten en daarbij benodigde materialen zitten in één handige box.
De Beweegbox biedt een uniek lespakket dat naast elke reguliere lesmethode inzetbaar is. De kerndoelen van het SLO zijn gebruikt als leidraad in de ontwikkeling van De Beweegbox. Het is een verrijking op het bestaande aanbod en niet een opzichzelfstaande lesmethode.
Locatie
Voor de activiteiten is ruimte nodig om te kunnen bewegen. Dit kan bijvoorbeeld in een brede gang, een speelzaal of gymzaal, maar het liefst in de buitenruimte.
Ervaring uit het werkveld
“De Beweegbox is echt top! Wij maken er met heel de school dagelijks gebruik van. Het is makkelijk te gebruiken, want alle materialen zitten erbij. Van uitleglessen, spelkaarten, kaartjes als zowel materialen. De kinderen zijn bewegend aan het leren en hebben er plezier in.” ~ Noortje Bolte - Leerkracht Zilverackers

Inhoud van De Beweegbox
Elke Beweegbox bevat zo’n 80 spelkaarten. Een spelkaart beschrijft het doel, de benodigde spelmaterialen en bevat een korte instructie om makkelijk en snel met een activiteit aan de slag te gaan. De professional kan inschatten of de leerlingen eraan toe zijn om het leerdoel op een bewegende manier te beoefenen.
Versies
De Beweegbox is er in vier versies. Elke Beweegbox sluit aan op de doelen van de betreffende leerjaren.
Onderdelen
- Spelkaarten
- Leermatten en getallenlijnen
- Oefenkaartjes
- Spelmaterialen
- Werkbladen
.avif)
Inspectie en onderhoud van springkasten
De levensduur van je springkast wordt beïnvloed door meerdere factoren waar de normlijsten geen rekening mee houden. De normlijst gaat uit van het gemiddelde, maar jouw accommodatie kan daarvan afwijken. Springkasten worden vooral gebruikt door gymverenigingen en scholen. Hier worden groepen steeds groter en de situaties waarin de springkast wordt ingezet veranderen. De gebruiksfrequentie en gebruiksintensiteit neemt hierdoor toe. Hoe is dat bij jouw accommodatie? Het is belangrijk om hier inzicht in te krijgen. Dit heeft invloed op de levensduur van je springkast.
Meer dan een kast om over te springen
Naast een object om overheen te springen, wordt de kast ook ingezet in hindernisbanen, conditie circuits en als attribuut om banken aan te hangen. En een omgekeerde kastkop wordt gebruikt als opbergplek voor ballen. Een springkast wordt dus breed ingezet. Al deze gebruikstoepassingen kunnen naast een grote druk op de levensduur, ook tot hogere onderhoudskosten leiden.
Voorkomen van onderhoudskosten
- Het is belangrijk dat de wieltjes schoon zijn en worden gehouden. We zien vaak dat wieltjes niet meer goed werken door haren en overtallig stof. Hier kun je jezelf goed tegen verzetten door deze te controleren op vuil.
- Wanneer de springkast in de berging wordt geplaatst, moet deze altijd van het verrol af worden gehaald. Dit voorkomt constante leuning van de kast op het verrol.
- Het leerdek van de kast kan worden aangetast door het gebruik. Om beschadiging tegen te gaan zou het leerdek 1 á 2 keer per jaar moeten worden ingesmeerd met ledervet.
- Door slim te ontwerpen, beperken we de onderhoudskosten tot een minimum. De springkast van Nijha is voorzien van een ‘verende verrol’. Als kinderen tijdens het verplaatsen op de kast gaan zitten, dan zakt de kast op de grond. Zo voorkomen we overbelasting van de verrol en het onderste kastdeel. Daardoor heb je minder onderhoudskosten.
- De hoeken van onze springkasten zijn versterkt en voorzien van een beuken vormdeel. Dit voorkomt beschadiging van de hoekconstructie. Bovendien draagt het eraan bij dat de kast langer stabiel en onderhoudsvrij blijft.
Zo zet je bewegend leren in
Tafels leren, spellen en jaartallen uit je hoofd leren: veel kinderen doen liever een potje voetbal op het schoolplein. Gelukkig is Bewegend Leren in opkomst: dat combineert het beste uit beide werelden. Kinderen zijn lekker fysiek actief, en doen intussen kennis op over bijvoorbeeld taal en rekenen. Hoe dat werkt voor jouw klas? In dit artikel geven we je een aantal tips.
Bij Bewegend Leren gebruik je bewegen als middel om kinderen iets te leren. De gedachte daarbij is dat kinderen lesstof sneller opnemen, omdat ze erbij bewegen.
Bewegend leren en rekenen
Rekenvaardigheden zijn bij uitstek geschikt om op een bewegende manier aan te leren. We geven je wat inspiratie:
- Tafels leren: Zet pionnen met cijfers neer en kies een tafel uit (bijvoorbeeld de tafel van 4). Laat kinderen met een voetbal mikken op een willekeurig getal. En noem de vermenigvuldiging van dat getal met de tafel van 4.
- Meten met tweetallen: Zet een streep op de vloer. Eén kind zet met 2 voeten af en springt zo ver mogelijk. Een ander kind heeft de rolmaat en meet de afstand. Hoeveel centimeter is er gesprongen? Wie van de twee springt het verst? Of wie landt met de hakken het dichtst bij 75 cm?
- Optellen en aftrekken: Rol met 2 dobbelstenen waarop getallen zichtbaar zijn. Wat is de optelsom van de 2 worpen? Trek het laagste getal van het hoogste getal af. Maak zoveel kikkersprongen als de uitkomst.

Bewegend leren voor geschiedenis en aardrijkskunde
Misschien minder voor de hand liggend, maar ook vakken als geschiedenis en aardrijkskunde kun je kinderen prima bewegenderwijs aanleren. Zo doe je dat bijvoorbeeld:
- Aardrijkskunde: Hang kaartjes op met afbeeldingen van de continenten. Hang ze een beetje hoog. Stop afbeeldingen van dieren in de Move Cube dobbelsteen. Laat kinderen rollen met de dobbelsteen. Bij welk continent past dat dier? Kinderen tikken al springend het kaartje van het juiste continent aan.
- Geschiedenis: Hang kaartjes met jaartallen aan het plafond. Maak kaartjes met vragen. Welk getal komt het dichtst bij de Middeleeuwen? Wanneer viel de Berlijnse muur? Wanneer stopte de 2e wereldoorlog? Laat de kinderen springen naar jhet juiste jaartal.
Bewegend leren en taal
Ook taal kun je kinderen al bewegend aanbieden. Hoe dan? Bekijk onderstaande voorbeelden:
- Spellen: Hang kaartjes op met alle letters. Hang ze een beetje hoog. Bedenk een woord. Laat kinderen springend de letters aantikken in de juiste volgorde. Voorbeeld: b-u-s.
- Spellingscategoriën: Leg kaartjes op de grond met ‘ng’ en ‘nk’. Noem woorden met die klank. Kinderen moeten zo snel mogelijk achter het kaartje gaan staan met de juiste spelling.
- Engels leren: Hang antwoordkaartjes aan het plafond met Yes en No. Stel kinderen vragen in het Engels. Laat hen al springend het juiste antwoordkaartje aantikken.
Bewegen op het schoolplein in het voortgezet onderwijs
Tot en met groep 8 spelen kinderen van de basisschool nog volop met veel plezier op het schoolplein. Na de zomervakantie gaan ze naar de brugklas en dan is het spelen helemaal over. Wat is er in die zomervakantie gebeurd? Hoe zorg je dat leerlingen van de middelbare school meer bewegen tijdens pauzes en tussenuren?
Met het afsluiten van de basisschool en start op het voortgezet onderwijs veranderen kinderen. Van de oudsten op school zijn ze ineens weer de jongsten, de sociale setting is anders en de hormonen spelen op. Allemaal ingrediënten die invloed hebben op hoe kinderen zich gedragen op school. Opeens is het niet meer ‘chill’ om te schommelen, al zal elke middelbare scholier dat nog graag doen. Om ze te verleiden tot bewegen is meer nodig dan het plaatsen van een pannakooi, of tafeltennistafel. Wat brengt jongeren wél in beweging?
De ‘stenen’ praktijk
Waar het bij basisscholen heel gebruikelijk is om schoolpleinen beweegvriendelijk in te richten, is de buitenruimte bij het voortgezet onderwijs wat betreft bewegen jarenlang buiten beeld geweest. De buitenruimten rondom scholen voor voortgezet- en beroepsonderwijs zijn vaak stenig en de nadruk lag met name op ontmoeten. Vaak in de vorm van zit- en hangplekken. Opvallend, omdat we juist deze doelgroep aan het bewegen willen krijgen en houden. Gelukkig zien we een trend dat scholen voor voortgezet onderwijs - naast het bewegingsonderwijs en de sportkennismakingslessen - initiatieven nemen om jongeren meer in beweging te krijgen. Hoe pak je dat aan?
Vraag jongeren naar hun behoefte
Het is een open deur: maar haal actief wensen en ideeën op bij de leerlingen zelf. Dat levert de meest waardevolle input op om tot een succesvolle beweeg-actieve inrichting te komen. Betrek leerlingen uit meerdere leerjaren vanaf de eerste plannen. Laat ze meepraten, maar geef ze vooraf ook de kaders waarbinnen beweegactiviteiten plaats kunnen vinden (locatie, budget, ...). Ervaring leert dat leerlingen graag mee willen denken. Om hen te helpen bij het stellen van prioriteiten, kun je hen vragen om hun wensen en hun eisen in aparte lijstjes op te schreven. Voorkom dat begeleiders vanuit hun eigen perspectief gaan sturen.
Van visualisatie naar ontwerp
Abstract denken is best lastig voor leerlingen. Wat helpt om hun wensen vorm te geven, is hen een maquette of model te laten maken. Dat dwingt de jongeren om na te denken over proporties en functies in relatie tot de beschikbare locatie(s). Dit onderdeel zou onderdeel kunnen zijn van de lessen binnen de creatieve vakken.
Op basis van de wensen en ideeën die je ophaalt, kan een landschapsontwerper een vlekkenplan maken. Daarmee breng je de grove indeling van de locatie in beeld, inclusief verkeersstroken (fietsen, logistiek, enz.). Vervolgens ga je via een voorlopig ontwerp naar een definitief ontwerp.
Wat vraagt het van de school en docenten
Accepteer dat wat leerlingen graag willen, lang niet altijd past bij de ideeën die de school heeft bij de pleininrichting. Beoordeel de ideeën vooral op basis van de aangegeven kaders. Daarmee voelen leerlingen zich serieus genomen en zullen ze na de realisatie ook ‘staan’ voor de gekozen oplossing. En … ‘goed voorbeeld doet goed volgen’. Hoe gaaf is het om op het plein een buitenklas te realiseren, of om op vrijdagmiddag als docenten samen met de leerlingen actief te zijn? Van een sport-battle tot chillen in de hangmatten.
3 extra tips bij het proces van schoolpleininrichting
• Betrek al in een vroeg stadium een professional voor het ontwerp. Deze kan de wensen vertalen in een juiste zonering, zodat de verschillende pleinfuncties elkaar niet in de weg zitten en de invulling aansluit op de uitgangspunten en wensen.
• Bewegen is belangrijk maar neem in de plannen ook mee dat het plein prettig is om te verblijven en houd bij zitplekken ook rekening met mogelijkheden om buiten te studeren.
• Is extra financiering nodig, begin dan vroegtijdig met een aanvraag bij fondsen, de doorlooptijd kan aardig oplopen.
Best practices
Het Assink Lyceum in Neede doorliep bovenstaand traject. De inrichting is heel anders geworden dan op de meeste schoolpleinen aanwezig is. Maar: het doet recht aan de ideeën die naar voren kwamen tijdens de participatiesessies met leerlingen en docenten. Een mooi voorbeeld dat leerlingen uit het voortgezet onderwijs best nog willen bewegen op het schoolplein, maar dan wel op basis van wat hén boeit.
Het VMBO Helicon uit Kesteren heeft een Sport- en Fitnesstuin gerealiseerd bij de school. Met outdoor fitnesstoestellen, een pannaveld en interactief stoepranden. Leerlingen vinden het geweldig en zijn meer gaan bewegen in de buitenlucht.
Onderwijscentrum ’t Roessingh in Enschede, voor kinderen met een beperking, koos bewust voor een aangepast Cruyff Court met daaromheen beweegaanleidingen. Zo kunnen meerdere activiteiten naast elkaar plaatsvinden en is er ruimte voor differentiatie. Ook de omliggende wijk maakt er dankbaar gebruik van.
Onderwijscentrum ’t Roessingh in Enschede, voor kinderen met een beperking, koos bewust voor een aangepast Cruyff Court met daaromheen beweegaanleidingen. Zo kunnen meerdere activiteiten naast elkaar plaatsvinden en is er ruimte voor differentiatie. Ook de omliggende wijk maakt er dankbaar gebruik van.
Tips inspectie en onderhoud van matten
Matten worden intensief gebruikt in het bewegingsonderwijs, maar bijvoorbeeld ook door turnverenigingen. Wat zijn de afschrijftermijnen van die matten? Welk soort mat gaat het langst mee? En waarom mag je afgekeurde matten niet als reserve of voor éxtra veiligheid gebruiken?
Wat is de afschrijftermijn voor matten?
De basisinventarislijst van de KVLO geeft aan wat de gemiddelde afschrijftermijn is voor sportmateriaal: bijvoorbeeld 8 jaar. In de praktijk kan het zijn dat een mat al na 6 jaar wordt afgekeurd, ofwel is afgeschreven. Dat komt omdat het werkelijke gebruik altijd belangrijker is, dan het landelijke gemiddelde. Jouw matten worden intensiever gebruikt als naast basisonderwijs, ook voortgezet onderwijs er gebruik van maakt. Een turnvereniging gebruikt de matten intensiever dan een badmintonvereniging. Al deze factoren spelen mee om een goed beeld te krijgen van de juiste afschrijftermijn van de matten in jouw specifieke accommodatie.
Hoe maak ik een goede begroting voor het afschrijven van mijn matten?
Het goed inschatten van de afschrijftermijnen is belangrijk om tot een realistische exploitatiebegroting te komen. Als jouw matten door intensief gebruik geen 8 jaar, maar 6 jaar meegaan: dan heb je een gat in de begroting. Ons advies is om een meerjarenbegroting te maken voor de volledige inventaris van jouw accommodatie – gebaseerd op het daadwerkelijke gebruik in de praktijk. En als het gebruik van jouw accommodatie wijzigt omdat er andere verenigingen actief zijn, of nieuwe sporten (zoals freerunning) worden aangeboden: pas dan ook de afschrijftermijnen aan.
De ene mat is de andere niet
Een afschrijftermijn staat niet op zich. Het heeft een directe relatie met de kwaliteit van een product. Een kwalitatief goede mat, met juiste vulling en hoes, gaat langer mee dan een goedkoper alternatief. Het is dus belangrijk om bij de aanschaf al een goed beeld te hebben van het gebruik en daar de kwaliteit van sportinventaris op af te stemmen. Twee tips:
- Een goedkopere vulling op polyether basis is losser van samenstelling en geeft minder demping is dan bij een (duurdere) compacte vulling. Bij veelvuldig landen op dezelfde plek wordt de vulling zo dun wordt dat de mat tijdens de zaalinspectie sneller afgekeurd wordt.
- De wijze van opbergen heeft invloed op de levensduur. Het beste is de matten horizontaal op te bergen. Bij verticale berging (staand op een mattenwagen of hangend aan klittenband aan de muur) drukt de zwaartekracht op de lijmverbindingen van de polyether delen. Gevolg is dat de vulling ‘uitzakt’ en aan functionaliteit verliest.
Focus op investering of exploitatie
Zeker bij nieuwbouw of renovaties van sportaccommodaties worden nog wel eens een concessie gedaan aan de kwaliteit van de inventaris, omdat anders het beschikbare investeringsbudget overschreden wordt. Daarbij vergeten eigenaren vaak dat een goedkoper product wel binnen de investering past - maar korter meegaat. Een goedkopere mat, moet je eerder afschrijven. Ervaring leert dat dit extra druk geeft op de exploitatiebegroting en leidt tot ontevreden gebruikers. Vooraf meer investeren, betaalt zich later terug.
Gedifferentieerde huurbedragen?
Gebruik van sportinventaris door turnverenigingen draagt bij aan een versnelde afschrijving. Vraag is of turnverenigingen dan ook een andere huurprijs zouden moeten betalen voor een sportaccommodatie dan bijvoorbeeld een badmintonvereniging. Door een extra bijdrage in de huurprijs te verwerken voor versnelde afschrijving, blijft je in staat om beide verenigingen binnen te houden.
Mag ik afgekeurde matten gebruiken als extra zekerheid bij springactiviteiten?
Ons advies is om afgekeurde materialen uit de sportaccommodatie te verwijderen. Dat lijkt logisch, maar in de praktijk gaat het vaak anders. Hoe zit het met de risico’s en aansprakelijkheid?
- Als tijdens een inspectie de matten worden afgekeurd, dan wordt dit duidelijk aangegeven, zowel op het inspectierapport als op de matten. Gebruikers zien dus dat de matten zijn afgekeurd.
- Als je deze matten toch inzet, is er sprake van opzettelijk gebruik van afgekeurd materiaal. Bij een ongeval kan "nalatigheid in handelen" verweten worden.
- Ook bij het inzetten van een afgekeurde mat als extra zekerheid bij een springsituatie is sprake van nalatigheid in handelen.
Stel dat een sporter zich ernstig blesseert bij de uitloop na een sprong. Deze blessure ontstaat op een afgekeurde mat. Als de trainer aansprakelijk gesteld wordt, kijkt de verzekeraar naar de situatie waarin de blessure ontstond. Als blijkt dat er afgekeurd materiaal gebruikt is, komt de aansprakelijkheid snel bij de lesgever of trainer te liggen. Het feit dat de blessure waarschijnlijk veel erger zou zijn als die (afgekeurde) mat er niet gelegen zou hebben, is voor de verzekeraar niet relevant. Kortom: nóg een argument om tijdig te investeren in vervanging van de matten!
Basisinventarislijst speellokaal en Handboek huisvesting speellokaal
Het speellokaal is een belangrijke ruimte als het gaat om de motorische ontwikkeling voor kleuters. Toch lag er maar weinig vast waaraan een inrichting moet voldoen en in (nieuw)bouw van basisscholen is het vaak een sluitpost. Daarom heeft de KVLO samen met partners (waaronder Nijha) een actuele basisinventarislijst opgesteld en zijn belangrijke aandachtspunten vastgelegd in een handboek huisvesting speellokaal. Deze is te gebruiken als:
- Richtlijn voor de bouw en inrichting van het speellokaal;
- Handvat om tot kwalitatieve beweeglokalen te komen waarin kleuters waarin optimaal gestimuleerd zich motorisch te ontwikkelen.
Download de basisinventarislijst speellokaal
Download het handboek inclusief basisinventarislijst speellokaal
De 10 meest gestelde vragen
Hieronder vind je 10 vragen die wij door de jaren heen vaak gesteld krijgen over het speellokaal. Doe er je voordeel mee!
- Welke materialen moeten er in een speellokaal aanwezig zijn?
Er is geen lijst met verplichte materialen. Wel heeft de KVLO (vakvereniging van vakleerkrachten LO) een basisinventarislijst gemaakt met daarin geschikte materialen. Daaruit kunnen keuzen gemaakt worden. De inrichting van een speellokaal moet aansluiten bij het vakwerkplan of de gebruikte methode, zodat invulling gegeven kan worden aan de leerlijnen en kerndoelen. Als hulp nodig is om tot een juiste keuze te komen dan kan een Nijha adviseur daarbij helpen. - Ben ik verplicht de basisinventarislijst te volgen?
Nee. De KVLO basisinventarislijst biedt een aantal opties waaruit een school kan kiezen. Als een school andere keuzes maakt, is dat mogelijk. Belangrijk is dat de inrichting veelzijdig is (dus niet alleen klimattributen), zodat leerlingen veel bewegingservaring opdoen. - Wie betaalt de inrichting van een speellokaal
Het ministerie van OC&W betaalt de ‘eerste inrichting’ van een speellokaal. Daarna is het aan de school om materialen tijdig te vervangen. Jaarlijks ontvangt de school (of het schoolbestuur) een lumpsum bedrag voor de exploitatiekosten. Daaruit moet ook de vervanging van speellokaalmateriaal bekostigd worden. - Bij wie moet ik zijn voor de vervanging van materialen
De schooldirectie is verantwoordelijk voor het tijdig vervangen van de materialen in het speellokaal. Zij ontvangen jaarlijks de lumpsum vergoeding vanuit het rijk. - Hoe lang gaan toestellen mee?
De levensduur is afhankelijk van het gebruik. Hoe groter de groepen en hoe frequenter het gebruik, hoe korter de levensduur. In de basisinventarislijst staat gemiddelde levensduur voor zowel de toestellen als de spelmaterialen. Deze kunnen gebruikt worden om inzicht te krijgen in wanneer bijvoorbeeld het klimrek of de matten vervangen moeten worden. Tel het getal in de kolom levensduur op bij het aanschafjaar en de uitkomst is het jaar dat de inventaris economisch is afgeschreven. - Wat kost de inrichting van een speellokaal?
De kosten zijn afhankelijk van de gemaakte materiaal keuzen. De basisinventarislijst geeft daarvoor een aantal opties. Houd bij de complete vernieuwing van de inventaris inclusief sport- en spelmaterialen rekening met een bedrag van € 25.000,00. Dit bedrag biedt voldoende ruimte om een tot een gevarieerd aanbod te komen met voldoende differentiatie mogelijkheden. - Wie is er verantwoordelijk voor de veiligheid in het speellokaal?
De schooldirectie is verantwoordelijk voor het veilig houden van de inventaris en erop toe te zien dat het op een juiste wijze wordt gebruikt. - Hoe vaak moet de speellokaal inventaris geïnspecteerd worden?
Eén keer per jaar de inventaris door een erkend bedrijf laten inspecteren is voldoende. In de tussenliggende periode moeten er wel ‘zichtinspecties’ plaatsvinden door de school zelf. Dit houdt in dat toestellen bekeken worden op: stabiliteit/speling, loszittende onderdelen en barsten, scheuren of splinters. Worden deze geconstateerd dan kan het inspecterende bedrijf ingeschakeld worden om het defect te herstellen (een splinter wegwerken kan uiteraard in eigen beheer plaatsvinden). Wordt het speellokaal nog niet jaarlijks geïnspecteerd? Hier vind je meer informatie over inspecties. - Voor welke groepen is het speellokaal bedoeld
De speellokaalinventaris is ontwikkeld voor groep 1 en 2 met een uitloop naar groep 3. Voor hogere groepen is het materiaal minder uitdagend en bovendien worden leerlingen zwaarder waardoor het materiaal sneller slijt. - Mag de BSO en/of kinderopvang ook gebruik maken van het speellokaal?
Als er begeleiding is door een ALO, CIOS of PABO gediplomeerd persoon, dan mogen kinderen van de BSO en Kinderopvang gebruik maken van het speellokaal. Als een pedagogisch medewerker geen aanvullende bevoegdheid heeft, dan mag deze geen materialen in het speellokaal gebruiken. Zonder toezicht is het zeer onverstandig om kinderen te laten spelen in het speellokaal. Uiteraard geldt bij gebruik van de toestellen dat deze berekend zijn op het gebruik door groep 1 en 2. Als hogere groepen er gebruik van maken, dan moet er rekening gehouden worden met versnelde slijtage.
Smartclips
Goede balans en reactievermogen helpt een oudere om langer zelfstandig te blijven en (top)sporter om een optimale prestatie te leveren. De SmartClips zijn perfect om die balans en reactievermogen gevarieerd te trainen.
Licht aan licht uit
SmartClips zijn interactieve lights die licht en/of geluid geven. Door een clip uit te tikken wordt een andere SmartClip geactiveerd. Ze zijn verkrijgbaar in een set van 4 of een set van 8. Ze zijn eenvoudig te bedienen, geheel draadloos en volledig te besturen via de gratis App (beschikbaar voor Android en iOS).

Volop variatie in activiteiten
In de App kan worden gekozen uit een aantal oefeningen ontwikkeld met experts uit het werkveld. Je kan ook zelf activiteiten samen stellen. Deze kunnen vervolgens opgeslagen worden voor snel gebruik bij een volgende activiteit. De SmartClips zijn inzetbaar bij het stimuleren van reactievermogen, balans, snelheid, behendigheid, coördinatie en conditie.
Brede doelgroep
SmartClips zijn ideaal als extra element in spelactiviteiten op school, voor revalidatie of sporttraining. Licht, geluid en dataweergave vergroten de motivatie om deel te nemen aan een activiteit en hebben een sturende werking.
Elke SmartClip kan apart ingesteld worden:
- Een variatie aan kleuren (waaronder rood, blauw, paars, geel en groen);
- Duur van oplichten en wijze van oplichten (knipperend of constant);
- Wel of geen geluid bij het swipen. Dus altijd direct respons op wat deelnemer doet. Zeker bij Parkinson training een belangrijk element.

Goed bereik
- Er wordt gebruik gemaakt van Bluetooth 5 mesh. Hierdoor is het draadloos bereik van smartphone/tablet tot de hostclip in een binnenruimte ruim 35 m en buiten ca 12 meter;
- Het aantal clips is uitbreidbaar tot 16 stuks. Als die in een rij geplaatst worden wordt de afstand in de binnenruimte van 35 meter vergroot naar wel 500 meter.
Speciaal programma voor mensen met Parkinson
Speciaal voor mensen met Parkinson zijn oefeningen samengesteld. Eerste onderzoeksresultaten laten een vermindering valrisico en verbeterde dynamische balans zien. Ook zijn er oefeningen voor CVA problematiek en heuprevalidatie. In samenwerking met kennisinstellingen en het werkveld worden de oefeningen gevalideerd, aangepast en verrijkt.
Voor elke situatie een veilige bevestiging
- De achterkant van elke SmartClip heeft klittenband en magneten. Zonder extra materiaal kan de clip op elk metalen voorwerp vastgezet worden. Bij elke set zitten klittenband strips om de SmartClips vast te zetten.
- Met de SmartClips Cap, een houder met nano zuignapjes, wordt de SmartClip vastgezet op elke vlakke ondergrond (deuren, ramen, …).
- Met de SmartClips Pad wordt de SmartClip bij gebruik op de vloer nog beter zichtbaar en wordt struikelen of wegschuiven voorkomen.
- De SmartClips Houder is een metalen standaard waar de Smartclip recht of schuin aangeklikt kan worden. Ideaal voor oefeningen als uitstappen, waarbij de houders op bepaalde afstand op de grond worden geplaatst.
Specificaties
- De SmartClips zijn gemaakt voor oersterk ABS en voorzien van 12 RGB leds en een time of flight sensor.
- Aansturing en programmering gebeurt via de App.
- Draadloze verbinding via Bluetooth 5 mesh; snelle en stabiele verbinding met een zeer laag stroomverbruik.
- Elke SmartClip heeft een oplaadbare batterij met oplaadtijd van 4 uur (van 0 naar vol) en een speelduur van zeker 8 uur.
- Als er geen internet beschikbaar is, dan blijven de reactie en parcours activiteiten beschikbaar (deze staan in de App).
- Elke set kan uitgebreid worden tot maximaal 16 SmartClips.
- De SmartClips zijn spatwaterbestendig.
- Garantie op de SmartClips (excl batterijen): 1 jaar
- Voorzien van CE- en FCC markering.
- Afmeting SmartClip (l x b x h) 12 x 7 x 2,6 cm, gewicht per clip: 100 g.
