Heeft het nieuwe curriculum Bewegen & Sport invloed op

de inrichting van sportaccommodaties

Nijha-318
Nijha-318

Het ontwikkelteam Bewegen & Sport werkt hard aan een nieuw curriculum voor het bewegingsonderwijs. Het huidige curriculum stamt uit 2006 en is sindsdien wel aangepast op losse punten, maar niet goed genoeg met de tijd meegegaan. Reden genoeg om een fris en toekomstbestendig curriculum met meer samenhang te ontwikkelen. Het nieuwe curriculum is in 2019 afgerond. Dan staat er ongetwijfeld een eigentijds curriculum, maar hoe zit het met de sportaccommodaties? Moeten die ook mee ontwikkelen?

In dit eerste artikel uit een serie van twee kijken we naar de belangrijkste elementen uit het nieuwe curriculum voor bewegen en sport. In het tweede deel verkennen we de mogelijkheden om de inrichting van sportaccommodaties daar (nog) beter op aan te laten sluiten.

Het nieuwe curriculum als basis voor innovatie
Het nieuwe curriculum vormt straks het uitgangspunt van de lessen bewegingsonderwijs. Om daar succesvol in te zijn, zijn niet alleen goed geschoolde lesgevers nodig, maar ook een omgeving waarin de doelen optimaal invulling kunnen krijgen. De huidige inrichting van sportaccommodaties is vooral gebaseerd op ideeën uit de negentiende eeuw.

Kaders uit het nieuwe curriculum zijn toekomstgericht en spelen in op vaardigheden die nodig zijn voor een actieve leefstijl waarin met plezier bewogen wordt. Dat stelt andere eisen aan de inrichting van sportaccommodaties. Om daar meer inzicht in te krijgen, bekijken we twee belangrijke pijlers uit het nieuwe curriculum

Pijler 1: een gevarieerd beweegaanbod

In het nieuwe curriculum ligt zowel binnen het primair onderwijs als het voortgezet onderwijs de nadruk op beweegactiviteiten die zorgen voor ‘een gevarieerd beweegaanbod met als doel het vergroten van beweegvaardigheden. De leerling vormt zich zo een beeld van de gevarieerdheid van de beweegcultuur waaraan hij zou kunnen meedoen.’

Daarnaast is een breed aanbod nodig zodat elke leerling op zijn eigen niveau succes kan beleven aan beweegactiviteiten. Bij veel sportaccommodaties wringt dat. Daar is een standaard inrichting die beperkt is in variatie en breedte. De kaders van het nieuwe curriculum laten duidelijk zien dat het voorbereiden op een leven lang met plezier bewegen vraagt om een context die uitnodigend en eigentijds is.

Daarbij kunnen we niet blijven teren op de creativiteit van vakdocenten om met de traditionele inrichting toch eigentijdse beweegactiviteiten te verzorgen, daarvoor is echt een aanpassing in de bestaande inrichting nodig, met ruimte voor andere toestellen en meer variatie.

Pijler 2:sport en bewegen krijgt vorm binnen maatschappelijke context

In het nieuwe curriculum staat geschreven: ‘Er wordt een relatie gelegd met de beweegcultuur in en rond de school en daarbuiten. Hierbij is sprake van wederkerigheid: er wordt voorbereid op het bewegen en sporten buiten het leergebied en tegelijkertijd komen de activiteiten uit de beweegcultuur de school in en worden deze aangepast aan de mogelijkheden van de leerling.’

De tijd van bokspringen en klimmen in klimrekken vraagt om een transitie naar activiteiten als freerunning en survival; actuele activiteiten die leerlingen aantreffen in de beweegcultuur. Andere elementen in sportaccommodaties zijn nodig zodat lesgevers - zonder oneigenlijk gebruik van de traditionele toestellen en binnen de gegeven lestijd - kunnen komen tot een uitdagend en eigentijds activiteitenaanbod. Bewegen en sport op school is verbonden met de buitenschoolse beweegcultuur.

Breed draagvlak
Het nieuwe curriculum is geworteld in deze tijd met een sterke blik op de toekomst. Daarin staat het curriculum niet alleen. Eén van de ambities uit het Sportakkoord is ‘van jongs af aan vaardig in bewegen’, met als doelen meer kinderen te laten voldoen aan de beweegrichtlijnen en de motorische vaardigheid verbeteren.

In de nieuwe Omgevingswet ligt bovendien de nadruk op een gezonde leefomgeving, waarin bewoners uitgenodigd worden meer actief te zijn. Het nieuwe curriculum is de motor om concreet invulling te geven aan ambities uit het Sportakkoord, gebruikmakend van sportaccommodaties en beweegruimten binnen en buiten.

Recht doen aan hoofdgebruikers van sportaccommodaties
Scholen vormen in veel sportaccommodaties het hoofdgebruik. Zonder financiële bijdrage vanuit het onderwijs is de exploitatie van zo’n accommodatie lastig of niet rond te krijgen. Toch worden die hoofdgebruikers nog (te) beperkt betrokken bij de keuze voor de sportinventaris of investeringsplannen. Het nieuwe curriculum biedt veel handvatten om met elkaar in gesprek te gaan en te komen tot plannen voor een toekomstbestendige oplossing voor de sportinventaris.

Verder lezen?

In het volgende artikel verkennen we de mogelijkheden om de inrichting van sportaccommodaties (nog) beter aan te laten sluiten op het nieuwe curriculum. Nu al verder lezen? Klik hier.

Meer weten?

Erik helpt je graag!

_201909_Nijha-291